Uit de bijbelse wereld
Efa
zelfstandig naamwoord
In het kort
Efa betekent een inhoudsmaat voor droge waren, zoals meel, gerst en koren. De Statenvertaling laat het Hebreeuwse woord onvertaald staan. Hoeveel er precies in een efa ging, is niet zeker; de kanttekeningen vergelijken de maat met 432 eierschalen.
In hedendaags Nederlands: inhoudsmaat, graanmaat, maat voor droge waren
Wat betekent efa?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal heeft geen artikel over efa: het is nooit een Nederlands woord geworden, maar een Hebreeuwse maatnaam die de vertalers lieten staan. De betekenis komt daarom uit de kanttekeningen. Bij Exodus 16:36 noemen zij de efa een maat van droge waren. Het tiende deel ervan heette een gomer, en die was volgens sommigen ruim twee keer zo groot als de dagportie koren van één man. Bij Leviticus 5:11 rekenen de vertalers met eierschalen: een gomer zo veel als 43, een efa zo veel als 432. Volgens Ezechiël 45:11 waren de efa en de bath even groot, de ene voor droge en de andere voor natte waren. Een omrekening naar liters geven de kanttekeningen niet, en ook latere schattingen lopen sterk uiteen.
Efa in de Statenvertaling
42 keer, in 33 verzen en 15 bijbelboeken.
De efa hoort bij het dagelijks leven van Israël: men mat er graan en meel mee. Ruth sloeg aan het eind van een dag op het veld van Boaz 'omtrent een efa gerst' uit (Ruth 2:17). Gideon bakte ongezuurde koeken 'van een efa meels' voor de Engel des HEEREN, Hanna nam een efa meel mee toen zij Samuël naar Silo bracht, en Isaï gaf David een efa geroost koren mee voor zijn broeders in het leger.
In de offerwetten komt vooral het tiende deel van een efa terug. Wie te arm was voor twee duiven, mocht als zondoffer 'het tiende deel van een efa meelbloem' brengen (Leviticus 5:11). Ook bij het dagelijkse spijsoffer en bij het spijsoffer der ijveringen in Numeri 5 wordt met deze maat gerekend.
Omdat de efa bij koop en verkoop gebruikt werd, gaat het vaak over eerlijkheid. Israël moest 'een rechte efa' hebben (Leviticus 19:36), en geen grote en een kleine in huis. Spreuken noemt 'tweeerlei efa' een gruwel voor de HEERE, en Amos verwijt de kooplieden dat zij de efa verkleinden en de sikkel vergrootten: weinig koren leveren en veel geld vragen.
In Zacharia 5 ziet de profeet een efa waarin een vrouw zit, die de goddeloosheid voorstelt. Volgens sommigen betekent de efa hier de maat waarmee God de zonde straft. Let op: Efa is in Genesis 25 en 1 Kronieken 1 en 2 ook een eigennaam, van een kleinzoon van Abraham en van een bijwijf van Kaleb. Die plaatsen hebben met de maat niets te maken, maar de telling hierboven rekent ze wel mee.
Verzen met efa
“Een gomer nu is het tiende deel van een efa.”
Bij het manna legt Mozes uit wat een gomer is: het tiende deel van een efa. Elke Israëliet mocht dagelijks een gomer verzamelen, en zo wordt de efa een bekende maat.
“Alzo las zij op in dat veld, tot aan den avond; en zij sloeg uit, wat zij opgelezen had, en het was omtrent een efa gerst.”
De opbrengst van een dag aren lezen op het veld van Boaz, die zijn knechten had gezegd wat voor haar te laten vallen. De kanttekening verwijst voor de maat naar Exodus 16:36.
“Gij zult in uw huis geen tweeerlei efa hebben, een grote en een kleine.”
Een handelaar met twee maten kon met een grote inkopen en met een kleine verkopen. De kanttekening zegt dat er letterlijk staat: efa en efa. God eist één eerlijke maat.
“En ik zeide: Wat is dat? En Hij zeide: Dit is een efa, die voortkomt. Verder zeide Hij: Dit is het oog over henlieden in het ganse land.”
In het nachtgezicht van Zacharia komt een efa voort over het land. De kanttekening noemt het een maat van droge waren en geeft als uitleg van sommigen: de maat van Gods straf over de zonde.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Exodus 16:36
een efa. Dit is een maat van droge waren, begrijpende zoveel als 432 hennen-eierschalen; zodat de gomer, naar sommiger gevoelen, meer dan dubbel zo groot was als de choenix, Rev 6:6 zijnde een maat koren, genoegzaam tot voedsel van een man op een dag. Zie Lev 5:11, en Lev 19:36; Deu 25:14, enz.
De vertalers geven geen liters of kilo's, maar een maatstaf uit het dagelijks leven: een efa bevat ongeveer zoveel als 432 kippeneierschalen. De gomer, het tiende deel, was volgens sommigen ruim het dubbele van de choenix uit Openbaring 6:6, de dagportie van één man.
Bij Amos 8:5
efa,. Zie Lev 5:11 ; Eze 45:10-11 , gebruikende kleine en valse maat in het uitleveren en verkopen, en nemende integendeel hogen prijs en zwaar geld, gebruikende een zwaar gewicht in het ontvangen van geld, tegen de wet; Deu 25:13 .
De kanttekening legt het bedrog uit: bij het verkopen een te kleine efa, zodat de koper te weinig koren kreeg, en bij het ontvangen van het geld een te zwaar gewicht, zodat hij te veel betaalde. Dat was tegen de wet van Deuteronomium 25.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
אֵיפָה eyphah (Hebreeuws, H374)
Het Hebreeuwse eyphah is volgens het Strong's-lexicon een droge inhoudsmaat van tien gomers, even groot als de natte maat bath. Het woord kan ook het vat zelf aanduiden waarmee men mat, zoals in het gezicht van Zacharia. Het lexicon noemt het van Egyptische herkomst en geeft voor de grootte twee schattingen die sterk verschillen.
Onder meer in Exodus 16:36, Ruth 2:17, Deuteronomium 25:14 en Zacharia 5:6. Woordstudie bij H374 (na inloggen).
Verwante woorden
- gomer: Het tiende deel van een efa; zoveel manna mocht ieder per hoofd verzamelen (Exodus 16:16).
- homer: De grootste droge maat: volgens Ezechiël 45:11 gingen er tien efa in een homer.
- bath: De maat voor natte waren, volgens Ezechiël 45:11 even groot als de efa.
- hin: Een kleinere maat voor olie en wijn, vaak naast de efa genoemd bij het spijsoffer.
- meelbloem: Het fijne meel dat bij het spijsoffer per tiende deel van een efa werd afgemeten.
- sikkel: Het gewicht dat in Amos 8:5 naast de efa staat: de efa klein, de sikkel groot.
Bronnen
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Exodus 16:36, Leviticus 5:11, Deuteronomium 25:14, Amos 8:5 en Zacharia 5:6
- Strong's-lexicon: H374
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.