Verouderd woord
Verdelgen
werkwoord
In het kort
Verdelgen betekent volledig vernietigen of uitroeien, zodat er niets van overblijft. De Statenvertaling gebruikt het vooral voor Gods oordeel over de zonde, van de zondvloed tot het einde van de goddelozen, en een enkele keer voor het verdrijven van een plaag.
In hedendaags Nederlands: vernietigen, uitroeien, wegvagen, verwoesten
Wat betekent verdelgen?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft verdelgen als te niet doen, te gronde richten of vernietigen, gezegd van personen of zaken die als kwaadaardig, schadelijk of vijandig gezien worden. Bij mensen en volken betekent het doden of uitroeien; het WNT noemt apart het bijbelse en godsdienstige gebruik, waarin God het onderwerp is. Bij de uitdrukking van de aarde verdelgen wijst het WNT op Duitse invloed via de vertaling van Luther. Van steden en landen gezegd betekent verdelgen verwoesten, met de grond gelijk maken; het WNT haalt daarbij Jeremia 48:8 aan. Een laatste betekenis is het uitroeien van schadelijke dieren, en daarvoor noemt het WNT Exodus 8:9, waar Mozes bidt om de vorsen te verdelgen. Het werkwoord is gevormd van het oude delgen met ver- ervoor. In het gewone Nederlands kent u het vooral nog uit verdelgingsmiddel.
Verdelgen in de Statenvertaling
105 keer, in 101 verzen en 25 bijbelboeken (verdelgen 42, verdelgd 37, verdelgde 8, verdelging 3, verdelge 6, verdelgden 3, verdelg 2, verdelgende 2, verdelgt 2).
Verdelgen en verdelging staan samen 105 keer in de Statenvertaling, in 101 verzen verdeeld over 25 bijbelboeken, allemaal in het Oude Testament. U leest 42 keer verdelgen, 37 keer verdelgd, 8 keer verdelgde, 6 keer verdelge, 3 keer verdelgden, 2 keer verdelg, 2 keer verdelgende, 2 keer verdelgt en 3 keer verdelging. De eerste keer staat het vóór de zondvloed: 'Ik zal den mens, die Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem' (Genesis 6:7). De kanttekening zegt dat er in het Hebreeuws staat: uitwissen. Genesis 7:23 vertelt dat het gebeurde: 'Alzo werd verdelgd al wat bestond', behalve Noach en wie met hem in de ark was.
Vaak is God Zelf het onderwerp van verdelgen, als Rechter over de zonde. Tegelijk laat de Schrift zien dat Hij Zich laat verbidden. Het vaakst staat het woord in Deuteronomium, waar Mozes het volk waarschuwt en ook vertelt hoe hij bad toen de HEERE hen wilde verdelgen (Deuteronomium 9:19). Psalm 106:23 vertelt dat Hij Israël in de woestijn wilde verdelgen, 'ten ware Mozes, Zijn uitverkorene, in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan had'. Waar God verdelgt, is het nooit willekeur, maar het rechtvaardige einde van de zonde.
In de Psalmen en Spreuken is verdelgen het einde van de goddelozen, tegenover de toekomst van de rechtvaardige. 'Maar de overtreders worden te zamen verdelgd' (Psalm 37:38). 'Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien' (Spreuken 14:11). Psalm 92 zegt dat de goddelozen soms bloeien als het kruid, maar alleen opdat zij 'tot in der eeuwigheid verdelgd worden'.
Een enkele keer gaat het over iets heel anders. Farao vraagt Mozes te bidden om de vorsen weg te nemen, en Mozes laat hem kiezen wanneer hij zal bidden 'om deze vorsen van u en van uw huizen te verdelgen' (Exodus 8:9). En in Ezechiël 34, waar God Zelf de Herder van Zijn schapen is, zegt Hij dat Hij het verlorene zal zoeken, maar 'het vette en het sterke zal Ik verdelgen'.
Verzen met verdelgen
“En de HEERE zeide: Ik zal den mens, die Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.”
God kondigt de zondvloed aan. Verdelgen betekent hier: alle leven van de aarde wegvagen. De kanttekening zegt dat er in het Hebreeuws staat: uitwissen van het aangezicht van de aardbodem.
“Doch Mozes zeide tot Farao: Heb de eer boven mij! Tegen wanneer zal ik voor u, en voor uw knechten, en voor uw volk, vuriglijk bidden, om deze vorsen van u en van uw huizen te verdelgen, dat zij alleen in de rivier overblijven?”
Mozes laat Farao het tijdstip kiezen waarop hij zal bidden om de plaag van de vorsen weg te nemen. Het WNT noemt dit vers bij de betekenis van schadelijke dieren uitroeien.
“Maar de overtreders worden te zamen verdelgd. het einde der goddelozen wordt uitgeroeid.”
Tegenover de vrome, wiens einde vrede is, staan de overtreders die samen verdelgd worden. De kanttekening vergelijkt het met een boom die met wortel en al wordt uitgeroeid.
“Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met oordeel.”
De goede Herder zoekt het verlorene en verbindt het gebrokene, maar verdelgt het vette en het sterke. Volgens de kanttekening zijn dat zij die door rijkdom en macht trots werden en hun broeders onderdrukten.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Genesis 6:7
van den aardbodem,. Hebr. uitwissen van op het aangezicht des aardbodems.
De vertalers wijzen erop dat het Hebreeuws een sterker beeld gebruikt: uitwissen. God zou de mens van de aardbodem wegvegen, zodat er niets meer van te zien zou zijn.
Bij Ezechiel 34:16
vette en het sterke zal Ik verdelgen,. Dat is, die door hun rijkdom en macht weelderig en dartel zijn geworden, rebellerende tegen mij [gelijk Deu 32:15 ] , en hunne broeders onderdrukkende. Vergelijk de manier van spreken met Psa 22:30 ; Isa 5:17 , en Isa 10:16 ; Amo 4:1 , met de aantekening, enz.
Het vette en het sterke zijn geen dieren, maar mensen: wie door rijkdom en macht overmoedig werd, tegen God opstond en zijn broeders onderdrukte. Hen zal God verdelgen, terwijl Hij de zwakken zoekt.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
מָחָה machah (Hebreeuws, H4229)
Het Hebreeuwse machah betekent volgens het Strong's-lexicon afvegen of uitwissen, en vandaar volledig wegvagen. Het staat in de verzen over de zondvloed, waar de kanttekening het weergeeft als uitwissen.
Onder meer in Genesis 6:7, Genesis 7:4 en Genesis 7:23. Woordstudie bij H4229 (na inloggen).
שָׁמַד shamad (Hebreeuws, H8045)
Het Hebreeuwse shamad betekent volgens het Strong's-lexicon vernietigen, uitroeien, te niet maken. De Statenvertaling geeft het op veel plaatsen weer met verdelgen, in de Psalmen, in Spreuken en bij Ezechiël.
Onder meer in Psalm 37:38, Psalm 106:23, Spreuken 14:11 en Ezechiel 34:16. Woordstudie bij H8045 (na inloggen).
Verwante woorden
- uitroeien: Staat vaak in hetzelfde vers als verdelgen, zoals in Psalm 37:38 en Psalm 101:8.
- verderven: Te gronde richten; in Jeremia 48:8 staan verderven en verdelgen naast elkaar.
- verbannen: Onder de ban brengen; in Jozua 11:20 en Daniël 11:44 genoemd naast verdelgen.
- gramschap: Gods toorn en verdelgen staan vaak samen, vooral in Deuteronomium 9:8 en 9:19, en in Psalm 106:23.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M075057. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 6:7, Psalm 37:38 en Ezechiel 34:16
- Strong's-lexicon: H4229 en H8045
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.