Inleiding tot Openbaring 6
Openbaring hoofdstuk 6 markeert een dramatisch keerpunt in Johannes' visioen. Na de hemelse aanbidding in hoofdstuk 4 en 5, begint het Lam (Jezus Christus) nu met het openen van de zegels van de boekrol. Dit hoofdstuk onthult de eerste zes van de zeven zegels, waarbij elk zegel een aspect van Gods oordeel over de aarde openbaart.
De Eerste Vier Zegels: De Vier Ruiters van de Apocalyps (verzen 1-8)
Het Eerste Zegel: De Witte Ruiter (vers 1-2)
Wanneer het eerste zegel wordt geopend, verschijnt er een ruiter op een wit paard met een boog en een kroon. Deze figuur gaat uit om te overwinnen. Theologen zijn verdeeld over de identiteit van deze ruiter. Sommigen zien hierin Christus zelf of de verspreiding van het evangelie, anderen interpreteren dit als een valse messias of militaire overheersing die vrede voorwendt maar eigenlijk oorlog brengt.
Het Tweede Zegel: De Rode Ruiter (vers 3-4)
De tweede ruiter, op een vuurkleurig paard, neemt de vrede van de aarde weg en brengt oorlog. Het grote zwaard dat hij draagt symboliseert geweld en bloedvergieten. Dit beeldt de realiteit van conflict en oorlog af die de mensheid teistert.