Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 6: het Evangelie

In het kort

Wat het licht der natuur en de wet niet kunnen, doet God door het Evangelie van de verzoening. Dat belijdt artikel 6 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels. De Heilige Geest werkt krachtig door dit Woord, en zo maakte God gelovigen zalig in het Oude en in het Nieuwe Testament.

De tekst van DL III/IV,6

Hetgeen dan noch het licht der natuur, noch de wet doen kan, dat doet God door de kracht des Heiligen Geestes, en door het woord of de bediening der verzoening, welke is het Evangelie van den Messias, waardoor het God behaagd heeft de gelovige mensen, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, zalig te maken.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 6 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels is een keerpunt. De artikelen 4 en 5 spraken over het licht der natuur dat na de val overbleef, en over de wet die God aan Israël gaf. Geen van beide brengt hem tot de zaligheid. Nu volgt wat God Zelf doet. Na de ellende van de mens komt hier de weg van het Evangelie in beeld.

Wat licht en wet niet kunnen

Het artikel begint met 'Hetgeen dan noch het licht der natuur, noch de wet doen kan'. Hetgeen betekent: datgene wat. Het licht der natuur is de kennis van God en van goed en kwaad die de mens na de val nog over heeft. De wet ontdekt de zonde, maar geeft geen kracht om eruit te komen. Beide laten de mens staan waar hij staat.

Ook het beste denken van de mens vindt de weg naar God niet. Dat God een andere weg gaat, is geen noodoplossing, maar Zijn eigen wijsheid.

De kracht van de Heilige Geest

Wat de mens niet kan, 'dat doet God'. Het artikel noemt twee dingen waardoor God dat doet. Het eerste is 'de kracht des Heiligen Geestes'. Artikel 3 sprak al over de mens die dood is in de zonde. Een dode wordt niet levend door goede raad. Daarvoor is de Geest nodig, want de Heere Jezus zegt: "De Geest is het, Die levend maakt".

De Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 25 dat het geloof van de Heilige Geest komt. Hij werkt het in het hart "door de verkondiging des Heiligen Evangelies". Het artikel noemt de Geest en het Woord in één zin. Het Woord overtuigt niet zonder de kracht van de Geest, en de Geest werkt hier door het Woord.

Het woord der verzoening

Het tweede is 'het woord of de bediening der verzoening'. Die woorden komen van Paulus. Hij schrijft dat God "ons de bediening der verzoening gegeven heeft". Een bediening is een dienst of opdracht. Verzoening betekent dat de breuk tussen God en de mens wordt hersteld. Dat doet God in Christus, "hun zonden hun niet toerekenende". Toerekenen betekent: op iemands rekening zetten.

Het artikel noemt dit woord 'het Evangelie van den Messias'. Messias is het Hebreeuwse woord voor Gezalfde, in het Grieks Christus. Het Evangelie is dus geen algemene boodschap over God, maar het goede nieuws over Hem. Paulus schaamt zich er niet voor, want "het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft".

Het heeft God behaagd

Het artikel zegt verder 'waardoor het God behaagd heeft'. Behagen betekent: goedvinden. God was niet verplicht deze weg te gaan. Paulus schrijft dat "het Gode behaagd" heeft "door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven".

Paulus zegt ook: "Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods". Daarom is de prediking zo belangrijk. Wie onder het Woord zit, staat op de plaats die God Zelf daarvoor gekozen heeft. Dit artikel leert dus aandachtig en biddend te luisteren.

In het Oude en Nieuwe Testament

Het artikel eindigt met 'zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament'. De gelovigen van het Oude Testament werden niet op een andere manier zalig dan wij. Ook zij werden behouden door het Evangelie van de Messias, Die toen nog moest komen. De Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 6 dat God het Evangelie al in het Paradijs openbaarde en daarna door aartsvaders en profeten liet verkondigen.

Hebreeën 11 zegt van de gelovigen vóór Christus dat zij de beloften "van verre gezien, en geloofd, en omhelsd" hebben. Zo is er één weg tot de zaligheid, voor Abraham en David net zo goed als voor de gemeente van nu. Die weg gaat niet via het licht der natuur of het houden van de wet, maar via Christus.

Bijbelse onderbouwing

  • Romeinen 1:16

    “Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.”

    Het Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid, en daarom noemt het artikel het Gods middel om te doen wat licht en wet niet kunnen.

    Uitleg bij Romeinen 1

  • 1 Korinthe 1:21

    “Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;”

    De wereld kende God niet door haar wijsheid, en daarom behaagde het God de gelovigen zalig te maken door de prediking.

  • Romeinen 10:17

    “Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”

    Het geloof komt uit het gehoor, en zo werkt God volgens het artikel door het Evangelie dat gepredikt wordt.

  • 2 Korinthe 5:18

    “En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.”

    God heeft ons door Christus met Zich verzoend en de bediening der verzoening gegeven, en daaraan ontleent het artikel zijn woorden.

  • Hebreeën 11:13

    “Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren.”

    De gelovigen van het Oude Testament zagen de beloften van verre, geloofden en omhelsden ze, en stierven in dat geloof.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

In de verwerpingen bij dit hoofdstuk staat een leer die de genade zwakker maakt dan artikel 6 haar belijdt. Volgens de zevende verwerping zagen sommigen de genade waardoor God de mens bekeert, als niet meer dan een zachte aanrading door het Woord. De synode wijst dat af. Naast de prediking noemt zij een andere en veel krachtiger werking van de Heilige Geest, en zij wijst daarbij op Ezechiël 36:26. Ook artikel 6 noemt de kracht van de Heilige Geest en het Evangelie samen.

Om over door te praten

  1. Waarom begint artikel 6 met wat het licht der natuur en de wet niet kunnen, en wat leert u dat over Gods weg?
  2. Wat betekent het dat het artikel de kracht van de Heilige Geest en het woord der verzoening in één zin noemt?
  3. Hoe luistert u naar de prediking, nu het artikel zegt dat het God behaagd heeft daardoor zalig te maken?
  4. Wat betekent het voor uw lezen van het Oude Testament dat ook de gelovigen daar door het Evangelie van de Messias zalig werden?

Heidelbergse Catechismus

Verder lezen