Verouderd woord
Indachtig
bijvoeglijk naamwoord
In het kort
Indachtig betekent eraan denkend, zich herinnerend. Wie in de Statenvertaling indachtig wordt, herinnert zich ineens iets, zoals Petrus de woorden van Jezus. Gedachtig betekent hetzelfde, en van God gezegd: Hij denkt aan mensen en laat dat merken door wat Hij doet.
In hedendaags Nederlands: denkend aan, zich herinnerend, eraan terugdenkend, niet vergetend
Wat betekent indachtig?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal noemt indachtig een afleiding van indacht. In de oudste betekenis was het aandachtig, maar die is verouderd. De gewone betekenis is gedenkend, denkend aan, zich herinnerend, en volgens het WNT vaak met de bijgedachte dat die herinnering invloed heeft op wat iemand doet. Het woord staat dan na een werkwoord als zijn of worden. Het WNT haalt Markus 11:21, Markus 14:72 en Lukas 24:8 aan. Iemand iets indachtig maken is hem eraan herinneren. Gedachtig betekent volgens het WNT eigenlijk hetzelfde. Bij uitbreiding betekent het ook dat men laat blijken aan iemand te denken: door hulp of gunst, door voor hem te bidden, of bij zonden door ze niet ongestraft te laten.
Indachtig in de Statenvertaling
36 keer, in 36 verzen en 19 bijbelboeken (indachtig 15, gedachtig 21).
Indachtig en gedachtig staan samen 36 keer in de Statenvertaling, in 36 verzen verdeeld over negentien bijbelboeken. Indachtig staat vooral in de evangeliën, vaak in de vaste uitdrukking indachtig worden: zich iets herinneren. Na het hanengekraai staat er: 'Petrus werd indachtig het woord van Jezus', en hij ging naar buiten en weende bitter. Na Zijn opstanding en verheerlijking herinnerden de discipelen zich wat Jezus gezegd had en wat er van Hem geschreven was (Johannes 2:22 en 12:16); toen pas verstonden zij het. De vrouwen bij het graf hoorden van de engelen wat Hij in Galilea gezegd had, 'en zij werden indachtig Zijner woorden' (Lukas 24:8).
Iemand indachtig maken is iemand aan iets herinneren. De Heere Jezus belooft dat de Heilige Geest de discipelen indachtig zal maken alles wat Hij gezegd heeft. Paulus en Judas gebruiken het woord wanneer zij de gemeente herinneren aan wat zij al wist. Het gaat dus niet om nieuwe dingen, maar om het bewaren van wat al geleerd is.
Gedachtig staat in beide testamenten. In het Oude Testament is het meestal God Die gedachtig is. Hij is gedachtig aan Zijn goedertierenheid en Zijn verbond, en Hij weet 'wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn' (Psalm 103:14). Zacharias zingt dat God gedachtig is aan Zijn heilig verbond (Lukas 1:72). Paulus is de gemeenten gedachtig in zijn gebeden. Gedachtig zijn kan ook ernstig zijn: in Openbaring 18:5 is God de ongerechtigheden van Babylon gedachtig geworden.
Verzen met indachtig
“En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.”
Na de derde verloochening kraait de haan, en Petrus herinnert zich wat Jezus voorzegd had. Indachtig worden is hier een plotselinge herinnering die tot diep berouw leidt.
“Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.”
De Trooster zal de discipelen alles leren en hen indachtig maken wat Christus gezegd heeft. Volgens de kanttekening brengt de Geest geen nieuwe leer, maar herinnert Hij aan wat al geleerd was.
“Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.”
God kent de zwakheid van de mens. Hij is gedachtig dat wij stof zijn, en daarom ontfermt Hij Zich zoals een vader over zijn kinderen, zegt het vers ervoor.
“Opdat Hij barmhartigheid deed aan onze vaderen, en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond;”
In de lofzang van Zacharias is God gedachtig aan Zijn heilig verbond. Gedachtig zijn betekent hier: de belofte niet vergeten, en haar met de komst van de Verlosser ook waarmaken.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Johannes 14:26
indachtig maken. Dat is, zal u niets nieuws leren, maar hetzelfde wat Ik u geleerd heb en gij niet wel onthouden hebt, wederom in gedachtenis brengen; Mat 28:19-20 ; Joh 15:15 .
De vertalers leggen uit dat de Heilige Geest de discipelen niets nieuws zal leren. Hij brengt hun opnieuw in herinnering wat Christus hun geleerd heeft en wat zij niet goed onthouden hadden.
Bij Lukas 1:72
gedachtig ware. Dat is, met de daad betoonde dat hij gedachtig ware.
Bij God betekent gedachtig zijn volgens de kanttekening meer dan denken aan iets. Hij betoonde met de daad dat Hij aan Zijn verbond dacht. Gods gedenken is dus altijd een handelen.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
μιμνήσκω mimnesko (Grieks, G3403)
Het Griekse mimnesko betekent volgens het Strong's-lexicon herinneren, en in de middelvorm zich iets te binnen brengen. Het staat achter indachtig worden en gedachtig zijn in deze verzen, bij Petrus, Zacharias, de vrouwen en de discipelen.
Onder meer in Mattheüs 26:75, Lukas 1:72, Lukas 24:8 en Johannes 2:22. Woordstudie bij G3403 (na inloggen).
ὑπομιμνήσκω hupomimnesko (Grieks, G5279)
Met het voorvoegsel hupo ontstaat hupomimnesko, volgens het lexicon iemand rustig herinneren, iets in gedachten brengen. Zo heet het werk van de Heilige Geest in Johannes 14:26, en zo herinnert Judas de gemeente.
Onder meer in Johannes 14:26, Lukas 22:61 en Judas 1:5. Woordstudie bij G5279 (na inloggen).
זָכַר zakar (Hebreeuws, H2142)
In de Psalmen en bij Ezechiël staat het Hebreeuwse werkwoord zakar, gedenken of zich herinneren. Wanneer God gedachtig is, betekent dat in deze verzen dat Hij Zijn volk zegent, Zijn verbond houdt en de zwakheid van de mens kent.
Onder meer in Psalm 103:14, Psalm 115:12, Ezechiël 16:60 en Psalm 98:3. Woordstudie bij H2142 (na inloggen).
Verwante woorden
- gedachtig: Bijna hetzelfde woord; vaker van God gezegd, en van wie in zijn gebeden aan anderen denkt.
- indachtig maken: Iemand ergens aan herinneren, zoals de Heilige Geest in Johannes 14:26.
- gedenken: Het werkwoord dat de Statenvertaling er vaak naast gebruikt, zoals in Psalm 25:6.
- gedachtenis: De herinnering zelf; Petrus wil dat de gemeente na zijn dood gedachtenis heeft van deze dingen.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M027302. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M017665. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Mattheüs 26:75, Johannes 14:26 en Lukas 1:72
- Strong's-lexicon: G3403, G5279 en H2142
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.