Ga naar hoofdinhoud

Psalm 127

Samenvatting

Psalm 127 is een lied Hammaaloth van Salomo en telt vijf verzen. De Statenvertaling opent met 'Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan'; nieuwere vertalingen schrijven 'Als de HEER het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwers'. Het gaat om dezelfde regel. De psalm zegt eerst dat bouwen, waken en zwoegen zonder God tevergeefs zijn (vers 1 en 2) en noemt daarna de kinderen een erfdeel van de HEERE (vers 3 tot 5).

Lees de volledige uitleg →
SV
1Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.
2Het is tevergeefs, dat gijlieden vroeg opstaat, laat opblijft, eet brood der smarten; het is alzo, dat Hij het Zijn beminden als in den slaap geeft.
3Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning.
4Gelijk de pijlen zijn in de hand eens helds, zodanig zijn de zonen der jeugd.
5Welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met dezelve gevuld heeft; zij zullen niet beschaamd worden, als zij met de vijanden spreken zullen in de poort.