Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~1400 v.Chr.

Jannes en Jambres in de Bijbel

Iannes en Iambres (Ἰάννης en Ἰαμβρῆς, Grieks) - “Betekenis onzeker”

Wie waren Jannes en Jambres?

Jannes en Jambres waren volgens Paulus de tovenaars van Farao die Mozes tegenstonden (2 Timotheüs 3:8). Exodus vertelt zonder namen hoe zij de eerste tekenen nadeden, maar bij de luizen faalden. Hun namen komen uit de joodse overlevering, die Paulus waarschijnlijk kende en als voorbeeld gebruikte.

Jannes en Jambres staan bij naam alleen in 2 Timotheüs 3:8. Paulus waarschuwt daar voor mensen in de laatste dagen die "een gedaante van godzaligheid" hebben, "maar die de kracht derzelve verloochend hebben" (2 Timotheüs 3:5). Hij vergelijkt hen met twee figuren uit de tijd van Mozes: "Gelijkerwijs nu Jannes en Jambres Mozes tegenstonden, alzo staan ook deze de waarheid tegen" (2 Timotheüs 3:8). Het verhaal zelf staat in Exodus 7 tot 9, maar daar heten zij alleen "de wijzen en de guichelaars" en "de Egyptische tovenaars" (Exodus 7:11). Farao riep hen toen Aarons staf voor zijn ogen een draak werd. Zij deden hetzelfde met hun staven, maar "Aarons staf verslond hun staven" (Exodus 7:12). Bij de eerste twee plagen, het bloed en de vorsen, deden zij het teken na. Bij de luizen lukte het niet meer, en zij moesten erkennen: "Dit is Gods vinger!" (Exodus 8:19). Bij de zweren verdwijnen zij uit het verhaal, omdat zij "voor Mozes niet staan konden" (Exodus 9:11). Hoeveel tovenaars er waren, zegt Exodus niet. De namen Jannes en Jambres kende Paulus waarschijnlijk uit de joodse overlevering, waarin twee van hen bij naam bekend stonden. Sommige oude handschriften en latere schrijvers spellen de tweede naam als Mambres. Over de plagen als geheel leest u meer in het verhaal van de tien plagen, over de koning bij de farao van de uittocht.

Historische context

De tovenaars traden op in de maanden van de plagen, kort voor de uittocht. Afhankelijk van de datering van de uittocht was dat in de vijftiende of in de dertiende eeuw voor Christus; net als bij Mozes en de farao houden wij ruwweg 1400 voor Christus aan. Paulus schreef 2 Timotheüs veel later, waarschijnlijk kort voor zijn dood in de jaren zestig van de eerste eeuw na Christus. Aan het Egyptische hof hadden geleerde priesters en tovenaars een vaste plaats. Exodus gebruikt drie woorden: wijzen, guichelaars en tovenaars, die werkten "met hun bezweringen" (Exodus 7:11). Mozes zelf was "onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren" (Handelingen 7:22), zodat hij hun wereld kende. De namen Jannes en Jambres komen niet uit het Oude Testament, maar uit de joodse overlevering. Zij staan onder meer in de Aramese Targum die aan Jonathan wordt toegeschreven, waar zij als tovenaars van Farao voorkomen en ook als knechten van Bileam. Het Damascusgeschrift, ook bekend uit de vondsten bij Qumran, spreekt van Jochana en zijn broer, die tegen Mozes en Aaron opstonden; Jochana wordt meestal als een vorm van de naam Jannes gelezen. De Romeinse schrijver Plinius de Oudere noemt een Jannes onder de bekende magiërs. De kerkvader Origenes vermeldt een apocrief boek over Jannes en Mambres, waarvan later fragmenten zijn teruggevonden. Wanneer deze overleveringen ontstonden, is niet precies bekend. Paulus deed hier iets wat ook elders in het Nieuwe Testament gebeurt: hij gebruikte een bekende overlevering als voorbeeld. Judas noemt zo de strijd van Michaël om het lichaam van Mozes (Judas 1:9). Daarmee nemen de apostelen niet alles over wat die overleveringen verder vertellen.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

    −Zwakke kanten

    • Stonden Mozes tegen, en daarmee de waarheid van God (2 Timotheüs 3:8)
    • Bootsten de eerste twee plagen na en vermeerderden ze, maar konden ze niet wegnemen (Exodus 7:22; Exodus 8:7-8)
    • Zagen Gods vinger en zeiden het hardop, maar bogen niet voor Hem (Exodus 8:19)

    Theologische betekenis

    In Exodus zijn de tovenaars de tegenspelers van Mozes en Aaron, maar de werkelijke strijd gaat tussen de HEERE en de goden van Egypte: "Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!" (Exodus 12:12). De tovenaars konden een tijd meekomen, maar Aarons staf verslond hun staven. Zij konden een plaag nabootsen, niet wegnemen. En zij moesten zelf zeggen: "Dit is Gods vinger!" Daarmee bevestigden zij, misschien tegen hun wil, wat God had aangekondigd: "Dan zullen de Egyptenaars weten, dat Ik de HEERE ben" (Exodus 7:5). Hoe de tovenaars hun tekenen deden, zegt de tekst niet. Er staat alleen dat zij het deden "met hun bezweringen". Sommige uitleggers denken aan behendigheid en bedrog, anderen aan een werkelijke duistere macht die God voor een tijd toeliet. Het Nieuwe Testament waarschuwt in elk geval dat er "tekenen, en wonderen der leugen" bestaan (2 Thessalonicenzen 2:9). Een wonder alleen bewijst nog niet dat iets van God komt. Paulus zelf stond later op Cyprus tegenover de tovenaar Elymas, die hem en Barnabas weerstond (Handelingen 13:8). Paulus gebruikt de tovenaars als spiegel voor zijn eigen tijd. De valse leraars met wie Timotheüs te maken had, leken op wat echt was, zoals de tovenaars de tekenen van Mozes leken te evenaren. Maar zij waren "verdorven zijnde van verstand, verwerpelijk aangaande het geloof" (2 Timotheüs 3:8). Zijn troost voor Timotheüs is dat zij niet verder zullen komen: "hun uitzinnigheid zal allen openbaar worden, gelijk ook die van genen geworden is" (2 Timotheüs 3:9). Wat in Egypte gebeurde, is een belofte voor de gemeente: de waarheid van God houdt stand. Daarom wijst Paulus Timotheüs direct daarna naar de Schrift, die "van God ingegeven" is (2 Timotheüs 3:16).

    Naamsbetekenis

    Oorspronkelijke naam

    Iannes en Iambres (Ἰάννης en Ἰαμβρῆς, Grieks)

    Betekenis

    Betekenis onzeker

    Sleutelmomenten

    1

    Staven worden draken

    Aarons staf wordt een draak. Farao roept de wijzen en tovenaars, en zij doen hetzelfde met hun bezweringen, maar Aarons staf verslindt hun staven. Ook het water in bloed en de vorsen doen zij daarna na (Exodus 7:22; Exodus 8:7); wegnemen kunnen zij de plagen niet.

    Exodus 7:10-12

    2

    Dit is Gods vinger

    Bij de luizen kunnen de tovenaars het niet meer nadoen. Zij zeggen tot Farao: Dit is Gods vinger! Toch verstijft Farao’s hart.

    Exodus 8:18-19

    3

    Niet staande voor Mozes

    De zweren treffen mensen en vee, ook de tovenaars zelf. Zij kunnen niet meer voor Mozes staan en verdwijnen uit het verhaal.

    Exodus 9:11

    4

    Paulus noemt hun namen

    Eeuwen later vergelijkt Paulus de valse leraars met Jannes en Jambres. Hun dwaasheid zal openbaar worden, zoals die van de tovenaars.

    2 Timotheüs 3:8-9

    Belangrijke bijbelteksten

    De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jannes en Jambres beter te begrijpen.

    Exodus 7:11

    “Farao nu riep ook de wijzen en de guichelaars; en de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen.”

    De eerste keer dat de tovenaars optreden. Exodus noemt hen niet bij naam.

    Exodus 7:12

    “Want een ieder wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aarons staf verslond hun staven.”

    Al bij het eerste teken blijkt wiens macht groter is.

    Exodus 8:19

    “Toen zeiden de tovenaars tot Farao: Dit is Gods vinger! Doch Farao's hart verstijfde, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.”

    Bij de luizen moeten de tovenaars erkennen dat God aan het werk is. In uitgaven die de Hebreeuwse versnummering volgen, is dit Exodus 8:15.

    Exodus 9:11

    “Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.”

    De laatste keer dat de tovenaars genoemd worden: zij worden zelf door de plaag getroffen.

    2 Timotheüs 3:8

    “Gelijkerwijs nu Jannes en Jambres Mozes tegenstonden, alzo staan ook deze de waarheid tegen; mensen, verdorven zijnde van verstand, verwerpelijk aangaande het geloof.”

    De enige plaats in de Bijbel waar hun namen staan. Paulus vergelijkt hen met de valse leraars van zijn tijd.

    2 Timotheüs 3:9

    “Maar zij zullen niet meerder toenemen; want hun uitzinnigheid zal allen openbaar worden, gelijk ook die van genen geworden is.”

    De troost voor Timotheüs: zoals de dwaasheid van de tovenaars openbaar werd, zo zal het ook met de valse leraars gaan.

    Tijdperiode

    ~1400 v.Chr.

    Jannes en Jambres leefden in de tijd van het Nieuwe Testament.

    Gerelateerde personen

    Lessen voor vandaag

    Aarons staf verslond de staven van de tovenaars, en toch bleef Farao luisteren naar wat zij nadeden. Niet alles wat indrukwekkend is, is ook waar. De tovenaars konden de eerste tekenen nadoen, en voor Farao was dat genoeg om niet te luisteren. Ook vandaag kan iets op het echte lijken: vroomheid zonder kracht, woorden zonder waarheid. Paulus noemt dat "een gedaante van godzaligheid" (2 Timotheüs 3:5). Daarom hebben wij een vaste maatstaf nodig. Direct na zijn woorden over Jannes en Jambres wijst Paulus Timotheüs naar de heilige Schriften, "die u wijs kunnen maken tot zaligheid" (2 Timotheüs 3:15). Niet de indruk van een wonder, maar het Woord van God is het richtsnoer. Hun geschiedenis geeft ook rust. De tovenaars kwamen een eind mee, maar niet verder dan God toeliet. Wie de waarheid tegenstaat, zal "niet meerder toenemen" (2 Timotheüs 3:9). Dat mag ons bemoedigen wanneer dwaling sterk lijkt. Er is ook een waarschuwing. De tovenaars zagen Gods vinger en zeiden het hardop, maar het veranderde Farao niet, en van hun eigen bekering lezen wij niets. Gods werk erkennen is nog niet hetzelfde als zich eraan overgeven. Wij moeten niet alleen zien, maar ook buigen.

    Veelgestelde vragen over Jannes en Jambres

    Wie waren Jannes en Jambres in de Bijbel?
    Jannes en Jambres waren volgens Paulus de tovenaars die Mozes tegenstonden in Egypte (2 Timotheüs 3:8). In Exodus heten zij de wijzen, guichelaars en tovenaars van Farao. Zij deden de eerste tekenen van Mozes en Aaron na, maar bij de luizen faalden zij en zeiden: "Dit is Gods vinger!" (Exodus 8:19). Hun namen kende Paulus waarschijnlijk uit de joodse overlevering.
    Waar staan Jannes en Jambres in de Bijbel?
    Bij naam staan Jannes en Jambres alleen in 2 Timotheüs 3:8. Hun geschiedenis staat zonder namen in Exodus: bij de staven die draken werden (Exodus 7:10-12), het water in bloed (Exodus 7:22), de vorsen (Exodus 8:7), de luizen (Exodus 8:18-19) en de zweren (Exodus 9:11). Daarna noemt Exodus de tovenaars niet meer.
    Waar komen de namen Jannes en Jambres vandaan?
    De namen staan niet in het Oude Testament, maar in de joodse overlevering. Zij komen onder meer voor in de Aramese Targum die aan Jonathan wordt toegeschreven, en Plinius de Oudere noemt een Jannes als bekende magiër. Origenes vermeldt een apocrief boek over Jannes en Mambres. Paulus gebruikte die bekende namen als voorbeeld, zoals Judas de strijd van Michaël om het lichaam van Mozes noemt (Judas 1:9), zonder daarmee alles over te nemen wat zulke overleveringen vertellen. Wat Paulus wel schrijft, schreef hij door de Geest gedreven; dat de tovenaars zo heetten, mogen wij daarom aannemen.
    Hoe konden de tovenaars van Farao wonderen doen?
    De Bijbel zegt alleen dat zij het deden "met hun bezweringen" (Exodus 7:11). Hoe het werkte, wordt niet uitgelegd. Sommige uitleggers denken aan behendigheid en bedrog, anderen aan een werkelijke duistere macht die God voor een tijd toeliet. Duidelijk is wel dat hun macht begrensd was: Aarons staf verslond hun staven, en bij de luizen konden zij niets meer (Exodus 8:18).
    Wat betekent "Dit is Gods vinger"?
    Met die woorden erkenden de tovenaars tegenover Farao dat de luizen niet uit menselijke kunst voortkwamen, maar van God (Exodus 8:19). De vinger van God staat voor Zijn eigen ingrijpen. Of dat een oprechte erkenning was, is de vraag: veel uitleggers lezen het als een verontschuldiging tegenover Farao, en van een bekering lezen wij niets. In uitgaven die de Hebreeuwse versnummering volgen, staat dit vers als Exodus 8:15; de Statenvertaling heeft het als Exodus 8:19. Jezus gebruikt een vergelijkbaar beeld als Hij duivelen uitwerpt door de vinger Gods (Lukas 11:20).
    Wat bedoelt Paulus met Jannes en Jambres in 2 Timotheüs 3:8?
    Paulus vergelijkt de valse leraars van zijn tijd met de tovenaars van Farao. Zoals Jannes en Jambres Mozes tegenstonden, zo staan deze mensen "de waarheid tegen" (2 Timotheüs 3:8). Zij lijken op het echte, maar missen de kracht van de godzaligheid. Paulus belooft dat zij niet verder komen: hun dwaasheid zal openbaar worden, zoals die van de tovenaars in Egypte (2 Timotheüs 3:9).
    Is Mambres dezelfde als Jambres?
    Ja. Mambres is een andere spelling van dezelfde naam. Sommige oude handschriften van 2 Timotheüs 3:8 en latere schrijvers, onder wie de kerkvader Origenes met zijn vermelding van een apocrief boek over Jannes en Mambres, gebruiken die vorm. De Statenvertaling schrijft Jambres. Het gaat steeds om de tweede van de twee tovenaars die Mozes tegenstonden.
    Wat gebeurde er later met Jannes en Jambres?
    Daarover zegt de Bijbel niets. Na de zweren in Exodus 9:11 komen de tovenaars niet meer voor. Latere joodse verhalen laten hen op verschillende manieren verder leven of sterven, maar die verhalen spreken elkaar tegen en zijn geen gegeven uit de Schrift. Paulus zegt alleen dat hun dwaasheid "allen openbaar" is geworden (2 Timotheüs 3:9).
    Wat kunnen wij leren van Jannes en Jambres?
    Wij leren dat niet alles wat indrukwekkend is, ook waar is, en dat wij daarom de Schrift nodig hebben als maatstaf (2 Timotheüs 3:15-16). Ook leren wij dat verzet tegen Gods waarheid een grens heeft: het zal "niet meerder toenemen". En hun voorbeeld waarschuwt: zij erkenden Gods vinger, maar van hun bekering lezen wij niets. Gods werk zien is nog niet hetzelfde als voor Hem buigen.

    Stel een vraag over Jannes en Jambres

    Wilt u meer weten over Jannes en Jambres? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

    Stel een vraag over Jannes en Jambres

    Verdiep u verder