De Bijbel is geen boek dat in één keer is geschreven. Er zit een lange geschiedenis tussen de eerste woorden die Mozes opschreef en het laatste boek van de apostel Johannes. Wie wil weten hoe oud de Bijbel is, stuit daarom op drie vragen: wanneer de boeken zijn geschreven, welk boek het oudste is en hoe oud de handschriften zijn die we nog hebben. Hieronder leest u wat de Bijbel zelf zegt, welke jaartallen gangbaar zijn en waar de dateringen uiteenlopen.
Hoe oud is de Bijbel volgens de Bijbel zelf?
Het begin van de geschreven Bijbel ligt volgens de Schrift bij Mozes. Na de strijd tegen Amalek krijgt hij van God de eerste opdracht die de Bijbel noemt om iets in een boek vast te leggen: 'Schrijf dit ter gedachtenis in een boek' (Exodus 17:14). Meer over dit hoofdstuk leest u in de uitleg van Exodus 17. Bij de Sinaï schreef Mozes de woorden van het verbond op (Exodus 24:4), en aan het eind van zijn leven wordt vermeld: 'als Mozes voleind had de woorden dezer wet te schrijven in een boek' (Deuteronomium 31:24).
Wanneer was dat? De Bijbel geeft zelf een aanknopingspunt. Salomo begon de tempel te bouwen 'in het vierhonderd en tachtigste jaar, na den uitgang der kinderen Israëls uit Egypte' (1 Koningen 6:1). Hetzelfde vers noemt dat jaar het vierde jaar van Salomo's regering; dat valt in de gangbare tijdrekening rond 966 voor Christus. Zo komt de traditionele datering van de uittocht op ca. 1446 voor Christus, en het schrijven van Mozes in de veertig jaren daarna. De oudste boeken van de Bijbel zijn in die rekening dus ongeveer 3.400 jaar oud.
Het laatste boek is Openbaring. Johannes schrijft dat hij het gezicht ontving toen hij 'was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods' (Openbaring 1:9). De kerkvader Irenaeus zegt in zijn werk Tegen de ketterijen (boek V, 30.3) dat dit gebeurde tegen het einde van de regering van keizer Domitianus, die in 96 stierf. Daarom wordt Openbaring meestal rond het jaar 95 gedateerd.
Wanneer is de Bijbel geschreven?
Tussen Mozes en Johannes ligt ongeveer vijftienhonderd jaar. In die tijd schreven zo'n veertig schrijvers, in verschillende landen en omstandigheden. Wie dat waren, leest u bij de vraag wie de Bijbel heeft geschreven. In grote lijnen ziet de ontstaansperiode er zo uit, met de jaartallen van de traditionele datering:
- de vijf boeken van Mozes: ca. 1446-1406 voor Christus
- het grootste deel van Psalmen en Spreuken (David en Salomo): ca. 1000-930 voor Christus
- de meeste profeten, van Jona en Amos tot Haggaï en Zacharia: ca. 790-520 voor Christus
- Ezra, Nehemia en Maleachi, de laatste boeken van het Oude Testament: ca. 450-430 voor Christus
- de brieven van Paulus: ca. 50-67 na Christus
- de evangeliën en Handelingen: tweede helft van de eerste eeuw
- Openbaring: ca. 95 na Christus
Tussen Maleachi en de komst van Christus liggen ruim vier eeuwen waarin geen bijbelboek is geschreven. Het Nieuwe Testament ontstond daarna in ongeveer een halve eeuw, toen veel ooggetuigen nog leefden (1 Korinthe 15:6) en overleverden wat zij gezien hadden (Lukas 1:2). Lukas vertelt hoe hij te werk ging, 'hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht' (Lukas 1:3). Hoe al deze perioden op elkaar aansluiten, ziet u op de bijbeltijdlijn. Hoeveel boeken er uiteindelijk in de Bijbel staan, leest u bij de vraag hoeveel boeken de Bijbel heeft.
Wat is het oudste boek van de Bijbel?
Hier zijn twee antwoorden gangbaar. Het eerste is Genesis: het staat vooraan in de boeken van Mozes en vertelt de oudste geschiedenis, van de schepping tot Jozef. Genesis bevat ook vaste formules als 'Dit is het boek van Adams geslacht' (Genesis 5:1). Sommige uitleggers zien daarin een aanwijzing dat Mozes oudere geslachtsregisters gebruikte; zeker is dat niet.
Het tweede antwoord is Job. Het boek zegt niet wie het schreef of wanneer, maar het verhaal speelt naar alle waarschijnlijkheid in de tijd van de aartsvaders. Job brengt als vader zelf de brandoffers voor zijn kinderen (Job 1:5), zijn rijkdom bestaat uit vee (Job 1:3), en hij leeft na zijn beproeving nog honderdveertig jaar (Job 42:16). Over de wet van Mozes, Israël of de tempel spreekt het boek niet. Ezechiël noemt Job als rechtvaardige in één adem met Noach en Daniël: 'Noach, Daniël en Job' (Ezechiël 14:14). De Joodse traditie in de Talmoed (Baba Bathra 14b-15a) schrijft het boek aan Mozes toe. Andere uitleggers plaatsen het schrijven in de tijd van Salomo, bij de andere wijsheidsboeken. Veel uitleggers rekenen de geschiedenis van Job daarom tot de oudste stof van de Bijbel.
Wat zijn de oudste handschriften van de Bijbel?
Van de oorspronkelijke geschriften, de handschriften van Mozes, Paulus of Johannes zelf, is niets bewaard. Wel zijn er zeer oude afschriften gevonden:
- de zilveren rolletjes van Ketef Hinnom in Jeruzalem, gevonden in 1979, met de zegen uit Numeri 6:24-26; ze worden rond 600 voor Christus gedateerd
- de Dode Zeerollen, vanaf 1947 gevonden in grotten bij Qumran aan de Dode Zee, uit de periode van ca. 250 voor Christus tot 68 na Christus; er zitten stukken bij van bijna alle boeken van het Oude Testament; van Esther is niets gevonden
- de grote Jesajarol uit die vondst, uit de tweede eeuw voor Christus, met het boek Jesaja vrijwel volledig
- papyrus 52, een klein stukje van Johannes 18, meestal gedateerd in de eerste helft van de tweede eeuw
- de Codex Sinaiticus, ca. 350 na Christus, het oudste volledig bewaarde Nieuwe Testament
Vóór 1947 waren de oudste Hebreeuwse handschriften van Jesaja ongeveer duizend jaar jonger dan de Jesajarol. Toen beide naast elkaar werden gelegd, bleek het in hoofdzaak dezelfde tekst te zijn; de verschillen gaan vooral over spelling en kleine varianten. Van het Nieuwe Testament zijn ruim vijfduizend oude Griekse handschriften bewaard. Meer over zulke vondsten leest u in het artikel over bijbelse archeologie.
Waarom verschillen de dateringen?
Wie verder zoekt, komt ook veel latere jaartallen tegen. In de historisch-kritische bijbelwetenschap, die sinds de negentiende eeuw veel invloed heeft (onder anderen Julius Wellhausen, Prolegomena zur Geschichte Israels), wordt aangenomen dat de vijf boeken van Mozes uit verschillende bronnen zijn samengesteld en pas rond of na de Babylonische ballingschap hun vorm kregen. Het boek Daniël wordt daar rond 165 voor Christus gedateerd, terwijl het zelf speelt in de tijd van de Babylonische en Perzische koningen.
De reformatorische uitleg gaat uit van wat de Bijbel over zichzelf zegt. Daarbij weegt zwaar hoe de Heere Jezus over Mozes sprak: 'Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven' (Johannes 5:46). Ook wie de traditionele datering aanhoudt, rekent overigens met afrondingen: de jaartallen hierboven zijn benaderingen, daarom staat er steeds ca. bij. Ook onder uitleggers die de Bijbel als betrouwbaar aanvaarden, dateren sommigen de uittocht later, rond 1260 voor Christus; dat verschil raakt het gezag van de Schrift niet.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenis van de kerk kijkt nog verder terug dan het eerste geschreven woord. Volgens Zondag 6 van de Heidelbergse Catechismus is het evangelie 'hetwelk God Zelf eerstelijk in het Paradijs heeft geopenbaard' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 6, vraag 19), en daarna door de aartsvaders en profeten verkondigd. Al in het paradijs beloofde God de Verlosser (Genesis 3:15); van die belofte getuigen de aartsvaders en profeten, en in Christus is zij vervuld. De Bijbel legt dat spreken van God vast.
Artikel 3 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat God, uit bijzondere zorg voor ons en onze zaligheid, Zijn knechten de profeten en apostelen bevolen heeft Zijn geopenbaarde Woord op te schrijven, en dat Hij Zelf met Zijn vinger de twee tafelen van de wet beschreef (Exodus 31:18). Artikel 4 noemt de boeken van het Oude en het Nieuwe Testament waaruit de Schrift bestaat. Zo is de Bijbel oud en tegelijk nooit verouderd.
'Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid' (Jesaja 40:8)