Ga naar hoofdinhoud
JongensnaamOude en Nieuwe TestamentBetekenis staat vast

Israël: betekenis van de naam

יִשְׂרָאֵל (Yisrâʼêl) = “vorst Gods, strijder met God”

Wat betekent de naam Israël?

De naam Israël betekent 'vorst Gods': iemand die vorstelijke macht heeft met God. Hij is gevormd van het Hebreeuwse werkwoord sarah, strijden of de overhand hebben, en El, God. God gaf deze naam aan Jakob na de worsteling bij Pniel (Genesis 32:28). Daarna werd Israël de naam van zijn nakomelingen, het volk van God.

Herkomst en betekenis van Israël

Grondwoord (Hebreeuws)
יִשְׂרָאֵל Yisrâʼêl
Strong's-nummer
H3478
Afgeleid van (H8280)
שָׂרָה sârâh: strijden, volhouden, de overhand hebben, macht hebben als een vorst
Betekenis
vorst Gods, strijder met God

Israël bestaat uit twee delen. Het eerste is het werkwoord sarah, dat Strong's omschrijft als de overhand hebben, met de bijklank van vorstelijke macht; de definities bij Open Scriptures voegen strijden en volhouden toe. Het tweede is El, God, dat in veel bijbelse namen voorkomt.

De Bijbel geeft de reden van de naam zelf. Na een nacht van worstelen zei God tegen Jakob dat hij voortaan Israël zou heten, "want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht" (Genesis 32:28). Het Hebreeuwse werkwoord achter "vorstelijk gedragen" is hetzelfde sarah als in de naam. Hosea gebruikt het opnieuw: "en in zijn kracht gedroeg hij zich vorstelijk met God" (Hosea 12:4). De kanttekening vertaalt de naam met een vorst Gods, of die vorstelijke macht heeft met God.

De bronnen leggen de nadruk wel verschillend. Volgens Strong's betekent de naam: hij zal heersen als God; de oudere naamduiding maakt ervan: God heeft de overhand. Genesis 32:28 en de kanttekening spreken niet van heersen als God, maar van vorstelijke macht met God: Jakob hield vast en werd gezegend.

“Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht.”
De Bijbel verklaart de naam: Genesis 32:28 (Statenvertaling)
Kanttekening bij Genesis 32:28 (Statenvertaling, 1637)
Israël: Dat is, een vorst Gods, of die vorstelijke macht heeft met God, gelijk blijkt uit de volgende woorden. Dezen naam geeft God Jakob ten tweeden male, onder, Gen 35:10.

Bron van de betekenis: Strong's: 'he will rule as God' (hij zal heersen als God), afgeleid van H8280 sârâh, 'to prevail' (de overhand hebben), en H410 ʼêl, 'God'; naamduiding Open Scriptures: 'God prevails' (God heeft de overhand).

Uitspraak en spelling

Uitspraak in het Nederlands
IS-ra-ël
In de grondtaal
jis-ra-EL
Spelling in de Statenvertaling
Israël
Als voornaam
Israël
In andere talen
Israel (Engels)

Het trema laat zien dat de e een eigen lettergreep vormt; het Hebreeuws legt de klemtoon op de laatste lettergreep.

Wie heette Israël in de Bijbel?

  • Jakob, die van God de naam Israël kreeg

    Bij Pniel kreeg Jakob de nieuwe naam, en te Beth-el bevestigde God de naam. De Bijbel noemt hem daarna nu eens Jakob en dan weer Israël, soms in hetzelfde vers.

    Genesis 32:28, Genesis 35:10, Genesis 46:2

  • Het volk Israël, de nakomelingen van Jakob

    De twaalf stammen die uit de zonen van Jakob voortkwamen, dragen samen zijn naam. Tegen Farao zegt de HEERE: "Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israel".

    Exodus 4:22, Jesaja 43:1

  • Israël als naam voor het tienstammenrijk

    Na de scheuring onder Rehabeam maakten de tien stammen Jerobeam koning over Israël. Vanaf dat moment staat Israël in de boeken der Koningen vaak voor het noordrijk, naast Juda in het zuiden.

    1 Koningen 12:20

  • Het Israël Gods in het Nieuwe Testament

    Paulus schrijft dat "die zijn niet allen Israel, die uit Israel zijn", en de kanttekening legt uit dat het om de rechte Israëlieten gaat. Over Nathanaël zegt de Heere Jezus: "Zie, waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog is" (Johannes 1:48).

    Romeinen 9:6, Galaten 6:16

Kernvers

“Maar nu, alzo zegt de HEERE, uw Schepper, o Jakob! en uw Formeerder, o Israel! vrees niet, want Ik heb u verlost; Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.”

Jesaja 43:1 (Statenvertaling)

Wat de naam Israël ons leert

Israël is een naam die Jakob niet zelf koos en niet kon verdienen. Hij kreeg hem na een nacht waarin hij worstelde met Iemand Die sterker was dan hij, en waarin hij hinkend achterbleef. Hosea vertelt hoe die overwinning eruitzag: "hij weende en smeekte Hem" (Hosea 12:5). De kracht van Israël lag dus in het vasthouden aan God: "Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent" (Genesis 32:26). Daarna ging de naam over op een heel volk, dat vaak ver van die houding afdwaalde. Toch blijft de HEERE het bij die naam noemen. Door Jesaja zegt Hij: "Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn".

Veelgestelde vragen over de naam Israël

Wat betekent de naam Israël?

Israël betekent 'vorst Gods' of iemand die vorstelijk strijdt met God. De naam is gevormd van het Hebreeuwse werkwoord sarah, strijden of de overhand hebben, en El, God. Genesis 32:28 geeft de reden: Jakob had zich "vorstelijk gedragen met God en met de mensen". De kanttekening vertaalt de naam met een vorst Gods, of die vorstelijke macht heeft met God.

Waarom kreeg Jakob de naam Israël?

Jakob was op weg naar zijn broer Ezau, voor wie hij bang was. In de nacht bij het veer van Jabbok worstelde een Man met hem tot de dageraad, en Jakob wilde Hem niet laten gaan zonder zegen. Toen ontving hij van God de naam Israël (Genesis 32:28). Jakob noemde de plaats Pniel, omdat hij God gezien had van aangezicht tot aangezicht. Later bevestigde God de naam te Beth-el (Genesis 35:10).

Wie heette Israël in de Bijbel?

Als persoonsnaam draagt alleen Jakob de naam Israël. Daarna is het de naam van het volk dat uit zijn twaalf zonen voortkwam, de kinderen Israëls. Na de scheuring van het rijk heet het noordelijke tienstammenrijk Israël, naast Juda in het zuiden. Paulus spreekt in Galaten 6:16 over "het Israel Gods", en volgens de kanttekening bij Romeinen 9:6 zijn dat de rechte Israëlieten.

Hoe spreekt u Israël uit?

In het Nederlands zegt u IS-ra-ël, in drie lettergrepen, met de klemtoon op de eerste. Het trema op de e laat zien dat ra en ël apart worden uitgesproken. In het Hebreeuws klinkt de naam als jis-ra-EL, met de klemtoon op de laatste lettergreep, waar de naam van God, El, in zit.

Zijn Jakob en Israël dezelfde persoon?

Ja. Israël is de tweede naam die God aan Jakob gaf. Toch verdween de naam Jakob niet. Volgens de kanttekening bij Genesis 32:28 betekent 'niet Jakob' daar: niet alleen Jakob, want de Bijbel noemt hem daarna nog vaak zo. In Genesis 46:2 spreekt God tot Israël en roept Hij: Jakob, Jakob. Ook de profeten gebruiken beide namen naast elkaar, zoals Jesaja 43:1, waar de HEERE Zich in één zin de Schepper van Jakob en de Formeerder van Israël noemt.

Verwante bijbelse namen