Jakob: betekenis van de naam
יַעֲקֹב (Yaʻăqôb) = “hielhouder”
Wat betekent de naam Jakob?
De naam Jakob betekent 'hielhouder'. Hij komt van het Hebreeuwse werkwoord aqav, bij de hiel grijpen. Bij de geboorte hield Jakob de hiel van zijn tweelingbroer Ezau vast, "daarom noemde men zijn naam Jakob" (Genesis 25:26). Later verbond Ezau de naam met bedrog, en God gaf Jakob de nieuwe naam Israël.
Herkomst en betekenis van Jakob
- Grondwoord (Hebreeuws)
- יַעֲקֹב Yaʻăqôb
- Strong's-nummer
- H3290
- Afgeleid van (H6117)
- עָקַב ʻâqab: bij de hiel grijpen; figuurlijk: iemand de voet lichten, te slim af zijn, ook: tegenhouden
- Betekenis
- hielhouder
Jakob is gevormd van het Hebreeuwse werkwoord aqav. Strong's woordenboek legt het uit als bij de hiel grijpen, en figuurlijk als iemand te slim af zijn door hem de voet te lichten. De Bijbel verklaart de naam bij de geboorte van de tweeling: de hand van de jongste hield de verzenen, de hielen, van Ezau vast. De kanttekening vat het samen in één woord: hielhouder.
Later hoorde Ezau in dezelfde naam iets anders. Nadat Jakob de eerstgeboorte had gekocht en de zegen met list had verkregen, klaagde Ezau dat zijn broeder hem "nu twee reizen heeft bedrogen", en hij verbond dat met de naam Jakob (Genesis 27:36). In het Hebreeuws staat daar hetzelfde werkwoord als in de naam. Volgens de kanttekening kan het woord die betekenis inderdaad hebben, maar zij merkt ook op dat Ezau zijn eerstgeboorte zelf verkocht had.
De profeten komen op de naam terug. Hosea zegt van de aartsvader: "In moeders buik hield hij zijn broeder bij de verzenen" (Hosea 12:4). En Jeremia klaagt: "elk broeder doet niet dan bedriegen" (Jeremia 9:4); in het Hebreeuws staat daar twee keer het werkwoord waarvan Jakob is gemaakt.
“En daarna kwam zijn broeder uit, wiens hand Ezau's verzenen hield; daarom noemde men zijn naam Jakob.”
Jakob: Hebr. Jacob. Deze naam betekent zoveel, alsof men zeide: hielhouder; zie onder, Gen 27:36.
Bron van de betekenis: Strong's: 'heel-catcher (i.e. supplanter)' (hielgrijper, dat is: verdringer), afgeleid van H6117 ʻâqab, 'to seize by the heel; figuratively, to circumvent' (bij de hiel grijpen; figuurlijk: iemand de voet lichten); naamduiding Open Scriptures: 'heel holder' or 'supplanter' (hielhouder of verdringer).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- JA-kob
- In de grondtaal
- ja-a-KOV
- Spelling in de Statenvertaling
- Jakob
- Als voornaam
- Jakob, Jacob
- In andere talen
- Jacob (Engels)
In het Hebreeuws heeft de naam drie lettergrepen, valt de klemtoon op de laatste en klinkt de b als een v.
Wie heette Jakob in de Bijbel?
Jakob, de zoon van Izak en Rebekka, die later Israël heette
Hij was de jongste van een tweeling; Ezau verkocht hem de eerstgeboorte, en met list verkreeg hij de zegen die Izak voor Ezau bedoeld had. God ontmoette hem te Beth-el en bij Pniel, waar hij de naam Israël kreeg. Zijn twaalf zonen werden de stamvaders van het volk.
Jakob als naam voor het volk Israël
De psalmen en de profeten noemen het hele volk vaak Jakob, naast Israël. Jesaja spreekt het aan als "gij wormpje Jakobs" en belooft dat de HEERE het helpen zal.
Jakob, de vader van Jozef (de man van Maria)
In het geslachtsregister van Mattheüs is hij de zoon van Matthan en de vader van Jozef. Verder vertelt de Bijbel niets over hem.
Kernvers
“De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.”
Psalm 46:8 (Statenvertaling)
Wat de naam Jakob ons leert
De naam Jakob bleef aan de aartsvader hangen als een herinnering aan zijn begin: grijpend naar de hiel van zijn broeder, en later met list zoekend wat hem van God al beloofd was (Genesis 25:23). De Bijbel verbloemt dat niet. Toch is het God Die Jakob telkens opzoekt, te Beth-el toen hij op de vlucht was, en bij Pniel, waar hij na het worstelen hinkend verder ging. Daar kreeg hij een nieuwe naam, al verdween de oude nooit helemaal: Jakob en Israël staan in de Schrift naast elkaar. Juist daarom is het opmerkelijk dat de HEERE Zich "de God van Jakob" laat noemen. Hij verbindt Zijn naam aan een hielhouder die Hij genade bewees. Maleachi zegt het zonder omwegen: "nochtans heb Ik Jakob liefgehad" (Maleachi 1:2).
Veelgestelde vragen over de naam Jakob
Wat betekent de naam Jakob?
Jakob betekent 'hielhouder'. De naam komt van het Hebreeuwse werkwoord aqav, bij de hiel grijpen. Genesis 25:26 legt uit waarom: bij de geboorte hield Jakob de hiel van zijn tweelingbroer Ezau vast. De kanttekening van de Statenvertaling vertaalt de naam ook met hielhouder. Strong's woordenboek noemt daarnaast de figuurlijke betekenis: iemand de voet lichten, hem te slim af zijn.
Betekent Jakob bedrieger?
Niet in de eerste plaats. De naam betekent hielhouder en is gegeven om wat er bij de geboorte gebeurde. Het werkwoord waarvan hij komt, kan figuurlijk ook betekenen dat iemand een ander de voet licht. Zo las Ezau de naam toen hij de zegen kwijt was: "dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen" (Genesis 27:36). De kanttekening noemt Ezau's klacht over de eerstgeboorte onterecht, omdat hij die zelf verkocht had, en merkt op dat de zegen daarom ook hem niet toekwam.
Waarom heette Jakob later Israël?
Na de nachtelijke worsteling bij Pniel zei God tegen hem: "Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel" (Genesis 32:28). Te Beth-el bevestigde God de nieuwe naam (Genesis 35:10). De oude naam verdween daarmee niet; de Bijbel noemt hem daarna nog vaak Jakob. Wat de naam Israël betekent, staat op de pagina over die naam.
Hoe spreekt u de naam Jakob uit?
In het Nederlands zegt u JA-kob, met de klemtoon op de eerste lettergreep. In het Hebreeuws heeft de naam drie lettergrepen, ja-a-KOV, met de klemtoon op de laatste en een v-klank aan het eind. De Statenvertaling schrijft Jakob met een k; de spelling Jacob is dezelfde naam, en zo schrijft ook het Engels hem.
Waarom noemt God Zich de God van Jakob?
Bij de braambos zei God tot Mozes: "Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob" (Exodus 3:6). Hij verbindt Zijn Naam dus aan de aartsvaders met wie Hij Zijn verbond had gemaakt, ook aan de hielhouder. De Psalmen nemen dat over: "de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek" (Psalm 46:8). Wie de HEERE zo aanroept, belijdt dat Hij trouw blijft aan Zijn beloften.