De vriend te middernacht
Een gelijkenis over bidden, en de Vader Die de Heilige Geest geeft
Samenvatting
De vriend te middernacht is de gelijkenis in Lukas 11:5-13 over een man die midden in de nacht bij zijn vriend aanklopt om drie broden. Jezus vertelt haar direct na het Onze Vader. Hij leert Zijn discipelen bidden, zoeken en kloppen, en belooft dat de hemelse Vader de Heilige Geest geeft aan wie Hem bidden.
Bijbelgedeelte
“En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;”
“Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.”
“En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.”
“Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?”
Het verhaal
De gelijkenis van de vriend te middernacht staat alleen in het evangelie naar Lukas, in Lukas 11. Jezus vertelt haar direct nadat Hij Zijn discipelen het Onze Vader heeft geleerd (Lukas 11:1-4). Zij hoort bij Zijn onderwijs over het gebed.
Waarom vertelde Jezus de gelijkenis van de vriend te middernacht?
Jezus was Zelf aan het bidden. Toen Hij ophield, vroeg een van Zijn discipelen: "Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft" (Lukas 11:1). Jezus gaf hun eerst de woorden van het gebed dat wij kennen als het Onze Vader. Daarna liet Hij met een gelijkenis, een belofte en een tweede beeld zien hoe zij mochten bidden: met vertrouwen, en zonder op te geven.
Wat gebeurt er in de gelijkenis van de vriend te middernacht?
Jezus begint met een vraag aan Zijn hoorders. Stel dat een van hen om middernacht naar een vriend gaat en zegt: "Vriend! leen mij drie broden" (Lukas 11:5). Er is een vriend van de reis bij hem gekomen, en hij heeft niets om hem voor te zetten (Lukas 11:6). De vriend in huis antwoordt van binnen: "Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven" (Lukas 11:7).
Toch staat hij op. Niet omdat hij zijn vriend is, zegt Jezus, "nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft" (Lukas 11:8). Onbeschaamdheid is hier: vragen zonder schroom, zich niet laten afschepen. De meeste uitleggers lezen haar bij de vrager die op dat uur durft aan te kloppen en aanhoudt; anderen denken aan de man in huis, die opstaat om zich niet te hoeven schamen.
Wat betekent: bidt, en u zal gegeven worden?
Dan trekt Jezus de lijn naar Zijn discipelen: "En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden" (Lukas 11:9). Hij geeft er de reden bij: wie bidt, ontvangt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, wordt opengedaan (Lukas 11:10). Het kloppen sluit aan bij de man voor de gesloten deur.
Waarom geeft een vader zijn kind geen steen?
Ten slotte gebruikt Jezus een tweede beeld. Welke vader geeft zijn zoon een steen als die om brood vraagt, een slang voor een vis, of een schorpioen als hij om een ei vraagt (Lukas 11:11-12)? Geen enkele. Jezus besluit met een vraag die het antwoord al in zich draagt: "Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden" (Lukas 11:13). In Mattheüs 7:11 staan bijna dezelfde woorden, met goede gaven. Lukas noemt de grootste gave bij name: de Heilige Geest.
Achtergrond
Gastvrijheid gold in Israël als een vanzelfsprekende plicht. Wie een gast ontving, zette hem eten voor, zoals Abraham deed bij de drie mannen die bij zijn tent kwamen (Genesis 18:1-8). De tekst noemt alleen dat de deur gesloten is en dat de kinderen bij de vader in de slaapkamer liggen (Lukas 11:7). Veel uitleggers denken aan een eenvoudig huis waarin het gezin bij elkaar sliep, zodat opstaan iedereen wakker maakte. De gelijkenis zelf zegt dat niet met zoveel woorden.
Betekenis
De gelijkenis is een vergelijking door tegenstelling. God is niet als een vriend die al naar bed is en met moeite opstaat. Als zelfs zo’n vriend opstaat, en als zelfs vaders die boos zijn hun kinderen goede gaven geven, "hoeveel te meer zal de hemelse Vader" geven (Lukas 11:13). Het gaat dus niet om de les dat een mens God moet lastigvallen tot Hij toegeeft. Het gaat om Wie God is: een Vader Die gebeden wil horen.
Tegelijk roept Jezus op tot volharding. Jezus gebruikt drie werkwoorden achter elkaar, bidden, zoeken en kloppen, en Hij noemt ze direct na een gelijkenis over iemand die niet ophield. Zo roept Hij op om door te gaan. De man in de gelijkenis kwam om iets wat hij zelf niet had en wat hij voor een ander nodig had. Zo mogen ook de discipelen blijven vragen, niet om God over te halen, maar omdat zij in alles van Hem afhankelijk zijn.
Het zwaartepunt ligt aan het eind: de Vader geeft de Heilige Geest aan wie Hem bidden. Lukas laat die lijn verder lopen. Na de hemelvaart waren de discipelen "eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken" (Handelingen 1:14), en op de Pinksterdag werden zij allen vervuld met de Heilige Geest (Handelingen 2:4). De Heidelbergse Catechismus noemt het gebed het voornaamste stuk der dankbaarheid en zegt dat God Zijn genade en Heilige Geest alleen wil geven aan wie Hem daarom zonder ophouden bidden (Zondag 45, vraag 116).
Lessen voor vandaag
God wil gevraagd worden. Jezus gaf Zijn discipelen niet alleen woorden om te bidden, maar ook de belofte dat de Vader hoort. De man in de gelijkenis had niets om zijn gast voor te zetten. Zo mogen wij tot God komen met wat wij missen, ook voor anderen. Jakobus zegt het scherp: "gij hebt niet, omdat gij niet bidt" (Jakobus 4:2).
De Vader geeft goede gaven, en Hij weet beter dan wij wat goed is. Deze gelijkenis belooft daarom niet dat wij alles krijgen wat wij noemen. Een vader geeft zijn kind geen steen, maar ook niet alles waar het om vraagt. Jakobus schrijft ook: "Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt" (Jakobus 4:3). Wie bidt, legt zijn vragen in de hand van een Vader Die het goede geeft.
De gave die Jezus hier met name belooft, is de Heilige Geest. Om Hem mogen wij altijd vragen. Wie zwak is in het gebed, hoeft niet te wachten tot hij het beter kan: "de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen" (Romeinen 8:26).
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
De discipelen van de Heere Jezus zagen Hem vaak bidden. Op een dag was Jezus weer aan het bidden. Toen Hij ophield, kwam een van de discipelen naar Hem toe. Hij vroeg: "Heere, leer ons bidden". Jezus leerde hun toen het gebed dat wij het Onze Vader noemen.
Daarna vertelde Jezus een gelijkenis. Een gelijkenis is een vergelijking. Jezus vertelde dan over gewone mensen en gewone dingen, om iets duidelijk te maken over God.
Jezus vroeg Zijn discipelen zich iets voor te stellen. Iemand heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar het huis van die vriend. Hij klopt aan en zegt: "Vriend! leen mij drie broden". Er is namelijk een andere vriend bij hem gekomen, na een reis. En hij heeft niets in huis om hem te eten te geven.
Maar de vriend binnen roept terug: "Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten". Hij zegt dat zijn kinderen bij hem in de slaapkamer liggen. Hij kan nu niet opstaan om iets te geven.
Toch staat de vriend binnen op. Jezus zei dat hij het niet doet omdat hij zijn vriend is. Hij doet het "om zijner onbeschaamdheid wil". Onbeschaamd betekent hier: zonder je te schamen. De man buiten durfde midden in de nacht te komen vragen. Dus staat de vriend op en geeft hem alles wat hij nodig heeft.
Toen zei de Heere Jezus tegen Zijn discipelen: "Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden". Bidden is God om iets vragen. Jezus beloofde dat wie bidt, ook krijgt. Wie zoekt, vindt. En voor wie klopt, gaat de deur open.
Daarna vertelde Jezus nog iets. Als een kind zijn vader om brood vraagt, geeft die vader hem dan een steen? Als hij om een vis vraagt, geeft hij hem dan een slang? En als hij om een ei vraagt, een schorpioen? Een schorpioen is een klein dier met een giftige angel. Nee, zo doet geen vader. Vaders zijn ook zondige mensen, zei Jezus. Toch geven ze hun kinderen goede dingen.
En dan zei Jezus dat de Vader in de hemel nog veel meer geeft. Hij geeft de Heilige Geest aan wie Hem daarom bidden. De Heilige Geest is God Zelf. Hij komt wonen in het hart van wie bij God hoort.
Zo eindigt Jezus Zijn les over het bidden. God is niet zoals de vriend achter de dichte deur, die met moeite opstaat. Hij is een Vader Die graag geeft, en Hij hoort wie tot Hem roept.
“Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.” (Lukas 11:9)
Tips voor de verteller
- Vertel eerst kort dat Jezus Zijn discipelen het Onze Vader leerde, en leg uit wat een gelijkenis is. Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u het tweede beeld inkorten tot het brood en de steen. Lees daarna Lukas 11:9-13 uit de Bijbel zelf voor.
- Een kind kan denken dat een mens God moet blijven lastigvallen tot Hij toegeeft. Zeg dan eerlijk dat God niet is zoals de vriend achter de gesloten deur. Jezus vergelijkt door tegenstelling: als zelfs die vriend opstaat, hoeveel te meer hoort de Vader in de hemel. Wij blijven bidden omdat wij Hem nodig hebben, niet om Hem over te halen.
- Te verwachten vraag: ik heb gebeden, maar ik kreeg het niet. Zeg eerlijk dat God niet alles geeft wat wij noemen, zoals een goede vader zijn kind ook niet alles geeft. Waarom iets uitblijft, weten wij vaak niet. Wel belooft Jezus dat de Vader goede gaven geeft, en vooral de Heilige Geest aan wie Hem daarom bidden.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat vroeg de man midden in de nacht aan zijn vriend?
- NavertellenWaarom had de man brood nodig?
- NavertellenWat geeft de Vader in de hemel aan wie Hem bidden?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenJezus noemt drie dingen: bidden, zoeken en kloppen. Wat belooft Hij bij elk van die drie?
- BetekenisWaarom is God anders dan de vriend achter de dichte deur? Wat bedoelt Jezus met "hoeveel te meer"?
- ToepassingWat heb jij nodig dat je zelf niet kunt maken of kopen? Hoe kun je dat aan God vragen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Mattheüs 7:7-11. Daar zegt Jezus bijna hetzelfde. Wat geeft de Vader volgens Mattheüs, en wat noemt Lukas 11:13? Waarom zou dat verschil ertoe doen?
- Moeilijke vraagWat zeg je tegen iemand die lang om iets gebeden heeft en het niet kreeg? Lees ook Jakobus 4:3 en 1 Johannes 5:14.
- Wie is God?Jezus vergelijkt God met een vriend die moeilijk opstaat en met vaders die boos zijn. Wat wil Hij juist met dat verschil over God zeggen?
Gebedspunt: Dank de hemelse Vader dat Hij gebeden hoort en goede gaven geeft. Bid om de Heilige Geest, Die leert bidden en God kennen als Vader.
Personen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De vriend te middernacht
Waar staat het verhaal van de vriend te middernacht in de Bijbel?
De gelijkenis van de vriend te middernacht (ook wel: de vriend om middernacht) staat in Lukas 11:5-13. Alleen Lukas vertelt haar. Zij volgt direct op het Onze Vader (Lukas 11:1-4), dat Jezus Zijn discipelen leerde toen een van hen vroeg: "Heere, leer ons bidden" (Lukas 11:1). De woorden over bidden, zoeken en kloppen en over de vader die zijn kind geen steen geeft, staan ook in de Bergrede (Mattheüs 7:7-11), maar daar zonder de gelijkenis van de vriend.
Wat is de betekenis van de gelijkenis van de vriend te middernacht?
Jezus leert Zijn discipelen met vertrouwen en volharding te bidden. Als zelfs een vriend die al in bed ligt toch opstaat en geeft wat nodig is, en als zelfs zondige vaders hun kinderen goede gaven geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader geven aan wie Hem bidden. De gelijkenis eindigt bij de grootste gave: "hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden" (Lukas 11:13).
Moet u God lastigvallen tot Hij toegeeft?
Nee, dat is een veelgehoorde misvatting. De gelijkenis werkt door tegenstelling. God is niet als de vriend die zegt: "Doe mij geen moeite aan" (Lukas 11:7). Jezus zegt juist "hoeveel te meer" over de hemelse Vader (Lukas 11:13). Volhouden in het gebed is goed, en Jezus roept ertoe op: bidden, zoeken en kloppen. Maar wij bidden niet om een onwillige God over te halen. Wij bidden omdat Hij een Vader is Die wil geven.
Wat betekent onbeschaamdheid in Lukas 11:8?
Onbeschaamdheid is vragen zonder schroom, zich niet laten afschepen. Jezus zegt dat de vriend opstaat, niet omdat hij zijn vriend is, "nochtans om zijner onbeschaamdheid wil" (Lukas 11:8). De meeste uitleggers lezen dat bij de vrager, die midden in de nacht durft aan te kloppen en aanhoudt. Sommige uitleggers lezen het bij de man in huis, die opstaat om zich niet te hoeven schamen. In beide lezingen is de les dezelfde: God is veel bereidwilliger dan deze vriend.
Krijgt u alles wat u in het gebed vraagt?
De gelijkenis belooft dat de Vader hoort en goede gaven geeft, niet dat wij alles krijgen wat wij noemen. Jezus vergelijkt God met een vader: die geeft zijn kind geen steen voor brood (Lukas 11:11), maar ook niet alles waar het om vraagt. Elders zegt de Bijbel: "Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt" (Jakobus 4:3), en Johannes schrijft dat God ons verhoort "zo wij iets bidden naar Zijn wil" (1 Johannes 5:14).
Waarom noemt Jezus in Lukas 11:13 de Heilige Geest?
In Mattheüs 7:11 zegt Jezus dat de Vader "goede gaven" geeft aan wie ze van Hem bidden. Lukas noemt in dezelfde woorden de Heilige Geest. Dat is de gave die alle andere goede gaven omvat: God Zelf, Die in het hart komt wonen. Lukas laat later zien hoe de discipelen volhardend baden (Handelingen 1:14) en op de Pinksterdag met de Heilige Geest werden vervuld (Handelingen 2:4).
Hoe vertelt u de vriend te middernacht aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Begin bij de vraag van de discipelen: "Heere, leer ons bidden" (Lukas 11:1). Vertel dan de gelijkenis van de man die om middernacht aanklopt, en geef de meeste ruimte aan de belofte van Jezus en aan het slot over de hemelse Vader. Zeg duidelijk dat God niet is zoals de vriend achter de gesloten deur. Lukas 11:9 is goed om samen te leren, en de gespreksvragen zijn er voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over De vriend te middernacht
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.