Belijdenis doen: openbaar ja zeggen op Gods beloften
Bij uw doop spraken anderen voor u. Bij de belijdenis antwoordt u zelf. Op deze pagina leest u wat belijdenis doen is, waarom de Bijbel het openbaar belijden zo belangrijk vindt en wat er bij de voorbereiding en in de dienst gebeurt.
Wat is belijdenis doen?
Belijdenis doen is het moment waarop iemand die als kind gedoopt is, in een kerkdienst voor God en de gemeente zelf uitspreekt dat hij of zij gelooft in de drie-enige God en bij Christus en Zijn kerk wil horen. Het is het openbare antwoord op de beloften van de doop. Na de belijdenis bent u belijdend lid en mag u aan het Heilig Avondmaal deelnemen.
Een andere naam is openbare geloofsbelijdenis, of in sommige gemeenten “aangenomen worden”. Het woord belijden betekent hier: hardop en voor anderen zeggen wat u gelooft. U belijdt niet uw eigen gedachten over God, maar het geloof van de kerk door de eeuwen heen, zoals dat is samengevat in de Apostolische Geloofsbelijdenis en uitgelegd in de Heidelbergse Catechismus. Wat u belijdt, maakt u persoonlijk tot het uwe.
De weg ernaartoe begint al bij de doop. In het klassieke doopformulier wordt aan de vader (of getuige) gevraagd of hij belooft het kind, “als het tot zijn verstand zal gekomen zijn”, in de leer van de kerk “naar uw vermogen te onderwijzen, of te doen en te helpen onderwijzen”. Dat onderwijs krijgt vorm thuis, op de catechisatie en onder de prediking. Belijdenis doen is het moment waarop het kind van toen zelf antwoordt.
Zoekt u een tekst voor een kaart of een felicitatie? Op de pagina Bijbelteksten voor belijdenis vindt u teksten uit de Statenvertaling met korte uitleg, voor de dienst, een kaart of een persoonlijk woord.
Waarom doet u belijdenis?
Het geloof woont in het hart, maar het wil gehoord worden. Paulus verbindt die twee uitdrukkelijk:
“Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.”
De Heere Jezus Zelf verbindt aan het openlijk belijden een belofte. Wie voor mensen voor Hem uitkomt, voor die komt Hij uit bij de Vader:
“Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.”
Belijdenis doen is daarom geen formaliteit en geen diploma na de catechisatie. Het is gehoorzaamheid aan wat de Heere vraagt, en tegelijk een dankbaar antwoord op wat Hij in de doop heeft beloofd. Timotheüs wordt eraan herinnerd dat hij “de goede belijdenis beleden” heeft “voor vele getuigen” (1 Timotheüs 6:12). Die getuigen horen uw ja. De gemeente leeft mee, bidt voor u en draagt mee zorg voor uw weg; in sommige gemeenten spreekt zij dat ook uit in de dienst.
En wie belijdt, kan ook uitleggen waarom. Petrus schrijft: “zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze” (1 Petrus 3:15). Het gesprek met de kerkenraad is een eerste oefening daarin.
Wat zegt de Bijbel over belijdenis doen?
Eerlijk gezegd: de Bijbel beschrijft geen belijdenisdienst zoals wij die kennen. De vorm is een ordening van de kerk. Maar de lijnen waarop die ordening rust, staan wel in de Schrift. Zo verbond Israël zich in het openbaar aan de HEERE. Jozua stelde het volk voor de keuze en sprak zelf als eerste: “Maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!” (Jozua 24:15). En de psalmdichter wilde zijn dank niet voor zichzelf houden:
“Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.”
Op de Pinksterdag zien we hoe geloof, doop en gemeente samenkomen. Wie het woord van Petrus “gaarne aannamen, werden gedoopt” (Handelingen 2:41), en daarna:
“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.”
Dat is in één vers wat een belijdend lid op zich neemt: blijven in de leer, deel uitmaken van de gemeente, het avondmaal vieren en bidden. De Schrift spreekt ook over het vasthouden van wat beleden is: “Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw)” (Hebreeën 10:23). Het accent ligt niet op uw trouw, maar op de trouw van God.
Hoe gaat belijdenis doen in zijn werk?
De belijdeniscatechisatie
Meestal gaat er een periode van belijdeniscatechisatie aan vooraf, vaak een of meer winterseizoenen, in een kleine groep met de predikant. U bespreekt de kernpunten van het geloof, vaak aan de hand van de Heidelbergse Catechismus, en de vragen die u zelf meebrengt. Meestal opent de predikant met een vrij gebed; in sommige gemeenten wordt het klassieke gebed voor de catechisatie gebruikt, dat bij de oude formulieren staat.
Het gesprek met de kerkenraad
Daarna volgt een gesprek met de predikant en een of meer ouderlingen, in sommige gemeenten de aannemingsavond genoemd. Daar wordt gevraagd waarom u deze stap wilt zetten en wat de Heere voor u betekent. Het is geen examen in kennis. Het gaat om de vraag of u met een oprecht hart wilt zeggen van wie u bent. In veel gemeenten worden de namen daarna aan de gemeente bekendgemaakt.
De dienst
In de kerkdienst staat u voor de gemeente. De predikant stelt enkele vragen en u antwoordt hardop met “ja”. Wie nog niet gedoopt is, wordt in dezelfde dienst gedoopt met de vragen van het doopformulier voor volwassenen. Vaak krijgt u een persoonlijke bijbeltekst mee; in sommige kerken volgt ook een zegen, soms met handoplegging. De gemeente kan een lied zingen als bemoediging. In veel gemeenten valt de belijdenisdienst in het voorjaar, aan het eind van het catechisatieseizoen, vaak rond Pasen of Pinksteren. De precieze gang van zaken verschilt per kerkverband en per gemeente; uw eigen predikant weet hoe het bij u gaat.
Op welke leeftijd doet u belijdenis?
Er is geen vaste leeftijd. Belijdenis doen is geen overgangsritueel dat bij een bepaald jaar hoort, maar een antwoord dat rijp moet zijn. Veel mensen doen het als jongvolwassene, na een aantal jaren catechisatie. Anderen doen het veel later, na jaren van zoeken, na een bekering op volwassen leeftijd of na een ingrijpende gebeurtenis die hen opnieuw bij God bracht. Ook dan is belijdenis doen even volwaardig.
In sommige gemeenten is het gewoon dat jongeren aan het eind van hun tienerjaren of kort daarna de stap zetten; in andere, vooral in de bevindelijk-gereformeerde traditie, wachten veel leden bewust langer. Beide gewoonten hebben hun eigen achtergrond. Het belangrijkste is niet wanneer, maar dat het van harte is.
Belijdenis doen en het Heilig Avondmaal
Van oudsher is belijdenis de toegang tot de tafel van de Heere. De Dordtse kerkorde van 1618-1619 bepaalde in artikel 61 dat niemand tot het avondmaal werd toegelaten die niet naar de gewoonte van de kerk belijdenis had gedaan en een goed getuigenis had van zijn levenswandel. Paulus vraagt van ieder die aan de tafel komt een eerlijk zelfonderzoek:
“Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.”
Het avondmaalsformulier werkt die zelfbeproeving uit. De Heidelbergse Catechismus noemt in Zondag 30 wie aan de tafel horen: zij “die zichzelven vanwege hun zonden mishagen, en nochtans vertrouwen, dat deze hun om Christus wil vergeven zijn”. Dat is een troostvolle maatstaf: niet de volmaakten, maar wie zichzelf verloren weet en zijn hoop op Christus stelt.
In een deel van de reformatorische gemeenten worden belijdenis doen en avondmaal vieren als twee afzonderlijke stappen beleefd. Er zijn belijdende leden die (nog) niet aan het avondmaal gaan, omdat zij de vrijmoedigheid daartoe missen. Dat vraagt om pastoraal gesprek, niet om een oordeel. Elders is het gewoon dat wie belijdenis doet, kort daarna ook voor het eerst aan het avondmaal deelneemt.
Ben ik er wel klaar voor? Over twijfel en drempels
Veel mensen schuiven de belijdenis voor zich uit. Ze vinden hun geloof te klein, hun kennis te beperkt of hun leven te weinig voorbeeldig. Soms is er angst om voor de gemeente te staan, of om een belofte te doen die u misschien niet waarmaakt. Zulke aarzeling is begrijpelijk, en het is goed dat u er ernst mee maakt.
Toch is belijdenis doen geen bewijs van sterk geloof. In de evangeliën staat een vader die tegelijk geloof en ongeloof in zich vond en zei:
“Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.”
Over de Messias zegt Jesaja: “Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen” (Jesaja 42:3). De belofte rust niet op uw vasthouden, maar op Gods trouw: “Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus” (Filippenzen 1:6).
Wie aarzelt, doet er goed aan het gesprek aan te gaan met de predikant, een ouderling of iemand die u vertrouwt. Niemand hoort u tot de belijdenis te dwingen, en u hoeft de stap ook niet te zetten om anderen tevreden te stellen. Maar laat de drempel u niet voorgoed tegenhouden: de vraag van de Heere blijft staan, en Zijn uitnodiging ook.
Belijdenis doen en het vormsel: wat is het verschil?
Lezers in Vlaanderen kennen eerder het vormsel. Het lijkt op belijdenis doen, want ook bij het vormsel bevestigt een gedoopt kind het geloof van de doop, en bidt de Kerk om de gave van de Heilige Geest. Toch zijn er wezenlijke verschillen.
- Sacrament of niet. In de Rooms-Katholieke Kerk is het vormsel een van de zeven sacramenten, toegediend met handoplegging en zalving met chrisma. De Reformatie erkent twee sacramenten, de doop en het avondmaal; belijdenis doen is geen sacrament, maar een openbare geloofsuitspraak.
- Leeftijd. In Vlaanderen ontvangen kinderen het vormsel doorgaans rond elf of twaalf jaar, vaak samen met de plechtige communie. Belijdenis doen kent geen vaste leeftijd en gebeurt meestal later.
- Avondmaal. Een rooms-katholiek kind ontvangt de communie al vóór het vormsel, bij de eerste communie. In gereformeerde kerken gaat de belijdenis aan het avondmaal vooraf.
Wat ze delen, is de gedachte dat het geloof van de doop persoonlijk beaamd moet worden, en de verbinding met de Heilige Geest, Die het geloof werkt.
Veelgestelde vragen over belijdenis doen
Moet u gedoopt zijn om belijdenis te doen?
Ja: wie belijdenis doet, is gedoopt of wordt in dezelfde dienst gedoopt. Wie als kind gedoopt is, doet belijdenis als doopling die nu zelf antwoordt. Wie niet gedoopt is, kan ook belijdenis doen: dan volgt in dezelfde dienst de doop, in de klassieke orde met de vragen van het doopformulier voor volwassenen. Belijdenis en doop horen dan in één moment samen. Hoe dat precies gaat, bespreekt u met de predikant.
Wat wordt er gevraagd bij de belijdenis?
De vragen verschillen per kerkverband, maar ze gaan in de kern over hetzelfde: of u de leer van de Bijbel, zoals de kerk die in haar belijdenis samenvat, aanvaardt als de ware leer van de zaligheid; of u de Heere wilt dienen en bij Zijn gemeente wilt blijven; en of u zich onder het opzicht en de vermaning van de kerk wilt stellen. U antwoordt hardop met "ja" voor God en de gemeente.
Kunt u belijdenis doen als u nog twijfelt?
Twijfel hoeft u niet tegen te houden. Belijdenis doen is geen verklaring dat u alles begrijpt of nooit meer twijfelt, maar dat u uw vertrouwen op Christus stelt en bij Hem wilt horen. Spreek uw twijfel uit tegenover de predikant of een ouderling. Wie zegt "ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp" staat in een goede bijbelse traditie.
Wat is het verschil tussen belijdenis doen en avondmaal vieren?
Belijdenis doen gebeurt één keer: u spreekt openbaar uw geloof uit en wordt belijdend lid. Het Heilig Avondmaal wordt telkens opnieuw gevierd; daar wordt uw geloof versterkt door brood en wijn, de tekenen van het lichaam en bloed van Christus. In veel kerken is belijdenis de toegang tot het avondmaal, maar de twee zijn niet hetzelfde.
Wat betekent het om belijdend lid te zijn?
Een belijdend lid is iemand die openbaar belijdenis van het geloof heeft gedaan. In de meeste kerken mag een belijdend lid aan het avondmaal deelnemen, eigen kinderen ten doop houden, meestemmen bij de verkiezing van ambtsdragers en zelf een ambt dragen (in een deel van de kerken alleen voor mannelijke leden). Wie gedoopt is maar nog geen belijdenis deed, heet dooplid.
Wat geeft u iemand die belijdenis doet?
Veel mensen geven een kaart met een persoonlijk gekozen bijbeltekst, soms een Bijbel, een psalmboek of een boek dat helpt bij het lezen. De tekst doet er meer toe dan het cadeau. Op de pagina Bijbelteksten voor belijdenis vindt u teksten met uitleg, kaartteksten en felicitaties.
Vragen over belijdenis doen?
Stel uw vraag aan de BijbelAssistent en ontvang uitleg met bijbelverwijzingen.
Lees verder
De belijdenisgeschriften, de formulieren en de teksten rond de belijdenis.
Bijbelteksten voor belijdenis
Teksten met uitleg voor de dienst, een kaart of een felicitatie.
De belijdenisgeschriften
De Apostolische Geloofsbelijdenis, de Drie Formulieren van Enigheid en meer.
De Heidelbergse Catechismus per zondag
Het leerboek van de belijdeniscatechisatie, met uitleg.
Het doopformulier
De beloften waarop de belijdenis het antwoord is.
Het avondmaalsformulier
De zelfbeproeving en de nodiging aan de tafel.
Wat is het vormsel?
Het rooms-katholieke sacrament, uitgelegd voor Vlaamse lezers.