Ga naar hoofdinhoud

Borstius les 12: In de woestijn en de intocht in Kanaän

In het kort

Les 12 van Borstius gaat over het einde van de woestijnreis en de intocht in Kanaän. Korach en zijn mannen werden gestraft, Mozes stierf en God begroef hem. Onder Jozua ging het volk door de Jordaan, vielen de muren van Jericho, en zag Israël Gods oordeel en genade.

De vragen en antwoorden van Borstius, les 12

  1. 135. Wie waren de ergste oproermakers?

    Antw.Korah, Dathan en Abiram.

    Bewijstekst: Numeri 16:1-2
    • Numeri 16:1-2 Korach nu, de zoon van Jizhar, zoon van Kohath, zoon van Levi, nam tot zich zo Dathan als Abiram, zonen van Eliab, en On, den zoon van Peleth, zonen van Ruben. En zij stonden op voor het aangezicht van Mozes, mitsgaders tweehonderd en vijftig mannen uit de kinderen Israels, oversten der vergadering, de geroepenen der samenkomst, mannen van naam.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  2. 136. Hoe werden zij gestraft?

    Antw.De aarde heeft ze levend ingeslokt.

    Bewijstekst: Numeri 16:32
    • Numeri 16:32 En de aarde opende haar mond, en verslond hen met hun huizen, en allen mensen, die Korach toebehoorden, en al de have.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  3. 137. Hoe oud was Mozes toen hij stierf?

    Antw.Honderd en twintig jaar.

    Bewijstekst: Deuteronomium 34:7
    • Deuteronomium 34:7 Mozes nu was honderd en twintig jaren oud, als hij stierf; zijn oog was niet donker geworden, en zijn kracht was niet vergaan.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  4. 138. In welk land is hij begraven?

    Antw.In het land van Moab.

    Bewijstekst: Deuteronomium 34:6
    • Deuteronomium 34:6 En Hij begroef hem in een dal, in het land van Moab, tegenover Beth-Peor; en niemand heeft zijn graf geweten, tot op dezen dag.
  5. 139. Wie heeft hem begraven?

    Antw.God zelf begroef hem in een dal.

    Bewijstekst: Deuteronomium 34:6
    • Deuteronomium 34:6 En Hij begroef hem in een dal, in het land van Moab, tegenover Beth-Peor; en niemand heeft zijn graf geweten, tot op dezen dag.
  6. 140. Zijn er geen menschen bij geweest?

    Antw.Neen; niemand heeft ooit zijn graf geweten.

    Bewijstekst: Deuteronomium 34:6
    • Deuteronomium 34:6 En Hij begroef hem in een dal, in het land van Moab, tegenover Beth-Peor; en niemand heeft zijn graf geweten, tot op dezen dag.
  7. 141. Wie leidde de Israëlieten in ’t land Kanaän?

    Antw.Josua.

    Bewijstekst: Jozua 1:1
    • Jozua 1:1 Het geschiedde nu, na den dood van Mozes, den knecht des HEEREN, dat de HEERE tot Jozua, den zoon van Nun, den dienaar van Mozes, sprak, zeggende:
  8. 142. Hoe kwamen zij over de Jordaan in Kanaän?

    Antw.Zij gingen door de Jordaan droogvoets.

    Bewijstekst: Jozua 3:16
    • Jozua 3:16 Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op een hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt en die naar de zee des vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho.
  9. 143. Aten zij toen nog Manna?

    Antw.Neen; het regende toen niet meer.

    Bewijstekst: Jozua 5:12
    • Jozua 5:12 En het Manna hield op des anderen daags, nadat zij van des lands overjarige koren gegeten hadden; en de kinderen Israels hadden geen Manna meer, maar zij aten in hetzelve jaar van de inkomst des lands Kanaan.
  10. 144. Welke was de eerste stad daar zij aan kwamen?

    Antw.Jericho.

    Bewijstekst: Jozua 6:1
    • Jozua 6:1 (Jericho nu sloot de poorten toe, en was gesloten, voor het aangezicht van de kinderen Israels; er ging niemand uit, en er ging niemand in.)
  11. 145. Hoe kwamen zij daarin?

    Antw.De muren vielen vanzelve om.

    Bewijstekst: Jozua 6:20
    • Jozua 6:20 Het volk dan juichte, als zij met de bazuinen bliezen; en het geschiedde, als het volk het geluid der bazuin hoorde, zo juichte het volk met een groot gejuich; en de muur viel onder zich, en het volk klom in de stad, een ieder tegenover zich, en zij namen de stad in.
  12. 146. Hoe handelden zij met die stad?

    Antw.Zij verbrandden de stad.

    Bewijstekst: Jozua 6:24
    • Jozua 6:24 De stad nu verbrandden zij met vuur, en al wat daarin was; alleenlijk het zilver en goud, mitsgaders de koperen en ijzeren vaten, gaven zij tot den schat van het huis des HEEREN.
  13. 147. Lieten zij de menschen leven?

    Antw.Neen; zij doodden ze allen, behalve Rachab en hare vrienden.

    Bewijstekst: Jozua 6:25
    • Jozua 6:25 Dus liet Jozua de hoer Rachab leven, en het huisgezin haars vaders, en al wat zij had; en zij heeft gewoond in het midden van Israel tot op dezen dag, omdat zij de boden verborgen had, die Jozua gezonden had, om Jericho te verspieden.
  14. 148. Waarom doodden zij de menschen?

    Antw.God had het zoo bevolen.

  15. 149. Waarom lieten zij Rachab leven?

    Antw.Omdat zij de verspieders geherbergd had.

    Bewijstekst: Jozua 2:1
    • Jozua 2:1 Jozua nu, de zoon van Nun, had twee mannen, die heimelijk verspieden zouden, gezonden van Sittim, zeggende: Gaat heen, bezichtigt het land en Jericho. Zij dan gingen, en kwamen ten huize van een vrouw, een hoer, wier naam was Rachab, en zij sliepen daar.
  16. 150. Hoe werd Achan gestraft om zijne dieverij?

    Antw.Hij werd dood gesteenigd en verbrand.

    Bewijstekst: Jozua 7:25
    • Jozua 7:25 En Jozua zeide: Hoe hebt gij ons beroerd? De HEERE zal u beroeren te dezen dage! En gans Israel stenigde hem met stenen, en zij verbrandden hen met vuur, en zij overwierpen hen met stenen.
  17. 151. Welk wonder geschiedde er door Josua’s Gebed?

    Antw.Zon en maan stonden stil.

    Bewijstekst: Jozua 10:12
    • Jozua 10:12 Toen sprak Jozua tot den HEERE, ten dage als de HEERE de Amorieten voor het aangezicht de kinderen Israels overgaf, en zeide voor de ogen der Israelieten: Zon, sta stil te Gibeon, en gij, maan, in het dal van Ajalon!

Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Deze les vertelt hoe de reis door de woestijn eindigt en het volk in Kanaän komt. Kanaän is het land dat God aan Abraham en zijn nakomelingen beloofd had. Onderweg ging het niet altijd goed. De ergste oproermakers waren 'Korah, Dathan en Abiram'. Een oproermaker is iemand die anderen ophitst tegen het gezag. Zij kwamen in opstand tegen Mozes en Aäron, die God Zelf had aangesteld. Hun straf was zwaar: 'De aarde heeft ze levend ingeslokt'.

God begraaft Mozes

Mozes was 'Honderd en twintig jaar' toen hij stierf. Hij werd begraven 'In het land van Moab'. Wie begroef hem? Het antwoord is bijzonder: God Zelf 'begroef hem in een dal'. Er waren geen mensen bij, en 'niemand heeft ooit zijn graf geweten'. De Bijbel zegt: "en niemand heeft zijn graf geweten, tot op dezen dag". Mozes mocht het beloofde land zien, maar er niet in komen. Toch zorgde God voor Zijn knecht tot het einde.

Door de Jordaan naar Kanaän

Na de dood van Mozes leidde Jozua het volk; het boekje schrijft Josua. Ook nu deed God een wonder: 'Zij gingen door de Jordaan droogvoets'. Zo deed God opnieuw wat Hij bij de Rode Zee gedaan had. In Kanaän hield het manna op, want 'het regende toen niet meer'. Het volk at nu van de opbrengst van het land. God gaf brood in de woestijn zolang het nodig was, en daarna gaf Hij het land.

De muren van Jericho

De eerste stad was Jericho. Hoe kwamen zij daarin? 'De muren vielen vanzelve om'. Vanzelve betekent: vanzelf, zonder dat iemand ze omduwde. Zeven dagen trok het volk om de stad, en de priesters bliezen op de bazuinen. Op de zevende dag gingen zij er zevenmaal omheen, en toen juichte het volk. De brief aan de Hebreeën zegt: "Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen". Het was Gods werk en geen kracht van mensen. Daarna verbrandden zij de stad.

Oordeel en genade in Jericho

Vraag 147 en 148 zijn moeilijk. De mensen in Jericho werden gedood, 'behalve Rachab en hare vrienden'. Vrienden betekent hier: familie. De Bijbel noemt haar vader, haar moeder en haar broeders. Waarom? 'God had het zoo bevolen'. God is de rechtvaardige Rechter van de hele aarde. Lang daarvoor had Hij gezegd dat "de ongerechtigheid der Amorieten" toen nog niet volkomen was. Hij gaf de volken van Kanaän lang de tijd. Nu kwam Zijn oordeel. Dit was een bevel van God voor die tijd, en geen voorbeeld voor mensen nu.

Rachab bleef leven, 'Omdat zij de verspieders geherbergd had'. Herbergen betekent onderdak geven. Zij deed dat door het geloof. Zo blijkt dat God midden in Zijn oordeel genade bewijst.

Achan en de zon die stilstond

Achan nam uit Jericho zilver, goud en een mooi kleed, terwijl God had gezegd dat het voor Hem was. Het boekje noemt dat dieverij: stelen. Hij 'werd dood gesteenigd en verbrand'. Zo zag het volk dat God de zonde niet over het hoofd ziet. De les eindigt met een groot wonder door het gebed van Jozua: 'Zon en maan stonden stil'. Jozua zei: "Zon, sta stil te Gibeon". God hoort het gebed van Zijn knechten.

Bijbelse onderbouwing

  • Numeri 16:32

    “En de aarde opende haar mond, en verslond hen met hun huizen, en allen mensen, die Korach toebehoorden, en al de have.”

    De aarde opende haar mond over Korach en de zijnen, zoals vraag 136 vertelt.

  • Deuteronomium 34:6

    “En Hij begroef hem in een dal, in het land van Moab, tegenover Beth-Peor; en niemand heeft zijn graf geweten, tot op dezen dag.”

    God Zelf begroef Mozes in een dal in het land van Moab, en niemand kent zijn graf.

  • Jozua 6:20

    “Het volk dan juichte, als zij met de bazuinen bliezen; en het geschiedde, als het volk het geluid der bazuin hoorde, zo juichte het volk met een groot gejuich; en de muur viel onder zich, en het volk klom in de stad, een ieder tegenover zich, en zij namen de stad in.”

    Bij het geluid van de bazuin en het gejuich van het volk viel de muur van Jericho.

  • Hebreeën 11:31

    “Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, als zij de verspieders met vrede had ontvangen.”

    Rachab kwam door het geloof niet om, omdat zij de verspieders met vrede had ontvangen.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Waarom was de opstand van Korach tegen Mozes ook een opstand tegen God?
  2. Wat zegt het over God dat Hij Mozes Zelf begroef?
  3. Hoe kan God rechtvaardig oordelen over Jericho en tegelijk Rachab genadig sparen?
  4. Wat leert de geschiedenis van Achan u over zonde die verborgen lijkt?

Samen leren thuis

Bouw met de kinderen van blokken een kleine stad met muren, en vertel de geschiedenis van Jericho uit Jozua 6. Laat de kinderen zeven keer om de stad heen lopen voordat de muren omvallen. Praat daarna over Rachab, die door het geloof gespaard bleef. Leer samen vraag 144 en 145 uit het hoofd, met de antwoorden.

Bijbelse personen