Ga naar hoofdinhoud

Borstius les 15: Elia, Daniël en Jona

In het kort

Les 15 van Borstius laat zien hoe God Zijn knechten bewaart en Zijn macht toont. Elia staat tegenover de profeten van Baäl, drie jongelingen gaan de oven in en Daniël de leeuwenkuil. Jona vlucht voor God, maar wordt teruggebracht, en Nineve bekeert zich.

De vragen en antwoorden van Borstius, les 15

  1. 185. Welken afgod hebben zij het meest gediend?

    Antw.Den Baäl.

    Bewijstekst: 1 Koningen 18:21
    • 1 Koningen 18:21 Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.
  2. 186. Wat deed de Propheet Elia?

    Antw.Hij doodde al de Propheten Baäls.

    Bewijstekst: 1 Koningen 18:40
    • 1 Koningen 18:40 En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar.
  3. 187. Wat deed hij nog meer?

    Antw.Hij bad dat het niet regenen zou, en het regende niet in drie jaren en zes maanden.

    Bewijstekst: 1 Koningen 17:1
    • 1 Koningen 17:1 En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
  4. 188. Bad hij toen wederom dat het regenen zou?

    Antw.Ja; en de Hemel gaf regen.

    Bewijstekst: 1 Koningen 18:45
    • 1 Koningen 18:45 En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.
  5. 189. Hoe spijsde God Elia?

    Antw.De raven brachten hem brood.

    Bewijstekst: 1 Koningen 17:6
    • 1 Koningen 17:6 En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.
  6. 190. Wat dronk hij?

    Antw.Water uit de beke Krith.

    Bewijstekst: 1 Koningen 17:4
    • 1 Koningen 17:4 En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.
  7. 191. Wat liet Nebukadnesar maken?

    Antw.Hij liet een beeld maken om te aanbidden.

    Bewijstekst: Daniël 3:1
    • Daniël 3:1 De koning Nebukadnezar maakte een beeld van goud, welks hoogte was zestig ellen, zijn breedte zes ellen; hij richtte het op in het dal Dura, in het landschap van Babel.
  8. 192. Waren er eenigen die dit niet wilden doen?

    Antw.Ja; drie Jongelingen.

    Bewijstekst: Daniël 3:12
    • Daniël 3:12 Er zijn Joodse mannen, die gij over de bediening van het landschap van Babel gesteld hebt, Sadrach, Mesach en Abed-nego; deze mannen hebben, o koning! op u geen acht gesteld; uw goden eren zij niet, en zij bidden het gouden beeld niet aan, hetwelk gij opgericht hebt.
  9. 193. Was de Koning daarom niet toornig op hen?

    Antw.Ja; hij liet ze werpen in den brandenden oven.

    Bewijstekst: Daniël 3:21
    • Daniël 3:21 Toen werden die mannen gebonden in hun mantels, hun broeken, en hun hoeden, en hun andere klederen, en zij wierpen hen in het midden van den oven des brandenden vuurs.
  10. 194. Stierven zij daarin?

    Antw.Neen; zij kwamen levend daaruit.

  11. 195. Waren zij niet gebrand?

    Antw.Neen; hunne kleederen waren niet eens gezengd.

    Bewijsteksten: Daniël 3:25; Daniël 3:27
    • Daniël 3:25 Hij antwoordde en zeide: Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden.
    • Daniël 3:27 Toen vergaderden de stadhouders, de overheden, en de landvoogden, en de raadsheren des konings, deze mannen beziende, omdat het vuur over hun lichamen niet geheerst had, en dat het haar huns hoofds niet verbrand was, en hun mantels niet veranderd waren, ja, dat de reuk des vuurs daardoor niet gegaan was.
  12. 196. Waarom werd Daniël in den leeuwenkuil geworpen?

    Antw.Omdat hij alle dagen driemaal God aanbad.

    Bewijsteksten: Daniël 6:11; Daniël 6:17
    • Daniël 6:11 Toen nu Daniel verstond, dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis (hij nu had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan), en hij knielde drie tijden 's daags op zijn knieen, en hij bad, en deed belijdenis voor zijn God, ganselijk gelijk hij voor dezen gedaan had.
    • Daniël 6:17 Toen beval de koning, en zij brachten Daniel voor, en wierpen hem in den kuil der leeuwen; en de koning antwoordde en zeide tot Daniel: Uw God, Dien gij geduriglijk eert, Die verlosse u!
  13. 197. Werd hij niet opgegeten?

    Antw.Neen; God heeft der leeuwen muil toegehouden.

    Bewijstekst: Daniël 6:23-24
    • Daniël 6:23-24 Mijn God heeft Zijn engel gezonden, en Hij heeft den muil der leeuwen toegesloten, dat zij mij niet beschadigd hebben, omdat voor Hem onschuld in mij gevonden is; ook heb ik, o koning! tegen u geen misdaad gedaan. Toen werd de koning bij zichzelven zeer vrolijk, en zeide, dat men Daniel uit den kuil trekken zou. Toen Daniel uit den kuil opgetrokken was, zo werd er geen schade aan hem gevonden, dewijl hij in zijn God geloofd had.
  14. 198. Wat zeide God tot Jona?

    Antw.Ga naar Ninevé, en predik tegen haar.

    Bewijstekst: Jona 1:2
    • Jona 1:2 Maak u op, ga naar de grote stad Nineve, en predik tegen haar; want hunlieder boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht.
  15. 199. Deed hij dat?

    Antw.Neen, hij voer op de zee.

    Bewijstekst: Jona 1:3
    • Jona 1:3 Maar Jona maakte zich op om te vluchten naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN; en hij kwam af te Jafo, en vond een schip, gaande naar Tarsis, en hij gaf de vracht daarvan, en ging neder in hetzelve, om met henlieden te gaan naar Tarsis, van het aan gezicht des HEEREN.
  16. 200. Waar kwam hij toen?

    Antw.Hij werd in de zee geworpen.

    Bewijstekst: Jona 1:15
    • Jona 1:15 En zij namen Jona op, en wierpen hem in de zee. Toen stond de zee stil van haar verbolgenheid.
  17. 201. Verdronk hij niet?

    Antw.Neen; God beschikte een grooten visch, die hem inslokte.

    Bewijstekst: Jona 1:17
    • Jona 1:17 De HEERE nu beschikte een groten vis, om Jona in te slokken; en Jona was in het ingewand van den vis, drie dagen en drie nachten.
  18. 202. Stierf hij niet in den walvisch?

    Antw.Neen; na drie dagen spoog de visch hem uit.

    Bewijstekst: Jona 2:10
    • Jona 2:10 De HEERE nu sprak tot den vis; en hij spuwde Jona uit op het droge.
  19. 203. Waar ging hij toen?

    Antw.In de groote stad Ninevé om te prediken.

    Bewijstekst: Jona 3:3
    • Jona 3:3 Toen maakte zich Jona op, en ging naar Nineve, naar het woord des HEEREN. Nineve nu was een grote stad Gods, van drie dagreizen.
  20. 204. Wat predikte hij?

    Antw.Na veertig dagen zal Ninevé vergaan.

    Bewijstekst: Jona 3:4
    • Jona 3:4 En Jona begon in de stad te gaan, een dagreis; en hij predikte, en zeide: Nog veertig dagen, dan zal Nineve worden omgekeerd.
  21. 205. Is dat zoo geschied?

    Antw.Neen; zij bekeerden zich.

    Bewijstekst: Jona 3:9-10
    • Jona 3:9-10 Wie weet, God mocht Zich wenden, en berouw hebben; en Hij mocht Zich wenden van de hittigheid Zijns toorns, dat wij niet vergingen! En God zag hun werken, dat zij zich bekeerden van hun bozen weg; en het berouwde God over het kwaad, dat Hij gesproken had hun te zullen doen, en Hij deed het niet.

Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Het volk Israël diende de afgoden, en vraag 185 noemt de afgod die zij het meest dienden: Baäl. Deze les laat zien wat God doet als Zijn volk afdwaalt. Hij zendt profeten, Hij bewaart wie Hem trouw blijft, en Hij ontfermt Zich over wie zich bekeert.

Elia en de profeten van Baäl

Elia vroeg het volk hoe lang zij nog "op twee gedachten" zouden hinken. Hinken betekent: heen en weer zwaaien, zonder te kiezen. Toen God met vuur uit de hemel antwoordde, riep het volk: "De HEERE is God". Daarna doodde Elia al de profeten van Baäl, zoals vraag 186 zegt. Dat was geen eigen wraak. Gods wet zei van een profeet die in de naam van andere goden sprak: "dezelve profeet zal sterven".

Elia had ook gebeden dat het niet zou regenen. Drie jaar en zes maanden viel er geen regen. Toen bad hij opnieuw, 'en de Hemel gaf regen'. Jakobus schrijft dat Elia "een mens van gelijke bewegingen als wij" was. Dat betekent: een gewoon mens met dezelfde zwakheden. Toch hoorde God zijn gebed.

Brood van de raven

In die droge tijd zorgde God voor Elia. 'De raven brachten hem brood', zegt vraag 189, en de Bijbel zegt: "des morgens brood en vlees". Wat hij dronk, staat in vraag 190: 'Water uit de beke Krith'. Beke is een oud woord voor beek. Wie de Heere dient, mag weten dat Hij voor het dagelijks brood zorgt, ook langs wonderlijke wegen.

Trouw in de brandende oven

Koning Nebukadnezar liet een gouden beeld maken en beval iedereen het te aanbidden. Drie jongelingen weigerden: Sadrach, Mesach en Abed-nego. Een jongeling is een jonge man. Zij werden 'in den brandenden oven' geworpen, maar kwamen er levend uit. Zelfs 'hunne kleederen waren niet eens gezengd'. Gezengd betekent: een beetje verbrand. De koning zag vier mannen los in het vuur wandelen. De Heere liet hen niet alleen.

Daniël in de leeuwenkuil

Vraag 196 zegt waarom Daniël in de kuil geworpen werd: 'Omdat hij alle dagen driemaal God aanbad'. Hij bleef bidden, ook toen de koning het verboden had. Toch werd hij niet opgegeten, want 'God heeft der leeuwen muil toegehouden'. Een muil is de bek van een dier. Daniël zei zelf: "Mijn God heeft Zijn engel gezonden".

Jona en de grote stad

God gaf Jona de opdracht om in Nineve te prediken, maar hij vluchtte over zee. Hij werd in de zee geworpen. Toen "beschikte" de HEERE een groten vis, die hem inslokte. Beschikken betekent hier: klaarzetten, laten komen. Na drie dagen spuwde de vis hem uit.

Vraag 202 noemt hem een walvisch. Ook de Heere Jezus spreekt van "den buik van den walvis". Hij zegt dat Hij Zelf zo drie dagen "in het hart der aarde" zou zijn. Jona wijst dus vooruit naar het sterven en de opstanding van Christus.

Nu ging Jona wel. Hij predikte dat Nineve na veertig dagen zou vergaan. Toch werd de stad gespaard, want 'zij bekeerden zich'. God zag "dat zij zich bekeerden van hun bozen weg". Zo leert Jona dat de Heere genadig is voor wie zich bekeert, ook voor heidenen.

Bijbelse onderbouwing

  • 1 Koningen 18:21

    “Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.”

    Elia roept het volk op te kiezen tussen de HEERE en Baäl, omdat niemand op twee gedachten kan blijven hinken.

  • 1 Koningen 17:6

    “En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.”

    God gebruikte raven om Elia morgen en avond brood en vlees te brengen, zoals vraag 189 zegt.

  • Daniël 3:25

    “Hij antwoordde en zeide: Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden.”

    De koning zag vier mannen los in het vuur wandelen, en geen van hen was beschadigd.

  • Daniël 6:23-24

    “Mijn God heeft Zijn engel gezonden, en Hij heeft den muil der leeuwen toegesloten, dat zij mij niet beschadigd hebben, omdat voor Hem onschuld in mij gevonden is; ook heb ik, o koning! tegen u geen misdaad gedaan. Toen werd de koning bij zichzelven zeer vrolijk, en zeide, dat men Daniel uit den kuil trekken zou. Toen Daniel uit den kuil opgetrokken was, zo werd er geen schade aan hem gevonden, dewijl hij in zijn God geloofd had.”

    Daniël getuigt zelf dat God Zijn engel zond en de muil der leeuwen toesloot.

  • Jona 3:9-10

    “Wie weet, God mocht Zich wenden, en berouw hebben; en Hij mocht Zich wenden van de hittigheid Zijns toorns, dat wij niet vergingen! En God zag hun werken, dat zij zich bekeerden van hun bozen weg; en het berouwde God over het kwaad, dat Hij gesproken had hun te zullen doen, en Hij deed het niet.”

    God zag dat Nineve zich bekeerde, en Hij deed het kwaad niet dat Hij gesproken had.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Wat betekent het om op twee gedachten te hinken, en hoe kan dat ook bij ons gebeuren?
  2. Waarom bleef Daniël driemaal per dag bidden, ook toen het verboden was?
  3. Wanneer is het voor u moeilijk om anders te doen dan de mensen om u heen?
  4. Wat leert het verhaal van Jona over Gods ontferming, en over de Heere Jezus?

Samen leren thuis

Kies deze week elke avond één verhaal uit de les: Elia en de raven, de drie jongelingen, Daniël of Jona. Lees het voor uit de Bijbel of uit een kinderbijbel met platen. Laat de kinderen daarna in eigen woorden vertellen wat God deed. Leer samen vraag 196 en 197 uit het hoofd en bid, net als Daniël, op vaste tijden.