Ga naar hoofdinhoud

Kort Begrip les 1: de drie stukken

In het kort

Les 1 van het Kort Begrip noemt drie stukken om getroost te leven en te sterven: ellende, verlossing en dankbaarheid. Daarna wijst het boekje de wet van God aan als de spiegel waarin u uw ellende ziet. De wet vraagt volmaakte liefde tot God en de naaste, en niemand kan haar uit zichzelf houden.

De vragen en antwoorden van Kort Begrip, les 1

  1. 1. Hoeveel stukken zijn u noodig te weten, opdat gij wel getroost, zalig leven en sterven moogt?

    Antw.Drie stukken. Ten eerste, hoe groot mijne zonden en ellende zijn. Ten andere, hoe ik van al mijne zonden en ellende verlost worde. Ten derde, hoe ik God voor zulke verlossing zal dankbaar zijn.

    Bewijsteksten: Jeremia 3:13; Psalm 51:5; Psalm 32:5; Mattheüs 11:28; Mattheüs 9:12; Lukas 1:74; Romeinen 7:24-25
    • Jeremia 3:13 Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
    • Psalm 51:5 Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.
    • Psalm 32:5 Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.
    • Mattheüs 11:28 Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.
    • Mattheüs 9:12 Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.
    • Lukas 1:74 Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze.
    • Romeinen 7:24-25 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.

Het Eerste Deel. Van des Menschen Ellendigheid.

  1. 2. Waaruit kent gij uwe ellendigheid?

    Antw.Uit de wet van God.

    Bewijstekst: Romeinen 3:20
    • Romeinen 3:20 Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
  2. 3. Wat heeft God u in Zijne wet bevolen?

    Antw.Dat heeft Hij ons schriftelijk in de Tien Geboden begrepen, welke, naar Exod. 20 en Deut. 4, aldus luiden:

    Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.

    Het eerste Gebod. Gij zult geene andere Goden voor Mijn aangezicht hebben.

    Het tweede Gebod. Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch eenige gelijkenis van hetgeen boven in den Hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen: want ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben en mijne geboden onderhouden.

    Het derde Gebod. Gij zult den naam des HEEREN uws Gods niet ijdelijk gebruiken: want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn naam ijdelijk gebruikt.

    Het vierde Gebod. Gedenkt den Sabbatdag dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden, en al uw werk doen; maar de zevende dag is de Sabbat des HEEREN uws Gods, dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uwe dochter, noch uw dienstknecht, noch uwe dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling, die in uwe poorten is; want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daar in is; en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den Sabbatdag, en heiligde denzelven.

    Het vijfde Gebod. Eert uwen Vader en uwe Moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.

    Het zesde Gebod. Gij zult niet doodslaan.

    Het zevende Gebod. Gij zult niet echtbreken.

    Het achtste Gebod. Gij zult niet stelen.

    Het negende Gebod. Gij zult geene valsche getuigenis spreken tegen uwe naasten.

    Het tiende Gebod. Gij zult niet begeeren uws naasten huis; gij zult niet begeeren uws naasten vrouw, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets dat uws naasten is.

    Bewijsteksten: Exodus 20:2-17; Deuteronomium 5:6-21
    • Exodus 20:2-17 Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden. Gij zult den Naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt. Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is; Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven. Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft. Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken. Gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.
    • Deuteronomium 5:6-21 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den hemel, of onder op de aarde is; of in het water onder de aarde is; Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE, uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, en aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden. Gij zult den Naam des HEEREN, uws Gods, niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden dengene, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt. Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt; gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft. Zes dagen zult gij arbeiden, en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij. Want gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt, en dat de HEERE, uw God, u van daar heeft uitgeleid door een sterke hand en een uitgestrekten arm; daarom heeft u de HEERE, uw God, geboden, dat gij den sabbatdag houden zult. Eert uw vader, en uw moeder, gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden, en opdat het u welga in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal. Gij zult niet doodslaan. En gij zult geen overspel doen. En gij zult niet stelen. En gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. En gij zult niet begeren uws naasten vrouw; en gij zult u niet laten gelusten uws naasten huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.

    Noot. De druk van 1895 heeft 'Deut. 4'; de druk van 1892 en Höveker (ca. 1885) hebben 'Deut. 5'. De Tien Geboden staan in Deuteronomium 5; de tekst houdt de lezing van de kopieerbron, de bewijsplaats wijst naar Deuteronomium 5.

  3. 4. Hoe worden de tien geboden gedeeld?

    Antw.In twee tafelen.

    Bewijsteksten: Exodus 31:18; Exodus 34:1
    • Exodus 31:18 En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.
    • Exodus 34:1 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren, zo zal Ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden, die op de eerste tafelen geweest zijn, die gij gebroken hebt.
  4. 5. Wat is de inhoud van hetgeen u God gebiedt in de vier geboden der eerste tafel?

    Antw.Dat ik den Heere mijnen God zal liefhebben van ganscher harte, van ganscher ziel, van ganschen gemoede en met alle krachten. Dit is het eerste en het groote gebod.

    Bewijsteksten: Mattheüs 22:37-38; Psalm 73:25; Johannes 14:21; Jesaja 26:8-9; Deuteronomium 6:5
    • Mattheüs 22:37-38 En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod.
    • Psalm 73:25 Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
    • Johannes 14:21 Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.
    • Jesaja 26:8-9 Wij hebben ook in den weg Uwer gerichten, U, o HEERE! verwacht; tot Uw Naam en tot Uw gedachtenis is de begeerte onzer ziel. Met mijn ziel heb ik U begeerd in den nacht, ook zal ik met mijn geest, die in het binnenste van mij is, U vroeg zoeken; want wanneer Uw gerichten op de aarde zijn, zo leren de inwoners der wereld gerechtigheid.
    • Deuteronomium 6:5 Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
  5. 6. Wat is de inhoud van hetgeen u God gebiedt in de zes geboden der tweede tafel?

    Antw.Dat ik mijnen naaste zal liefhebben als mij zelven. Aan deze twee geboden hangt de gansche wet en de Profeten.

    Bewijsteksten: Mattheüs 22:39-40; Mattheüs 7:12; Spreuken 25:21; Leviticus 19:18
    • Mattheüs 22:39-40 En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
    • Mattheüs 7:12 Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.
    • Spreuken 25:21 Indien dengene, die u haat, hongert, geef hem brood te eten; en zo hij dorstig is, geef hem water te drinken;
    • Leviticus 19:18 Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE!
  6. 7. Kunt gij dit alles volkomenlijk houden?

    Antw.Neen ik; maar ik ben van nature geneigd, God en mijnen naaste te haten, en Gods geboden met gedachten, woorden en werken te overtreden.

    Bewijsteksten: Romeinen 3:10-12; Romeinen 8:7; Romeinen 1:30; Johannes 15:24; Titus 3:3; Mattheüs 15:19; Genesis 8:21; Romeinen 3:14; Romeinen 3:15-16
    • Romeinen 3:10-12 Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet een; Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.
    • Romeinen 8:7 Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
    • Romeinen 1:30 Oorblazers, achterklappers, haters Gods, smaders, hovaardigen, laatdunkenden, vinders van kwade dingen, den ouderen ongehoorzaam;
    • Johannes 15:24 Indien Ik de werken onder hen niet had gedaan, die niemand anders gedaan heeft, zij hadden geen zonde; maar nu hebben zij ze gezien, en beiden Mij en Mijn Vader gehaat.
    • Titus 3:3 Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende.
    • Mattheüs 15:19 Want uit het hart komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen.
    • Genesis 8:21 En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.
    • Romeinen 3:14 Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;
    • Romeinen 3:15-16 Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten; Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;

Tekst: Kort Begrip der Christelijke Religie, voor hen die zich willen begeven tot des Heeren Heilig Avondmaal. 15e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1895. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1895); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Het Kort Begrip opent met een persoonlijke vraag: wat moet u weten 'opdat gij wel getroost, zalig leven en sterven moogt'? Getroost leven betekent hier: met rust in het hart, omdat een mens door Christus aan God toebehoort. Die rust blijft ook in het sterven. Zalig betekent: verlost van zonde en straf, en bij God in genade. Wie de Heidelbergse Catechismus kent, herkent deze vraag uit zondag 1. Het hele boekje volgt dezelfde drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid.

Drie stukken om te kennen

Het eerste stuk is 'hoe groot mijne zonden en ellende zijn'. Ellende is hier meer dan verdriet of armoede. Het is de toestand van een mens die door de zonde van God gescheiden is. Het tweede stuk is hoe u van die ellende verlost wordt. Het derde is hoe u God voor die verlossing dankbaar zult zijn.

De volgorde is niet toevallig. Wie zijn ellende niet kent, zoekt geen Verlosser. Christus zegt Zelf: "Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt". Paulus laat de drie stukken in twee verzen zien. Eerst roept hij: "Ik ellendig mens". Dan zegt hij: "Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere".

De wet als spiegel

Vraag 2 vraagt waaruit u uw ellendigheid kent. Het antwoord is kort: 'Uit de wet van God'. Paulus schrijft: "door de wet is de kennis der zonde". De wet werkt als een spiegel. Een spiegel maakt een vuil gezicht niet schoon, maar laat wel zien dat het vuil is. Zo toont de wet wat God vraagt, en hoe ver wij daarvan af staan.

De Tien Geboden op twee tafelen

Vraag 3 geeft de Tien Geboden voluit. Ze beginnen niet met een gebod. Ze beginnen met wie God is: 'Ik ben de Heere uw God'. Hij heeft Zijn volk uit Egypteland geleid, 'uit het diensthuis', dat is het slavenhuis. God geeft Zijn wet aan een volk dat Hij eerst verlost heeft. Vraag 4 zegt dat de geboden gedeeld worden 'In twee tafelen'. God gaf ze aan Mozes op stenen tafelen, "beschreven met den vinger Gods".

Liefde tot God en de naaste

Vraag 5 en 6 vatten de twee tafelen samen. De eerste tafel, met vier geboden, gaat over God. Hij vraagt dat ik Hem 'zal liefhebben van ganscher harte, van ganscher ziel, van ganschen gemoede en met alle krachten'. Ganscher betekent geheel; het gemoed is het verstand en het innerlijk van de mens.

De tweede tafel, met zes geboden, gaat over de naaste: 'Dat ik mijnen naaste zal liefhebben als mij zelven'. De Heere Jezus zegt: "Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten". Liefde is dus het hart van de hele wet. Het gaat God niet alleen om wat u doet. Het gaat Hem ook om wat er in uw hart leeft.

Niemand kan de wet volkomen houden

Dan volgt vraag 7: kunt u dit alles volkomenlijk houden? Volkomenlijk betekent helemaal, zonder ooit te falen. Het antwoord is eerlijk: 'Neen ik'. Het gaat zelfs verder. Van nature ben ik 'geneigd, God en mijnen naaste te haten'. Dat is een ernstig woord. Paulus zegt dat "het bedenken des vleses vijandschap is tegen God". Die zonde zit in 'gedachten, woorden en werken'. Een mens kan uiterlijk net leven en toch God niet boven alles liefhebben.

Dit antwoord wil u niet wanhopig maken. Het leert u waarom u een Verlosser nodig hebt. Zo bereidt les 1 de weg voor de volgende lessen, die laten zien waar deze ellende vandaan komt en hoe God daaruit verlost.

Bijbelse onderbouwing

  • Jeremia 3:13

    “Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.”

    God roept Zijn volk op de eigen ongerechtigheid te kennen, en dat is het eerste stuk uit vraag 1.

  • Romeinen 3:20

    “Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”

    Paulus zegt wat vraag 2 leert: uit de wet leert een mens zijn zonde kennen.

  • Mattheüs 22:37-38

    “En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod.”

    De Heere Jezus vat de eerste tafel samen in de liefde tot God met het hele hart, zoals vraag 5 doet.

  • Romeinen 7:24-25

    “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.”

    Paulus klaagt over zijn ellende en dankt God door Christus, zodat de drie stukken in twee verzen samenkomen.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Waarom moet u eerst uw ellende kennen voordat u naar verlossing gaat zoeken?
  2. Wat zegt het over God dat Hij de Tien Geboden begint met de verlossing van Zijn volk uit Egypte?
  3. Hoe laat de samenvatting van de wet zien dat het God ook om uw hart gaat en niet alleen om uw daden?
  4. Waar merkt u in uw eigen leven dat u God en uw naaste niet volkomen liefhebt?

Samen leren thuis

Leer als gezin vraag 1 uit het hoofd en zeg de drie stukken samen op: ellende, verlossing en dankbaarheid. Lees daarna de Tien Geboden uit Exodus 20 en laat ieder bij één gebod vertellen wat het betekent. Lees tot slot Mattheüs 22:37-40 en vraag elkaar waarom liefde het hart van de wet is.