Ga naar hoofdinhoud

Betekenis verschoven

Kloek

bijvoeglijk naamwoord

In het kort

Kloek betekent in de Statenvertaling dapper, sterk en bekwaam, en waar het om verstand gaat: scherpzinnig en ervaren. Kloeke mannen zijn mannen van kracht en betrouwbaarheid, kloeke helden zijn geoefende strijders. Het gaat niet om een fors postuur en ook niet om een kip met kuikens.

In hedendaags Nederlands: dapper, sterk, bekwaam, flink, verstandig

Wat betekent kloek?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft bij kloek een lange rij betekenissen, en zegt er zelf bij dat die niet altijd scherp te scheiden zijn. In het Middelnederlands ging het woord bijna altijd over een geestelijke eigenschap: slim, bijdehand, verstandig, soms dapper of flink. Later werd ook de lichamelijke betekenis gewoon: groot en flink gebouwd. Het WNT noemt verder sterk en krachtig, flink in handelen, en dapper, moedig en onversaagd. Bij die laatste betekenis haalt het de kloeke helden uit 1 Kronieken 12 aan, bij flink en wakker de kloeke huisvrouw uit Spreuken 12:4. Kloek ter tale uit Jesaja 3:3 verklaart het WNT als welbespraakt. Over de herkomst van het woord is volgens het WNT niets met zekerheid te zeggen.

Niet wat u nu denkt

Wie nu kloek hoort, denkt aan iets stevigs en fors, zoals een kloek boek of een kloeke gestalte, of aan een kloek: een hen met kuikens. Zo is het in de Statenvertaling niet bedoeld. Een kloek man is daar een dapper en bekwaam man, kloek van verstand betekent scherpzinnig en ervaren, en de kloeke huisvrouw uit Spreuken 12:4 is volgens de kanttekening verstandig, deugdzaam en een goede huishoudster. Het woord prijst kracht van karakter en bekwaamheid, niet de omvang van het lichaam.

Kloek in de Statenvertaling

48 keer, in 48 verzen en 13 bijbelboeken (kloek 12, kloeke 36).

Kloek en kloeke staan samen 48 keer in de Statenvertaling, in 48 verzen verdeeld over 13 bijbelboeken, en alleen in het Oude Testament. Het grootste deel staat in 1 en 2 Kronieken, in de geslachtsregisters en de legerlijsten. Daar is kloeke helden een vaste uitdrukking voor de weerbare mannen van een stam of familie, en de getallen erbij zijn soms groot: in 2 Kronieken 17:14 is sprake van 'driehonderd duizend kloeke helden' onder Adna, de overste van Juda.

Kloek gaat echter niet alleen over spierkracht. Jethro raadt Mozes aan om rechters te kiezen uit 'kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende' (Exodus 18:21). De kanttekening verklaart kloek daar als sterk, dapper en gehard, en bij Genesis 47:6 noemt zij uitdrukkelijk verstand, trouw en standvastigheid in het regeren. In dat vers zegt Farao tegen Jozef dat hij kloeke mannen uit zijn familie mag aanstellen als opzichters over het vee.

Vaak staat kloek bij verstand. Salomo is volgens Huram 'kloek in voorzichtigheid en verstand' (2 Kronieken 2:12), Daniël en zijn vrienden zijn 'kloek van verstand' (Daniël 1:4), en de HEERE vraagt Job: 'Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt' (Job 38:4). Wie zijn lippen inhoudt, 'is kloek verstandig' (Spreuken 10:19). En in Psalm 60:14 en Psalm 108:14 zingt David: 'In God zullen wij kloeke daden doen'. Dat is dapper strijden in het vertrouwen dat God de overwinning geeft.

Verzen met kloek

  • Exodus 18:21

    “Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen.”

    Jethro geeft Mozes raad bij het rechtspreken. De rechters moeten kloek zijn, en daarbij godvrezend, waarachtig en afkerig van gierigheid. Kracht en betrouwbaarheid horen hier bij elkaar.

  • 1 Kronieken 12:21

    “En dezen hielpen David mede tegen die benden; want alle dezen waren kloeke helden; en zij waren oversten in het heir.”

    Strijders die naar David overkomen, helpen hem tegen de benden van de Amalekieten die Ziklag verbrand hadden (kanttekening, met 1 Samuel 30:1). Het WNT noemt dit vers bij de betekenis dapper, moedig en onversaagd: kloeke helden zijn moedige en geoefende strijders.

  • Spreuken 12:4

    “Een kloeke huisvrouw is een kroon haars heren; maar die beschaamt maakt, is als verrotting in zijn beenderen.”

    Een kloeke vrouw is een kroon voor haar man, volgens de kanttekening zijn sieraad en heerlijkheid. Het tegendeel is de vrouw die beschaamd maakt; zij is als verrotting in zijn beenderen.

  • Job 38:4

    “Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.”

    De HEERE vraagt Job waar hij was toen de aarde gegrond werd. Kloek van verstand betekent volgens de kanttekening: zeer ervaren en verstandig. Job moet erkennen dat hij dat tegenover God niet is.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Genesis 47:6

    kloeke. Hebr. mannen van sterkte, of kloekheid. Het Hebreeuwse woord betekent in het algemeen kracht, of vermogen, en het wordt gebruikt van tijdelijke middelen, Psa 49:7; Eze 28:5, van sterkte des lichaams, Ezr 4:23, van verstand, trouw, en standvastigheid in enige regering, Exo 18:21, Exo 18:25, van kracht en ervarenheid ten oorlog, Deu 3:18; Jdg 11:1, en 1Sa 18:17, idem, van vlijt en ervarenheid in de huishouding, Rth 3:11; Pro 31:10.

    Hier ligt de sleutel tot het woord. Het Hebreeuwse woord achter kloek betekent volgens de vertalers kracht of vermogen. Het wordt gebruikt voor bezit, voor lichaamskracht, voor verstand en trouw in het regeren, voor ervaring in de oorlog en voor vlijt in de huishouding.

  • Bij Spreuken 12:4

    kloeke. Dat is, verstandige, deugdzame en wel huishoudende. Hebreeuws, ene vrouw der kloekheid. Zie van het Hebreeuwse woord Gen 47:6 .

    Bij de vrouw verklaren de kanttekeningen kloek als verstandig, deugdzaam en goed huishoudend. Er staat letterlijk een vrouw der kloekheid, en de vertalers verwijzen terug naar Genesis 47:6, waar zij het Hebreeuwse woord uitleggen.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • חַיִל chayil (Hebreeuws, H2428)

    Het Hebreeuwse chayil betekent volgens het Strong's-lexicon kracht, vermogen en bekwaamheid, en ook rijkdom of een leger. Waar de Statenvertaling kloek heeft, staat vaak dit woord, zoals bij de kloeke mannen van Genesis 47 en Exodus 18 en bij de kloeke huisvrouw van Spreuken 12.

    Onder meer in Genesis 47:6, Exodus 18:21 en Spreuken 12:4. Woordstudie bij H2428 (na inloggen).

Verwante woorden

  • kloekheid: Het zelfstandig naamwoord: kracht en bekwaamheid; de kanttekening bij Spreuken 12:4 spreekt van een vrouw der kloekheid.
  • kloeke helden: In Kronieken de vaste uitdrukking voor de weerbare en geoefende mannen van een stam of familie.
  • deugdelijke vrouw: In Ruth 3:11 en Spreuken 31:10 staat hetzelfde Hebreeuwse woord als bij de kloeke huisvrouw, maar daar vertaald met deugdelijk.
  • kloek ter tale: Welbespraakt, zoals het WNT de uitdrukking uit Jesaja 3:3 verklaart.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M033896. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 47:6, Exodus 18:21, Spreuken 12:4 en Job 38:4
  • Strong's-lexicon: H2428
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.