Ga naar hoofdinhoud
LukasLukas 18:1-8

De weduwe en de onrechtvaardige rechter

Een gelijkenis over altijd bidden en niet moedeloos worden

Samenvatting

De weduwe en de onrechtvaardige rechter is de gelijkenis in Lukas 18:1-8 over een weduwe die steeds weer recht vraagt bij een rechter die God niet vreest. Jezus leert daarmee dat God recht doet aan wie tot Hem roepen, en vraagt of de Zoon des mensen bij Zijn komst geloof zal vinden.

Bijbelgedeelte

“En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen;”
Lukas 18:1 (Statenvertaling)
“En er was een zekere weduwe in dezelfde stad, en zij kwam tot hem, zeggende: Doe mij recht tegen mijn wederpartij.”
Lukas 18:3 (Statenvertaling)
“Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?”
Lukas 18:7 (Statenvertaling)
“Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?”
Lukas 18:8 (Statenvertaling)

Het verhaal

De gelijkenis van de weduwe en de onrechtvaardige rechter staat alleen in het evangelie naar Lukas, aan het begin van Lukas 18. Zij volgt direct op het onderwijs van Jezus over de komst van het Koninkrijk Gods en de dag van de Zoon des mensen (Lukas 17:20-37). Daarna volgt de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar, die ook over het gebed gaat.

Waarom vertelde Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter?

Lukas noemt het doel vooraf. Jezus vertelde deze gelijkenis "daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen" (Lukas 18:1). Vertragen betekent hier: verslappen, de moed opgeven. Even daarvoor had Jezus tegen Zijn discipelen gezegd dat er dagen zouden komen waarin zij zouden verlangen een van de dagen van de Zoon des mensen te zien, en dat zij die niet zouden zien (Lukas 17:22). Voor zo’n tijd van wachten geeft Hij deze gelijkenis.

Wat gebeurt er in de gelijkenis van de weduwe en de rechter?

In een stad is een rechter "die God niet vreesde, en geen mens ontzag" (Lukas 18:2). In dezelfde stad woont een weduwe. Zij komt tot hem en zegt: "Doe mij recht tegen mijn wederpartij" (Lukas 18:3). Wie die tegenpartij is en waarover de zaak gaat, vertelt Jezus niet. Lange tijd wil de rechter niet. Maar daarna zegt hij bij zichzelf dat hij haar recht zal doen. Niet omdat hij God vreest of mensen ontziet, maar "omdat deze weduwe mij moeilijk valt" (Lukas 18:5). Hij wil voorkomen dat zij blijft komen en hem ten slotte het hoofd breekt.

Wat zegt Jezus over de onrechtvaardige rechter en God?

Nee. Jezus zegt: "Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt" (Lukas 18:6). Als zelfs zo’n man recht doet, zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, "die dag en nacht tot Hem roepen" (Lukas 18:7)? De vergelijking werkt door tegenstelling. De rechter is onrechtvaardig; God is rechtvaardig. De weduwe betekent niets voor de rechter; de bidders zijn Gods eigen uitverkorenen. De rechter geeft toe uit eigenbelang; God heeft het recht van de zwakken Zelf beloofd. Jezus zegt het met nadruk: "Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal" (Lukas 18:8).

Hoe eindigt de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter?

De gelijkenis eindigt met een vraag die Jezus open laat. In Lukas 18:8 zegt Hij: "Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde"? Over God bestaat geen twijfel: Hij zal recht doen. De vraag is of er bij Zijn komst mensen zijn die nog bidden en Hem verwachten. Zo wordt de gelijkenis aan het eind een vraag aan de hoorder zelf.

Achtergrond

Een weduwe had in Israël vaak niemand meer die voor haar opkwam. De wet van God beschermde haar daarom met name: "Gij zult geen weduwe noch wees beledigen" (Exodus 22:22). God noemt Zichzelf "een Rechter der weduwen" (Psalm 68:6). Van rechters vroeg de wet: "Gij zult het gericht niet buigen" (Deuteronomium 16:19). Een rechter die God niet vreesde, was dus het tegendeel van wat God van een rechter vroeg. De gelijkenis noemt niets wat de weduwe hem kon bieden. Zij had alleen haar volhouden.

Betekenis

De gelijkenis gaat eerst over God. Hij is niet de onwillige rechter, maar de Rechter der weduwen, en Hij zal recht doen aan wie dag en nacht tot Hem roepen. Jezus noemt hen Zijn uitverkorenen: mensen die God Zelf heeft gekozen en die bij Hem horen. Wie zo bidt, roept niet tot een vreemde. Paulus schrijft: "Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt" (Romeinen 8:33).

De woorden "hoewel Hij lankmoedig is over hen" (Lukas 18:7) zijn niet eenvoudig. Sommige uitleggers lezen: God heeft geduld met Zijn volk en draagt hen. Anderen lezen: God lijkt te talmen, maar laat hen niet wachten zoals de rechter deed. Ook "haastelijk" (Lukas 18:8) kan snel betekenen of plotseling. Geen van deze lezingen maakt God onwillig. Petrus schrijft over het schijnbare uitblijven van de komst van de Heere: "De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons" (2 Petrus 3:9).

Het verband met Lukas 17 is belangrijk. Het recht waarom de uitverkorenen roepen, krijgt zijn volle vervulling op de dag van de Zoon des mensen. Tot die dag bidt de gemeente, en wacht zij. De gelijkenis belooft dat het antwoord komt, maar zij eindigt met een vraag aan de hoorder: zal Hij geloof vinden? Bidden en geloven horen hier bij elkaar. Wie blijft bidden, laat zien dat hij God verwacht.

Lessen voor vandaag

God hoort wie tot Hem roept. Dat is de grond om te blijven bidden, ook als het antwoord lang uitblijft. Wij bidden niet om God te vermoeien, zoals de weduwe de rechter vermoeide, maar omdat Hij beloofd heeft recht te doen. Paulus schrijft: "Volhardt in het gebed" (Romeinen 12:12).

Deze gelijkenis belooft niet dat wie lang genoeg aanhoudt, altijd krijgt wat hij noemt. Zij belooft dat God recht zal doen aan Zijn uitverkorenen. Soms is dat in dit leven te zien; de volle vervulling komt op de dag van de Zoon des mensen. Tot dan mogen wij onrecht en verdriet bij Hem neerleggen, zoals David deed in Psalm 13:2: "Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten"?

De slotvraag van Jezus geldt ook ons. Hij vraagt niet of God trouw zal zijn; dat staat vast. Hij vraagt of Hij bij Zijn komst geloof zal vinden. Wie leeft in de verwachting van de wederkomst, blijft bidden, ook als het lang duurt.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

De Heere Jezus vertelde Zijn discipelen over de dag dat Hij terug zou komen. Hij zei dat er dagen zouden komen waarin ze naar Hem zouden verlangen. Daarom vertelde Hij hun een gelijkenis. Een gelijkenis is een vergelijking. Jezus vertelde dan over gewone mensen, om iets duidelijk te maken over God. Met deze gelijkenis wilde Hij hun leren "dat men altijd bidden moet, en niet vertragen". Vertragen betekent hier: moe worden en ermee ophouden.

In een stad was een rechter. Een rechter moet eerlijk beslissen wie gelijk heeft als mensen ruzie hebben. Maar deze rechter vreesde God niet. En hij trok zich van geen mens iets aan.

In dezelfde stad woonde een weduwe. Een weduwe is een vrouw van wie de man gestorven is. Zij had een zaak tegen iemand, en ze kwam bij de rechter. Ze zei: "Doe mij recht tegen mijn wederpartij". Haar wederpartij was de man of vrouw met wie ze die zaak had. Ze vroeg de rechter om eerlijk voor haar te beslissen.

Maar de rechter wilde niet. Een lange tijd wilde hij niet. En de weduwe bleef komen.

Toen zei de rechter bij zichzelf dat hij haar toch recht zou doen. Niet omdat hij God vreesde. Ook niet omdat hij om mensen gaf. Maar omdat deze weduwe hem lastigviel. Anders zou ze maar blijven komen, en het zou hem te veel worden.

Toen zei de Heere Jezus: "Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt". Zelfs deze slechte rechter deed de weduwe recht. Zou God dan geen recht doen aan de mensen die Hij Zelf uitgekozen heeft? Zij roepen dag en nacht tot Hem.

God is helemaal niet zoals die rechter. De rechter was oneerlijk, maar God is rechtvaardig. De rechter gaf pas toe om van de weduwe af te zijn. Maar de mensen die tot God roepen, horen bij Hem. Jezus zei: "Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal". Haastelijk betekent: snel, zonder te talmen.

Daarna stelde Jezus nog een vraag. Hij noemde Zichzelf de Zoon des mensen. Hij vroeg: "als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde"? Jezus gaf er geen antwoord bij. Met die vraag eindigt de gelijkenis.

Over God hoeven we niet te twijfelen. Hij hoort wie tot Hem roept, en Hij zal recht doen. De Heere Jezus komt terug, en Hij zoekt mensen die op Hem blijven vertrouwen en tot Hem blijven bidden.

Om te onthouden
“Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal” (Lukas 18:8)

Tips voor de verteller

  • Leg vooraf uit wat een rechter, een weduwe en een wederpartij zijn. Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u de slotvraag over het geloof op de aarde weglaten en eindigen bij de belofte dat God recht doet. Lees daarna Lukas 18:6-8 uit de Bijbel zelf voor.
  • Zeg duidelijk dat God niet is zoals deze rechter. Jezus vergelijkt door tegenstelling: als zelfs een slechte rechter toegeeft, hoeveel te meer zal God recht doen aan wie bij Hem horen. Laat de weduwe dus niet klinken als een voorbeeld van iemand die God moet vermoeien tot Hij toegeeft.
  • Te verwachten vraag: ik bid al lang, en er verandert niets. Jezus zegt "haastelijk", en toch moeten mensen soms lang wachten. Zeg eerlijk dat deze gelijkenis niet belooft dat wij alles krijgen wat wij vragen, of dat het gaat zoals wij denken. Jezus belooft dat God recht doet aan wie bij Hem horen; helemaal zichtbaar wordt dat als Hij terugkomt. Blijven bidden is daarom geen zinloos herhalen, maar vertrouwen.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat vroeg de weduwe steeds aan de rechter?
  2. NavertellenWaarom deed de rechter haar uiteindelijk toch recht?
  3. NavertellenWie doet recht aan mensen die dag en nacht tot Hem roepen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat vertelt Jezus over de rechter? Noem twee dingen die laten zien dat hij geen goede rechter was.
  2. BetekenisWaarom vertelt Jezus over zo’n slechte rechter, als Hij iets wil leren over God?
  3. ToepassingWaarvoor bid jij al lang? Wat leert deze gelijkenis jou als het antwoord nog niet komt?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Lukas 17:22-30, vlak voor deze gelijkenis. Over welke dag gaat het daar? Wat zegt dat over het recht waarom de uitverkorenen roepen?
  2. Moeilijke vraagJezus zegt dat God haastelijk recht doet, maar christenen wachten soms hun hele leven. Hoe ga je met die spanning om? Lees ook 2 Petrus 3:9.
  3. PersoonlijkJezus vraagt of de Zoon des mensen bij Zijn komst geloof zal vinden op de aarde. Wat betekent die vraag voor jou?

Gebedspunt: Dank God dat Hij geen onrechtvaardige rechter is, maar recht doet aan wie dag en nacht tot Hem roepen. Bid om geloof dat blijft bidden en de komst van de Heere Jezus verwacht.

Personen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

gebedvolhardingGods rechtde wederkomst

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De weduwe en de onrechtvaardige rechter

Waar staat het verhaal van de weduwe en de onrechtvaardige rechter in de Bijbel?

De gelijkenis van de weduwe en de onrechtvaardige rechter staat in Lukas 18:1-8. Alleen Lukas vertelt haar. Zij volgt op het onderwijs van Jezus over de komst van het Koninkrijk Gods en de dag van de Zoon des mensen (Lukas 17:20-37). Direct daarna vertelt Jezus de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar (Lukas 18:9-14), die ook over het gebed gaat.

Wat is de betekenis van de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter?

Lukas noemt het doel zelf: Jezus vertelde haar "daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen" (Lukas 18:1). Als zelfs een rechter die God niet vreest een lastige weduwe recht doet, zal God zeker recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen (Lukas 18:7). De gelijkenis eindigt met een vraag aan de hoorder: zal de Zoon des mensen bij Zijn komst geloof vinden op de aarde (Lukas 18:8)?

Is God zoals de onrechtvaardige rechter?

Nee, dat is een misverstand. De gelijkenis werkt door tegenstelling. De rechter vreest God niet en geeft alleen toe omdat de weduwe hem lastigvalt. God is rechtvaardig en noemt Zichzelf "een Rechter der weduwen" (Psalm 68:6). Jezus zegt: "Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt" (Lukas 18:6). Als zelfs hij recht doet, hoeveel te meer God. Wie bidt, hoeft God dus niet te vermoeien tot Hij toegeeft.

Wat betekent niet vertragen in Lukas 18:1?

Vertragen betekent hier: verslappen, moedeloos worden, ermee ophouden. Jezus vertelde de gelijkenis "dat men altijd bidden moet, en niet vertragen" (Lukas 18:1). Het gaat om volhouden in een tijd waarin het antwoord lang lijkt uit te blijven. Paulus zegt hetzelfde met andere woorden: "Volhardt in het gebed" (Romeinen 12:12) en "Bidt zonder ophouden" (1 Thessalonicenzen 5:17).

Krijgt u alles als u maar lang genoeg bidt?

Dat belooft deze gelijkenis niet. Zij belooft dat God recht zal doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen (Lukas 18:7). Dat recht krijgt zijn volle vervulling bij de komst van de Zoon des mensen, waar het in Lukas 17 over gaat. Volhouden in het gebed is geen middel om God over te halen, maar een teken van geloof dat Hem blijft verwachten.

Wat betekent: zal de Zoon des mensen geloof vinden op de aarde?

Met deze vraag sluit Jezus de gelijkenis af (Lukas 18:8). Hij twijfelt niet aan God: Hij zegt juist dat God haastelijk recht zal doen. De vraag gaat over de mensen. Zullen er bij Zijn komst mensen zijn die nog bidden en Hem verwachten? Jezus geeft geen antwoord. Zo wordt de gelijkenis een vraag aan iedere lezer, en een oproep om te blijven bidden.

Is de weduwe uit deze gelijkenis dezelfde als de arme weduwe in de tempel?

Nee. De weduwe in Lukas 18:1-8 komt voor in een gelijkenis die Jezus vertelt; zij heeft geen naam en is een beeld. De arme weduwe die twee kleine penningen in de schatkist wierp (Lukas 21:1-4, Markus 12:41-44) is een vrouw die Jezus werkelijk in de tempel zag. Beide gedeelten laten zien dat God de weduwen niet vergeet, maar het zijn twee verschillende geschiedenissen.

Hoe vertelt u de weduwe en de onrechtvaardige rechter aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Leg eerst uit wat een rechter en een weduwe zijn. Vertel dan hoe de weduwe bleef komen en hoe de rechter ten slotte toegaf, en geef de meeste ruimte aan wat Jezus erover zegt: God is niet zoals deze rechter, Hij doet recht aan wie tot Hem roepen. De belofte "Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal" (Lukas 18:8) is goed om te leren. De gespreksvragen zijn er voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De weduwe en de onrechtvaardige rechter

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder