Ga naar hoofdinhoud

Artikel 8 van de Apostolische Geloofsbelijdenis: "Ik geloof in den Heiligen Geest"

In het kort

Artikel 8 van de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt dat de Heilige Geest waarachtig en eeuwig God is, samen met de Vader en de Zoon. Hij is geen kracht, maar een Persoon. Hij verbindt de gelovigen aan Christus en al Zijn weldaden, troost hen en blijft eeuwig bij hen.

De tekst van Apostolicum 8

Ik geloof in den Heiligen Geest.

Tekst: de twaalf artikelen van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals opgenomen in de Heidelbergse Catechismus, vraag 23 (traditionele kerkboektekst). Publiek domein.

Met artikel 8 van de Apostolische Geloofsbelijdenis begint het derde deel van de geloofsartikelen. De catechismus noemt dat deel het stuk "van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking". Het artikel zelf is kort: 'Ik geloof in den Heiligen Geest'. Toch staat er veel in die paar woorden. Opnieuw klinkt 'Ik geloof in', net als bij de Vader. Bij de Zoon was dat al met het woordje 'en' verbonden. Daarmee belijdt de kerk dat de Heilige Geest geen kracht of gevoel is. Hij is een Persoon, en Hij is God.

Waarachtig en eeuwig God

Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus zegt eerst wie de Geest is. Hij is "te zamen met den Vader en den Zoon waarachtig en eeuwig God". De Schrift laat dat op meer plaatsen zien. Ananias hield een deel van de opbrengst van zijn akker achter en loog daarover. Petrus zei dat hij de Heilige Geest had willen bedriegen. Daarna zei hij: "Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode". Wie tegen de Geest liegt, liegt dus tegen God Zelf.

De Geest heeft ook eigenschappen die alleen God heeft. Hij was er al bij de schepping, toen "de Geest Gods zweefde op de wateren". David vraagt: "Waar zou ik heengaan voor Uw Geest", en weet dat hij nergens voor Hem kan vluchten. Ook de doop gebeurt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het is één Naam en het zijn drie Personen. Zo heeft God Zich in Zijn Woord geopenbaard.

Een Persoon, geen kracht

De Heere Jezus spreekt over de Geest als over Iemand. Hij noemt Hem "een anderen Trooster". Een trooster is iemand die bijstaat, helpt en bemoedigt. Met het woord "anderen" bedoelt Christus een Trooster naast Hemzelf, Die bij de discipelen zal zijn zoals Hij tot dan toe bij hen was. Hij belooft ook dat de Geest der waarheid "u in al de waarheid leiden" zal. De Geest spreekt niet uit Zichzelf, maar maakt bekend wat van Christus is.

De Geest leert, leidt, getuigt en spreekt. Hij kan ook bedroefd worden, want Paulus schrijft: "bedroeft den Heiligen Geest Gods niet". Een kracht kan men niet bedroeven, een Persoon wel. Daarom geldt het geloof in de Geest niet een onbekende invloed, maar God Zelf, Die zo dichtbij komt.

Deelachtig aan Christus

Daarna zegt de catechismus wat de Geest doet. Hij is ook aan de gelovige gegeven, "opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make". Deelachtig maken betekent: laten delen in iets. Wat Christus verworven heeft, blijft dan niet buiten ons staan. De Geest verbindt de zondaar aan Christus door het geloof, dat Hij Zelf in het hart werkt.

Zonder de Geest blijft het werk van Christus voor ons verborgen. Paulus zegt dat niemand Jezus de Heere kan noemen "dan door den Heiligen Geest". Hij opent de ogen voor de eigen zonde en voor de genade in Christus. Zo vernieuwt Hij het hart, zodat een mens Gods geboden gaat liefhebben. Daarom noemt de catechismus dit hele deel het stuk van onze heiligmaking. Daarin past de Geest toe wat Christus verworven heeft, en vernieuwt Hij een zondaar naar Gods wil.

Trooster die blijft

De Geest troost ook. Hij "getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn". Dat is geen eigen gevoel dat de gelovige zichzelf aanpraat. Het is een getuigenis van God Zelf, door Zijn Woord en in het hart. Daardoor durft een kind van God tot Hem te roepen: Abba, Vader. In twijfel en strijd mag u daarom om de Geest bidden, Die dat getuigenis geeft.

Ten slotte blijft de Geest bij de gelovigen. Christus beloofde de Vader te bidden om een Trooster, "opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid". Paulus schrijft dat het lichaam van de gelovige "een tempel is van den Heiligen Geest". Een tempel is een woonplaats van God. Wie dat weet, gaat anders om met zijn lichaam en zijn leven.

Bijbelse onderbouwing

  • Johannes 14:16

    “En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;”

    Christus belooft dat de Vader op Zijn gebed een andere Trooster zal geven, Die voor altijd bij de gelovigen blijft.

    Uitleg bij Johannes 14

  • Johannes 16:13

    “Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.”

    De Geest der waarheid spreekt niet uit Zichzelf, maar maakt Christus en Zijn woord aan de gelovigen bekend.

  • Handelingen 5:4

    “Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht? Wat is het, dat gij deze daad in uw hart hebt voorgenomen? Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode.”

    Petrus zegt tegen Ananias dat hij tegen God gelogen heeft toen hij de Heilige Geest wilde bedriegen, want de Geest is waarachtig God.

  • Romeinen 8:16

    “Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.”

    De Geest getuigt met de geest van de gelovigen dat zij Gods kinderen zijn, en zo troost Hij hen, zoals de catechismus belijdt.

  • 1 Korinthe 6:19

    “Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?”

    Het lichaam van de gelovige is een tempel van de Heilige Geest, Die in hem woont, zodat hij niet meer van zichzelf is.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Dit artikel stond al in de oude Romeinse doopbelijdenis, bijna net zo kort als nu. De dopeling beleed zijn geloof in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals Christus het bij de doop had opgedragen. Over de Persoon van de Geest werd toen nog weinig uitgewerkt.

In de vierde eeuw ontstond strijd over de vraag of de Geest werkelijk God is. Het concilie van Constantinopel beleed in 381 dat Hij met de Vader en de Zoon aangebeden wordt. Het Apostolicum zelf bleef kort, maar de kerk las het voortaan in dat licht.

Om over door te praten

  1. Waarom is het van belang dat het artikel bij de Heilige Geest opnieuw met 'Ik geloof in' begint, net als bij de Vader?
  2. Welke bijbelteksten laten volgens u het duidelijkst zien dat de Heilige Geest waarachtig God is?
  3. Waarom kan niemand zonder de Heilige Geest Christus en Zijn weldaden ontvangen?
  4. Waar zoekt u troost en zekerheid als u twijfelt of u een kind van God bent?
  5. Wat betekent het voor de omgang met uw lichaam dat het een tempel van de Heilige Geest is?

Heidelbergse Catechismus