Ga naar hoofdinhoud

Kort Begrip les 11: goede werken

In het kort

Het derde deel van het Kort Begrip gaat over de dankbaarheid, en les 11 opent dat deel. Wie uit genade zalig wordt, doet goede werken omdat God het gebiedt, tot Zijn eer en uit dankbaarheid. Bekering is leed over de zonde en lust in het goede, al blijft de gehoorzaamheid in dit leven een begin.

De vragen en antwoorden van Kort Begrip, les 11

Het Derde Deel. Van de Dankbaarheid, die men God voor de Verlossing schuldig is.

  1. 64. Aangezien wij alleen uit genade door Christus zalig worden, waarom moet gij dan nog goede werken doen?

    Antw.Niet om den hemel daarmede te verdienen, hetwelk Christus gedaan heeft, maar omdat God mij zulks heeft geboden.

    Bewijsteksten: Mattheüs 5:20; Hebreeën 9:12; Efeze 2:10; 1 Thessalonicenzen 4:3
    • Mattheüs 5:20 Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.
    • Hebreeën 9:12 Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.
    • Efeze 2:10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
    • 1 Thessalonicenzen 4:3 Want dit is de wil van God, uw heiligmaking: dat gij u onthoudt van de hoererij;
  2. 65. Waartoe dienen dan uwe goede werken?

    Antw.Dat ik Gode daarmede dankbaarheid voor al Zijne weldaden bewijze, en Hij door mij geprezen worde; dat ik ook uit de goede werken, als uit de vruchten, van de oprechtheid van mijn geloof verzekerd zij; en dat mijne naasten daardoor gesticht, en voor Christus gewonnen worden.

    Bewijsteksten: Johannes 15:8; Psalm 50:14; 1 Korinthe 6:20; 2 Petrus 1:10; Jakobus 2:18; Mattheüs 5:16; 1 Thessalonicenzen 5:11; Jakobus 5:20
    • Johannes 15:8 Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.
    • Psalm 50:14 Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften.
    • 1 Korinthe 6:20 Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn.
    • 2 Petrus 1:10 Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.
    • Jakobus 2:18 Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik heb de werken. Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen.
    • Mattheüs 5:16 Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
    • 1 Thessalonicenzen 5:11 Daarom vermaant elkander, en sticht de een den anderen, gelijk gij ook doet.
    • Jakobus 5:20 Die wete, dat degene, die een zondaar van de dwaling zijns wegs bekeert, een ziel van den dood zal behouden, en menigte der zonden zal bedekken.
  3. 66. Zullen zij ook zalig worden, die geene goede werken doen?

    Antw.Neen zij, want de Heilige Schrift zegt, dat geen onkuische, afgodendienaar, echtbreker, hoereerder, dief, gierigaard, dronkaard, lasteraar, noch roover, noch dergelijke het rijk van God beërven zal, (1 Cor. 6:9, 10) tenzij zij zich tot God bekeeren.

    Bewijsteksten: 1 Korinthe 6:9-10; Mattheüs 3:10; Lukas 13:3
    • 1 Korinthe 6:9-10 Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven.
    • Mattheüs 3:10 En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
    • Lukas 13:3 Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan.
  4. 67. Waarin bestaat de bekeering des menschen?

    Antw.In een hartelijk leedwezen en vlieden van de zonden en in eenen ernstigen lust in het doen van alle goede werken.

    Bewijsteksten: 2 Korinthe 7:10; Psalm 119:101; Romeinen 7:22; Psalm 112:1; Psalm 34:15
    • 2 Korinthe 7:10 Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.
    • Psalm 119:101 Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
    • Romeinen 7:22 Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;
    • Psalm 112:1 Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.
    • Psalm 34:15 Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.

    Noot. 'en in eenen ernstigen lust' is de lezing van 1895 (op de scan nagezien); 1892, Reits en Höveker hebben 'en eenen'.

  5. 68. Wat zijn goede werken?

    Antw.Alleen die uit het waar geloof, naar de wet van God, Hem ter eere geschieden, en niet die op menschen-inzettingen of op ons goeddunken gegrond zijn.

    Bewijsteksten: Romeinen 14:23; Hebreeën 11:6; Mattheüs 15:9; Jesaja 8:20; 1 Korinthe 10:31; Kolossenzen 2:23
    • Romeinen 14:23 Maar die twijfelt, indien hij eet, is veroordeeld, omdat hij niet uit het geloof eet. En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde.
    • Hebreeën 11:6 Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.
    • Mattheüs 15:9 Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.
    • Jesaja 8:20 Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.
    • 1 Korinthe 10:31 Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.
    • Kolossenzen 2:23 Dewelke wel hebben een schijn rede van wijsheid in eigenwilligen gods dienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging van het vlees.
  6. 69. Kunnen zij, die tot God bekeerd zijn, de wet volkomenlijk houden?

    Antw.Neen zij toch, maar ook de allerheiligsten, zoolang zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid; doch alzoo, dat zij met een ernstig voornemen, niet alleen naar sommige, maar naar al de geboden Gods beginnen te leven, gelijk zij ook den Heere gedurig bidden om dagelijks daarin toe te nemen.

    Bewijsteksten: Jakobus 3:2; Psalm 143:2; 1 Korinthe 13:9; Romeinen 8:23; Filippenzen 3:12; Psalm 86:11
    • Jakobus 3:2 Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden.
    • Psalm 143:2 En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.
    • 1 Korinthe 13:9 Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;
    • Romeinen 8:23 En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
    • Filippenzen 3:12 Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.
    • Psalm 86:11 Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.

Tekst: Kort Begrip der Christelijke Religie, voor hen die zich willen begeven tot des Heeren Heilig Avondmaal. 15e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1895. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1895); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Met deze les begint het derde deel van het Kort Begrip. Het eerste deel ging over de ellende van de mens, het tweede over zijn verlossing. Dit deel gaat over de dankbaarheid die men God voor de verlossing schuldig is. Dezelfde volgorde vindt u in de Heidelbergse Catechismus. Wie verlost is, leeft niet meer voor zichzelf, maar voor God.

Niet om de hemel te verdienen

Vraag 64 stelt een vraag die veel mensen hebben. Als wij 'alleen uit genade door Christus zalig worden', waarom dan nog goede werken doen? Het antwoord begint met wat goede werken niet zijn: 'Niet om den hemel daarmede te verdienen, hetwelk Christus gedaan heeft'. De hemel is verdiend, door Christus alleen. Maar God heeft goede werken geboden. Paulus zegt dat wij zijn "geschapen in Christus Jezus tot goede werken". God wil dat Zijn kinderen daarin wandelen.

Waartoe goede werken dienen

Vraag 65 noemt drie doelen. Het eerste is dat ik God 'dankbaarheid voor al Zijne weldaden bewijze, en Hij door mij geprezen worde'. Bewijzen betekent hier: tonen. De Heere Jezus zegt: "Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt". Het tweede doel is zekerheid. Goede werken zijn vruchten van het geloof. Zoals men een boom kent aan zijn vruchten, zo blijkt de oprechtheid van het geloof uit een nieuw leven. Het derde doel is de naaste, die gesticht wordt, dat is: opgebouwd, en misschien voor Christus gewonnen.

Geen zaligheid zonder bekering

Vraag 66 is ernstig. Worden zij zalig die geen goede werken doen? Het antwoord is neen. Het boekje noemt een lange lijst uit 1 Korinthe 6: onkuisen, afgodendienaars, dieven, dronkaards en dergelijke zullen het rijk van God niet beërven. Beërven betekent: als erfenis ontvangen. Maar het antwoord eindigt met een opening: 'tenzij zij zich tot God bekeeren'. Paulus schrijft direct daarna: "En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen".

Waarin bestaat die bekering? Vraag 67 noemt twee kanten. De ene is 'een hartelijk leedwezen en vlieden van de zonden'. Leedwezen is verdriet, vlieden is vluchten. De andere is 'eenen ernstigen lust in het doen van alle goede werken'. Lust betekent hier: verlangen en blijdschap. Bekering is dus meer dan eenmaal spijt hebben. Het is een omkeer van het hart, weg van de zonde en naar God toe. Paulus zegt: "de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid".

Wat goede werken zijn

Niet alles wat goed lijkt, is een goed werk voor God. Vraag 68 noemt drie kenmerken. Een goed werk gebeurt 'uit het waar geloof', want "zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen". Het gebeurt 'naar de wet van God', niet naar wat mensen bedacht hebben. En het gebeurt tot Gods eer. Werken die 'op menschen-inzettingen of op ons goeddunken gegrond zijn', tellen niet. Een inzetting is een regel. Goeddunken betekent: wat wij zelf goed vinden.

Een klein beginsel

Kunnen bekeerden de wet dan volkomen houden? Het antwoord is eerlijk: 'Neen zij toch', dat is: nee, dat kunnen zij niet. Zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven 'maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid'. Een beginsel is een begin. Jakobus zegt: "Want wij struikelen allen in vele". Toch is dat begin echt. Zij beginnen met een ernstig voornemen te leven 'niet alleen naar sommige, maar naar al de geboden Gods'. En zij bidden de Heere dagelijks om daarin toe te nemen, met David: "Leer mij, HEERE! Uw weg".

Bijbelse onderbouwing

  • Efeze 2:10

    “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.”

    Gelovigen zijn in Christus geschapen tot goede werken, en daarom zijn die werken door God geboden, zoals vraag 64 zegt.

  • Johannes 15:8

    “Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.”

    Als de discipelen veel vrucht dragen, wordt de Vader verheerlijkt, het eerste doel van de goede werken in vraag 65.

  • 2 Korinthe 7:10

    “Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.”

    De droefheid naar God werkt een bekering waarvan men nooit spijt krijgt, en dat is het hartelijk leedwezen waarover vraag 67 spreekt.

  • Hebreeën 11:6

    “Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.”

    Zonder geloof kan niemand God behagen, en daarom moet een goed werk volgens vraag 68 uit het ware geloof voortkomen.

  • Jakobus 3:2

    “Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden.”

    Ook de gelovigen struikelen in vele dingen, en zo leert vraag 69 dat hun gehoorzaamheid nog maar een begin is.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Waarom doet een christen goede werken, als hij er de hemel toch niet mee kan verdienen?
  2. Welke drie doelen van de goede werken noemt vraag 65, en welk doel spreekt u het meest aan?
  3. Wat is het verschil tussen spijt hebben van de zonde en een echte bekering tot God?
  4. Waarom is een werk dat goed lijkt toch geen goed werk, als het niet uit het geloof voortkomt?
  5. Hoe kunt u blijven strijden tegen de zonde, terwijl u weet dat uw gehoorzaamheid in dit leven onvolmaakt blijft?

Samen leren thuis

Lees samen Efeze 2:8-10 en let op de volgorde: eerst genade, dan goede werken. Bedenk als gezin een concreet goed werk voor deze week, bijvoorbeeld iemand bezoeken die alleen is of een buurman helpen. Praat erover waarom u dat doet: niet om iets te verdienen, maar uit dankbaarheid. Leer daarna samen vraag 64 uit het hoofd.