Psalm 1 zet twee levenswegen naast elkaar en laat zien waar ze op uitlopen. De psalm opent met wie de gelukkige mens níet volgt: “Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters” (vers 1). Daartegenover staat waar hij zich wel mee bezighoudt: “Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht” (vers 2). Dat levert het beeld op van vers 3, de boom aan waterbeken die op zijn tijd vrucht geeft en waarvan het blad niet afvalt. De goddeloze krijgt het tegenbeeld: kaf dat de wind wegblaast (vers 4). Het slotvers vat beide wegen samen: “Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan” (vers 6).
Psalm 1 telt zes verzen en heeft geen opschrift. Dat is prettig bij het opzoeken: waar psalmen mét opschrift in Nederlandse bijbels één versnummer verschuiven ten opzichte van Engelstalige uitgaven, verwijst Psalm 1:2 hier overal naar dezelfde regel. De psalm noemt geen dichter en geen aanleiding; in de uitleg wordt hij daarom meestal samen met Psalm 2 gelezen als inleiding op het hele boek Psalmen. Dat verklaart waarom hij niet over één situatie gaat, maar over de keuze die aan alle volgende psalmen ten grondslag ligt.
U leest Psalm 1 hierboven integraal in de Statenvertaling. De Herziene Statenvertaling en de Bijbel in Gewone Taal zijn vanwege licenties niet als volledige tekst op deze site te lezen; wat die vertalingen zijn en waar u ze wél online vindt, staat op onze pagina's over de Herziene Statenvertaling en de Bijbel in Gewone Taal. Wie psalmen wil gaan lezen zonder te weten waar te beginnen, begint met dit hoofdstuk: het is de poort van het Psalter. Een overzicht van alle 150 psalmen staat op de psalmenpagina.