Borstius les 13: Simson, Job en de eerste koningen
In het kort
Les 13 van Borstius vertelt over Simson, de sterkste man, over Job, de geduldigste mens, en over de eerste koningen van Israël. David verslaat de reus Goliath, omdat die Gods volk bespot. Kinderen leren dat kracht en moed van de Heere komen, en dat Hij ook in het lijden geprezen wordt.
De vragen en antwoorden van Borstius, les 13
152. Wie was de sterkste man?
Antw.Simson.
153. Wat heeft Simson gedaan?
Antw.Een leeuw doodgeslagen.
Bewijstekst: Richteren 14:5-6
- Richteren 14:5-6 Alzo ging Simson, met zijn vader en zijn moeder, henen af naar Thimnath. Als zij nu kwamen tot aan de wijngaarden van Thimnath, ziet daar, een jonge leeuw, brullende hem tegemoet. Toen werd de Geest des HEEREN vaardig over hem, dat hij hem van een scheurde, gelijk men een bokje van een scheurt, en er was niets in zijn hand; doch hij gaf zijn vader en zijn moeder niet te kennen, wat hij gedaan had.
154. Wat nog meer?
Antw.Hij heeft driehonderd vossen gevangen.
155. Wat deed hij met die vossen?
Antw.Hij liet ze het koren der Philistijnen verderven.
156. Wat heeft hij nog gedaan?
Antw.Duizend Philistijnen geslagen met een ezels-kinnebak.
Bewijstekst: Richteren 15:15
- Richteren 15:15 En hij vond een vochtig ezelskinnebakken, en hij strekte zijn hand uit, en nam het, en sloeg daarmede duizend man.
157. Heeft hij nog iets zonderlings gedaan?
Antw.Ja; hij nam de poorten van de stad Gaza op zijne schouderen, en droeg ze op een berg.
Bewijstekst: Richteren 16:3
- Richteren 16:3 Maar Simson lag tot middernacht toe; toen stond hij op ter middernacht, en hij greep de deuren der stadspoort met de beide posten, en nam ze weg met den grendelboom, en legde ze op zijn schouderen, en droeg ze opwaarts op de hoogte des bergs, die in het gezicht van Hebron is.
158. Welke was zijne laatste daad?
Antw.Dat hij de pilaren van ’t huis omtrok, waarin de Philistijnen vergaderd waren.
Bewijstekst: Richteren 16:29
- Richteren 16:29 En Simson vatte de twee middelste pilaren, op dewelke het huis was gevestigd, en waarop het steunde, de enen met zijn rechterhand, en den anderen met zijn linkerhand;
159. Hoeveel menschen waren daar in?
Antw.Omtrent drie duizend mannen en vrouwen.
Bewijstekst: Richteren 16:27
- Richteren 16:27 Het huis nu was vol mannen en vrouwen; ook waren daar alle vorsten der Filistijnen; en op het dak waren omtrent drie duizend mannen en vrouwen, die toezagen, als Simson speelde.
160. Wie was de geduldigste mensch?
Antw.Job.
161. Wat zeide hij in zijn lijden?
Antw.De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de naam des Heeren zij geloofd.
Bewijstekst: Job 1:21
- Job 1:21 En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!
162. Wie was de eerste Koning in Israël?
Antw.Saul, de zoon van Kis.
Bewijstekst: 1 Samuël 10:1
- 1 Samuël 10:1 Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft?
163. Wie was zijn opvolger?
Antw.David, de zoon van Jesse.
Bewijstekst: 1 Samuël 16:13
- 1 Samuël 16:13 Toen nam Samuel den oliehoorn, en hij zalfde hem in het midden zijner broederen. En de Geest des HEEREN werd vaardig over David van dien dag af en voortaan. Daarna stond Samuel op, en hij ging naar Rama.
164. Wat was David eer hij Koning werd?
Antw.Een schaapherder.
165. Wat deed hij toen hij zijns vaders schapen hoedde?
Antw.Hij versloeg een leeuw en een beer.
Bewijstekst: 1 Samuël 17:36
- 1 Samuël 17:36 Uw knecht heeft zo den leeuw als den beer geslagen; alzo zal deze onbesneden Filistijn zijn, gelijk een van die, omdat hij de slagorden van den levenden God gehoond heeft.
166. Waarom deed hij dat?
Antw.Omdat zij een schaap genomen hadden.
Bewijstekst: 1 Samuël 17:34
- 1 Samuël 17:34 Toen zeide David tot Saul: Uw knecht weid de schapen zijns vaders, en er kwam een leeuw en een beer, en nam een schaap van de kudde weg.
167. Wat heeft David nog meer gedaan, eer hij Koning was?
Antw.Hij heeft den reus Goliath gedood.
168. Waarmede doodde hij hem?
Antw.Met een slingersteen.
Bewijsteksten: 1 Samuël 17:49; 1 Samuël 17:51
- 1 Samuël 17:49 En David stak zijn hand in de tas, en hij nam een steen daaruit, en hij slingerde, en trof den Filistijn in zijn voorhoofd; zodat de steen zonk in zijn voorhoofd, en hij viel op zijn aangezicht ter aarde.
- 1 Samuël 17:51 Daarom liep David, en stond op den Filistijn, en nam zijn zwaard, en hij trok het uit zijn schede, en hij doodde hem, en hij hieuw hem het hoofd daarmede af. Toen de Filistijnen zagen, dat hun geweldigste dood was, zo vluchtten zij.
169. Waarom deed hij dat?
Antw.Omdat Goliath Gods volk bespot had.
Bewijstekst: 1 Samuël 17:45
- 1 Samuël 17:45 David daarentegen zeide tot den Filistijn: Gij komt tot mij met een zwaard, en met een spies, en met een schild; maar ik kom tot u in den Naam van den HEERE der heirscharen, den God der slagorden van Israel, Dien gij gehoond hebt.
Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.
Uitleg om te leren en te bespreken
Drie mannen staan in deze les naast elkaar: Simson, Job en David. Het boekje vraagt telkens kort wie iemand was en wat hij deed. Achter die korte antwoorden ligt steeds dezelfde les. God geeft kracht, God geeft geduld en God geeft moed. Wie de verhalen samen met de kinderen leest, ziet dat de Heere Zelf de held is van elk verhaal.
Simson, de sterkste man
Vraag 152 noemt Simson de sterkste man. Toch kwam zijn kracht niet uit hemzelf. Toen een jonge leeuw hem aanviel, staat er: "Toen werd de Geest des HEEREN vaardig over hem". Vaardig worden betekent hier: met kracht over iemand komen.
Zo doodde Simson de leeuw. Later ving hij driehonderd vossen. Vraag 155 zegt wat hij met die vossen deed: 'Hij liet ze het koren der Philistijnen verderven'. Hij bond brandende fakkels aan hun staarten. Ook sloeg hij duizend Filistijnen met een ezelskinnebak. Een kinnebak is een kaakbeen. De Filistijnen heersten in die tijd over Israël.
Vraag 157 vraagt of hij nog iets zonderlings deed. Zonderling betekent hier: bijzonder en ongewoon. Simson droeg de poorten van Gaza op een berg. Zijn laatste daad was het zwaarst. Eerst riep hij tot de HEERE: "Heere, HEERE! gedenk toch mijner". Toen trok hij de pilaren om van het huis waar de Filistijnen vergaderd waren. Vraag 159 zegt hoeveel mensen daar waren: 'Omtrent drie duizend mannen en vrouwen'.
Daarbij stierf Simson zelf. Hij was geen volmaakt mens, maar God gebruikte hem. Al voor zijn geboorte was gezegd: "hij zal beginnen Israel te verlossen".
Job, de geduldigste mens
Dan vraagt het boekje naar 'de geduldigste mensch'. Dat is Job. Geduld is hier: stil blijven onder wat God zendt, zonder tegen Hem in opstand te komen. Job verloor op één dag zijn vee, zijn knechten en zijn kinderen. Toch zei hij: "De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd". Kinderen mogen leren dat ook verdriet uit Gods hand komt, en dat Hij daarin te vertrouwen blijft.
Saul en David gezalfd
Vraag 162 noemt 'Saul, de zoon van Kis' als de eerste koning in Israël. De profeet Samuël zalfde hem. Zalven betekent: olie uitgieten op iemands hoofd, als teken dat iemand door God voor een ambt is aangewezen. Later zalfde Samuël ook David, de zoon van Jesse. In de Statenvertaling heet zijn vader Isaï. Van David staat er: "de Geest des HEEREN werd vaardig over David". Wat was David voordat hij koning werd? Het boekje zegt: 'Een schaapherder'. Hij was een jongen die de schapen van zijn vader hoedde.
David tegenover de reus
Al bij de schapen toonde David moed. Een leeuw en een beer namen een schaap weg, en hij versloeg ze allebei. Een goede herder laat zijn schapen niet in de steek. Later stond David tegenover de reus Goliath. Vraag 168 zegt waarmee hij hem doodde: 'Met een slingersteen'. Vraag 169 zegt waarom hij dat deed: 'Omdat Goliath Gods volk bespot had'.
David vertrouwde niet op zijn slinger. Hij zei tegen de reus: "ik kom tot u in den Naam van den HEERE der heirscharen". Hij wist dat de HEERE Die hem uit de klauw van de leeuw had gered, hem ook nu zou redden. Zo leert deze les dat wij niet op eigen kracht hoeven te bouwen, want de Heere beschermt wie op Hem vertrouwt.
Bijbelse onderbouwing
“Alzo ging Simson, met zijn vader en zijn moeder, henen af naar Thimnath. Als zij nu kwamen tot aan de wijngaarden van Thimnath, ziet daar, een jonge leeuw, brullende hem tegemoet. Toen werd de Geest des HEEREN vaardig over hem, dat hij hem van een scheurde, gelijk men een bokje van een scheurt, en er was niets in zijn hand; doch hij gaf zijn vader en zijn moeder niet te kennen, wat hij gedaan had.”
Simson versloeg de jonge leeuw niet uit eigen kracht, want de Geest des HEEREN kwam over hem, zoals de bewijsplaats bij vraag 153 laat zien.
“En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!”
Job prees de Naam des HEEREN nadat hij alles verloren had, en daarom noemt Borstius hem de geduldigste mens.
“David daarentegen zeide tot den Filistijn: Gij komt tot mij met een zwaard, en met een spies, en met een schild; maar ik kom tot u in den Naam van den HEERE der heirscharen, den God der slagorden van Israel, Dien gij gehoond hebt.”
David ging de reus tegemoet in de Naam van de HEERE, de God van het volk dat Goliath had bespot.
“Verder zeide David: De HEERE, Die mij van de hand des leeuws gered heeft, en uit de hand des beers, Die zal mij redden uit de hand van dezen Filistijn. Toen zeide Saul tot David: Ga heen, en de HEERE zij met u!”
David wist dat de HEERE, Die hem van de leeuw en de beer had gered, hem ook van Goliath zou redden.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Waar kwam de kracht van Simson vandaan, volgens het verhaal van de jonge leeuw?
- Wat zei Job toen hij alles kwijt was, en waarom is dat zo bijzonder?
- Wanneer is het voor u moeilijk om, net als Job, de Heere te prijzen als Hij iets wegneemt?
- Wat betekent het voor u dat David niet op zijn slinger vertrouwde, maar op de Naam van de Heere?
Samen leren thuis
Lees samen met de kinderen 1 Samuël 17:32-50, het verhaal van David en Goliath. Laat een kind vertellen wat David bij zich had en wat Goliath bij zich had. Leer daarna samen vraag 160 en 161 uit het hoofd, het antwoord van Job. Bid aan tafel om moed en geduld, en dank de Heere dat Hij sterker is dan elke reus.