Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~60 n.Chr.

Euodia en Syntyche in de Bijbel

Euodia en Syntyche (Εὐοδία en Συντύχη, Grieks) - “Waarschijnlijk: goede weg en ontmoeting”

Wie waren Euodia en Syntyche?

Euodia en Syntyche waren twee vrouwen in de gemeente van Filippi die het met elkaar oneens waren. Paulus vermaant hen "dat zij eensgezind zijn in den Heere" (Filippenzen 4:2). Hij noemt hen vrouwen die met hem gestreden hebben in het evangelie, en vraagt iemand in de gemeente hen te helpen.

Euodia en Syntyche worden in de Bijbel alleen in Filippenzen 4:2-3 genoemd. Paulus richt zich in deze verzen persoonlijk tot hen, iets wat hij in zijn brieven zelden doet: "Ik vermaan Euodia, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in den Heere" (Filippenzen 4:2). Uit die woorden blijkt dat de twee vrouwen het met elkaar oneens waren. Waarover dat ging, zegt de Bijbel niet. Het is dus niet te zeggen of het om een leerverschil ging, een praktische kwestie of een persoonlijke wrijving. Wel is duidelijk dat Paulus het belangrijk genoeg vond om hun namen te noemen in een brief die, zoals zijn brieven gewoonlijk, in de gemeente werd voorgelezen. Paulus spreekt niet minachtend over hen. Hij noemt hen vrouwen "die met mij gestreden hebben in het Evangelie", samen met Clemens en zijn andere medearbeiders, "welker namen zijn in het boek des levens" (Filippenzen 4:3). Hij twijfelt dus niet aan hun geloof. Hij vermaant hen allebei met hetzelfde woord en kiest geen partij. Daarna vraagt hij een onbekende "oprechte metgezel" in Filippi om hen te helpen. Wie dat was, weten wij niet. Hoe het verder met Euodia en Syntyche ging, vertelt de Bijbel evenmin.

Historische context

Filippi was een Romeinse kolonie in Macedonië, in het noorden van het huidige Griekenland (Handelingen 16:12). Paulus kwam er rond 50 n.Chr. op zijn tweede zendingsreis. Op de sabbat ging hij naar de rivier buiten de stad, "waar het gebed placht te geschieden", en sprak "tot de vrouwen, die samengekomen waren" (Handelingen 16:13). De eerste die tot geloof kwam, was Lydia, een purperverkoopster uit Thyatira (Handelingen 16:14). De gemeente begon in haar huis (Handelingen 16:40). Uitleggers wijzen erop dat vrouwen in de Macedonische gemeenten opvallend vaak genoemd worden: in Filippi (Handelingen 16:13-14) en in Thessalonica, waar "van de voornaamste vrouwen niet weinige" geloofden (Handelingen 17:4). Of Euodia en Syntyche al bij het begin in Filippi bij de gemeente hoorden, zegt de Bijbel niet. Dat zij "met mij gestreden hebben in het Evangelie" (Filippenzen 4:3), wijst er wel op dat zij Paulus kenden en met hem gewerkt hadden, waarschijnlijk tijdens een van zijn bezoeken. Paulus schreef de brief aan de Filippenzen als gevangene, volgens de meeste uitleggers in Rome rond 60 tot 62 n.Chr. Epafroditus had namens de gemeente een gift gebracht en nam de brief waarschijnlijk mee terug (Filippenzen 2:25-28). De brief werd, zoals Paulus’ brieven gewoonlijk, in de samenkomst voorgelezen (vergelijk Kolossenzen 4:16). De gemeente hoorde zo de vermaning aan de twee vrouwen samen met alles wat Paulus vooraf over eenheid en ootmoed had geschreven (Filippenzen 2:1-4). Clemens, die Paulus in hetzelfde vers noemt, is ook verder onbekend. Een oude overlevering, die onder anderen bij de kerkhistoricus Eusebius staat, stelt hem gelijk aan Clemens van Rome, een latere opziener van de gemeente daar. Dat is onzeker; Clemens was een veelvoorkomende naam.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Medestrijders van Paulus in het evangelie (Filippenzen 4:3)
  • Door Paulus gerekend tot hen van wie de namen in het boek des levens staan (Filippenzen 4:3)

−Zwakke kanten

  • Onderling niet eensgezind, zodat Paulus hen moest vermanen (Filippenzen 4:2)

Theologische betekenis

De vermaning aan Euodia en Syntyche staat niet los in de brief. Paulus heeft de gemeente eerder opgeroepen te staan "in een geest, met een gemoed gezamenlijk strijdende door het geloof des Evangelies" (Filippenzen 1:27). In Filippenzen 2:2 vraagt hij: "dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende". Daarna wijst hij op Christus, Die Zichzelf vernederde (Filippenzen 2:5-8). Wanneer hij in Filippenzen 4:2 de twee vrouwen vraagt "eensgezind" te zijn, gebruikt hij hetzelfde woord. Hun vrede is dus een toepassing van wat hij over Christus schreef. Belangrijk is de toevoeging "in den Heere". Paulus vraagt geen eenheid ten koste van alles, en ook niet dat de een de ander gewoon gelijk geeft. Hij wijst hen op wat zij gemeen hebben: dezelfde Heere. Wie samen in Christus is, heeft een grond om ook samen verder te gaan. Opvallend is ook dat Paulus de gemeente erbij betrekt. Hij vraagt zijn "oprechte metgezel": "wees dezen vrouwen behulpzaam" (Filippenzen 4:3). Verzoening is niet alleen een zaak van de twee betrokkenen. Anderen mogen helpen, als bemiddelaars en niet als rechters. Paulus noemt hen bovendien met eer. Zij hebben met hem "gestreden", hetzelfde woord als in Filippenzen 1:27, en hij rekent hen tot zijn medearbeiders, "welker namen zijn in het boek des levens", een uitdrukking die de Schrift gebruikt voor hen die God als de Zijnen kent (Openbaring 3:5). Een conflict maakt hun dienst niet ongedaan en hun geloof niet onecht. Daarom is de vermaning zo dringend: wie samen voor het evangelie gestreden hebben, horen niet tegenover elkaar te staan.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Euodia en Syntyche (Εὐοδία en Συντύχη, Grieks)

Betekenis

Waarschijnlijk: goede weg en ontmoeting

Sleutelmomenten

1

Oproep: strijden in één geest

Paulus roept de gemeente op te staan in één geest, gezamenlijk strijdend door het geloof van het evangelie. Later zegt hij dat Euodia en Syntyche zo met hem gestreden hebben.

Filippenzen 1:27

2

Oproep aan de hele gemeente

Paulus vraagt de hele gemeente eensgezind te zijn, met dezelfde liefde en van één gemoed. Hij gebruikt hetzelfde woord als later voor Euodia en Syntyche.

Filippenzen 2:2

3

Bij name vermaand

Paulus vermaant Euodia en Syntyche elk afzonderlijk en met hetzelfde woord om eensgezind te zijn in de Heere. Hij kiest geen partij.

Filippenzen 4:2

4

Hulp gevraagd

Paulus vraagt zijn oprechte metgezel in Filippi deze vrouwen te helpen. Hij herinnert eraan dat zij met hem gestreden hebben in het evangelie.

Filippenzen 4:3

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Euodia en Syntyche beter te begrijpen.

Filippenzen 4:2

“Ik vermaan Euodia, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in den Heere.”

Paulus herhaalt "ik vermaan" voor elk van beiden. Zo spreekt hij hen afzonderlijk en gelijk aan, zonder een van beiden de schuld te geven.

Filippenzen 4:3

“En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens.”

Paulus vraagt iemand in de gemeente om te helpen en noemt de twee vrouwen medestrijders. Wie de oprechte metgezel was, is onbekend.

Filippenzen 4:1

“Zo dan, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, mijn blijdschap en kroon, staat alzo in den Heere, geliefden!”

Direct voor de vermaning noemt Paulus de gemeente zijn blijdschap en kroon. De vermaning komt uit liefde voort.

Filippenzen 2:2

“Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde.”

De oproep aan de hele gemeente. In Filippenzen 4:2 past Paulus hetzelfde woord toe op Euodia en Syntyche.

Filippenzen 1:27

“Alleenlijk wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken moge horen, dat gij staat in een geest, met een gemoed gezamenlijk strijdende door het geloof des Evangelies;”

Samen strijden voor het evangelie vraagt één geest. Euodia en Syntyche hadden zo gestreden en worden teruggeroepen naar die eenheid.

Tijdperiode

~60 n.Chr.

Euodia en Syntyche leefden in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Euodia en Syntyche laten zien dat ook toegewijde gelovigen met elkaar in onenigheid kunnen raken. Zij hadden met Paulus voor het evangelie gestreden, en toch stonden zij tegenover elkaar. Dat mag ons niet verbazen, maar ook niet onverschillig laten. Wij leren van Paulus hoe hij het aanpakte. Hij noemde beiden bij name, gebruikte voor beiden hetzelfde woord en koos geen partij. Hij wees hen op wat zij gemeen hadden: de Heere. Waar wij met een broeder of zuster botsen, helpt het om eerst te zien wat wij samen in Christus hebben. Ook de gemeente heeft een taak. Paulus vroeg zijn oprechte metgezel om de vrouwen te helpen (Filippenzen 4:3). Wie een conflict ziet, hoeft niet toe te kijken of partij te kiezen, maar mag met wijsheid en geduld helpen bij verzoening. Let ook op hoe Paulus over hen spreekt. Een conflict maakte hun eerdere dienst niet waardeloos, en hij rekent hen tot zijn medearbeiders van wie de namen in het boek des levens staan. Wie zo naar elkaar kijkt, met het oog op wat God in de ander gedaan heeft, vindt gemakkelijker de weg terug naar eensgezindheid.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Euodia en Syntyche

Wie waren Euodia en Syntyche in de Bijbel?
Euodia en Syntyche waren twee vrouwen in de gemeente van Filippi. Paulus noemt hen in Filippenzen 4:2-3. Zij waren het met elkaar oneens, en Paulus vermaant hen "dat zij eensgezind zijn in den Heere". Tegelijk noemt hij hen vrouwen "die met mij gestreden hebben in het Evangelie". Hij vraagt iemand in de gemeente, zijn "oprechte metgezel", hen te helpen. Meer vertelt de Bijbel niet over hen.
Waar staan Euodia en Syntyche in de Bijbel?
Euodia en Syntyche worden alleen genoemd in Filippenzen 4:2-3. In vers 2 vermaant Paulus hen tot eensgezindheid, in vers 3 vraagt hij om hulp voor hen en noemt hij hen zijn medestrijders in het evangelie. Elders in de Bijbel komen hun namen niet voor. De achtergrond van hun gemeente staat in Handelingen 16, waar Paulus het evangelie in Filippi brengt.
Wat betekenen de namen Euodia en Syntyche?
Beide namen zijn Grieks. Euodia betekent waarschijnlijk goede weg of voorspoed; Syntyche hangt samen met een Grieks werkwoord voor ontmoeten of samentreffen. Het waren gewone namen in de Grieks-Romeinse wereld. De Statenvertaling schrijft Euodia en Syntyche. In de Engelse King James Version staat Euodias, alsof het om een man ging, maar de tekst spreekt van "dezen vrouwen" (Filippenzen 4:3).
Waarover hadden Euodia en Syntyche ruzie?
Dat zegt de Bijbel niet. Paulus schrijft alleen dat hij hen vermaant "dat zij eensgezind zijn in den Heere" (Filippenzen 4:2). Of het om een leerverschil ging, een praktische kwestie in de gemeente of een persoonlijke wrijving, is onbekend. Uitleggers hebben verschillende vermoedens geopperd, maar de tekst geeft geen grond om er een te kiezen. Belangrijker dan de oorzaak is voor Paulus de weg terug naar eenheid.
Wat betekent "eensgezind zijn in den Heere"?
Het woord eensgezind gebruikt Paulus ook voor de hele gemeente: "dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde" (Filippenzen 2:2). Het gaat om dezelfde gezindheid, niet om gelijkheid in alles. De toevoeging "in den Heere" (Filippenzen 4:2) wijst de grond aan: beide vrouwen horen bij dezelfde Heere. Die gemeenschap moet zwaarder wegen dan wat hen scheidt.
Wie is de oprechte metgezel in Filippenzen 4:3?
Dat is onbekend. Paulus schrijft: "En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam" (Filippenzen 4:3). Genoemd zijn onder anderen Epafroditus, die de brief waarschijnlijk bracht, en Lukas of Silas; Timotheüs ligt minder voor de hand, omdat hij de brief mede afzond (Filippenzen 1:1). Sommigen lezen het Griekse woord voor metgezel, syzygos, als een eigennaam. Geen van die voorstellen is te bewijzen. De Bijbel noemt geen naam.
Welke rol hadden Euodia en Syntyche in de gemeente?
Paulus zegt dat zij "met mij gestreden hebben in het Evangelie" (Filippenzen 4:3). Zij hebben dus samen met hem gewerkt voor de verbreiding van het evangelie. Hoe die dienst eruitzag, zegt de tekst niet. Het woord gestreden gebruikt Paulus ook in Filippenzen 1:27 voor de hele gemeente die gezamenlijk strijdt door het geloof. Dat zij een vaste functie of een ambt hadden, staat er niet.
Wat kunnen wij leren van Euodia en Syntyche?
Euodia en Syntyche leren ons dat ook trouwe gelovigen het oneens kunnen worden, en dat zo’n conflict niet mag blijven bestaan. Paulus wijst de weg: beiden worden gelijk aangesproken, beiden worden gewezen op hun gemeenschap "in den Heere", en de gemeente wordt gevraagd te helpen (Filippenzen 4:2-3). Hun eerdere dienst blijft daarbij in ere. Zo leren wij in onenigheid eerst te zien wat wij samen in Christus hebben.

Stel een vraag over Euodia en Syntyche

Wilt u meer weten over Euodia en Syntyche? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Euodia en Syntyche

Verdiep u verder