Openbaring 6 in het kort: Openbaring 6 telt zeventien verzen en beschrijft hoe het Lam de eerste zes van de zeven zegels opent. Bij de eerste vier zegels rijden de vier ruiters van de apocalyps uit, op een wit, een rood, een zwart en een vaal paard. Het vijfde zegel toont de zielen van de martelaren onder het altaar; het zesde brengt een aardbeving en tekenen aan zon, maan en sterren.
Openbaring 6 in de Statenvertaling en de HSV
De tekst op deze site is de Statenvertaling; u leest de zeventien verzen op Openbaring 6. In vers 8 spreekt de Statenvertaling van een vaal paard: het Griekse woord chloros duidt de bleekgroene kleur van verwelkend gras aan, en hedendaagse vertalingen zoeken daarvoor elk hun eigen woord voor die doodskleur. De Herziene Statenvertaling (HSV) gaat terug op dezelfde grondtekst en geeft die in hedendaags Nederlands weer. Het hoofdstuk telt in elke Nederlandse vertaling zeventien verzen, zodat een verwijzing als Openbaring 6:8 overal hetzelfde vers aanwijst. U komt ook de schrijfwijze Openbaringen 6 tegen en de afkortingen Opb. 6 en Openb. 6.
Inleiding tot Openbaring 6
Openbaring hoofdstuk 6 markeert een dramatisch keerpunt in Johannes' visioen. Na de hemelse aanbidding in hoofdstuk 4 en 5, begint het Lam (Jezus Christus) nu met het openen van de zegels van de boekrol. Dit hoofdstuk onthult de eerste zes van de zeven zegels, waarbij elk zegel een aspect van Gods oordeel over de aarde openbaart.