Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 5: de wet redt niet

In het kort

Volgens Dordtse Leerregels 3/4, artikel 5 redt ook de wet van de tien geboden de zondaar niet. De wet ontdekt de grootheid van de zonde en overtuigt de mens van zijn schuld. Maar zij wijst geen herstel aan en geeft geen kracht. Zo blijft de overtreder onder de vloek en verkrijgt hij door de wet geen zaligmakende genade.

De tekst van DL III/IV,5

Gelijk het met het licht der natuur toegaat, zo gaat het ook in dezen toe met de wet der tien geboden, van God door Mozes den Joden in het bijzonder gegeven. Want nademaal deze de grootheid der zonde wel ontdekt en den mens meer en meer van zijn schuld overtuigt, doch het herstellingsmiddel daartegen niet aanwijst, noch enige krachten toebrengt om uit deze ellendigheid te kunnen geraken, en omdat zij alzo, door het vlees krachteloos geworden zijnde, den overtreder onder den vloek blijven laat, zo kan de mens daardoor de zaligmakende genade niet verkrijgen.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 5 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels gaat over de vraag of de wet een mens kan redden. Artikel 4 liet zien dat het licht der natuur de zondaar niet tot God brengt. Artikel 5 zegt dat het met de wet van de tien geboden niet anders is. Kort gezegd: de wet redt niet. Zij wijst de zonde aan, maar geeft geen kracht om eruit te komen.

Een wet die God Zelf gaf

Het artikel begint met de woorden 'Gelijk het met het licht der natuur toegaat'. Gelijk betekent hier: zoals. Die vergelijking valt op, want de wet is veel meer dan wat de natuur leert. Het artikel noemt haar 'de wet der tien geboden, van God door Mozes den Joden in het bijzonder gegeven'. In het bijzonder betekent: apart, aan dit ene volk. God sprak de tien woorden Zelf uit en schreef ze op twee stenen tafelen.

Psalm 147 zegt dat God aan Israël Zijn inzettingen en rechten bekendmaakte, en aan geen ander volk zo. Toch belijdt het artikel dat ook deze rijke gave de zondaar niet zalig maakt. Dat ligt niet aan de wet. Paulus noemt het gebod "heilig, en rechtvaardig, en goed".

Wat de wet wel doet

Eerst noemt het artikel wat de wet wel doet. Zij heeft 'de grootheid der zonde wel ontdekt'. Ontdekken betekent hier: blootleggen, aan het licht brengen. Paulus zegt het in Romeinen 3: "door de wet is de kennis der zonde". In Romeinen 7 zegt hij dat hij de begeerlijkheid niet als zonde kende, totdat de wet zei: "Gij zult niet begeren".

Daarnaast zegt het artikel dat de wet 'den mens meer en meer van zijn schuld overtuigt'. Overtuigen betekent hier: iemand zijn schuld zo laten zien dat hij er niet meer omheen kan. Hoe beter iemand de wet leert kennen, hoe dieper hij zijn schuld ziet. De Heidelbergse Catechismus leert in zondag 2 hetzelfde: de mens kent zijn ellende uit de wet van God.

Wat de wet niet kan

Dan volgt het woord 'doch', dat is: maar. Het artikel zegt dat de wet 'het herstellingsmiddel daartegen niet aanwijst'. Een herstellingsmiddel is een middel tot genezing. De wet zegt wat God van de mens eist, maar niet hoe een schuldige weer met God verzoend wordt.

Ook zegt het artikel dat de wet 'noch enige krachten toebrengt om uit deze ellendigheid te kunnen geraken'. Toebrengen betekent: geven. Geraken is: komen. De wet beveelt, maar maakt de mens niet in staat om te doen wat zij beveelt. Paulus zegt dat de gerechtigheid uit de wet zou zijn, als er een wet gegeven was "die machtig was levend te maken".

Krachteloos door het vlees

Waarom kan de wet dit niet? Het artikel antwoordt met woorden uit Romeinen 8: zij is 'door het vlees krachteloos geworden'. Vlees betekent hier niet het lichaam, maar de verdorven natuur van de mens. Daarover spraken de vorige artikelen. De zwakte zit dus niet in de wet, maar in de mens die haar moet houden. Paulus schrijft dat het gebod, "dat ten leven was", hem "ten dood bevonden" is.

Daarom laat de wet 'den overtreder onder den vloek blijven'. Een overtreder is iemand die het gebod breekt. Paulus schrijft dat ieder vervloekt is die niet blijft in alles wat in het boek der wet geschreven staat. De wet spreekt dat oordeel uit, maar neemt het niet weg.

Wat de wet onmogelijk was

Het artikel eindigt met de conclusie: 'zo kan de mens daardoor de zaligmakende genade niet verkrijgen'. Zaligmakend betekent: wat de mens werkelijk redt. Toch is dit geen somber slot. Artikel 6 zegt wat God doet waar het licht der natuur en de wet tekortschieten. Hij werkt door Zijn Geest en het Evangelie.

Romeinen 8 gaat op dezelfde manier verder. "Hetgeen der wet onmogelijk was", heeft God gedaan door Zijn Zoon te zenden. Paulus noemt de wet "onze tuchtmeester geweest tot Christus". Een tuchtmeester is iemand die een kind opvoedt en begeleidt. Wie door de wet zijn schuld leert zien, heeft een Ander nodig: Christus.

Bijbelse onderbouwing

  • Romeinen 3:20

    “Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”

    Paulus zegt dat niemand door de werken der wet gerechtvaardigd wordt, omdat de wet vooral de kennis van de zonde geeft.

    Uitleg bij Romeinen 3

  • Romeinen 7:10

    “En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden.”

    Het gebod dat ten leven gegeven was, werd voor de zondaar tot de dood, zoals het artikel zegt dat de wet geen kracht geeft.

  • Romeinen 8:3

    “Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.”

    Wat de wet door het vlees niet kon, heeft God gedaan door Zijn Zoon te zenden, en daaruit komt het woord krachteloos in het artikel.

  • Galaten 3:10

    “Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.”

    Wie uit de werken der wet leeft, staat onder de vloek, en daarom laat de wet de overtreder onder die vloek.

  • Galaten 3:21

    “Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.”

    Paulus zegt dat er geen wet gegeven is die levend kan maken, en dat sluit aan bij het artikel dat de wet geen kracht toebrengt.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De vijfde verwerping van dit hoofdstuk wijst af dat de mens door goed gebruik van zijn overgebleven gaven stap voor stap de zaligmakende genade krijgt. Die verwerping komt bij artikel 4 aan de orde.

Over de wet zelf gaat de vierde verwerping bij hoofdstuk 2. Volgens de leer die daar wordt afgewezen, had God de eis van volmaakte gehoorzaamheid aan de wet laten vallen. Hij zou het geloof en de onvolmaakte gehoorzaamheid daarvoor in de plaats rekenen. Artikel 5 zegt van de wet juist dat zij 'den overtreder onder den vloek blijven laat'.

Om over door te praten

  1. Welke twee dingen doet de wet volgens artikel 5 wel, en welke twee dingen kan zij niet?
  2. Waarom vergelijkt het artikel de wet met het licht der natuur, terwijl God de wet toch Zelf gegeven heeft?
  3. Wat betekent het dat de wet door het vlees krachteloos geworden is, en waar ligt die zwakte volgens het artikel?
  4. Hoe heeft de wet u laten zien wie u voor God bent, en waar zoekt u dan uw hulp?

Heidelbergse Catechismus