“Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan;”
De tekst die het meest bij een nieuw huis past: de bouwlieden doen hun werk, maar zonder de Heere is het tevergeefs. Voor een gevelsteen is het eerste deel van het vers genoeg. Een korte vorm is ook mogelijk met een weglating: "Zo de HEERE het huis niet bouwt, …" met de verwijzing eronder.
“Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen.”
Samuël zette een steen neer en noemde hem Eben-Haëzer, steen der hulp. Een gevelsteen is zelf ook zo een gedenksteen. Daarom wordt deze tekst veel gekozen, soms alleen met het woord Eben-Haëzer, het jaartal en de verwijzing.
“maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!”
Jozua zegt dit aan het einde van zijn leven, als een keuze voor zichzelf en zijn gezin. Op een woonhuis wordt het een belijdenis naar buiten: dit huis wil de Heere dienen. Let op de woordelijke vorm "aangaande mij, en mijn huis"; een vrije weergave als "Ik en mijn huis" is geen letterlijke Statenvertaling.
“De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.”
Een tekst die over de deur gaat: uitgaan en ingaan. Daarom past hij boven of naast de voordeur. "Van nu aan" maakt hem geschikt voor het jaar waarin het huis betrokken wordt.
“De HEERE zal het voorzien!”
Op de berg in het land Moria, waar Izak gespaard werd, gaf Abraham de plaats deze naam. Vijf woorden en een uitroepteken: kort genoeg voor een kleine steen. Wie een huis bouwt met een lening en veel onzekerheid, belijdt hiermee dat de voorziening van de Heere komt.
“… de woning der rechtvaardigen zal Hij zegenen.”
Het tweede deel van een tegenstelling: de vloek in het huis van de goddeloze, de zegen over de woning van de rechtvaardige. Op een steen staat alleen het tweede deel. Het herinnert de bewoners eraan dat zegen samenhangt met hoe er in het huis geleefd wordt.
“Want een ieder huis wordt van iemand gebouwd; maar Die dit alles gebouwd heeft, is God.”
Elk huis heeft een bouwer, en achter alles staat God als Bouwer. Een tekst die past wanneer de bewoners het huis voor een groot deel zelf gebouwd hebben: de eer gaat toch naar God.
“Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”
Paulus spreekt over de gemeente, maar gebruikt het beeld van het fundament. Een huis staat op een fundering; het leven van de bewoners op Christus. Een tekst die ook goed past bij de eerste steen, omdat die op de fundering komt. Let op de spelling "fondament" in de Statenvertaling.
“De HEERE is onzer gedachtig geweest, Hij zal zegenen;”
Terugzien en vooruitzien in één regel. Geschikt voor een huis dat na jaren van wachten of na een tegenslag toch gebouwd kon worden, of voor een boerderij die van vader op zoon overgaat.
“En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.”
Het gebod om Gods woorden op de deurposten te schrijven. Het staat bij het "Hoor, Israël" (Deuteronomium 6:4-5). Een gevelsteen met een tekst sluit bij deze gedachte aan, al is de steen geen voorschrift. Deze tekst zelf is minder geschikt voor in de steen, maar goed om te lezen bij het plaatsen ervan.
“De Naam des HEEREN is een Sterke Toren;”
Een sterk beeld voor een stenen gebouw: niet de muren beschermen, maar de Naam des Heeren. Het hele vers gaat verder over de rechtvaardige die daarheen loopt. Kort genoeg voor een steen boven een deur of een schuurdeur.
“God is ons een Toevlucht en Sterkte;”
Een huis biedt beschutting tegen weer en wind; deze tekst wijst op een andere toevlucht. Geliefd door de berijmde Psalm 46 en kort genoeg voor een steen. Het tweede deel ("Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden") kan eronder als er ruimte is.