Ga naar hoofdinhoud
Markus, LukasMarkus 5:1-20; Lukas 8:26-39

De bezetene van Gadara

Jezus bevrijdt een man die niemand kon binden

Samenvatting

De bezetene van Gadara is de geschiedenis uit Markus 5:1-20 en Lukas 8:26-39 waarin de Heere Jezus aan de overkant van het meer een man bevrijdt die vol onreine geesten was. Niemand kon hem binden, maar op Jezus’ woord varen de geesten uit, in een kudde zwijnen. Daarna stuurt Jezus de man naar huis om te vertellen wat de Heere voor hem deed.

Bijbelgedeelte

“En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!”
Markus 5:7 (Statenvertaling)
“En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.”
Markus 5:9 (Statenvertaling)
“En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.”
Markus 5:15 (Statenvertaling)
“Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.”
Markus 5:19 (Statenvertaling)

Het verhaal

Markus 5:1-20 en Lukas 8:26-39 vertellen hoe de Heere Jezus aan de overkant van het meer van Galilea een man bevrijdde die bezeten was door vele onreine geesten. Mattheüs 8:28-34 vertelt dezelfde geschiedenis korter. Zij volgt direct op de nacht waarin Jezus de wind en de zee tot zwijgen bracht (zie Jezus kalmeert de storm). De man noemde zich Legio; over hem zelf leest u meer bij Legio.

Wat gebeurde er toen Jezus aan land ging?

Jezus en Zijn discipelen kwamen in het land der Gadarenen, dat volgens Lukas tegenover Galilea lag (Lukas 8:26). Zodra Jezus uit het schip stapte, kwam Hem een man tegemoet uit de graven. Hij had een onreine geest en woonde tussen de graven. Hij droeg al lange tijd geen kleren en bleef in geen huis (Lukas 8:27). Men had hem vaak met boeien en ketenen gebonden, maar hij trok de ketenen stuk en verbrijzelde de boeien. Niemand was machtig om hem te temmen. Nacht en dag was hij op de bergen en in de graven, roepend en zichzelf slaand met stenen (Markus 5:3-5).

Wat zei de bezetene tegen Jezus?

Toen de man Jezus van verre zag, liep hij naar Hem toe en viel voor Hem neer. Met een grote stem riep hij: "Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten"? En hij bezwoer Jezus bij God dat Hij hem niet zou pijnigen (Markus 5:7). Want Jezus had de onreine geest al geboden uit de man te gaan. Jezus vroeg naar zijn naam. Het antwoord was: "Mijn naam is Legio; want wij zijn velen" (Markus 5:9). Een legioen was een grote Romeinse legereenheid. Lukas legt uit dat er vele duivelen in hem gevaren waren (Lukas 8:30).

Wat gebeurde er met de kudde zwijnen?

De geesten smeekten Jezus dat Hij hen niet uit het land zou wegzenden, en volgens Lukas dat Hij hen niet in de afgrond zou laten gaan (Lukas 8:31). Op de berg weidde een grote kudde zwijnen. De duivelen baden of zij in die zwijnen mochten varen, en Jezus liet het hun terstond toe. De onreine geesten voeren uit de man in de zwijnen, en de kudde stortte zich van de steilte in de zee. Het waren er omtrent tweeduizend, en zij verdronken (Markus 5:13).

Hoe reageerden de Gadarenen op het wonder?

De herders vluchtten en vertelden het in de stad en op het land. De mensen kwamen kijken en zagen de man die het legioen gehad had, "zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand" (Markus 5:15). Lukas zegt dat hij aan de voeten van Jezus zat (Lukas 8:35). Toch werden de mensen bevreesd. Zij hoorden wat er met de bezetene en met de zwijnen gebeurd was, en begonnen Jezus te bidden dat Hij uit hun landpalen zou weggaan. Lukas zegt dat zij met grote vreze bevangen waren (Lukas 8:37). Jezus deed wat zij vroegen en ging terug naar het schip.

Wat deed de man nadat hij bevrijd was?

De man die bevrijd was, bad of hij bij Jezus mocht blijven. Maar Jezus zei: "Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft" (Markus 5:19). De man ging en begon in Dekapolis, de streek van de tien steden, te verkondigen wat Jezus aan hem gedaan had, en allen verwonderden zich (Markus 5:20). Zie ook de uitleg bij Markus 5.

Achtergrond

De Statenvertaling spreekt in Markus 5:1 en Lukas 8:26 van het land der Gadarenen, en in Mattheüs 8:28 van het land der Gergesenen. Beide namen duiden de streek aan de overkant van het meer aan, tegenover Galilea. Waar het precies gebeurde, is niet met zekerheid te zeggen. Mattheüs noemt bovendien twee bezetenen, Markus en Lukas spreken van één man.

Dekapolis betekent tien steden. Het was een gebied met veel niet-Joodse inwoners. Dat er een grote kudde zwijnen weidde, past daarbij, want voor Israël was het zwijn onrein (Leviticus 11:7). Ook graven waren voor een Jood een onreine plaats: wie een graf aanraakte, was zeven dagen onrein (Numeri 19:16). De man leefde dus op een plaats die een Israëliet meed.

Een legioen was een eenheid van het Romeinse leger met duizenden soldaten. In een land dat door Rome bezet was, kende iedereen dat woord.

Betekenis

In deze geschiedenis toont de Heere Jezus Zijn macht over de boze geesten. Geen keten kon de man houden, maar op één woord van Jezus moest een heel legioen wijken. De geesten wisten Wie voor hen stond. Zij noemden Hem de Zoon van God, de Allerhoogste, en vroegen Hem om toestemming. Jakobus schrijft: "de duivelen geloven het ook, en zij sidderen" (Jakobus 2:19). Kennis van Wie Jezus is, is bij hen geen geloof, maar vrees voor het oordeel. Mattheüs laat hen vragen of Hij gekomen was om hen te pijnigen "voor den tijd" (Mattheüs 8:29).

Veel uitleggers leggen hier de lijn naar Jezus’ eigen woord dat niemand het huis van de sterke kan beroven, "indien hij niet eerst den sterke bindt" (Markus 3:27). Wie door mensen niet te binden was, wordt door Christus bevrijd. Johannes zegt het later zo: "Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (1 Johannes 3:8). Meer daarover leest u bij het onderwerp demonen.

Opvallend is ook wat Jezus de man opdraagt. Hij moet vertellen wat de Heere aan hem gedaan heeft, en de man vertelt wat Jezus aan hem gedaan heeft (Markus 5:19-20). Bij Lukas staat zelfs: "wat grote dingen u God gedaan heeft" (Lukas 8:39). Wat Jezus deed, is het werk van God Zelf. Het is een werk van ontferming: Hij zocht een man op die in de graven woonde, op een plaats die anderen meden.

Zo werd een man uit Dekapolis een getuige onder zijn eigen volk. Later kwam Jezus opnieuw door die streek (Markus 7:31). Veel uitleggers zien in deze man een eerste teken dat het Evangelie ook voor de volken bestemd is.

Lessen voor vandaag

Niemand is te ver weg voor de Heere Jezus. Deze man woonde tussen de graven, in een land waar men zwijnen hield, en vol onreine geesten. Toch kwam Jezus over het meer naar hem toe. Dat mag iedereen moed geven die denkt dat zijn leven te zeer in de war is om nog gered te worden. "De Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was" (Lukas 19:10).

Bij Jezus komt een mens tot rust. De man die nacht en dag schreeuwde, zit nu aan Zijn voeten, gekleed en wel bij zijn verstand. Christus geeft geen tijdelijke kalmte, maar een nieuw leven onder Zijn gezag. Wie bij Hem schuilt, hoeft de boze machten niet te vrezen.

Het getuigenis begint thuis. De man wilde met Jezus mee, maar werd naar de zijnen gestuurd. Hij hoefde geen preek te houden, alleen te vertellen wat de Heere gedaan had en hoe Hij Zich over hem ontfermd had. Zo mogen ook wij in ons gezin en onze omgeving getuigen van wat God gedaan heeft.

De Gadarenen zagen het wonder en vroegen Jezus toch om te vertrekken, en Hij ging. Dat is een ernstige les. Wie de Heere Jezus wegstuurt, om welke reden ook, moet niet denken dat Hij Zich opdringt.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 8 jaar

De Heere Jezus was met Zijn discipelen in een schip over het meer gevaren. Onderweg was er een zware storm geweest, en de Heere Jezus had de wind en de zee stil gemaakt. Nu kwamen ze aan de overkant aan, in het land van de Gadarenen.

Zodra de Heere Jezus uit het schip stapte, kwam er een man op Hem af. Hij kwam uit de graven. Daar woonde hij, tussen de graven van mensen die gestorven waren. In een huis woonde hij niet. Al lange tijd droeg hij geen kleren. In deze man woonde een onreine geest. Dat is een boze geest, een duivel.

De mensen hadden hem vaak vastgebonden met kettingen en boeien. Maar hij trok de kettingen stuk en brak de boeien. Niemand was sterk genoeg om hem in bedwang te houden. Dag en nacht zwierf hij rond, op de bergen en tussen de graven. Hij schreeuwde en deed zichzelf pijn met stenen. Zo erg had de boze geest hem in zijn macht.

Toen de man de Heere Jezus van ver zag, rende hij naar Hem toe en viel voor Hem neer. Met een harde stem riep hij: "Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten"? De boze geest wist precies Wie de Heere Jezus was: de Zoon van God. Want de Heere Jezus had al gezegd dat de onreine geest uit de man moest gaan.

De Heere Jezus vroeg hoe hij heette. Het antwoord was: "Mijn naam is Legio; want wij zijn velen". Een legioen was een groot leger van Romeinse soldaten. Er waren dus heel veel boze geesten in deze ene man.

Een eindje verderop, op de berg, liep een grote kudde zwijnen. Zwijnen zijn varkens. De boze geesten smeekten de Heere Jezus of ze in die zwijnen mochten gaan. De Heere Jezus liet het toe. Toen gingen de boze geesten uit de man weg, en in de zwijnen. De hele kudde rende de steile helling af, de zee in. Het waren er ongeveer tweeduizend. Ze verdronken allemaal.

De mannen die op de zwijnen pasten, renden weg. In de stad en op het land vertelden ze wat er gebeurd was. Toen kwamen er veel mensen kijken. Ze vonden de man die zo wild was geweest. Nu zat hij rustig aan de voeten van de Heere Jezus. Hij had kleren aan, en hij was weer helemaal helder. De Bijbel zegt: hij was "wel bij zijn verstand".

Maar de mensen werden bang. Ze waren heel erg geschrokken. Ze vroegen de Heere Jezus om weg te gaan uit hun land. En de Heere Jezus ging terug naar het schip.

De man die bevrijd was, vroeg of hij met Hem mee mocht. Maar dat mocht niet. De Heere Jezus zei tegen hem: "Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft". Ontfermen betekent: medelijden hebben en helpen.

De man deed wat de Heere Jezus zei. Hij ging door het land van Dekapolis, een streek met tien steden. Overal vertelde hij wat de Heere Jezus voor hem gedaan had. En alle mensen verwonderden zich.

Geen ketting kon deze man houden. Maar één woord van de Heere Jezus maakte hem vrij. Hij is sterker dan alle boze geesten bij elkaar, en Hij heeft medelijden met mensen die vastzitten in de macht van de boze.

Om te onthouden
“Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.” (Markus 5:19)

Tips voor de verteller

  • Deze geschiedenis is bedoeld voor kinderen vanaf ongeveer 8 jaar. Vertelt u haar aan jongere kinderen, laat dan weg dat de man zichzelf pijn deed, en vertel de zwijnen in één zin. Leg de nadruk op wat de Heere Jezus doet: Hij komt naar de man toe, spreekt één woord en de man is vrij.
  • Kinderen vragen vaak waarom al die varkens dood moesten. Zeg eerlijk dat de Bijbel niet vertelt waarom de Heere Jezus het toeliet. Veel uitleggers zien erin hoeveel boze geesten er in de man waren en hoe verwoestend zij werkten. U kunt erbij zeggen dat de Heere Jezus elders leert dat een mens meer waard is dan een dier (Mattheüs 12:12).
  • Een kind kan bang worden en vragen of boze geesten nog bestaan. Zeg dat de Bijbel spreekt over de duivel, maar laat vooral zien dat de boze geesten de Heere Jezus om toestemming moesten vragen. Hij is de Sterkste. Johannes schrijft: "Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (1 Johannes 3:8). Voed de angst niet met griezelverhalen.
  • Leg de woorden onreine geest, legioen en ontfermen één keer kort uit. Aan oudere kinderen kunt u vertellen dat zwijnen voor Israël onrein waren (Leviticus 11:7), zodat het duidelijk wordt dat Jezus hier in een heidens land kwam. Lees daarna Markus 5:18-20 hardop voor uit de Bijbel zelf.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWaar woonde de man die de Heere Jezus tegenkwam?
  2. NavertellenHoe zat de man erbij toen de mensen kwamen kijken?
  3. VerwonderenWie is sterker dan alle boze geesten samen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat hadden de mensen allemaal geprobeerd met deze man, en wat deed de Heere Jezus?
  2. BetekenisDe mensen zagen dat de man genezen was, en toch vroegen zij Jezus weg te gaan. Wat zegt de Bijbel over hoe zij zich voelden, en waarom is dat zo vreemd?
  3. VerbindingVlak hiervoor stilde Jezus de storm op het meer. Wat laten die twee geschiedenissen samen zien over wie Jezus is?
  4. ToepassingJezus stuurde de man naar huis om te vertellen wat de Heere gedaan had. Wat zou jij thuis kunnen vertellen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Mattheüs 8:28-34 naast Markus 5:1-20. Wat is anders en wat is hetzelfde? Hoe ga je om met zulke verschillen tussen de evangeliën?
  2. Wie is God?Jezus zegt dat de man moet vertellen wat de Heere gedaan heeft, en de man vertelt wat Jezus gedaan heeft (Markus 5:19-20). Wat zegt dat over wie Jezus is?
  3. Moeilijke vraagEen kudde van tweeduizend zwijnen verdronk en de eigenaars verloren veel. De Bijbel legt niet uit waarom Jezus dat toeliet. Wat vind je daarvan, en hoe ga je ermee om?
  4. PersoonlijkDe Gadarenen zagen de man genezen en werden bang. Wat kan iemand ervan weerhouden om de Heere Jezus dichtbij te laten komen?

Gebedspunt: Dank de Heere Jezus dat Hij sterker is dan de duivel en Zich ontfermt over wie gebonden is. Bid voor mensen die in angst of verwarring leven, en om vrijmoedigheid om te vertellen wat de Heere gedaan heeft.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Jezus’ macht over boze geestenbevrijdingGods ontfermingvertellen wat de Heere deed

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over De bezetene van Gadara

Waar staat het verhaal van de bezetene van Gadara in de Bijbel?

Het verhaal van de bezetene van Gadara staat in Markus 5:1-20 en Lukas 8:26-39. Mattheüs 8:28-34 vertelt dezelfde geschiedenis korter. In alle drie de evangeliën volgt zij direct op de stilling van de storm op het meer, en in Markus en Lukas gaat zij daarna over in de geschiedenis van de dochter van Jaïrus. De naam Gadara staat niet zo in de tekst: de Statenvertaling spreekt van het land der Gadarenen.

Waarom noemde de bezetene zich Legio?

De bezetene noemde zich Legio omdat er vele onreine geesten in hem waren. Hij zei zelf: "Mijn naam is Legio; want wij zijn velen" (Markus 5:9), en Lukas legt uit dat vele duivelen in hem gevaren waren (Lukas 8:30). Een legioen was een eenheid van het Romeinse leger met duizenden soldaten. De naam zegt dus vooral hoe groot de macht was die de man in bezit had. Zijn eigen naam noemt de Bijbel niet.

Waren het één of twee bezetenen?

Markus en Lukas vertellen over één man, Mattheüs noemt er twee: "zijn Hem twee, van den duivel bezeten, ontmoet" (Mattheüs 8:28). Daarom denken sommigen dat de evangeliën elkaar tegenspreken. Veel uitleggers zien het anders: Markus en Lukas richten zich op de man die het gesprek met Jezus voerde en daarna getuige werd in Dekapolis, zonder te zeggen dat er niemand anders was. De Bijbel zelf legt het verschil niet uit.

Waarom liet Jezus de duivelen in de zwijnen varen?

De tekst zegt niet waarom Jezus het toeliet; er staat alleen: "En Jezus liet het hun terstond toe" (Markus 5:13). Uitleggers noemen verschillende kanten. Het liet zien hoeveel geesten er in de man waren en hoe verwoestend zij werkten. De man en de omstanders konden zo met eigen ogen zien dat de geesten echt weg waren. Sommigen wijzen erop dat Jezus elders leert dat een mens meer waard is dan een dier: "Hoe veel gaat nu een mens een schaap te boven"? (Mattheüs 12:12). Verder dan dat gaat de tekst niet.

Waarom wisten de duivelen wie Jezus was?

De onreine geesten herkenden Jezus omdat zij als geestelijke machten wisten wie Hij was. Zij riepen: "Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten"? (Markus 5:7). Ook elders in Markus roept een onreine geest: "Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods" (Markus 1:24). Die kennis is geen geloof. Jakobus schrijft: "de duivelen geloven het ook, en zij sidderen" (Jakobus 2:19). Zij vrezen Hem als hun Rechter.

Waarom vroegen de Gadarenen Jezus om weg te gaan?

De Gadarenen vroegen Jezus weg te gaan omdat zij "met grote vreze bevangen" waren (Lukas 8:37). Zij zagen de man zitten, gekleed en wel bij zijn verstand, en hoorden wat er met de zwijnen gebeurd was. De tekst zegt niet of het verlies van de kudde voor hen zwaarder woog dan de redding van de man; dat wordt vaak gedacht, maar het staat er niet. Wel staat er dat Jezus deed wat zij vroegen en in het schip terugging.

Waarom mocht de genezen man niet met Jezus mee?

Jezus stuurde de man naar huis omdat Hij voor hem een taak had: "Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft" (Markus 5:19). Elders verbiedt Jezus soms om een wonder door te vertellen, zoals bij de dochter van Jaïrus (Markus 5:43). Hier, in een streek met veel niet-Joodse inwoners, moest de man juist spreken. Hij verkondigde het in heel Dekapolis, en allen verwonderden zich.

Was de bezetene van Gadara gewoon ziek?

De Bijbel beschrijft de man niet als gewoon ziek, maar als iemand met een onreine geest (Markus 5:2). Jezus spreekt de geest aan, en de geesten antwoorden en varen uit. Tegelijk maakt de Bijbel onderscheid tussen ziekte en bezetenheid: Mattheüs 4:24 noemt zieken, bezetenen en maanzieken naast elkaar. Daarom is het niet terecht om elke psychische ziekte bezetenheid te noemen, en evenmin om deze geschiedenis tot een ziekte zonder geesten terug te brengen.

Hoe vertelt u de bezetene van Gadara aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 8 jaar. Vertel de boze geesten en de kudde zwijnen zoals de Bijbel het doet, zonder griezelige details. Geef de meeste ruimte aan de Heere Jezus: Hij komt naar de man toe, de geesten moeten Hem om toestemming vragen, en de man zit daarna rustig aan Zijn voeten. Voor jongere kinderen laat u het deel over het pijn doen weg. De verteltips helpen bij vragen over de varkens en over angst.

Stel een vraag over De bezetene van Gadara

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder