Borstius les 17: Wat de apostelen leren
In het kort
Les 17 is de laatste les van Borstius. Paulus, Petrus en Johannes waarschuwen voor gierigheid, dronkenschap, hoogmoed en liefde tot de wereld. Daarna wijst de Heere Jezus aan wat het meest nodig is: de spijs die niet vergaat, het Koninkrijk Gods, de vreze Gods en een naam in de hemel.
De vragen en antwoorden van Borstius, les 17
220. Wat zegt Paulus van de gierigheid?
Antw.Gierigheid is afgoderij en een wortel van alle kwaad.
Bewijstekst: Kolossenzen 3:5
- Kolossenzen 3:5 Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.
221. Waarmede moeten wij dan tevreden zijn?
Antw.Met kost en kleederen.
Bewijstekst: 1 Timotheüs 6:8
- 1 Timotheüs 6:8 Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn.
222. Waarom dat?
Antw.Omdat wij niets in de wereld gebracht hebben, en wij zullen daar ook niets uitdragen.
Bewijstekst: 1 Timotheüs 6:7
- 1 Timotheüs 6:7 Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen.
223. Wat zegt hij van de dronkaards?
Antw.Dat zij geen deel hebben in het Koninkrijk Gods.
Bewijstekst: 1 Korinthe 6:10
- 1 Korinthe 6:10 Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven.
224. Wat zegt Petrus van de hoovaardigen?
Antw.God wederstaat de hoovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.
Bewijstekst: 1 Petrus 5:5
- 1 Petrus 5:5 Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
225. Waardoor wordt de duivel verdreven?
Antw.Door een vast geloof.
Bewijstekst: 1 Petrus 5:9
- 1 Petrus 5:9 Denwelken wederstaat, vast zijnde in het geloof, wetende, dat hetzelfde lijden aan uw broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt.
226. Wat zegt Johannes van de wereld?
Antw.Kinderkens! hebt de wereld niet lief.
Bewijstekst: 1 Johannes 2:15
- 1 Johannes 2:15 Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.
227. Waar moet men meest om arbeiden?
Antw.Om de spijs die niet vergaat.
Bewijstekst: Johannes 6:27
- Johannes 6:27 Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.
228. Wat moet men allermeest zoeken?
Antw.Het Koninkrijk Gods.
Bewijstekst: Mattheüs 6:33
- Mattheüs 6:33 Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
229. Wien moet men het meest vreezen?
Antw.Hem, die lijf en ziel kan verderven in de Hel.
Bewijstekst: Mattheüs 10:28
- Mattheüs 10:28 En vreest u niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.
230. Waarover moet men het meest verblijd zijn?
Antw.Dat onze namen geschreven zijn in de Hemelen.
Bewijstekst: Lukas 10:20
- Lukas 10:20 Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.
Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.
Uitleg om te leren en te bespreken
Het boekje sluit af met korte lessen uit het Nieuwe Testament. Eerst spreken de apostelen Paulus, Petrus en Johannes. Zij waarschuwen voor zonden die het hart van God aftrekken. Daarna volgen woorden van de Heere Jezus Zelf over wat het belangrijkste is. Zo eindigt het boekje met blijdschap.
Gierigheid en tevredenheid
Vraag 220 noemt gierigheid 'afgoderij en een wortel van alle kwaad'. Gierig is wie altijd meer wil hebben en zijn geld niet kan loslaten. Het geld neemt dan de plaats van God in. Waarmee moeten wij dan tevreden zijn? Het boekje zegt: 'Met kost en kleederen', dat is met eten en kleding. De reden is eenvoudig: "wij hebben niets in de wereld gebracht", en wij nemen ook niets mee als wij sterven.
Dronkenschap en hoogmoed
Van de dronkaards zegt Paulus: 'Dat zij geen deel hebben in het Koninkrijk Gods'. Dat is een ernstig woord. Maar in hetzelfde hoofdstuk staat ook: "maar gij zijt afgewassen". Er is vergeving en reiniging in de Naam van de Heere Jezus.
Petrus waarschuwt tegen hovaardij, dat is hoogmoed: "God wederstaat de hovaardigen". Wederstaan betekent tegenstaan. Ook de duivel moet wederstaan worden. Vraag 225 zegt hoe: 'Door een vast geloof'. Dat is geen eigen kracht. Het geloof steunt op de Heere Jezus, Die sterker is dan de duivel.
De wereld niet liefhebben
Het boekje laat Johannes zeggen: 'Kinderkens! hebt de wereld niet lief'. Kinderkens is een liefdevol woord, zoals een vader tot zijn kinderen spreekt. Johannes gebruikt het vaker in zijn brief. Met de wereld bedoelt Johannes niet de schepping, maar alles wat zonder God leeft en ons van Hem aftrekt. Hij zegt ook: "de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid".
Wat het meest nodig is
Dan volgen vier vragen over wat het meest nodig is. Vraag 227 zegt waar wij het meest om moeten arbeiden: 'Om de spijs die niet vergaat'. Gewoon eten raakt op, maar de Heere Jezus geeft eeuwig leven. Dat leven verdienen wij niet met ons werk. De Heere Jezus zegt: "Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem".
Vraag 228 noemt wat wij allermeest moeten zoeken: 'Het Koninkrijk Gods'. Dat betekent: willen dat God Koning is over uw hart en uw leven. En wij moeten God het meest vrezen, want Hij kan "beide ziel en lichaam" verderven in de hel. Dat is ernstig, maar ook een troost: wie God vreest, hoeft mensen niet te vrezen.
Blij om een naam in de hemel
De laatste vraag van het boekje gaat over blijdschap. Het antwoord luidt: 'Dat onze namen geschreven zijn in de Hemelen'. De discipelen waren blij dat zelfs de duivelen hun onderworpen waren. De Heere Jezus wees hen op iets groters. Dat God iemands naam kent en bewaart, is meer waard dan alle kracht en eer. Wie wil weten of zijn naam daar staat, mag tot de Heere Jezus gaan, want Hij zegt: "die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen".
Bijbelse onderbouwing
“Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen.”
Omdat wij niets in de wereld brachten en er niets uit meenemen, leert Paulus tevreden te zijn met voedsel en kleding.
“Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”
God staat de hoogmoedigen tegen, maar de nederigen geeft Hij genade, zoals vraag 224 zegt.
“Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.”
Johannes waarschuwt dat wie de wereld liefheeft, de liefde des Vaders niet in zich heeft.
“Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.”
De Heere Jezus leert eerst het Koninkrijk Gods te zoeken, en belooft dat God voor de rest zal zorgen.
“Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.”
Meer dan om macht over de geesten mochten de discipelen blij zijn dat hun namen in de hemelen geschreven zijn.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Waarom noemt Borstius gierigheid een vorm van afgoderij?
- Welke dingen in uw leven kunnen u van God aftrekken, zoals Johannes over de wereld schrijft?
- Wat is het verschil tussen de spijs die vergaat en de spijs die niet vergaat?
- Waarom noemt de Heere Jezus het de grootste blijdschap als iemands naam in de hemel geschreven is?
Samen leren thuis
Dit is de laatste les van het boekje. Lees samen Mattheüs 6:25-34 en praat over zorgen en tevredenheid. Laat elk kind iets noemen waarvoor het God wil danken. Leer daarna samen vraag 228 en 230 uit het hoofd. Herhaal in de komende weken af en toe een vraag uit eerdere lessen, zodat het geleerde blijft.