Ga naar hoofdinhoud
JohannesJohannes 10:1-18; 10:27-30

De goede Herder

Jezus spreekt over de deur, de huurling en Zijn eigen schapen

Samenvatting

De goede Herder is de gelijkenis uit Johannes 10:1-18 en 10:27-30 waarin Jezus Zichzelf de Deur der schapen en de goede Herder noemt. Hij spreekt haar kort na de genezing van de blindgeborene. Anders dan een dief of een huurling kent de goede Herder Zijn schapen, roept Hij ze bij name en stelt Hij Zijn leven voor hen. Niemand kan Zijn schapen uit Zijn hand rukken.

Bijbelgedeelte

“Deze gelijkenis zeide Jezus tot hen; maar zij verstonden niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak.”
Johannes 10:6 (Statenvertaling)
“Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.”
Johannes 10:11 (Statenvertaling)
“Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen, en worde van de Mijnen gekend.”
Johannes 10:14 (Statenvertaling)
“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.”
Johannes 10:27 (Statenvertaling)
“En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”
Johannes 10:28 (Statenvertaling)
“Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.”
Psalm 23:1 (Statenvertaling)

Het verhaal

De rede over de goede Herder staat in Johannes 10. Jezus is in Jeruzalem, tussen het Loofhuttenfeest (Johannes 7:2) en het feest van de tempelwijding (Johannes 10:22). Het is een van de uitspraken in het Evangelie naar Johannes waarin Jezus met de woorden Ik ben zegt wie Hij is.

Waarom sprak Jezus over de goede Herder?

Er zit geen breuk tussen Johannes 9 en 10. Jezus had een man genezen die blind geboren was. De Farizeeën ondervroegen hem en wierpen hem uit (Johannes 9:34). Jezus zocht de man op en vond hem, en de man geloofde en aanbad Hem (Johannes 9:35-38). Daarna zei Jezus tegen enkele Farizeeën dat hun zonde bleef, omdat zij zeiden dat zij zagen (Johannes 9:41). Direct daarop begint Hij over schapen en herders. Veel uitleggers lezen de rede daarom tegen de achtergrond van de blindgeborene: de leiders stootten een schaap uit, de goede Herder zocht het op.

Wat is de gelijkenis van de herder en de deur?

Jezus begint met een beeld uit het gewone leven. Wie niet door de deur de schaapsstal binnengaat maar ergens anders overklimt, is een dief en een moordenaar (Johannes 10:1). De herder gaat door de deur, en de deurwachter doet hem open. De schapen kennen zijn stem. Hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Hij gaat voor hen uit, en zij volgen hem. Een vreemde volgen zij niet; ze vluchten voor hem, omdat ze zijn stem niet kennen (Johannes 10:2-5). Johannes noteert: "Deze gelijkenis zeide Jezus tot hen; maar zij verstonden niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak" (Johannes 10:6).

Hoe legt Jezus het beeld van de deur uit?

Daarom legt Jezus het beeld uit, en Hij past het op Zichzelf toe: "Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden" (Johannes 10:9). Wie vóór Hem kwamen, noemt Hij dieven en moordenaars, en de schapen hebben niet naar hen geluisterd (Johannes 10:8). De dief komt om te stelen, te slachten en te verderven. Jezus is gekomen opdat de schapen het leven hebben, en overvloed (Johannes 10:10).

Wat doet de goede Herder dat een huurling niet doet?

Dan zegt Hij: "Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen" (Johannes 10:11). Daartegenover staat de huurling, iemand die voor loon op andermans schapen past. Als hij de wolf ziet komen, laat hij de schapen in de steek en vlucht, en de wolf grijpt en verstrooit ze. De huurling vlucht omdat de schapen niet van hem zijn en hij niet om hen geeft (Johannes 10:12-13). De goede Herder kent de Zijnen en wordt door hen gekend, zoals de Vader Hem kent en Hij de Vader (Johannes 10:14-15).

Wat zegt Jezus over Zijn leven en Zijn andere schapen?

Jezus kijkt verder dan de mensen die voor Hem staan: "Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder" (Johannes 10:16). Uitleggers zien hierin gewoonlijk de heidenen, mensen buiten Israël die ook tot Hem zullen komen. Hij legt Zijn leven af om het weer te nemen. Niemand neemt het van Hem; Hij heeft er macht toe, en Hij heeft dit gebod van de Vader ontvangen (Johannes 10:17-18).

Wat zei Jezus op het feest van de tempelwijding?

De woorden brachten verdeeldheid. Sommigen zeiden dat Hij bezeten was; anderen vroegen of een duivel de ogen van blinden kan openen (Johannes 10:19-21). Later, op het feest van de tempelwijding, in de winter, wandelde Jezus in de tempel, in het voorhof van Salomo. De Joden vroegen Hem ronduit te zeggen of Hij de Christus was. Jezus antwoordde dat Zijn werken van Hem getuigden, maar dat zij niet geloofden, omdat zij niet van Zijn schapen waren (Johannes 10:22-26). Over Zijn schapen zei Hij: "Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij" (Johannes 10:27). Hij geeft hun het eeuwige leven, zij zullen niet verloren gaan, en niemand zal ze uit Zijn hand rukken. Ook uit de hand van de Vader kan niemand ze rukken, en Jezus besluit: "Ik en de Vader zijn één" (Johannes 10:30). Toen namen de Joden opnieuw stenen op om Hem te stenigen (Johannes 10:31). Zij probeerden Hem te grijpen, maar Hij ontging hun hand (Johannes 10:39).

Achtergrond

Schapen waren in Israël overal. Een schaapsstal was waarschijnlijk een omheinde ruimte met één ingang, soms naast een huis, soms in het open veld. Vaak wordt gezegd dat er meerdere kudden in één stal overnachtten en dat elke herder bij het uitgaan zijn eigen schapen eruit riep. Johannes 10:3-4 past daarbij, maar de tekst beschrijft het niet in detail. Wat er wel staat, is dat de herder vóór zijn schapen uitgaat. Hij drijft ze niet op, maar zij volgen zijn stem.

Wolven kwamen in het land voor (vergelijk Jeremia 5:6), en een herder moest zijn kudde verdedigen. David vertelde Saul dat hij een schaap uit de bek van een leeuw en een beer had gered (1 Samuël 17:34-35). Een huurling was een loonarbeider die voor een ander op de kudde paste. De schapen waren niet van hem.

Het feest van de tempelwijding (in de Statenvertaling het feest der vernieuwing des tempels) herdacht de nieuwe inwijding van de tempel in de tweede eeuw voor Christus, nadat de tempel ontheiligd was. Daarover vertelt het apocriefe boek 1 Makkabeeën (hoofdstuk 4); Joden kennen het feest nu als Chanoeka. Het Oude Testament spreekt vaak over leiders als herders. In Ezechiël 34 klaagt de HEERE de herders van Israël aan, die zichzelf weiden en het verlorene niet zoeken.

Betekenis

In het Oude Testament is de HEERE Zelf de Herder van Zijn volk. David zingt: "De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken" (Psalm 23:1). In Ezechiël 34 belooft de HEERE, na Zijn aanklacht tegen de slechte herders: "Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken" (Ezechiël 34:11). Hij belooft ook een enige Herder, Zijn knecht David (Ezechiël 34:23). Wanneer Jezus zegt dat Hij de goede Herder is, neemt Hij dus een taak op Zich die God aan Zichzelf had toegeschreven. Daarom past het slot zo goed: "Ik en de Vader zijn één". In het verband gaat het om de eenheid van de Zoon en de Vader in het bewaren van de schapen (Johannes 10:28-29). De Joden hoorden er meer in: dat Hij Zich God maakte (Johannes 10:33). De kerk leest deze tekst daarom bij de belijdenis dat de Zoon één in wezen is met de Vader. Het Griekse woord voor één is hier onzijdig; het sluit wel uit dat Vader en Zoon één persoon zijn.

Het hart van de rede is het leven dat de Herder geeft. Een gewone herder riskeert zijn leven voor de schapen; deze Herder stelt het. Hij doet dat vrijwillig en met gezag, in opdracht van de Vader, en Hij neemt het weer (Johannes 10:18). Zo wijst de rede vooruit naar het kruis en de opstanding. Zacharia had al gesproken over een Herder Die geslagen zou worden (Zacharia 13:7), en Jezus haalt die woorden aan in de nacht van Zijn overlevering (Mattheüs 26:31).

De rede laat ook zien wie de schapen zijn. Zij zijn gegeven door de Vader (Johannes 10:29). Zij horen Zijn stem en volgen Hem. Geloof wordt hier beschreven als horen en volgen, niet als een prestatie, maar als het antwoord op een stem die zij herkennen. De belofte dat niemand hen uit Zijn hand zal rukken, is een van de teksten waarop de gereformeerde leer van de volharding der heiligen rust (Dordtse Leerregels, hoofdstuk 5). Over de andere schapen van Johannes 10:16 zegt het Nieuwe Testament later meer: Christus heeft van Joden en heidenen één gemaakt (Efeze 2:14).

Lessen voor vandaag

De Heere Jezus kent Zijn schapen bij naam. Wie zich door mensen buitengesloten weet, zoals de blindgeborene, mag horen dat de goede Herder zoekt en vindt. Zijn kennen gaat vooraf aan ons kennen: "Ik ken de Mijnen, en worde van de Mijnen gekend" (Johannes 10:14).

Zijn schapen horen Zijn stem. Die stem klinkt vandaag in de Schrift en in de prediking. Het is daarom goed om eerlijk te vragen of wij die stem kennen, en of wij Hem volgen. Een vreemde stem mag ons niet meenemen, ook niet als zij vroom klinkt.

De Herder stelde Zijn leven. Daarom is de zekerheid van de gelovige niet gegrond in de kracht van het schaap, maar in de hand van de Herder en de hand van de Vader. Dat geeft rust bij twijfel en zwakheid. Wie zich aan Hem toevertrouwt, hoeft zichzelf niet vast te houden; niemand kan Zijn schapen uit Zijn hand rukken.

Wie in de gemeente of het gezin herderlijk werk doet, als ouderling, predikant of ouder, krijgt hier een maatstaf. De huurling denkt aan zichzelf; de goede herder aan de schapen. De opgestane Heere droeg Petrus op: "Weid Mijn schapen" (Johannes 21:17). Wie zo herderlijk werk doet, doet het in dienst van de overste Herder (1 Petrus 5:4).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

De Heere Jezus was in Jeruzalem. Kort daarvoor had Hij een man genezen die blind geboren was. Die man kon nu zien. Maar de Farizeeën wilden niet geloven dat Jezus van God kwam. Ze joegen de man weg. Toen zocht Jezus de man op. De man geloofde in Hem en boog zich voor Hem neer.

Daarna begon Jezus te praten over schapen. In Israël waren overal schapen. Ze werden bewaard in een stal met een omheining en een deur. Bij de deur was een deurwachter.

Jezus zei: een dief komt niet door de deur. Die klimt ergens anders over de omheining. Maar de herder komt door de deur. De deurwachter doet voor hem open. De schapen kennen zijn stem. Hij roept zijn eigen schapen bij hun naam. Hij neemt ze mee naar buiten en loopt voor ze uit. En de schapen lopen achter hem aan. Een vreemde volgen ze niet. Voor hem lopen ze weg, want zijn stem kennen ze niet.

De mensen die luisterden, begrepen niet wat Jezus bedoelde. Daarom zei Hij het nog duidelijker: "Ik ben de Deur". Wie door Jezus naar binnen gaat, wordt gered. Die vindt goed eten in de wei, net als een schaap.

Toen zei Jezus: "Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen". Zijn leven stellen betekent: zijn leven geven. Een goede herder wil zelfs sterven om zijn schapen te redden.

Jezus vertelde ook over een huurling. Dat is iemand die geld krijgt om op schapen te passen. Maar de schapen zijn niet van hem. Als er een wolf komt, rent de huurling weg. Hij laat de schapen alleen. Dan grijpt de wolf de schapen, en de kudde raakt verspreid. Zo doet de goede Herder nooit. Hij kent Zijn schapen, en zij kennen Hem.

Jezus zei nog meer. Hij had ook andere schapen, die nog niet bij deze stal hoorden. Die zou Hij ook halen. Dan zou er één kudde zijn, met één Herder. Hij zei ook dat niemand Zijn leven van Hem kon afnemen. Hij zou het Zelf geven, en Hij zou het ook weer terugnemen.

Een tijd later was het winter. Er was een feest in de tempel. Jezus liep daar rond. Mensen kwamen om Hem heen staan. Ze vroegen of Hij de Christus was, de Verlosser Die God beloofd had. Jezus zei dat ze Hem niet geloofden. Toen zei Hij over Zijn schapen: "Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij". Dezelve betekent: hen. Hij geeft Zijn schapen het eeuwige leven. Ze zullen nooit verloren gaan. Jezus zei: "niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken". Ook uit de hand van Zijn Vader kan niemand ze wegrukken. Jezus zei: "Ik en de Vader zijn één".

Toen pakten de Joden opnieuw stenen op om Jezus te doden. Ze wilden Hem grijpen. Maar Jezus ging bij hen weg.

Zo eindigt deze geschiedenis. Later gaf de Heere Jezus echt Zijn leven, toen Hij aan het kruis stierf. En op de derde dag stond Hij op uit het graf, precies zoals Hij gezegd had. Hij is de goede Herder, en wie bij Hem hoort, houdt Hij vast.

Om te onthouden
“Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.” (Johannes 10:11)

Tips voor de verteller

  • Johannes 10 is geen geschiedenis met een gebeurtenis, maar een rede van Jezus. Vertel daarom duidelijk wie er spreekt en tegen wie, en houd de beelden bij wat Jezus Zelf zegt: de deur, de stem, de dief, de huurling en de wolf. Voeg geen herder toe die een lammetje op zijn schouders draagt; dat beeld komt uit Lukas 15:5, niet uit Johannes 10. Jesaja 40:11 spreekt van lammeren die de Herder in Zijn armen draagt.
  • Leg uit wat een schaapsstal, een deurwachter en een huurling zijn. Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u zich beperken tot de herder die zijn schapen bij naam roept en de goede Herder Die Zijn leven geeft. Lees daarna Johannes 10:11 en 10:27-28 uit de Bijbel zelf voor.
  • Een kind kan vragen waarom de goede Herder zou sterven, terwijl de schapen dan toch alleen achterblijven. Wijs dan op wat Jezus Zelf zegt: Hij geeft Zijn leven en neemt het weer terug (Johannes 10:18). Hij stierf aan het kruis en is opgestaan, en Hij leeft nu als Herder van Zijn schapen.
  • Kinderen kunnen vragen of zij een schaap van Jezus zijn. Antwoord eerlijk en zonder druk: Zijn schapen horen Zijn stem en volgen Hem. Zeg dat de Heere Jezus roept, en dat zij Hem mogen vragen om Zijn schaap te mogen zijn.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenHoe roept de herder zijn schapen?
  2. NavertellenWat doet de huurling als er een wolf komt?
  3. VerwonderenWat wil de goede Herder geven voor Zijn schapen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenJezus noemt een dief, een huurling en een vreemde. Wat doet ieder van hen met de schapen?
  2. BetekenisJezus zegt dat niemand Zijn leven van Hem afneemt. Waarom is het belangrijk dat Hij het Zelf geeft?
  3. VerbindingLees Psalm 23:1. Wie is daar de Herder, en wat zegt het dat Jezus Zich ook de Herder noemt?
  4. ToepassingJezus zegt dat Zijn schapen Zijn stem horen. Waar kun jij de stem van de Heere Jezus horen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Ezechiël 34:1-16. Wat verwijt de HEERE de herders van Israël, en wat belooft Hij Zelf te doen? Hoe vervult Jezus dat in Johannes 10?
  2. Wie is God?Jezus zegt: Ik en de Vader zijn één, en Zijn schapen zijn veilig in beider hand. Wat leert dat over wie God is en hoe Hij bewaart?
  3. Moeilijke vraagJezus zegt tegen de Joden dat zij niet geloven omdat zij niet van Zijn schapen zijn (Johannes 10:26). Hoe verhoudt dat zich tot Zijn roepstem aan iedereen?
  4. PersoonlijkVolgen is meer dan weten wie Jezus is. Welke stemmen trekken aan jongeren van nu, en hoe herken je daartussen de stem van de goede Herder?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij als de goede Herder Zijn leven gegeven heeft voor de schapen. Bid of Hij u en de kinderen Zijn stem wil leren kennen en volgen.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Jezus de goede HerderZijn leven voor de schapenZijn stem horen en volgenbewaring van de gelovigende Vader en de Zoon

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De goede Herder

Waar staat het verhaal van de goede Herder in de Bijbel?

De woorden van Jezus over de goede Herder staan in Johannes 10. In Johannes 10:1-6 vertelt Hij de gelijkenis van de herder die door de deur ingaat, in 10:7-18 legt Hij uit dat Hij de Deur en de goede Herder is, en in 10:27-30 spreekt Hij op het feest van de tempelwijding opnieuw over Zijn schapen. De rede volgt direct op de genezing van de blindgeborene in Johannes 9. De andere evangeliën hebben deze rede niet.

Wat betekent "Ik ben de goede Herder"?

Met deze woorden zegt Jezus dat Hij voor Zijn volk doet wat de HEERE in het Oude Testament beloofd had. Ezechiël 34 klaagt slechte herders aan en belooft dat God Zelf Zijn schapen zal zoeken. Jezus voegt eraan toe wat Hem tot de goede Herder maakt: "de goede herder stelt zijn leven voor de schapen" (Johannes 10:11). Hij kent Zijn schapen, Hij roept ze bij name, Hij geeft Zijn leven voor hen en geeft hun het eeuwige leven.

Is de goede Herder een gelijkenis?

Johannes noemt het zelf een gelijkenis: "Deze gelijkenis zeide Jezus tot hen; maar zij verstonden niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak" (Johannes 10:6). Het Griekse woord is wel een ander dan bij de gelijkenissen in Mattheüs, Markus en Lukas, en betekent eerder beeldspraak of zinnebeeld. Er wordt geen verhaal verteld met een begin en een eind. Jezus gebruikt het beeld van herder, deur en schapen en past het daarna uitdrukkelijk op Zichzelf toe.

Is de goede Herder hetzelfde als het verloren schaap?

Nee, het zijn twee verschillende gedeelten. Het verloren schaap, dat de herder op zijn schouders legt, staat in Lukas 15:3-7. De goede Herder staat in Johannes 10. Op veel afbeeldingen van de goede Herder draagt Hij een lam op Zijn schouders, maar dat beeld komt uit Lukas 15:5; Jesaja 40:11 spreekt van lammeren die de Herder in Zijn armen draagt. In Johannes 10 gaat het om de herder die door de deur gaat, zijn schapen bij name roept, voor hen uitgaat en zijn leven voor hen stelt. Beide gedeelten wijzen wel naar dezelfde Heere.

Wat is het verschil tussen de goede herder en de huurling?

De huurling vlucht voor de wolf; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen. Dat verschil komt doordat de huurling voor loon past op schapen die niet van hem zijn en niet om hen geeft (Johannes 10:12-13). Voor de goede herder zijn het zijn eigen schapen: hij kent ze en zij kennen hem (Johannes 10:14). Veel uitleggers zien in de huurling en de dieven een spiegel voor de leiders die de blindgeborene hadden uitgeworpen (Johannes 9:34).

Wat bedoelt Jezus met "Ik ben de Deur der schapen"?

Jezus zegt dat Hij de enige toegang is tot het leven bij God: "Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden" (Johannes 10:9). Behouden betekent gered. Ingaan en uitgaan en weide vinden is een beeld van veiligheid en voeding. Elders zegt Jezus hetzelfde zonder beeld: "Niemand komt tot den Vader, dan door Mij" (Johannes 14:6).

Wie zijn de andere schapen uit Johannes 10:16?

Jezus zegt: "Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn". Uitleggers zien hierin gewoonlijk de heidenen: mensen buiten Israël die door het Evangelie tot Christus zouden komen. De stal is dan Israël. Johannes zegt later iets vergelijkbaars, dat Jezus zou sterven om ook de kinderen Gods die verstrooid waren te vergaderen (Johannes 11:52). Het doel is één kudde en één Herder.

Wat betekent "Ik en de Vader zijn één"?

In het verband gaat het om de bewaring van de schapen: niemand rukt ze uit de hand van de Zoon, en niemand rukt ze uit de hand van de Vader (Johannes 10:28-29). Zo zijn de Zoon en de Vader één in het bewaren. De Joden hoorden er meer in: zij begrepen dat Jezus Zich God maakte, en wilden Hem stenigen (Johannes 10:31-33). De kerk leest deze tekst daarom bij de belijdenis dat de Zoon één in wezen is met de Vader. Het Griekse woord voor één is onzijdig; het sluit uit dat Vader en Zoon één persoon zijn.

Kan een schaap van de goede Herder verloren gaan?

Jezus zegt over Zijn schapen: "zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken" (Johannes 10:28). De zekerheid ligt bij de Herder en bij de Vader, Die meerder is dan allen (Johannes 10:29). De gereformeerde kerken belijden daarom de volharding der heiligen (Dordtse Leerregels, hoofdstuk 5). Die belijdenis maakt niet zorgeloos, want Zijn schapen horen Zijn stem en volgen Hem (Johannes 10:27).

Wat heeft Psalm 23 met de goede Herder te maken?

In Psalm 23 belijdt David: "De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken" (Psalm 23:1). Het Oude Testament noemt God vaker de Herder van Zijn volk. Als Jezus zegt dat Hij de goede Herder is, neemt Hij die naam op Zich. Psalm 23 heeft een eigen uitleg op deze site. Johannes 10 voegt eraan toe dat deze Herder Zijn leven stelt voor de schapen, iets wat Psalm 23 niet zegt.

Hoe vertelt u de goede Herder aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling vanaf ongeveer 6 jaar. Begin bij de blindgeborene die werd uitgeworpen en door Jezus werd opgezocht. Vertel dan wat Jezus zegt over de deur, de stem, de dief, de huurling en de wolf, en eindig bij Zijn schapen die niemand uit Zijn hand kan rukken. Voeg geen herderstaferelen toe die niet in Johannes 10 staan. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over De goede Herder

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder