Betekenis verschoven
Vrijmoedigheid
zelfstandig naamwoord
In het kort
Vrijmoedigheid betekent in de Statenvertaling onbevreesdheid: zonder angst openlijk spreken, en met vertrouwen tot God naderen. Het is de vrijmoedigheid van de apostelen voor de Joodse raad en van de gelovige die door Christus toegang heeft tot de troon der genade.
In hedendaags Nederlands: onbevreesdheid, openhartigheid, vertrouwen, moed om te spreken
Wat betekent vrijmoedigheid?
Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal is vrijmoedig gevormd van vrij en moed. De oudste betekenissen, edelmoedig en ijverig, zijn al lang verdwenen. Voor de betekenis die in de Bijbel speelt, geeft het WNT bij vrijmoedigheid: onverschrokkenheid, stoutmoedigheid, onbevreesdheid. Het noemt die betekenis verouderd en citeert er een oudere bijbelvertaling bij, over het toetreden tot de genadestoel. Daarnaast noemt het WNT openhartigheid: zeggen wat men denkt, zonder iets uit vrees achter te houden. Ook vrijmoedig betekende in die oude zin onbevreesd, dapper. De kanttekening bij Efeze 3:12 voegt eraan toe dat het Griekse woord parrhesia betekent: God als kinderen durven aanspreken.
Niet wat u nu denkt
Nu klinkt vrijmoedig als ongedwongen, losjes of zelfs wat vrijpostig. Wie zegt dat hij de vrijmoedigheid neemt, gebruikt volgens het WNT eerder een beleefdheidsformule om iets te doen wat misschien niet gepast is. In de Statenvertaling betekent het woord iets anders. Het is de moed van wie niet zwijgt uit angst, zoals Petrus en Johannes voor de raad. En het is het vertrouwen waarmee een kind van God tot Hem komt. Dat vertrouwen rust volgens de Schrift niet op zelfverzekerdheid, maar op het bloed van Jezus.
Vrijmoedigheid in de Statenvertaling
33 keer, in 33 verzen en 11 bijbelboeken (vrijmoedigheid 23, vrijmoedig 1, vrijmoediglijk 9).
De drie vormen staan 33 keer in de Statenvertaling, in 33 verzen verdeeld over elf bijbelboeken. Op één plaats na staan ze alle in het Nieuwe Testament. De uitzondering is Kaleb, die het volk na het rapport van de verspieders oproept: 'Laat ons vrijmoedig optrekken' (Numeri 13:30). Ook daar betekent het: zonder vrees. Daarnaast bidt David in Psalm 51:14 om de vrijmoedige geest; de kanttekening geeft daar ook vrijwilligen en goedwilligen.
In Johannes en Handelingen gaat het vooral over openlijk spreken. Op het Loofhuttenfeest 'sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden' (Johannes 7:13). Na Pinksteren verwonderen de leden van de raad zich over 'de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes', ongeleerde mensen van wie zij merkten dat zij met Jezus geweest waren. De gemeente bidt dan om nog meer vrijmoedigheid, en het boek Handelingen eindigt met Paulus die in Rome predikte 'met alle vrijmoedigheid, onverhinderd' (Handelingen 28:31). Van Paulus zelf en van Apollos staat dat zij vrijmoediglijk spraken in de synagoge.
In de brieven gaat het daarnaast over vrijmoedigheid tot God. In Christus hebben de gelovigen 'de vrijmoedigheid, en den toegang met vertrouwen' (Efeze 3:12). De brief aan de Hebreeën roept op om 'met vrijmoedigheid' toe te gaan tot de troon der genade, en zegt dat de gelovigen vrijmoedigheid hebben om in het heiligdom in te gaan door het bloed van Jezus. Johannes spreekt van vrijmoedigheid in het gebed en zelfs in de dag van het oordeel.
Verzen met vrijmoedigheid
“Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.”
De raad ziet de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, eenvoudige mensen zonder geleerde opleiding. Hun onbevreesde spreken verklaart men uit het feit dat zij met Jezus geweest waren.
“Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.”
Omdat de gelovigen een Hogepriester hebben Die medelijden kan hebben met hun zwakheden, mogen zij met vrijmoedigheid tot de troon der genade gaan. Vrijmoedigheid is hier vertrouwen, geen brutaliteit.
“En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.”
Vrijmoedigheid is de zekerheid dat God hoort wanneer wij iets bidden naar Zijn wil. De kanttekening noemt het een vrijmoedig vertrouwen, en verwijst naar Hebreeën 4:16.
“Toen stilde Kaleb het volk voor Mozes, en zeide: Laat ons vrijmoedig optrekken, en dat erfelijk bezitten; want wij zullen dat voorzeker overweldigen!”
De enige plaats in het Oude Testament met een van deze drie vormen; in Psalm 51:14 staat nog de vrijmoedige geest. Kaleb stilt het volk en roept op om vrijmoedig op te trekken, omdat hij erop vertrouwt dat het land in te nemen is.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Efeze 3:12
de vrijmoedigheid,. Namelijk om God onzen Vader als kinderen aan te spreken, gelijk het Griekse woord parrhesia medebrengt; en om te roemen op de hoop der heerlijkheid Gods, Rom 5:2, en Rom 8:15, enz.
De vertalers leggen uit dat het Griekse woord parrhesia de vrijmoedigheid aanduidt om God als Vader aan te spreken, zoals kinderen dat doen. Ze voegen eraan toe dat het ook gaat om roemen in de hoop van de heerlijkheid van God.
Bij Hebreeën 10:35
uw vrijmoedigheid niet weg,. Dat is, uw vrijmoedige belijdenis, spruitende uit de vrijmoedigheid van het geloof en van de hoop op God, gelijk hiervoor vs.23 uitgedrukt staat. Of uw vertrouwen.
Hier verklaren de kanttekeningen vrijmoedigheid als een vrijmoedige belijdenis, die voortkomt uit het geloof en de hoop op God. Als andere uitleg geven ze eenvoudig: uw vertrouwen. Werpt het niet weg, zegt de brief, want het heeft een grote beloning.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
παῤῥησία parrhesia (Grieks, G3954)
Het Griekse parrhesia is volgens het Strong's-lexicon gevormd uit pas, alles, en een woord voor spreken. Het betekent vrijuit spreken, openheid, en daaruit ook zekerheid of vertrouwen. Beide kanten zitten in het woord vrijmoedigheid van de Statenvertaling.
Onder meer in Handelingen 4:13, Hebreeën 4:16, 1 Johannes 5:14 en Johannes 7:13. Woordstudie bij G3954 (na inloggen).
παῤῥησιάζομαι parrhesiazomai (Grieks, G3955)
Het werkwoord uit dezelfde familie betekent volgens het lexicon vrijuit spreken of vrijmoedig optreden. De Statenvertaling geeft het weer met vrijmoediglijk spreken, zoals bij Paulus in de synagoge van Efeze en als gezant in een keten.
Onder meer in Efeze 6:20 en Handelingen 19:8. Woordstudie bij G3955 (na inloggen).
Verwante woorden
- vrijmoediglijk: Het bijwoord: zonder vrees, vrijuit. Meestal bij spreken, zoals in Handelingen 9 en 19.
- vrijmoedige geest: In Psalm 51:14 bidt David om de vrijmoedige geest; de kanttekening noemt ook vrijwillig en goedwillig.
- stout: In 2 Korinthe 10:2 staat stout zijn naast vrijmoedigheid, in de betekenis durf.
- beschaamd: Het tegendeel: in 1 Johannes 2:28 staat vrijmoedigheid tegenover beschaamd gemaakt worden.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M082864. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M082862. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Efeze 3:12, Hebreeën 10:35, 1 Johannes 5:14 en Psalm 51:14
- Strong's-lexicon: G3954 en G3955
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.