Ga naar hoofdinhoud

Beth-Semes in de Bijbel

Beth-Semes (Hebreeuws) betekent huis van de zon. De naam stamt waarschijnlijk uit de Kanaänitische tijd en kan wijzen op een oude verering van de zon. Jozua 19:41 noemt in het gebied van Dan een Ir-Semes, stad van de zon; veel uitleggers houden die voor dezelfde plaats.

Beth-Semes was een priesterstad in Juda, aan de grens met het land van de Filistijnen. Hierheen brachten twee koeien de ark des HEEREN terug op een nieuwe wagen, terwijl de inwoners de tarweoogst in het dal maaiden (1 Samuël 6:12-13). Later versloeg Joas van Israël hier koning Amazia van Juda.

Ook bekend als: Bet-Semes, Beth-Sjemesj, Beth Shemesh, Ir-Semes, Tel Beth Shemesh

Ligging

Beth-Semes lag in het Sorekdal, waar het dal uit het bergland van Juda de laagte in komt, ten westen van Jeruzalem. De grens van Juda liep van de berg Jearim naar Beth-Semes en verder naar Timna (Jozua 15:10). De stad lag daarmee aan de weg van de Filistijnse vlakte naar het bergland: de koeien met de ark kwamen van Ekron, en de ark ging verder omhoog naar Kirjath-Jearim (1 Samuël 6:16, 21).

Vandaag

De ligging is zeker: Beth-Semes is Tel Beth Shemesh in Israël, een heuvel in het Sorekdal naast de moderne stad Beit Shemesh. Opgravingen in de twintigste eeuw en later hebben er bewoning uit de bronstijd en de ijzertijd blootgelegd, met onder meer een groot ondergronds waterreservoir uit de tijd van de koningen. Archeologen zien de stad als een grensplaats tussen Juda en het Filistijnse gebied.

Geschiedenis

Beth-Semes ligt op de noordgrens van Juda (Jozua 15:10) en werd met haar voorsteden aan de priesters, de kinderen van Aäron, gegeven (Jozua 21:16). De stad is vooral bekend uit de tijd na het verlies van de ark. De Filistijnen hadden de ark genomen (1 Samuël 4:11), maar de hand van de HEERE was zwaar op hen. Na zeven maanden zetten zij de ark op een nieuwe wagen, getrokken door twee zogende koeien waarvan de kalveren thuis werden gehouden. Namen de koeien de weg naar Beth-Semes, dan had de God van Israël hen geslagen (1 Samuël 6:9). "De koeien nu gingen recht in dien weg, op den weg naar Beth-Semes" (1 Samuël 6:12). De mensen van Beth-Semes maaiden de tarwe in het dal en verblijdden zich toen zij de ark zagen (1 Samuël 6:13). Op de akker van Jozua de Beth-semiet bleef de wagen staan bij een grote steen. Het hout van de wagen werd gekloofd en de koeien werden als brandoffer geofferd. De Levieten zetten de ark op de steen, en de mannen van Beth-Semes brachten brandoffers en slachtoffers (1 Samuël 6:14-15). Daarna sloeg de HEERE hen, "omdat zij in de ark des HEEREN gezien hadden" (1 Samuël 6:19). De Statenvertaling heeft daar: "zeventig mannen, en vijftig duizend mannen"; hoe dat getal te verstaan is, wordt verschillend uitgelegd. De inwoners zonden boden naar Kirjath-Jearim om de ark op te halen (1 Samuël 6:21). Onder Salomo hoorde de stad bij een van zijn gebieden (1 Koningen 4:9). Amazia van Juda daagde Joas van Israël uit; bij Beth-Semes werd Juda verslagen en Amazia gevangengenomen (2 Koningen 14:11-13). Onder Achaz namen de Filistijnen de stad in (2 Kronieken 28:18).

Betekenis in de Bijbel

Beth-Semes is in de Bijbel de stad waar de ark terugkwam in Israël. De terugkeer liet zien dat de HEERE niet met de ark gevangen was genomen. Hij Zelf had de Filistijnen geslagen en Hij leidde de koeien tegen hun natuur in, weg van hun kalveren, recht naar Juda. De vreugde over de ark sloeg om in rouw. De mensen van Beth-Semes keken in de ark en werden geslagen. Hun vraag wordt in de Schrift bewaard: "Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God" (1 Samuël 6:20). Daarna bleef de ark in Kirjath-Jearim; na twintig jaar klaagde het hele huis van Israël de HEERE achterna (1 Samuël 7:2). Later was Beth-Semes het slagveld van een broederoorlog. Amazia wilde zich na zijn overwinning op Edom met Israël meten en werd daar vernederd (2 Koningen 14:10-13). Dat Beth-Semes onder Achaz in handen van de Filistijnen viel, laat zien hoe kwetsbaar de grens was in een tijd van ontrouw (2 Kronieken 28:18-19).

Sleutelgebeurtenissen in Beth-Semes

1

De koeien nemen de weg naar Beth-Semes

Twee zogende koeien trekken de wagen met de ark rechtstreeks naar Beth-Semes, al loeiend en zonder af te wijken. De vorsten van de Filistijnen volgen tot de grens.

1 Samuël 6:12

2

Vreugde en offer op de akker van Jozua

De maaiers zien de ark en verblijden zich. De Levieten zetten de ark op een grote steen en het volk brengt brandoffers aan de HEERE.

1 Samuël 6:13-15

3

Het oordeel over het kijken in de ark

De HEERE slaat de mensen van Beth-Semes omdat zij in de ark gekeken hebben. Zij vragen wie voor deze heilige God kan bestaan en laten de ark naar Kirjath-Jearim halen.

1 Samuël 6:19-21

4

Amazia verslagen door Joas van Israël

Bij Beth-Semes wordt het leger van Juda verslagen. Joas van Israël neemt Amazia gevangen en breekt een stuk van de muur van Jeruzalem af.

2 Koningen 14:11-13

5

De Filistijnen nemen Beth-Semes in

In de tijd van koning Achaz vallen de Filistijnen de laagte van Juda binnen en nemen Beth-Semes en andere steden in.

2 Kronieken 28:18

Theologische betekenis

Beth-Semes laat zien dat de heiligheid van God niet alleen voor Zijn vijanden een gevaar is. De Filistijnen leden onder de ark, maar ook Israël mocht niet met de ark omgaan als met een buitgemaakt voorwerp. De wet had bepaald dat zelfs de Levieten die het heiligdom droegen, niet mochten binnengaan om het te zien (Numeri 4:20). De vraag van de inwoners, wie voor deze heilige God kan bestaan, is een van de kernvragen van de hele Schrift. Het antwoord op die vraag wijst de wet al aan in het verzoendeksel en het bloed van de verzoening (Leviticus 16). Gereformeerde uitleggers wijzen erop dat alleen door een Middelaar een zondaar in de nabijheid van de heilige God kan komen. Beth-Semes leert eerbied: de HEERE is dichtbij gekomen, maar Hij blijft heilig, en Hij laat Zich niet gebruiken.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Beth-Semes in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Beth-Semes

Waar lag Beth-Semes?

Beth-Semes lag in het Sorekdal, ten westen van Jeruzalem, waar het bergland van Juda overgaat in de laagte naar de Filistijnse vlakte. Het was een grensstad van Juda (Jozua 15:10). De plaats is Tel Beth Shemesh in Israël, naast de moderne stad Beit Shemesh. Die identificatie is algemeen aanvaard.

Wat betekent de naam Beth-Semes?

Beth-Semes betekent huis van de zon. Semes is het gewone Hebreeuwse woord voor zon. De naam gaat waarschijnlijk terug op de tijd van de Kanaänieten en kan wijzen op een plaats waar de zon werd vereerd. Jozua 19:41 noemt in het erfdeel van Dan een Ir-Semes, stad van de zon, die veel uitleggers voor dezelfde plaats houden.

Wat gebeurde er met de ark in Beth-Semes?

De Filistijnen stuurden de ark terug op een nieuwe wagen met twee zogende koeien. De koeien gingen rechtstreeks naar Beth-Semes, waar de mensen de tarweoogst maaiden en zich verblijdden. Op de akker van Jozua de Beth-semiet werd de ark op een grote steen gezet en werden offers gebracht. Daarna sloeg de HEERE hen die in de ark gekeken hadden, en de ark werd naar Kirjath-Jearim gebracht (1 Samuël 6).

Wat was de grote steen in Beth-Semes?

Op de akker van Jozua, den Beth-semiet, bleef de wagen met de ark staan bij een grote steen (1 Samuël 6:14). De Levieten zetten de ark en het koffertje met de gouden kleinoden op die steen, en de mannen van Beth-Semes brachten er brandoffers en slachtoffers (1 Samuël 6:15). De schrijver noemt de steen Abel en zegt dat hij er "tot op dezen dag" lag (1 Samuël 6:18). Waar die akker lag, is niet bekend.

Zijn er meer plaatsen met de naam Beth-Semes?

Ja. Behalve de stad in Juda noemt de Bijbel een Beth-Semes in het gebied van Issaschar (Jozua 19:22) en een in Naftali, waar de Kanaänieten bleven wonen (Jozua 19:38, Richteren 1:33). Jeremia 43:13 spreekt van de beelden van Beth-Semes in Egypteland; dat is waarschijnlijk de Egyptische zonnestad die de Grieken Heliopolis noemden. Deze pagina gaat over de stad in Juda.

Wat gebeurde er bij Beth-Semes in de tijd van de koningen?

Koning Amazia van Juda daagde Joas, de koning van Israël, uit. Joas waarschuwde hem met een gelijkenis van de distel en de ceder, maar Amazia luisterde niet. Bij Beth-Semes werd Juda verslagen, Amazia gevangengenomen en een stuk van de muur van Jeruzalem afgebroken (2 Koningen 14:8-14). Deze Joas van Israël is een andere dan Joas, de koning van Juda.

Wat is er vandaag van Beth-Semes te zien?

Tel Beth Shemesh is een opgegraven heuvel in het Sorekdal in Israël. Archeologen vonden er resten van een stad uit de bronstijd en de ijzertijd, met onder meer een groot ondergronds waterreservoir uit de tijd van de koningen. De moderne stad Beit Shemesh ligt vlakbij en draagt de oude naam.

Bijbelverhalen in Beth-Semes

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Beth-Semes

Bijbelhoofdstukken die zich in Beth-Semes afspelen

Leer meer over Beth-Semes met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Beth-Semes? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder