Ga naar hoofdinhoud

Wat is het vormsel? Betekenis, viering en bijbelse achtergrond

Het vormsel is een sacrament van de Rooms-Katholieke Kerk waarin een gedoopte door handoplegging en zalving met chrisma de gave van de Heilige Geest ontvangt. Het bevestigt het doopsel: de vormeling spreekt nu zelf uit wat ouders, peter en meter bij de doop namens hem beloofden. In Vlaanderen worden kinderen meestal in het zesde leerjaar gevormd, rond elf of twaalf jaar, vaak in het voorjaar tussen Pasen en Pinksteren.

Wat is het vormsel?

Het vormsel, in kerkelijke taal ook het heilig vormsel genoemd, is een van de zeven sacramenten van de Rooms-Katholieke Kerk. Samen met het doopsel en de eucharistie hoort het bij de drie zogenoemde initiatiesacramenten: de sacramenten waarmee iemand volledig wordt opgenomen in de kerkelijke gemeenschap. Wie gevormd wordt, ontvangt door handoplegging en zalving met heilig chrisma de gave van de Heilige Geest.

De Latijnse naam voor het vormsel is confirmatio: bevestiging of versterking. Dat woord vat de bedoeling samen. Bij het doopsel spraken ouders, peter en meter namens een kind dat nog niets kon zeggen. Bij het vormsel bevestigt de jongere die belofte zelf, en bidt de Kerk dat God hem of haar met Zijn Geest versterkt. Het is dus geen nieuw begin, maar een vervolg op wat bij de doopvont begonnen is.

Wie het vormsel ontvangt, heet vormeling. Wie het toedient, heet vormheer: de bisschop of een priester die hij daarvoor aanwijst. De vormeling kiest een vormpeter of vormmeter die hem of haar in het geloof begeleidt. Aan de viering gaat een periode van vormselcatechese vooraf, in de parochie en vaak samen met de ouders.

Vormsel betekenis: de gave van de Heilige Geest

Wie vraagt wat het vormsel betekent, komt uit bij de Heilige Geest. Alles in de viering wijst daarheen: de handoplegging, de olie en de woorden. De Heilige Geest is in de christelijke belijdenis geen kracht of sfeer, maar God Zelf, Die in mensen wil wonen en werken.

De zeven gaven van de Geest

In de vormselcatechese wordt gesproken over de zeven gaven van de Heilige Geest: wijsheid, verstand, raad, sterkte, kennis, godsvrucht en ontzag voor God. De traditie leidt die reeks af van Jesaja 11:2-3, waar over de komende Messias staat: “En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN.” (Jesaja 11:2) In de Statenvertaling staan daar zes benamingen; de oude Griekse en Latijnse vertalingen noemen in vers 2 en 3 ook de godsvrucht, en zo kwam de kerk tot zeven. Wat aan Christus is toegezegd, deelt Hij met wie bij Hem hoort.

De vrucht van de Geest

Naast de gaven spreekt de Bijbel over de vrucht van de Geest. Paulus schrijft: “Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.” (Galaten 5:22-23) Een vrucht groeit langzaam, aan een boom die geworteld staat. Het werk van de Geest blijkt niet uit een gevoel op één dag, maar uit wat over jaren zichtbaar wordt in iemands leven.

Verzegeld en gezonden

De woorden bij de zalving, “Ontvang het zegel van de Heilige Geest, de gave Gods”, grijpen terug op het beeld van de verzegeling bij Paulus: “in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte” (Efeze 1:13). Een zegel is in de Bijbel een teken van eigendom en bescherming: dit hoort bij Mij. Tegelijk is de Geest nooit alleen voor de gelovige zelf. De Heere Jezus zegt: “Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn” (Handelingen 1:8). Wie de Geest ontvangt, wordt ook ergens toe gezonden.

Op welke leeftijd wordt het vormsel ontvangen?

In Vlaanderen worden kinderen meestal gevormd in het zesde leerjaar, dus rond elf of twaalf jaar. Dat is hetzelfde schooljaar als de plechtige communie. De parochies noemen dat zelf de gebruikelijke leeftijd, maar het vormsel is niet strikt aan een leeftijd gebonden: sommige parochies laten onder voorwaarden ook kinderen uit het vijfde leerjaar toe, en wie op dat moment niet gevormd wordt, kan dat later nog. De inschrijving gebeurt vaak al in het vijfde leerjaar, waarna de vormselcatechese ongeveer een schooljaar duurt.

In Nederland verschilt het per bisdom en per parochie. Vaak gebeurt het ook rond het einde van de basisschool, maar er zijn parochies die een andere leeftijd aanhouden. Wie als volwassene gevormd wil worden, kan dat ook; daarvoor bestaat een aparte voorbereiding.

De precieze regels, data en inschrijvingstermijnen bepaalt elke parochie of federatie zelf. Wie een kind wil laten vormen, doet er goed aan dat tijdig bij de eigen parochie na te vragen.

Hoe verloopt de vormselviering?

De volgorde kan per bisdom en parochie verschillen, maar deze momenten keren doorgaans terug. Het hart van de viering zijn de handoplegging en de zalving.

1

Opening en woorddienst

De vormselviering is meestal een eucharistieviering met een aantal eigen momenten. Ze begint met een openingslied, een schuldbelijdenis en de lezingen. Die gaan doorgaans over de Heilige Geest, bijvoorbeeld uit Handelingen 2 (Pinksteren), Handelingen 8 (de handoplegging in Samaria), Galaten 5 (de vrucht van de Geest) of Johannes 14 (de belofte van de Trooster).

2

Voorstelling van de vormelingen

De vormelingen worden bij naam geroepen en gaan staan of komen naar voren, zodat de gemeenschap ziet wie er gevormd wordt. Hoe dit precies gebeurt, verschilt per parochie.

3

Hernieuwing van de doopbeloften

Dit is het scharniermoment. Bij het doopsel spraken de ouders en peter en meter namens het kind. Nu spreekt de vormeling zelf: hij of zij wijst het kwaad af en belijdt het geloof in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

4

Handoplegging door de vormheer

De bisschop, of een priester die door hem gemachtigd is, strekt de handen uit over alle vormelingen samen en bidt om de zeven gaven van de Heilige Geest. Dit gebaar verwijst naar Handelingen 8:17, waar Petrus en Johannes de gelovigen in Samaria de handen opleggen.

5

Zalving met het heilig chrisma

Tijdens de zalving legt de vormpeter of vormmeter een hand op de schouder van de vormeling. De vormheer tekent met chrisma, welriekende olie die de bisschop in de Goede Week wijdt, een kruisje op het voorhoofd van de vormeling en zegt: "Ontvang het zegel van de Heilige Geest, de gave Gods." De vormeling antwoordt: "Amen." Daarna volgt de vredeswens.

6

Voorbeden, eucharistie en zending

Na de zalving volgen de voorbeden, waarin gebeden wordt voor de vormelingen, hun gezinnen en de wereld waarin zij hun geloof zullen beleven. De viering gaat verder met de eucharistie en eindigt met een zegen.

Wie is de vormheer?

De gewone bedienaar van het vormsel is de bisschop. Omdat één bisschop niet bij alle vormselvieringen in zijn bisdom aanwezig kan zijn, machtigt hij een priester of een bisschoppelijk afgevaardigde om namens hem voor te gaan. Die persoon heet de vormheer. De band met de bisschop blijft zichtbaar in het chrisma: die olie wijdt de bisschop zelf in de chrismamis in de Goede Week.

De rol van peter en meter

De vormpeter of vormmeter staat tijdens de zalving achter de vormeling en legt een hand op zijn of haar schouder. Dat gebaar drukt uit dat de vormeling er niet alleen voor staat. De bedoeling is dat die begeleiding niet bij de feestdag ophoudt, maar in de jaren daarna doorgaat.

Wat zegt de Bijbel over het vormsel?

Het woord "vormsel" komt in de Bijbel niet voor, en de Bijbel beschrijft ook geen vormselviering. De gedeelten waarop de rooms-katholieke traditie zich beroept, gaan over de gave van de Heilige Geest en over handoplegging. Die gedeelten zijn voor christenen van alle tradities herkenbaar, ook al lezen zij ze verschillend.

Handelingen 8:14-17: handoplegging in Samaria

Dit is de tekst die het vaakst wordt genoemd. In Samaria waren mensen tot geloof gekomen en gedoopt. De apostelen in Jeruzalem sturen Petrus en Johannes, die voor hen bidden en hun de handen opleggen:

“Als nu de apostelen, die te Jeruzalem waren, hoorden, dat Samaria het Woord Gods aangenomen had, zonden zij tot hen Petrus en Johannes; Dewelken, afgekomen zijnde, baden voor hen, dat zij den Heiligen Geest ontvangen mochten. (Want Hij was nog op niemand van hen gevallen, maar zij waren alleenlijk gedoopt in den Naam van den Heere Jezus.) Toen legden zij de handen op hen, en zij ontvingen den Heiligen Geest.”

Handelingen 8:14-17

De rooms-katholieke traditie ziet hierin het patroon van doopsel en vormsel: eerst de doop, daarna de Geest door handoplegging. In de reformatorische uitleg wordt dit gedeelte doorgaans gelezen als een bijzonder moment in de geschiedenis van de vroege kerk: het Evangelie bereikt voor het eerst de Samaritanen, en door de komst van de apostelen wordt zichtbaar dat zij bij dezelfde ene gemeente horen. Dat gebeurt in Handelingen niet steeds op dezelfde manier. In Handelingen 10 valt de Geest op Cornelius en de zijnen nog vóór de doop, zonder handoplegging. Iets wat lijkt op Samaria gebeurt wel in Efeze: “En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen” (Handelingen 19:6).

Handelingen 2: Pinksteren

Alles begint bij Pinksteren. Vijftig dagen na Pasen worden de discipelen vervuld met de Heilige Geest: “En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen” (Handelingen 2:4). Petrus, die kort daarvoor nog ontkende de Heere Jezus te kennen, houdt die dag een preek, en ongeveer drieduizend zielen worden toegevoegd. De Geest maakt van bange volgelingen vrijmoedige getuigen. Lees meer over deze dag op de pagina over Pinksteren.

Handoplegging als bijbels gebaar

Handoplegging is in de Schrift een oud en breed gebaar. Jakob legt zijn kleinzoons de handen op om hen te zegenen (Genesis 48:14). Mozes legt Jozua de handen op om hem in zijn ambt te stellen (Numeri 27:18-23). De Heere Jezus zegent de kinderen: “En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.” (Markus 10:16) De vroege kerk stelt er dienaren mee aan (Handelingen 6:6; 1 Timotheüs 4:14). Steeds gaat het om zegen, aanstelling en gebed.

Zalving met olie

In het Oude Testament werden koningen, priesters en profeten gezalfd als teken dat God hen apart zette. Bij de zalving van David staat: “En de Geest des HEEREN werd vaardig over David van dien dag af en voortaan.” (1 Samuël 16:13) Het woord "Christus" betekent "Gezalfde". Voor protestanten is olie geen sacramenteel teken, maar het beeld erachter wordt gedeeld: wie in Christus gelooft, deelt in Zijn zalving door de Geest.

Bijbelteksten over de Heilige Geest bij het vormsel

Deze teksten uit de Statenvertaling passen bij een vormselviering, bij een gebedsmoment thuis of bij een persoonlijke wens voor de vormeling.

“En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”

Handelingen 2:1-4

De uitstorting van de Heilige Geest op het Pinksterfeest. Wind en vuur zijn de beelden die in de vormselliturgie terugkeren.

“Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God; Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.”

2 Korinthe 1:21-22

Bevestigen, zalven en verzegelen in één tekst: precies de woorden die in het vormsel terugkeren (confirmatio, het chrisma, het zegel van de Heilige Geest). Paulus zegt het hier van God, en van alle gelovigen.

“En die hem hoorden werden gedoopt in den Naam van den Heere Jezus. En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden.”

Handelingen 19:5-6

Ook in Efeze volgt de handoplegging op de doop. Doop en Geestesgave horen bij elkaar, al worden ze hier in twee momenten zichtbaar.

“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen de zodanigen is de wet niet.”

Galaten 5:22-23

Waaraan merkt u dat Gods Geest in een mensenleven werkt? Niet aan spektakel, maar aan karakter dat langzaam groeit.

“En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN.”

Jesaja 11:2

Uit dit vers en het volgende leidt de kerkelijke traditie de zeven gaven van de Heilige Geest af die in de vormselcatechese worden behandeld.

“En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.”

Johannes 14:16-17

De Heere Jezus belooft de Geest als blijvende Trooster. Het gaat niet om één bijzondere dag, maar om een blijvende aanwezigheid.

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.”

Efeze 1:13-14

Het beeld van de verzegeling keert terug in de vormselformule: "Ontvang het zegel van de Heilige Geest, de gave Gods."

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.”

Handelingen 1:8

De Geest wordt gegeven met een doel: getuige zijn. Daarom spreekt de rooms-katholieke catechese bij het vormsel ook van zending.

“En er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest; En er is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heere; En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is.”

1 Korinthe 12:4-7

Elke gelovige ontvangt iets eigens van dezelfde Geest, tot nut van de hele gemeente.

“Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader! Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.”

Romeinen 8:14-16

De diepste vrucht van de Geest is geen prestatie maar een verhouding: mogen weten dat u een kind van God bent.

Verschil tussen vormsel, plechtige communie en eerste communie

In Vlaanderen lopen deze drie momenten in het spraakgebruik door elkaar, zeker omdat vormsel en plechtige communie in hetzelfde jaar en vaak in dezelfde viering vallen. Toch zijn het drie verschillende dingen.

Eerste communie: rond zeven jaar, een sacrament

Bij de eerste communie ontvangt een kind voor het eerst de eucharistie. In Vlaanderen gebeurt dat meestal in het tweede leerjaar, rond zeven jaar. Het thema is het brood: de Heere Jezus Die Zichzelf geeft. Wat is de eerste communie? Teksten voor een kaart staan bij de bijbelteksten voor een eerste communie.

Vormsel: rond twaalf jaar, een sacrament

Het vormsel is de gave van de Heilige Geest, toegediend door de vormheer met handoplegging en zalving met chrisma. Het wordt maar één keer ontvangen en veronderstelt dat de vormeling gedoopt is. Het thema is de Geest: gaven, vrucht en zending.

Plechtige communie: rond twaalf jaar, geen sacrament

De plechtige communie is een Vlaamse traditie, geen sacrament. Kinderen hernieuwen er hun doopbeloften, rond de overgang van het lager naar het secundair onderwijs. Omdat die hernieuwing ook in de vormselviering zit, worden beide vaak samen gevierd en daardoor door elkaar gehaald. Lees meer over de plechtige communie.

Kort samengevat

De eerste communie gaat over het brood. Het vormsel gaat over de Geest. De plechtige communie gaat over de overgang: een feestelijk moment zonder sacramentele betekenis. Wie het onderscheid ziet, herkent het in de viering: alleen bij het vormsel komt de vormheer met de olie.

Waarom protestanten het vormsel geen sacrament noemen

BijbelAssistent schrijft vanuit de reformatorische traditie. Daarin is het vormsel geen sacrament. Een sacrament is een zichtbaar teken en zegel dat Christus Zelf heeft ingesteld bij Zijn belofte. Op de vraag hoeveel sacramenten Christus in het Nieuwe Testament heeft ingesteld, antwoordt de Heidelbergse Catechismus kort: “Twee: De Heilige Doop en het Heilige Avondmaal.” (Heidelbergse Catechismus, vraag 68) Voor het vormsel ontbreekt zo'n instelling door de Heere Jezus.

Er is ook een inhoudelijke reden. In de reformatorische uitleg werkt de Heilige Geest het geloof door het Woord en sterkt Hij het door de twee sacramenten. De Heidelbergse Catechismus zegt dat de Geest het geloof “in onze harten werkt door de verkondiging des Heiligen Evangelies, en het sterkt door het gebruik der Sacramenten.” (Heidelbergse Catechismus, vraag 65) De doop heeft daarbij geen aanvulling nodig van een tweede ritueel. Paulus schrijft dat de gelovigen verzegeld zijn “nadat gij geloofd hebt” (Efeze 1:13). Handelingen 8 wordt daarom niet gelezen als een vast patroon voor alle tijden, maar als een bijzonder moment in de geschiedenis van de vroege kerk.

Dat is een echt verschil, en het helpt niemand om het weg te poetsen. Tegelijk is de herkenning groot waar het gaat om wat er beleden wordt. De Heidelbergse Catechismus, Zondag 20 zegt van de Heilige Geest “dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make, mij trooste en eeuwiglijk bij mij blijve.” (Heidelbergse Catechismus, vraag 53) Wie als protestantse ouder, grootouder of ander familielid bij een vormsel aanwezig is, kan om dat werk van de Geest van harte meebidden, ook als hij de viering zelf anders ziet.

Vormsel en belijdenis doen: overeenkomsten en verschillen

Het protestantse moment dat het meest op het vormsel lijkt, is het doen van openbare geloofsbelijdenis. Ook daar spreekt iemand die als kind gedoopt is, nu zelf het geloof uit voor de gemeente. Ook daar gaat een periode van catechisatie aan vooraf, en ook daar wordt de doop opnieuw ter sprake gebracht. In veel gemeenten is er gebed en een zegen, soms met handoplegging. Wat belijdenis doen inhoudt en hoe het gaat, leest u op de pagina belijdenis doen.

Vergelijking van vormsel en belijdenis doen
OnderdeelVormselBelijdenis doen
KerkRooms-Katholieke KerkProtestantse kerken
Sacrament?Ja, een van de zeven sacramentenNee, een openbare geloofsbelijdenis
LeeftijdIn Vlaanderen meestal rond elf of twaalf jaarGeen vaste leeftijd, meestal als jongvolwassene of later
Wie gaat voor?De bisschop of een door hem gemachtigde vormheerDe predikant, met de kerkenraad
AvondmaalHet kind ontving de communie al bij de eerste communieNa de belijdenis mag men aan het avondmaal deelnemen

Het grootste verschil zit in de vraag wie handelt. Bij het vormsel staat de sacramentele handeling van de Kerk centraal. Bij belijdenis doen staat het antwoord van de gelovige centraal op wat God in de doop beloofd heeft: “Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.” (Mattheüs 10:32) Zie ook de bijbelteksten voor een belijdenis.

Hoe leeft u als gezin toe naar het vormsel?

De catechese in de parochie doet veel, maar wat een kind thuis meemaakt, weegt zwaarder. Vijf eenvoudige manieren om de maanden voor het vormsel meer te laten zijn dan een feestvoorbereiding:

Lees samen Handelingen 2

Lees het Pinksterverhaal hardop en vraag: wat verandert er die dag aan Petrus? Het verschil tussen de bange leerling in de nacht van de gevangenneming en de vrijmoedige prediker op het Pinksterfeest maakt voor een twaalfjarige duidelijk wat de Geest doet.

Kies één vrucht van de Geest per week

Galaten 5:22 noemt er negen: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en matigheid. Neem er elke week één en let er samen op waar u die tegenkomt: thuis, op school, in het nieuws. Na negen weken kent het kind de tekst.

Haal het doopverhaal boven

Zoek de doopkaars en de foto's op. Vertel wie er die dag waren, wat u hebt beloofd en waarom u dat belangrijk vond. Het vormsel bevestigt dát moment; het helpt als het kind dat moment kent als een verhaal en niet als een abstractie.

Betrek de peter of meter echt

Vraag de vormpeter of vormmeter om vóór de viering eens met het kind af te spreken en te vertellen wat geloven voor hem of haar betekent, ook de twijfel. Een eerlijk gesprek met een volwassene die geen ouder is, blijft vaak lang hangen.

Bid samen om de Geest

Een kort gebed voor het slapengaan is genoeg: dank U dat U dichtbij wilt zijn, geef ons Uw Geest, maak ons vriendelijk en moedig. Het gaat niet om grote woorden, maar om een gewoonte die de feestdag overleeft.

Veelgestelde vragen over het vormsel

Wat betekent vormsel?

Drie woorden vatten de betekenis samen. Bevestiging: de kerkelijke Latijnse naam is confirmatio, en in het Engels heet het vormsel daarom confirmation. Geest: volgens de rooms-katholieke leer ontvangt de vormeling door handoplegging en zalving de gave van de Heilige Geest. Zending: die Geest wordt gegeven om getuige te zijn, zoals de Heere Jezus belooft in Handelingen 1:8.

Wat is het verschil tussen vormsel en plechtige communie?

Het vormsel is in de Rooms-Katholieke Kerk een sacrament: de gave van de Heilige Geest, door handoplegging en zalving met chrisma. De plechtige communie is geen sacrament, maar een Vlaamse traditie rond twaalf jaar waarin kinderen hun doopbeloften hernieuwen. Omdat beide in hetzelfde schooljaar vallen en vaak in één viering samengaan, lopen ze in het spraakgebruik door elkaar.

Wanneer vindt het vormsel plaats?

Het vormsel heeft geen vaste kalenderdatum. In Vlaanderen valt het meestal in het voorjaar, vaak tussen Pasen en Pinksteren: de tijd waarin de Kerk de gave van de Heilige Geest viert. De precieze datum spreekt elke parochie of federatie zelf af, omdat de bisschop of zijn afgevaardigde erbij moet zijn. Vraag de datum dus na bij uw eigen parochie.

Is het vormsel verplicht?

Volgens de rooms-katholieke leer hoort iedere gedoopte het vormsel te ontvangen: het kerkelijk recht spreekt van een plicht om het tijdig te ontvangen, en de Kerk vraagt het in principe vóór een kerkelijk huwelijk. In de praktijk wordt niemand ertoe gedwongen, en wie het niet ontvangt, blijft gedoopt lid van de Kerk. Bij het vormsel spreekt de vormeling de doopbeloften zelf uit; daarom vraagt de Kerk dat hij of zij het zelf wil en erop voorbereid is.

Kan een kind dat niet gedoopt is gevormd worden?

Niet zonder eerst gedoopt te worden: het doopsel is de voorwaarde voor het vormsel. Bij oudere kinderen en volwassenen gebeurt dat via een gezamenlijke voorbereiding, waarna doopsel, vormsel en eerste communie soms in één viering worden ontvangen. Neem hiervoor tijdig contact op met de parochie.

Wie mag vormpeter of vormmeter zijn?

Volgens het kerkelijk recht moet de vormpeter of vormmeter zelf katholiek zijn: gedoopt en gevormd, en de eerste communie ontvangen hebben. Hij of zij moet ook minstens zestien jaar oud zijn en bereid zijn de vormeling in het geloof te begeleiden. De Kerk vindt het wenselijk dat het dezelfde persoon is als de dooppeter of doopmeter, om de band tussen doopsel en vormsel te laten zien. Ouders zelf kunnen geen vormpeter of vormmeter zijn. Een gedoopte protestant kan dat evenmin, maar kan wel aanwezig zijn en meebidden.

Bestaat er een niet-kerkelijk alternatief voor het vormsel?

Ja. Gezinnen die geen kerkelijke viering wensen, kiezen in Vlaanderen vaak voor het Feest Vrijzinnige Jeugd, op de leeftijd van het vormsel en de plechtige communie, of voor het lentefeest op jongere leeftijd. Die feesten markeren dezelfde levensfase, maar zonder geloofsbelijdenis. Het vormsel gaat uitdrukkelijk over God en Zijn Geest, niet alleen over de overgang zelf.

Kunt u het vormsel meer dan één keer ontvangen?

Nee. Net als het doopsel wordt het vormsel volgens de rooms-katholieke leer maar één keer ontvangen. Wie gevormd is en later bewuster gaat geloven, wordt dus niet opnieuw gevormd.

Vragen over het vormsel of over de Heilige Geest?

Stel uw vraag aan de BijbelAssistent en ontvang uitleg met bijbelverwijzingen, ook over de verschillen tussen tradities.

Lees verder

Verdiep u verder in de geloofsmomenten en bijbelgedeelten die met het vormsel samenhangen.