Ga naar hoofdinhoud

Verouderd woord

Lendenen

zelfstandig naamwoord, meervoud

In het kort

Lendenen, ook lenden, zijn het onderste deel van de rug met de heupen: de plaats waar men de gordel droeg. In de Statenvertaling betekent de lendenen omgorden zich klaarmaken voor de reis of het werk, en uit iemands lenden voortkomen: van hem afstammen.

In hedendaags Nederlands: heupen, onderrug, middel, heupstreek

Wat betekent lendenen?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal behandelt lendenen onder lende: het onderste deel van de rug, met de delen rechts en links ervan. Het meervoud lendenen is volgens het WNT een oudere vorm die in gebruik bleef. Het WNT noemt drie bijbelse gebruiken. Om de lendenen werd een gordel gedragen, en de lendenen omgorden betekent in bijbelse taal ook figuurlijk: zich gereed maken en toerusten. De lendenen gelden verder als zetel van de lichaamskracht, zoals in Job 40:11. En in de Bijbel worden de lendenen genoemd als de plaats van de voortplanting; vandaar uitdrukkingen als de vrucht van iemands lendenen, die het WNT met Handelingen 2:30 aanhaalt.

Lendenen in de Statenvertaling

66 keer, in 63 verzen en 24 bijbelboeken (lenden 54, lendenen 12).

Lenden en lendenen staan samen 66 keer in de Statenvertaling, in 63 verzen verdeeld over 24 bijbelboeken. De vorm lenden is veel gewoner dan lendenen; de betekenis is dezelfde. Vaak staat het woord bij kleding. Johannes de Doper had 'een lederen gordel om zijn lenden' (Mattheüs 3:4), zoals ook Elia vóór hem gegord ging. Bij rouw bond men een zak om de lenden. Dat deed Jakob toen hij meende dat Jozef door een wild dier verscheurd was.

De bekendste uitdrukking is de lendenen omgorden of opschorten. Bij het eerste Pascha moest Israël eten met opgeschorte lenden, de schoenen aan de voeten en de staf in de hand. Elia gordde zijn lenden en liep voor Achab uit tot bij Jizreël, en Elisa zei tegen Gehazi: 'Gord uw lenden, en neem mijn staf in uw hand'. De Heere Jezus zegt: 'Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende' (Lukas 12:35), en Petrus spreekt van 'de lenden uws verstands' (1 Petrus 1:13).

Ten slotte zijn de lenden de bron van het nageslacht. God belooft Jakob dat koningen 'uit uw lenden' zullen voortkomen (Genesis 35:11). Petrus zegt op de Pinksterdag dat God David gezworen had uit de vrucht van zijn lenden de Christus te verwekken. En Hebreeën 7:10 zegt van Levi dat hij 'nog in de lenden des vaders' was toen Melchizedek Abraham tegemoet ging, zodat ook Levi, die zelf tienden neemt, door Abraham tienden gegeven heeft.

Verzen met lendenen

  • Exodus 12:11

    “Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.”

    Israël eet het eerste Pascha gereed voor vertrek. Opgeschorte lenden betekent volgens de kanttekening vaardigheid om te reizen, of haast om een zaak uit te voeren.

  • Job 38:3

    “Gord nu, als een man, uw lenden, zo zal Ik u vragen, en onderricht Mij.”

    De HEERE antwoordt Job uit een onweder en zegt dat hij als een man zijn lenden moet gorden. Volgens de kanttekening betekent dat: maak u vaardig om het gesprek met God aan te gaan, zoals u begeerd hebt.

  • Lukas 12:35

    “Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende.”

    De Heere Jezus roept Zijn discipelen op waakzaam te zijn, als knechten die op hun heer wachten. Omgorde lendenen en brandende kaarsen betekenen dat men klaarstaat wanneer Hij komt.

  • Efeze 6:14

    “Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid;”

    In de geestelijke wapenrusting is de waarheid de gordel om de lenden. De kanttekening beschrijft de brede, sterke krijgsgordels van die tijd, die de zwakste delen van het lichaam beschermden.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Lukas 12:35

    uw lendenen omgord zijn,. Dat is, zijt bereid. Eene manier van spreken, genomen van des lands wijze, waar zowel mannen als vrouwen lange klederen droegen, die zij opschortten als zij zich bereidden om te reizen of iets te doen.

    De vertalers verklaren de uitdrukking eenvoudig: zijt bereid. Het beeld komt uit het dagelijks leven van die tijd. Mannen en vrouwen droegen lange kleren en schortten die op wanneer zij gingen reizen of aan het werk gingen.

  • Bij Genesis 35:11

    uit uw lenden. Dat is, uit uw eigen vlees en bloed geboren worden; alzo 1Ki 8:19; 2Ch 6:9; Act 2:30, verg. onder, Gen 46:26.

    Bij de belofte aan Jakob verklaart de kanttekening uit uw lenden als: uit uw eigen vlees en bloed geboren. Zij verwijst naar dezelfde uitdrukking bij de zoon van David in 1 Koningen 8:19 en bij de Christus in Handelingen 2:30.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • מֹתֶן mothen (Hebreeuws, H4975)

    Het Hebreeuwse mothen betekent volgens het Strong's-lexicon de lendenen of heupen, eigenlijk het smalle deel van de rug. Het staat vaak in de uitdrukking de lenden gorden, zoals bij het Pascha, bij Gehazi en bij Jeremia.

    Onder meer in Exodus 12:11, 2 Koningen 4:29 en Jeremia 1:17. Woordstudie bij H4975 (na inloggen).

  • חָלָץ chalats (Hebreeuws, H2504)

    Een ander Hebreeuws woord, chalats, betekent volgens het lexicon de lendenen als zetel van kracht en van voortplanting. Het staat in de belofte aan Jakob dat koningen uit zijn lenden zullen voortkomen.

    Onder meer in Genesis 35:11. Woordstudie bij H2504 (na inloggen).

  • ὀσφῦς osphus (Grieks, G3751)

    Het Griekse osphus betekent volgens het lexicon de lende of heup, en overdrachtelijk de voortplantingskracht. Het staat bij de omgorde lendenen in Lukas en Efeze, bij de lenden van het verstand in 1 Petrus en bij Levi in de lenden van zijn vader.

    Onder meer in Lukas 12:35, Efeze 6:14, 1 Petrus 1:13 en Hebreeën 7:10. Woordstudie bij G3751 (na inloggen).

Verwante woorden

  • gordel: Werd om de lenden gedragen; in Jesaja 11:5 zijn gerechtigheid en waarheid de gordel van Zijn lendenen.
  • opschorten: De lange kleren met de gordel optrekken om te kunnen reizen of werken, zoals bij het Pascha in Exodus 12:11.
  • heup: Bij de eed in Genesis 24:2 zegt de Statenvertaling heup, waar de Leidse vertaling volgens het WNT lende heeft.
  • vrucht der lenden: Een nakomeling; in Handelingen 2:30 de Christus als Zoon van David naar het vlees.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M036843. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Exodus 12:11, Job 38:3, Lukas 12:35, Efeze 6:14 en Genesis 35:11
  • Strong's-lexicon: H4975, H2504 en G3751
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.