Ezau: betekenis van de naam
עֵשָׂו (ʻÊsâv) = “ruig, of: volmaakt”
Wat betekent de naam Ezau?
De betekenis van de naam Ezau is niet zeker: Strong's denkt aan 'ruig', de kanttekening aan 'gemaakt, volmaakt'. De Bijbel verbindt de naam met zijn geboorte: "hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau" (Genesis 25:25). Ezau was de oudste zoon van Izak en Rebekka en de tweelingbroer van Jakob.
Herkomst en betekenis van Ezau
- Grondwoord (Hebreeuws)
- עֵשָׂו ʻÊsâv
- Strong's-nummer
- H6215
- Afgeleid van (H6213)
- עָשָׂה ʻâsâh: doen, maken; in de oorspronkelijke zin volgens Strong's: bewerken, betasten
- Betekenis
- ruig, of: volmaakt
De Bijbel verklaart de naam bij de geboorte. De eerste van de tweeling kwam uit, "ros; hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau". De naam hoort dus bij wat iedereen zag en voelde: een kind dat al behaard was als een volwassen man.
Hoe de naam taalkundig in elkaar zit, is minder duidelijk. Het gewone Hebreeuwse woord voor haar, dat in hetzelfde vers staat, is een ander woord. Strong's woordenboek denkt met een slag om de arm aan het werkwoord asah, dat doen of maken betekent, maar oorspronkelijk ook betasten. Ezau zou dan iets betekenen als ruig, iets wat u voelt als u het aanraakt. De kanttekening bij Genesis 25:25 leest de naam als gemaakt, volmaakt, omdat hij haar had als een volwassen man. Beide duidingen komen van hetzelfde werkwoord en sluiten aan bij het vers, maar zij zeggen duidelijk iets verschillends; de betekenis staat daarom niet vast.
Ezau kreeg later een tweede naam. Na het linzengerecht heette hij Edom, rood (Genesis 25:30). Volgens de kanttekening kreeg hij die naam om zijn rode huid en om het rode kooksel waarop hij zo verzot was.
Gangbare duidingen
- Strong's: ruig, voelbaar ruw, blijkbaar van een werkwoord dat oorspronkelijk betasten betekent.
- De kanttekening bij Genesis 25:25: gemaakt, volmaakt, omdat hij al haar had als een volwassen man.
- Naamduiding Open Scriptures: behaard; de Bijbel verbindt de naam met het haren kleed (Genesis 25:25), zonder het woord zelf te verklaren.
“En de eerste kwam uit, ros; hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau.”
Ezau: Dat is, gemaakt, volmaakt, omdat hij haar had als een volwassen man.
Bron van de betekenis: Strong's: 'rough (i.e. sensibly felt)' (ruw, dat is: voelbaar ruig), 'apparently' (blijkbaar) een vorm van het lijdend deelwoord van H6213 ʻâsâh, 'in the original sense of handling' (in de oorspronkelijke zin van betasten, bewerken); naamduiding Open Scriptures: 'hairy' (behaard).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- E-zau
- In de grondtaal
- e-SAV
- Spelling in de Statenvertaling
- Ezau
- Als voornaam
- Ezau, Esau
- In andere talen
- Esau (Engels)
In het Hebreeuws klinkt de tweede lettergreep als sav en draagt die de klemtoon; de au van het Nederlands staat ook in de Griekse vorm Ēsau.
Wie heette Ezau in de Bijbel?
Ezau, de oudste zoon van Izak en Rebekka, ook Edom genoemd
Hij was een man die de jacht verstond, een veldman, en verkocht zijn eerstgeboorte aan Jakob voor een linzengerecht. Toen Jakob de zegen kreeg, weende hij luid. Jaren later liep hij Jakob tegemoet en viel hem om de hals.
Genesis 25:30, Genesis 27:38, Genesis 33:4, Hebreeën 12:16-17
Edom, het volk dat uit Ezau voortkwam
Ezau woonde op het gebergte Seir, en zijn nakomelingen werden het volk Edom. De profeten spreken het oordeel over Edom uit vanwege het geweld tegen zijn broeder Jakob.
Kernvers
“Dat niet iemand zij een hoereerder, of een onheilige, gelijk Ezau, die om een spijze het recht van zijn eerstgeboorte weggaf.”
Hebreeën 12:16 (Statenvertaling)
Wat de naam Ezau ons leert
De naam Ezau zegt iets over wat aan de buitenkant te zien was. Hij werd als eerste geboren, sterk en behaard, en groeide op tot een veldman die de jacht verstond. Toch beslisten die voorrechten niet over zijn leven. Genesis vat het samen in één zin: "alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte" (Genesis 25:34). Hebreeën noemt hem daarom een onheilige; volgens de kanttekening iemand die naar geen heilige dingen vraagt. Paulus wijst erop dat de HEERE al vóór de geboorte had gezegd: "De meerdere zal den mindere dienen" (Romeinen 9:12). Zo laat de geschiedenis van Ezau zien dat de zegen rust op het voornemen van God, en dat voornemen is "niet uit de werken, maar uit den Roepende" (Romeinen 9:11).
Veelgestelde vragen over de naam Ezau
Wat betekent de naam Ezau?
De betekenis van Ezau staat niet vast. Genesis 25:25 verbindt de naam met de geboorte: hij was "geheel als een haren kleed". Strong's woordenboek leidt de naam met een slag om de arm af van een werkwoord dat betasten betekent, zodat de naam iets betekent als ruig, ruw om aan te voelen. De kanttekening leest de naam als gemaakt of volmaakt, omdat hij al haar had als een volwassen man.
Waarom heette Ezau ook Edom?
Edom betekent rood. Ezau kwam moe van het veld en vroeg Jakob: "Laat mij toch slorpen van dat rode", en daarom noemde men hem Edom (Genesis 25:30). Volgens de kanttekening paste de naam dubbel, omdat hij bij de geboorte al rood van huid was (Genesis 25:25) en omdat hij zo verzot was op het rode kooksel. Edom werd later de naam van zijn volk.
Is Esau dezelfde naam als Ezau?
Ja. Esau is de spelling die u in het Engels en in veel andere vertalingen tegenkomt; de Statenvertaling schrijft Ezau, met een z. Het is dezelfde Hebreeuwse naam. Ook in het Nieuwe Testament, bijvoorbeeld in Hebreeën 11:20 en 12:16 en in Romeinen 9:13, schrijft de Statenvertaling Ezau. Deze pagina volgt de spelling van de Statenvertaling.
Hoe spreekt u Ezau uit?
In het Nederlands zegt u E-zau, met de klemtoon op de eerste lettergreep en een au zoals in blauw. In het Hebreeuws klinkt de naam heel anders: e-SAV, met de klemtoon op de tweede lettergreep. In het Grieks van het Nieuwe Testament luidt de naam Ēsau, met dezelfde au als in het Nederlands.
Wat betekent "Ezau heb Ik gehaat"?
De woorden staan in Maleachi 1:2-3 en worden aangehaald in Romeinen 9:13: "Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat". De kanttekening bij Romeinen 9:13 legt uit dat Paulus hiermee de verkiezing van Jakob en de verwerping van Ezau in het voornemen van God aanwijst, met de eeuwige en onverdiende liefde van God voor Jakob en Zijn rechtvaardige haat tegen Ezau. In Maleachi gaat het ook om het land van Edom, dat verwoest werd.