Borstius les 16: De Heere Jezus
In het kort
Les 16 van Borstius gaat over de Heere Jezus. Hij werd te Bethlehem geboren en groeide op in Nazareth. Herodes wilde Hem doden, maar God bewaarde Hem. Daarna volgen Zijn twaalf apostelen, Zijn wonderen, de rijke man en Lazarus, en Zijn vriendelijk woord over de kinderen.
De vragen en antwoorden van Borstius, les 16
206. Waar werd de Heere Jezus geboren?
Antw.Te Bethlehem.
Bewijstekst: Mattheüs 2:1
- Mattheüs 2:1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen.
207. Waarom heet Hij dan Jezus van Nazareth?
Antw.Omdat Hij daar is opgevoed.
Bewijstekst: Mattheüs 2:23
- Mattheüs 2:23 En daar gekomen zijnde, nam hij zijn woonplaats in de stad, genaamd Nazareth; opdat vervuld zou worden, wat door de profeten gezegd is, dat Hij Nazarener zal geheten worden.
208. Op welken tijd is Hij geboren?
Antw.In de dagen van den Koning Herodes.
Bewijstekst: Mattheüs 2:1
- Mattheüs 2:1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen.
209. Hoe wist Herodes dat?
Antw.De Wijzen uit het Oosten kwamen het zeggen.
210. Waaruit wisten zij dat?
Antw.Zij hadden Zijne ster gezien.
Bewijsteksten: Mattheüs 2:7; Mattheüs 2:9
- Mattheüs 2:7 Toen heeft Herodes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstiglijk van hen den tijd, wanneer de ster verschenen was;
- Mattheüs 2:9 En zij, den koning gehoord hebbende, zijn heengereisd; en ziet, de ster, die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kindeken was.
211. Wat deed Herodes toen?
Antw.Hij liet al de kinderkens te Bethlehem dooden.
212. Doodde hij den Heere Christus ook?
Antw.Neen; die was gevlucht in Egypte.
Bewijstekst: Mattheüs 2:13-14
- Mattheüs 2:13-14 Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden. Hij dan opgestaan zijnde, nam het Kindeken en Zijn moeder tot zich in den nacht, en vertrok naar Egypte;
213. Hoe oud was Hij toen Hij begon te prediken?
Antw.Dertig jaren.
Bewijstekst: Lukas 3:23
- Lukas 3:23 En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen, zijnde (alzo men meende) de zoon van Jozef, den zoon van Heli,
214. Hoeveel Apostelen had hij?
Antw.Twaalf.
Bewijstekst: Mattheüs 10:1
- Mattheüs 10:1 En Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen hebbende, heeft Hij hun macht gegeven over de onreine geesten, om dezelve uit te werpen, en om alle ziekte en alle kwaal te genezen.
215. Welke wonderen deed Hij?
Antw.Hij maakte de zieken gezond, en de dooden levend.
Bewijstekst: Mattheüs 11:5
- Mattheüs 11:5 De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd.
216. Waarom voer de rijke man in de Hel?
Antw.Omdat hij Lazarus niet wilde geven de kruimkens, die van zijne tafel vielen.
Bewijstekst: Lukas 16:19-23
- Lukas 16:19-23 En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren. En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham. En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.
217. Waar voer Lazarus heen?
Antw.De Engelen droegen hem in Abrahams schoot.
218. Waar is dat?
Antw.In den Hemel.
219. Wat zegt Christus van de kinderen?
Antw.Laat de kinderkens tot Mij komen, want het Koninkrijk der Hemelen komt hun toe.
Bewijstekst: Mattheüs 19:14
- Mattheüs 19:14 Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen.
Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.
Uitleg om te leren en te bespreken
Na de verhalen uit het Oude Testament komt het boekje bij Hem over Wie de hele Bijbel spreekt: de Heere Jezus. De vragen zijn kort, zodat ook jonge kinderen ze kunnen leren. Ze vertellen waar Hij geboren is, hoe God Hem bewaarde, wat Hij deed en wat Hij leerde. Hij kwam niet zomaar. De engel zei tegen Jozef: "want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden".
Geboren in Bethlehem
Vraag 206 noemt Bethlehem als de plaats waar de Heere Jezus geboren werd. Waarom heet Hij dan Jezus van Nazareth? 'Omdat Hij daar is opgevoed', dat wil zeggen: daar is Hij opgegroeid. Vraag 208 noemt de tijd: 'In de dagen van den Koning Herodes'. Wijzen uit het Oosten kwamen naar Jeruzalem, want zij hadden Zijn ster gezien. Zij zeiden: "wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten".
Herodes en de vlucht naar Egypte
Herodes schrok van het nieuws over een nieuwe Koning. Hij liet 'al de kinderkens te Bethlehem dooden'. Kinderkens zijn kleine kinderen. Het was een vreselijke daad van een wrede koning. Maar het Kind Jezus was er niet meer. God had Jozef in een droom gewaarschuwd, en Jozef was met "het Kindeken en Zijn moeder" naar Egypte gevlucht. Niemand kan Gods plan tegenhouden.
Zijn prediking en Zijn wonderen
De Heere Jezus begon te prediken toen Hij ongeveer dertig jaar was. Hij riep twaalf apostelen. Een apostel is iemand die door Hem uitgezonden wordt. Vraag 215 noemt Zijn wonderen: 'Hij maakte de zieken gezond, en de dooden levend'. Daarmee liet Hij zien dat Hij de beloofde Zaligmaker is. Hij zei Zelf: "de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd".
De rijke man en Lazarus
Dan volgt wat de Heere Jezus vertelde over de rijke man en de arme Lazarus. De rijke man leefde "allen dag vrolijk en prachtig", terwijl Lazarus ziek en hongerig voor zijn poort lag. Hij gaf hem niet eens 'de kruimkens, die van zijne tafel vielen'. Zijn hart was vol van zichzelf en had geen plaats voor God en de naaste. Toen hij stierf, kwam hij in de hel.
Lazarus werd door de engelen 'in Abrahams schoot' gedragen. Vraag 218 zegt waar dat is: 'In den Hemel'. Daar is hij bij God. Lazarus kwam daar niet omdat hij arm was. In Abrahams schoot zijn zij die, net als Abraham, de Heere geloven. Paulus noemt Abraham "een vader van allen, die geloven".
Laat de kinderkens komen
De les eindigt met een vriendelijk woord. De discipelen wilden de kinderen wegsturen, maar de Heere Jezus zei: "Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen". Vraag 219 voegt eraan toe: 'want het Koninkrijk der Hemelen komt hun toe'. De Heere Jezus stuurt de kinderen dus niet weg. Zijn Koninkrijk is ook voor kinderen. Hij legde hun de handen op en zegende hen. Ook nu mogen kinderen met hun vragen en zonden tot Hem komen.
Bijbelse onderbouwing
“Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen.”
De Koning der Joden werd niet in het paleis van Herodes geboren, maar in het kleine Bethlehem, zoals vraag 206 zegt.
“Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden. Hij dan opgestaan zijnde, nam het Kindeken en Zijn moeder tot zich in den nacht, en vertrok naar Egypte;”
God waarschuwde Jozef in een droom, zodat het Kind veilig naar Egypte kon vluchten.
“En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren. En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham. En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.”
De rijke man leefde voor zichzelf en lette niet op de arme Lazarus, en na zijn dood was hij in de pijn.
“Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen.”
De Heere Jezus wil niet dat iemand de kinderen tegenhoudt om tot Hem te komen.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Waarom kon Herodes de Heere Jezus niet doden, hoe hard hij het ook probeerde?
- Wat laten de wonderen van de Heere Jezus zien over Wie Hij is?
- Wat ging er mis in het hart van de rijke man, en hoe kunt u daarvoor waken?
- Wat betekent het voor u dat de Heere Jezus zegt dat kinderen tot Hem mogen komen?
Samen leren thuis
Lees samen Mattheüs 2 en kijk, als u die hebt, naar een plaat of kaart met Bethlehem, Nazareth en Egypte. Laat de kinderen aanwijzen waar de Heere Jezus geboren werd en waar Hij opgroeide. Leer daarna samen vraag 219 uit het hoofd. Sluit af met een gebed waarin u de kinderen bij de Heere Jezus brengt.