Lukas 5 telt negenendertig verzen en bestaat uit vijf scènes: de wonderbare visvangst bij het meer Gennesareth en de roeping van Simon Petrus (vers 1 tot 11), de genezing van een man vol melaatsheid (vers 12 tot 16), de verlamde die door het dak wordt neergelaten (vers 17 tot 26), de roeping van de tollenaar Levi (vers 27 tot 32) en het onderwijs over vasten, de lap op het oude kleed en de nieuwe wijn (vers 33 tot 39).
Lukas 5 in de Statenvertaling, en de spelling Lucas
De Statenvertaling schrijft de naam van de evangelist met een k, als Lukas; veel andere Nederlandse uitgaven schrijven Lucas, dichter bij het Latijn. Hetzelfde hoofdstuk heet dus zowel Lukas 5 als Lucas 5, en in Engelse bijbels Luke 5.
De kernzinnen luiden in de Statenvertaling zo. Simon antwoordt als Jezus hem naar de diepte stuurt: 'Meester, wij hebben den gehelen nacht over gearbeid, en niet gevangen; doch op Uw woord zal ik het net uitwerpen' (vers 5). Als het net scheurt van de vissen, valt hij neer: 'Heere! ga uit van mij; want ik ben een zondig mens' (vers 8). En Jezus zegt: 'Vrees niet; van nu aan zult gij mensen vangen' (vers 10). De volledige hoofdstuktekst staat op Lukas 5; over de Herziene Statenvertaling als vertaling leest u meer op de pagina over de Herziene Statenvertaling.
De wonderbare visvangst en roeping van Petrus (Lukas 5:1-11)
Lukas 5 opent met een krachtig verhaal dat Jezus' autoriteit over de natuur en Zijn vermogen om mensen te roepen demonstreert. Wanneer Petrus en zijn kompanen na een nacht van vruchteloos vissen terugkeren, vraagt Jezus hen om hun netten nogmaals uit te werpen. Ondanks Petrus' aarzeling resulteert dit in een wonderbare visvangst die zo groot is dat de netten bijna scheuren.