Kort Begrip les 12: het gebed
In het kort
Les 12 van het Kort Begrip gaat over het gebed. Wij bidden tot God alleen, in de naam van Christus, om alles wat wij voor ziel en lichaam nodig hebben. Het Onze Vader leert hoe wij bidden. Het boekje sluit af met de vragen aan wie belijdenis doet.
De vragen en antwoorden van Kort Begrip, les 12
70. Wien moeten wij hierom bidden?
Antw.Niet eenig schepsel; maar alleen God die ons helpen kan, en om Jezus Christus wil verhooren wil.
Bewijsteksten: Mattheüs 4:10; Openbaring 19:10; Mattheüs 7:7; Efeze 3:20; Psalm 103:13; Hebreeën 4:14; Hebreeën 4:16
- Mattheüs 4:10 Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: Den Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.
- Openbaring 19:10 En ik viel neder voor zijn voeten, om hem te aanbidden, en hij zeide tot mij: Zie, dat gij dat niet doet; ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, die de getuigenis van Jezus hebben; aanbid God. Want de getuigenis van Jezus is de geest der profetie.
- Mattheüs 7:7 Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
- Efeze 3:20 Hem nu, Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt,
- Psalm 103:13 Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen.
- Hebreeën 4:14 Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.
- Hebreeën 4:16 Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
71. In wiens naam moeten wij God bidden?
Antw.Alleen in den naam van Christus, en niet in den naam van eenigen heilige.
Bewijsteksten: Johannes 16:23; Efeze 3:12; Jeremia 17:5
- Johannes 16:23 En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven.
- Efeze 3:12 In Denwelken wij hebben de vrijmoedigheid, en den toegang met vertrouwen, door het geloof aan Hem.
- Jeremia 17:5 Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!
72. Waarom moeten wij dezen God bidden?
Antw.Om alle geestelijke en lichamelijke nooddruft, welke de Heere Christus begrepen heeft in het gebed, dat Hij ons zelf geleerd heeft.
Bewijsteksten: Filippenzen 4:6; Johannes 6:27; Spreuken 30:8
- Filippenzen 4:6 Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;
- Johannes 6:27 Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.
- Spreuken 30:8 Ijdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels;
73. Hoe luidt dat gebed?
Antw.Onze Vader, die in de Hemelen zijt!
Uw naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den Hemel, alzoo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijksch brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.
Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Amen.
Bewijstekst: Mattheüs 6:9-13
- Mattheüs 6:9-13 Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.
Noot. De kopieerbron noemt hier geen bewijsplaats; het gebed staat in Mattheüs 6:9-13.
74. Wat begeert gij van God in dit gansche gebed?
Antw.Ten eerste, dat al wat dient tot Gods eer bevorderd worde, en daarentegen geweerd, dat dezelve verhindert of Zijnen wil wederstaat.
Ten andere, dat Hij mij met alle nooddruft naar het lichaam verzorge, en naar de ziel mij beware van alle kwaad, hetwelk mij aan mijne zaligheid zou mogen schadelijk zijn. Amen.
Als degenen, die zich tot de gemeente begeven willen, deze hoofdstukken in den grond bekend en beleden hebben, zoo vraagt men hun:
1. Of zij ook ergens, aangaande de Leer, eenigen twijfel hebben?
Opdat men hun moge genoeg doen. Indien iemand onder hen zegt: Ja, zoo zoekt men hem uit de Heilige Schrift te voldoen, en is het, dat zij allen gerust zijn, zoo vraagt men:
2. Of zij ook voorgenomen hebben, door Gods genade bij deze Leer te blijven, de wereld te verzaken, en een nieuw Christelijk leven te leiden?
Ten einde vraagt men ook:
3. Of zij zich aan de Christelijke straf willen onderwerpen?
Hetwelk gedaan hebbende, vermaant men hen tot vrede, liefde en eendracht met alle menschen, en tot vredemaking, indien iemand van hen met zijnen naaste iets uitstaande heeft.
Bewijsteksten: 2 Korinthe 13:11; Efeze 6:24
- 2 Korinthe 13:11 Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.
- Efeze 6:24 De genade zij met al degenen, die onzen Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid. Amen.
Tekst: Kort Begrip der Christelijke Religie, voor hen die zich willen begeven tot des Heeren Heilig Avondmaal. 15e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1895. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1895); niet gemoderniseerd. Over de tekst.
Uitleg om te leren en te bespreken
Het gebed hoort bij de dankbaarheid. Wie God kent, gaat ook tot Hem spreken. Vraag 70 begint met 'Wien moeten wij hierom bidden'. Het woordje hierom sluit aan bij het einde van vraag 69: de gelovigen bidden de Heere gedurig om dagelijks toe te nemen in de gehoorzaamheid. Nu leert het boekje tot Wie wij bidden, in wiens naam en waarom.
Tot God alleen
Vraag 70 zegt eerst: 'Niet eenig schepsel'. Dus geen engel, geen heilige en ook Maria niet. Toen de duivel Christus verzocht, antwoordde Hij: "Den Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen". Wij bidden alleen tot God, omdat Hij ons helpen kan en 'om Jezus Christus wil verhooren wil'. Hij kan helpen, want Hij is almachtig. De woorden 'om Jezus Christus wil' betekenen: omwille van Christus. Om Hem is God voor de gelovigen een Vader, Die Zich ontfermt over wie Hem vrezen.
Vraag 71 voegt eraan toe dat wij bidden 'Alleen in den naam van Christus, en niet in den naam van eenigen heilige'. In de naam van Christus bidden betekent: bidden op grond van wat Hij gedaan heeft, niet op grond van onszelf. Christus belooft: "Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven". Door Hem hebben wij "den toegang met vertrouwen".
Om alles wat wij nodig hebben
Vraag 72 vraagt waarom wij bidden. Waarom betekent hier: om wat. Het antwoord is: 'Om alle geestelijke en lichamelijke nooddruft'. Nooddruft betekent: wat men nodig heeft. Geestelijk is wat de ziel nodig heeft, zoals vergeving en de Heilige Geest. Lichamelijk is wat het lichaam nodig heeft, zoals voedsel en gezondheid. Niets is te klein om aan God te vragen. Paulus zegt: "laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God".
Het gebed dat Christus leerde
Al deze nooddruft heeft Christus samengevat 'in het gebed, dat Hij ons zelf geleerd heeft'. Vraag 73 geeft het Onze Vader letterlijk. Het begint bij God: Zijn Naam, Zijn Koninkrijk, Zijn wil. Daarna pas komen onze noden: het dagelijks brood, de vergeving en de bewaring in de verzoeking. Het eindigt weer bij God: 'Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid'.
Vraag 74 vat het hele gebed in twee begeerten samen. Begeren is verlangen. Ten eerste dat 'al wat dient tot Gods eer bevorderd worde'. Ten tweede dat God ons verzorgt naar het lichaam. En dat Hij ons naar de ziel bewaart 'van alle kwaad, hetwelk mij aan mijne zaligheid zou mogen schadelijk zijn'. Zo gaan Gods eer en onze zaligheid samen.
Wie belijdenis doet
Het boekje eindigt met wat er gebeurt met hen die zich 'tot de gemeente begeven willen', dat is: belijdenis doen. Zij moeten deze hoofdstukken 'in den grond bekend en beleden' hebben, dat is: grondig kennen en van harte belijden. Dan vraagt men drie dingen. Eerst of zij nog twijfel hebben aan de leer. Wie twijfelt, wordt niet weggestuurd: dan 'zoekt men hem uit de Heilige Schrift te voldoen', dat is: zijn vragen uit de Bijbel te beantwoorden.
Dan vraagt men of zij voorgenomen hebben 'door Gods genade bij deze Leer te blijven'. En ten slotte of zij zich 'aan de Christelijke straf' willen onderwerpen, dat is de tucht uit les 10. Daarna vermaant men hen 'tot vrede, liefde en eendracht met alle menschen'. Zo eindigt het Kort Begrip bij een oprechte belijdenis van het geloof.
Bijbelse onderbouwing
“Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: Den Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.”
Christus wijst de duivel af met het woord dat God alleen aanbeden moet worden, zoals vraag 70 zegt.
“En in dien dag zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij den Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven.”
Christus belooft dat de Vader geeft wat in Zijn Naam gebeden wordt, en daarom bidden wij volgens vraag 71 in Zijn naam.
“Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;”
Paulus leert alle begeerten bij God bekend te maken, de geestelijke en lichamelijke nooddruft van vraag 72.
“Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.”
Hier staat het gebed dat Christus Zelf Zijn discipelen leerde, het Onze Vader van vraag 73.
“Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.”
Omdat wij in Christus een grote Hogepriester hebben, mogen wij met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, en daarom bidden wij tot God alleen.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Waarom bidden wij niet tot een heilige of een engel, maar tot God alleen?
- Wat betekent het om in de naam van Christus te bidden, en wat betekent het niet?
- Waarom begint het Onze Vader met Gods Naam, Koninkrijk en wil, en pas daarna met onze noden?
- Welke van de drie vragen bij de belijdenis vindt u het meest ernstig, en waarom?
- Welke bede uit het Onze Vader bidt u zelf het minst, en hoe zou u daarin kunnen groeien?
Samen leren thuis
Bid deze week samen aan tafel het Onze Vader, langzaam en bede voor bede. Sta na elke bede even stil bij wat u vraagt. Laat de kinderen bij een bede een voorbeeld noemen uit hun eigen leven, zoals het dagelijks brood of vergeving na een ruzie. Leer daarna samen vraag 70 en vraag 71 uit het hoofd.