Het boek Openbaring roept bij veel lezers vragen op, en de zeven zegels horen daarbij. Wie Openbaring 6 leest, ziet ruiters op gekleurde paarden, martelaren die roepen om recht en een hemel die wordt opgerold. Gaat dat over het verleden, over nu of over het einde? Hier leest u wat er bij elk zegel gebeurt, hoe uitleggers de zegels lezen en welke troost erin ligt.
Wat is het boek met de zeven zegels in de Bijbel?
In Openbaring 5 ziet Johannes in de rechterhand van Hem Die op de troon zit een boek, geschreven van binnen en van buiten en verzegeld met zeven zegelen (Openbaring 5:1). Een engel roept wie waardig is het boek te openen, en niemand in de hemel of op de aarde kan het (Openbaring 5:2-3). Dan zegt een van de ouderlingen: 'zie, de Leeuw, Die uit den stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken' (Openbaring 5:5).
Als Johannes kijkt, ziet hij een Lam, staande als geslacht (Openbaring 5:6). De Leeuw heeft overwonnen door als Lam geslacht te worden (Openbaring 5:9). Het Lam neemt het boek uit de hand van God (Openbaring 5:7). De kanttekeningen bij de Statenvertaling verstaan het als het boek van Gods regering over Zijn gemeente en van Zijn oordelen over haar vijanden. Wat er in de geschiedenis gebeurt, ligt dus in Gods hand en wordt geopend door Christus. De uitleg van Openbaring 5 volgt het hoofdstuk vers voor vers.
Wie zijn de vier ruiters bij de eerste vier zegels?
Bij elk van de eerste vier zegels verschijnt een ruiter. Bij het eerste ziet Johannes 'een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne' (Openbaring 6:2). De Statenvertaling schrijft hier Die, Hem en Hij met een hoofdletter. De kanttekeningen zien in deze ruiter Christus, Die door de zuivere prediking van het evangelie de wereld overwint, en wijzen op de Ruiter op het witte paard Die Getrouw en Waarachtig heet (Openbaring 19:11). Andere uitleggers zien in hem een veroveringsmacht, omdat hij op dezelfde wijze verschijnt als de drie ruiters na hem, die alle onheil brengen. Steeds zegt eerst een van de vier dieren tot Johannes dat hij moet komen en zien (Openbaring 6:1-7).
Over die drie bestaat minder verschil:
- Het rode paard (tweede zegel): de ruiter neemt de vrede van de aarde en krijgt een groot zwaard (Openbaring 6:4). Dat is oorlog.
- Het zwarte paard (derde zegel): een maatje tarwe kost een penning (Openbaring 6:6), het loon van een hele werkdag (Mattheüs 20:2). Dat is duurte en honger.
- Het vale paard (vierde zegel): 'zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na' (Openbaring 6:8).
Oorlogen, hongersnoden en pestilentiën noemt de Heere Jezus ook op de Olijfberg, met de woorden dat het einde dan nog niet is (Mattheüs 24:6-7). Bij de eerste, tweede en vierde ruiter staat dat hun een kroon of macht gegeven werd (Openbaring 6:2, 6:4, 6:8), en bij de derde stelt een stem uit het midden van de vier dieren een grens: de olie en de wijn mogen niet beschadigd worden (Openbaring 6:6). Geen van hen gaat verder dan God toelaat. De uitleg van Openbaring 6 gaat dieper in op elke ruiter.
Wat gebeurt er bij het vijfde en zesde zegel?
Bij het vijfde zegel ziet Johannes 'onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden' (Openbaring 6:9). Zij vragen God hoelang het duurt voordat Hij recht doet. Zij krijgen witte klederen en moeten nog een kleine tijd rusten, totdat het getal vol is van hun mededienstknechten en broeders die nog gedood zouden worden zoals zij (Openbaring 6:10-11). Het lijden van de gemeente is God niet ontgaan.
Het zesde zegel brengt een grote aardbeving. De zon wordt zwart, de sterren vallen en de hemel wijkt weg als een boek dat toegerold wordt (Openbaring 6:12-14), woorden die al bij Jesaja klinken (Jesaja 34:4). Koningen en dienstknechten verbergen zich voor het aangezicht van God en voor de toorn van het Lam (Openbaring 6:15-16). Hun vraag besluit het hoofdstuk: 'Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?' (Openbaring 6:17). Het Lam Dat geslacht werd, is ook de Rechter. Wie bij Hem schuilt, hoeft die dag niet te vrezen.
Wat is het zevende zegel?
Voordat het laatste zegel opengaat, volgt een tussenstuk. Vier engelen houden de winden tegen totdat de dienstknechten van God verzegeld zijn aan hun voorhoofden (Openbaring 7:1-3). Johannes hoort het getal van honderdvierenveertigduizend verzegelden uit Israël en ziet daarna een grote schare die niemand tellen kon, uit alle volken, voor de troon en voor het Lam (Openbaring 7:4, 7:9). Deze schare komt uit de grote verdrukking; lees daarover wat de Bijbel bedoelt met de grote verdrukking. Zo antwoordt Openbaring 7 op de vraag wie kan bestaan: wie door God verzegeld is en wiens klederen wit gemaakt zijn in het bloed van het Lam (Openbaring 7:14).
Bij het zevende zegel 'werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur' (Openbaring 8:1). De kanttekeningen noemen drie uitleggingen: een tijd van rust voor de gemeente, een ernstige verwachting in de hemel, of de stilte in de tempel op het uur van het gebed. Dat laatste sluit aan bij wat volgt. Zeven engelen krijgen zeven bazuinen, en een engel brengt reukwerk met de gebeden van alle heiligen voor God (Openbaring 8:2-4). Het zevende zegel loopt zo over in de zeven bazuinen, en de gebeden van de gemeente worden in de hemel gehoord.
Wat betekenen de 7 zegels in Openbaring voor nu?
Openbaring is geschreven aan gemeenten die al verdrukking kenden (Openbaring 1:9, 2:10), met een zaligspreking voor wie de woorden van deze profetie leest en bewaart (Openbaring 1:3). De zegels zijn geen raadsel om tijdschema's mee te maken. Wat er ook gebeurt aan oorlog, honger en ziekte, het boek is in Gods hand. De ruiter op het vale paard heet de dood, en toch zegt Christus: 'Ik heb de sleutels der hel en des doods' (Openbaring 1:18). Wordt u onrustig van deze hoofdstukken, spreek er dan over met uw predikant of ouderling.
Waar christenen verschillen
Alle bijbelgetrouwe christenen lezen hier dat Christus, het geslachte Lam, de geschiedenis in Zijn hand heeft en komt om te oordelen. Over de tijd waarop de zegels slaan, lopen de uitleggingen uiteen.
- Kerkhistorisch: de zegels beschrijven na elkaar tijdperken uit de kerkgeschiedenis. De kanttekeningen bespreken een lezing die de eerste zegels verbindt met de vervolgingen in het Romeinse rijk tot keizer Constantijn.
- Eindhistorisch: vanaf Openbaring 6 gaat het over de laatste tijd vlak voor de wederkomst, vaak verbonden met de grote verdrukking en de antichrist.
- Cyclisch: zegels, bazuinen en schalen beschrijven telkens dezelfde tijd tussen hemelvaart en wederkomst, steeds uitlopend op het einde. Het zesde zegel bereikt immers al de grote dag van de toorn (Openbaring 6:17). William Hendriksen werkte deze lezing uit in More than Conquerors (1939).
- Idealistisch: de zegels tonen wat in elke eeuw gebeurt. Het evangelie gaat uit, er zijn oorlog, honger en dood, gelovigen lijden en God oordeelt.
De kanttekeningen lezen de zegels zelf ook kerkhistorisch, maar breder dan het Romeinse rijk. Zij houden het voor het meest aannemelijk dat deze gezichten zien op de veranderingen, moeiten en vertroostingen die de kerk van Christus over de hele wereld zouden overkomen, en verbinden het zesde zegel met latere eeuwen van de kerkgeschiedenis. De Drie Formulieren van Enigheid leggen geen lezing vast en geven geen tijdschema. Een verschil op dit punt maakt niemand een ongelovige. De bijbelstudiegids over Openbaring helpt om het hele boek in samenhang te lezen.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenis legt de zegels niet één voor één uit, maar belijdt wat Openbaring 5 laat zien. In Zondag 19 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 50) is Christus het Hoofd van Zijn kerk, 'door Wien de Vader alle ding regeert' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 19, vraag 50). Dat doet het Lam als Het het boek uit Gods hand neemt. In vraag 52 verwacht de gelovige 'in alle droefenis en vervolging met opgerichten hoofde' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 19, vraag 52) Christus als Rechter, Die Zich eerst om zijnentwil voor Gods gericht gesteld en al de vloek van hem weggenomen heeft.
Artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat Christus komt als de tijd die de Heere bepaald heeft gekomen is en het getal van de uitverkorenen vol is. Dat sluit aan bij het antwoord aan de zielen onder het altaar (Openbaring 6:11). Het artikel noemt de gedachte aan het oordeel troostrijk voor de gelovigen, omdat dan hun volle verlossing volbracht wordt en God recht doet over wie hen verdrukt hebben. Meer over het einde in heel de Schrift leest u bij wat de Bijbel zegt over de eindtijd.
'Het Lam, Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging' (Openbaring 5:12)