Paulus: betekenis van de naam
Παῦλος (Paûlos) = “klein”
Wat betekent de naam Paulus?
De naam Paulus betekent "klein". Het is een Latijnse naam, die Strong's woordenboek met klein vertaalt. De apostel heette eerst Saulus. Vanaf Handelingen 13:9 noemt Lukas hem Paulus, met de woorden "Saulus (die ook Paulus genaamd is)". Ook Sergius Paulus, de stadhouder op Cyprus, droeg deze naam.
Herkomst en betekenis van Paulus
- Grondwoord (Grieks)
- Παῦλος Paûlos
- Strong's-nummer
- G3972
- Betekenis
- klein
Paulus is een Latijnse naam. Strong's woordenboek noemt hem van Latijnse herkomst en vertaalt hem met klein. De Bijbel legt de naam niet uit, en ook de kanttekening bij Handelingen 13:9 zegt niets over de betekenis.
De kanttekening gaat wel uitvoerig in op de vraag waarom de apostel twee namen had. Lukas schrijft: "Saulus (die ook Paulus genaamd is)". Volgens de kanttekening heette hij bij de Hebreeën en Syriërs Saulus, en bij de Romeinen en Grieken Paulus. Toen hij door Gods roeping vooral naar de heidenen gezonden werd, hield hij de naam Paulus, om bij hen aangenamer te zijn. De kanttekening denkt dat het huis van Sergius Paulus hem die naam eerst gegeven heeft, maar zegt er voorzichtig bij: zo schijnt het. Dat God zijn naam bij zijn bekering veranderde, staat dus niet in de Bijbel; ook na Handelingen 9 heet hij tot in Handelingen 13 nog Saulus.
Paulus noemt zichzelf de minste van de apostelen (1 Korinthe 15:9). Een verband met zijn naam legt hij daarbij niet.
die ook Paulus genaamd is: Tot nog toe is hij Saulus genaamd, en voortaan wordt hij, zo door Lukas, als door zichzelven in het opschrift zijner brieven Paulus genaamd. Degene nu, die bij de Hebreën en Syriërs Saulus genaamd was, die werd van de Romeinen en Grieken Paulus genaamd; zodat hij Saulus is genaamd geweest zolang hij onder de Joden, Syriërs en Arabieren verkeerd heeft, maar daarna, als hij door Gods bijzondere roeping voornamelijk tot de heidenen, dat is, tot de Romeinen en Grieken, is gezonden, heeft hij van dien tijd aan altijd den naam Paulus behouden, om bij hen te aangenamer te zijn, die hem door het huisgezin van Sergius Paulus, gelijk bij hen gewoonlijk, eerst schijnt te zijn gegeven.
Bron van de betekenis: Strong's G3972: 'of Latin origin' (van Latijnse herkomst), 'little' (klein), 'but remotely from a derivative of G3973 (παύω), meaning the same' (maar in de verte van een afleiding van G3973 paúō, met dezelfde betekenis); 'the name of a Roman and of an apostle' (de naam van een Romein en van een apostel).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- PAU-lus
- In de grondtaal
- PAU-los
- Spelling in de Statenvertaling
- Paulus
- Als voornaam
- Paulus, Paul
De au klinkt zoals in het Nederlandse woord pauw.
Wie heette Paulus in de Bijbel?
Paulus, eerst Saulus genoemd, de apostel van de heidenen
Hij was een Farizeeër uit de stam van Benjamin, geboren in Tarsen, die de gemeente vervolgde tot hij bij Damaskus door de Heere geroepen werd. Vanaf Handelingen 13:9 heet hij Paulus, en hij werd de apostel van de heidenen. Dertien brieven van het Nieuwe Testament beginnen met zijn naam.
Handelingen 13:9, Romeinen 1:1, 1 Korinthe 15:9, 2 Timotheüs 4:7
Sergius Paulus, de stadhouder op Cyprus
Een verstandig man, die Barnabas en Saulus bij zich riep omdat hij het Woord Gods wilde horen. Toen hij zag dat de tovenaar Elymas met blindheid geslagen werd, geloofde hij.
Kernvers
“Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.”
1 Korinthe 15:10 (Statenvertaling)
Wat de naam Paulus ons leert
Paulus betekent volgens Strong's woordenboek klein. De apostel legt zelf geen verband met zijn naam, maar hij spreekt wel zo over zichzelf: "Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb". Elders noemt hij zich "den allerminste van al de heiligen" (Efeze 3:8). Wat hij werd, schrijft hij niet aan zichzelf toe: "door de genade Gods ben ik, dat ik ben". Toen hij de Heere driemaal bad dat de scherpe doorn in het vlees van hem zou wijken, kreeg hij als antwoord: "Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht" (2 Korinthe 12:9). Zo werd de man met de kleine naam een getuige van de grote genade van God.
Veelgestelde vragen over de naam Paulus
Wat betekent de naam Paulus?
Paulus betekent "klein". Het is een Latijnse naam; Strong's woordenboek noemt hem van Latijnse herkomst en vertaalt hem met klein. De Bijbel legt de naam niet uit. De apostel heette eerst Saulus; vanaf Handelingen 13:9 noemt Lukas hem Paulus, met de woorden "Saulus (die ook Paulus genaamd is)". In het Engels is de naam Paul.
Waarom heette Saulus later Paulus?
De Bijbel zegt alleen: "Saulus (die ook Paulus genaamd is)" (Handelingen 13:9). Hij had dus twee namen. Volgens de kanttekening heette hij bij Hebreeën en Syriërs Saulus en bij Romeinen en Grieken Paulus, en hield hij die laatste naam sinds zijn zending naar de heidenen. Een naamsverandering bij zijn bekering staat er niet: na Handelingen 9 heet hij nog Saulus.
Is Paulus dezelfde als Saulus?
Ja. Saulus van Tarsen en de apostel Paulus zijn dezelfde man. In Handelingen heet hij Saulus tot hoofdstuk 13; daarna noemt Lukas hem Paulus. De Bijbel noemt beide namen naast elkaar en legt geen verband tussen hun betekenissen. Over Saulus, de Griekse vorm van Saul, en de andere mannen met die naam leest u meer bij de naam Saul.
Hoe spreekt u Paulus uit?
In het Nederlands zegt u PAU-lus, met de klemtoon op de eerste lettergreep; de au klinkt als in pauw. In het Grieks luidt de naam Paulos, met de klemtoon ook op de eerste lettergreep: PAU-los. De Statenvertaling volgt de Latijnse vorm Paulus, die als Nederlandse voornaam ook zo geschreven wordt.
Wie heetten er nog meer Paulus in de Bijbel?
Behalve de apostel noemt de Bijbel nog één man met deze naam: Sergius Paulus, de stadhouder op Cyprus. Lukas noemt hem een verstandig man, die Barnabas en Saulus bij zich riep om het Woord Gods te horen. Toen hij zag wat er met de tovenaar Elymas gebeurde, geloofde hij (Handelingen 13:7-12). Juist in dat verhaal noemt Lukas Saulus voor het eerst Paulus.