Ga naar hoofdinhoud

Geloofsbelijdenis van Athanasius, vers 38-44: wederkomst en oordeel

In het kort

Vers 38 tot 44 van de Geloofsbelijdenis van Athanasius belijden het werk van Christus tot aan Zijn wederkomst en het oordeel. Hij leed, stond op en voer ten hemel. Hij komt terug om te oordelen. Alle mensen staan op met hun lichaam, en er zijn twee uitkomsten: het eeuwige leven of het eeuwige vuur.

De tekst van Athanasius, vers 38-44

38. Die geleden heeft om onze zaligheid, nedergedaald is ter helle, ten derden dage weder is opgestaan van de doden;

39. opgevaren ten hemel, zit ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders;

40. en vandaar zal komen om te oordelen de levenden en de doden;

41. bij Wiens komst alle mensen zullen wederopstaan met hun lichamen,

42. en van hun eigen werken rekenschap geven;

43. en die goed gedaan hebben, zullen in het eeuwige leven gaan; maar die kwaad gedaan hebben, in het eeuwige vuur.

44. Dit is het algemeen geloof; hetwelk, indien iemand dit niet getrouw en vast gelooft, die zal niet kunnen zalig worden.

Tekst: traditionele Nederlandse kerkboektekst, naar de uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting. Publiek domein.

Met vers 38 tot 44 eindigt de Geloofsbelijdenis van Athanasius bij de weg van Christus, van het kruis tot de wederkomst en het oordeel. Deze verzen sluiten aan bij wat de kerk ook in de Apostolische Geloofsbelijdenis zegt. Eerst noemt de belijdenis Zijn lijden, Zijn opstanding en Zijn hemelvaart. Dan kijkt ze vooruit naar de dag dat Hij komt.

Geleden om onze zaligheid

Vers 38 belijdt Christus als Hij 'Die geleden heeft om onze zaligheid'. De voorgaande verzen zeiden dat Hij waarachtig God en waarachtig mens is. Nu blijkt waarom dat zo belangrijk is. Hij leed niet om Zichzelf, maar om onze zaligheid, dat is: om ons te behouden. Petrus schrijft: "Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen".

Dan volgt dat Hij 'nedergedaald is ter helle'. Over deze woorden is in de kerk verschillend gedacht. De Heidelbergse Catechismus legt ze uit in zondag 16. Christus heeft in Zijn hele lijden, en vooral aan het kruis, helse kwelling gedragen. Zo heeft Hij de Zijnen van de helse benauwdheid en pijn verlost. Dat is een troost voor wie zelf in zware aanvechting verkeert.

Opgestaan en opgevaren

De belijdenis zegt dat Hij 'ten derden dage weder is opgestaan van de doden'. Paulus noemt dat een deel van het evangelie dat hij zelf ontvangen had: Christus is "opgewekt ten derden dage, naar de Schriften". Zijn opstanding laat zien dat Zijn offer volkomen was. De catechismus noemt haar in zondag 17 ook een zeker pand van onze eigen opstanding.

Vers 39 belijdt dat Hij is 'opgevaren ten hemel' en zit 'ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders'. Zitten aan de rechterhand is een beeld van eer en macht. Christus regeert nu als Hoofd van Zijn kerk. De brief aan de Hebreeën zegt dat Hij "is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen".

Hij komt om te oordelen

Vers 40 kijkt vooruit: 'vandaar zal komen om te oordelen de levenden en de doden'. Vandaar betekent: vanuit de hemel. Bij de hemelvaart zeiden de engelen tegen de discipelen dat deze Jezus "zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren". Hij komt dus Zelf terug, zichtbaar en in heerlijkheid.

De Rechter is Dezelfde Die om onze zaligheid geleden heeft. Daarom hoeft een gelovige die dag niet met angst tegemoet te zien. Wie Hem kent, ziet in de Rechter zijn Borg en Verlosser.

Opstanding en rekenschap

Vers 41 zegt dat bij Zijn komst 'alle mensen zullen wederopstaan met hun lichamen'. Jezus zegt dat alle doden Zijn stem zullen horen en uit de graven zullen komen. De belijdenis noemt het lichaam uitdrukkelijk. Het lichaam is geen omhulsel dat aan het einde wegvalt. De hele mens, naar ziel en lichaam, staat dan voor God.

Vers 42 voegt eraan toe dat zij 'van hun eigen werken rekenschap geven'. Rekenschap geven betekent: verantwoording afleggen. Paulus schrijft: "wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus". Jezus zegt zelfs dat de mensen rekenschap zullen geven van elk ijdel woord.

Goed gedaan: vrucht, geen verdienste

Vers 43 noemt de twee uitkomsten: 'die goed gedaan hebben, zullen in het eeuwige leven gaan'. Die 'kwaad gedaan hebben', gaan 'in het eeuwige vuur'. Deze woorden volgen bijna letterlijk wat Jezus Zelf zegt in Johannes 5 en Mattheüs 25. Daar staat dat zij zullen uitgaan, "die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens".

Betekent dit dat een mens de hemel verdient met goede werken? Nee. Dat zou ingaan tegen de Schrift en tegen vers 38, dat alles laat rusten op het lijden van Christus. Paulus schrijft: "uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof". In hetzelfde verband zegt hij dat God de goede werken voorbereid heeft, "opdat wij in dezelve zouden wandelen".

Goede werken zijn dus de vrucht van het geloof, en niet de grond van de zaligheid. In het oordeel wordt openbaar wie Christus werkelijk toebehoorde. De catechismus zegt in zondag 24 dat de beloning "niet uit verdienste, maar uit genade" geschiedt.

Het eeuwige vuur is een ernstig woord. Jezus Zelf gebruikt het in Zijn rede over het laatste oordeel. De belijdenis zwakt het niet af, en wij mogen dat ook niet doen. Maar wie in Christus is, mag met Paulus weten: "Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn".

Het slot: het algemeen geloof

Vers 44 sluit de belijdenis af met de woorden 'Dit is het algemeen geloof'. Zo komt ze terug bij vers 1 en 2. Wat daartussen staat over de Drie-eenheid en over Christus, is geen losse verzameling meningen. Het is het geloof van de hele kerk. Getrouw en vast geloven betekent: met het hart vertrouwen en daar niet van afwijken.

De slotzin is ernstig: wie dit niet gelooft, 'die zal niet kunnen zalig worden'. De belijdenis vraagt niet of u alle begrippen kunt uitleggen. Ze wijst u op de Christus Die geleden heeft, opstond en terugkomt. Wie Hem verwacht, mag leven uit wat Paulus noemt "de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid" van onze Zaligmaker.

Bijbelse onderbouwing

  • Mattheüs 25:46

    “En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”

    Jezus besluit Zijn rede over het oordeel met twee uitkomsten, de eeuwige pijn en het eeuwige leven; vers 43 noemt de eerste het eeuwige vuur.

    Uitleg bij Mattheüs 25

  • Johannes 5:29

    “En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.”

    Jezus zegt dat wie het goede gedaan hebben, opstaan tot het leven, en vers 43 volgt die woorden bijna letterlijk.

  • Handelingen 1:11

    “Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.”

    De engelen zeggen bij de hemelvaart dat dezelfde Jezus zo zal terugkomen als Hij is heengegaan, wat vers 39 en 40 samen belijden.

  • 2 Korinthe 5:10

    “Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.”

    Paulus zegt dat allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen om te ontvangen naar wat zij gedaan hebben, zoals vers 42 belijdt.

  • Efeze 2:10

    “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.”

    Paulus noemt de gelovigen Gods maaksel, geschapen tot goede werken die God voorbereid heeft, zodat hun werken vrucht zijn en geen verdienste.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Het slot van de Geloofsbelijdenis van Athanasius volgt grotendeels de woorden en de opbouw van de Apostolische Geloofsbelijdenis. Lijden, nederdaling, opstanding, hemelvaart, het zitten aan de rechterhand en de wederkomst staan in dezelfde volgorde. Toch voegt dit deel iets toe. Het noemt uitdrukkelijk de opstanding van alle mensen met hun lichamen en de twee uitkomsten van het oordeel.

In de tijd van de Reformatie ging het debat over de vraag of goede werken verdienstelijk zijn. Rome leerde dat goede werken, gedaan door de genade, werkelijk verdienstelijk zijn voor het eeuwige leven. De kerken van de Reformatie namen de belijdenis over, ook dit vers. Zij verstonden het in het licht van de rechtvaardiging door het geloof alleen. Artikel 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat goede werken uit het geloof voortkomen, maar niet meetellen voor onze rechtvaardiging.

Om over door te praten

  1. Waarom noemt de belijdenis het lijden, de opstanding en de hemelvaart van Christus vlak voordat zij over het oordeel spreekt?
  2. Wat betekent het voor u dat de Rechter op de laatste dag Dezelfde is Die om onze zaligheid geleden heeft?
  3. Hoe kan vers 43 over goed en kwaad doen samengaan met de leer dat wij uit genade zalig worden?
  4. Waarom is het belangrijk dat de belijdenis de opstanding met het lichaam uitdrukkelijk noemt?
  5. Hoe kan het verwachten van de wederkomst van Christus uw leven van elke dag vormen?

Verder lezen