Betekenis verschoven
Schoot
zelfstandig naamwoord
In het kort
Schoot betekent in de Statenvertaling vaak de boezem: de plaats tegen de borst waar men een kind of een geliefde dicht bij zich houdt, of de ruime plooi van het lange kleed waarin men iets kon dragen. Wie in iemands schoot is, staat hem het allernaast.
In hedendaags Nederlands: boezem, borst, plooi van het kleed, innige nabijheid
Wat betekent schoot?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal begint bij schoot met een deel van de kleding: het ruim afhangende stuk onder de gordel of het middel. Daarnaast noemt het de bocht die het lichaam vormt bij iemand die zit, het moederlijf, en een kleed dat van voren ter hoogte van het middel in een bocht is opgenomen, zodat men er iets in kan dragen. In vrije toepassingen is schoot volgens het WNT iets dat omsluit, opneemt, verbergt of een toevlucht biedt, zoals de schoot der aarde. De kanttekening bij Micha 7:5 geeft als andere vertaling van schoot: boezem. Over de herkomst zegt het WNT alleen dat het woord misschien bij schieten hoort.
Niet wat u nu denkt
Wie nu schoot hoort, denkt aan de bovenbenen van iemand die zit: een kind op schoot nemen. Die betekenis staat ook in de Statenvertaling, bijvoorbeeld als Naomi het kind van Ruth op haar schoot zet. Maar vaak is iets anders bedoeld. Johannes lag aan tafel 'in den schoot van Jezus', dat is tegen Zijn borst. De schoot van Abraham is een plaats van rust en vertroosting. En de maat die men 'in uw schoot' geeft, komt terecht in de plooi van het lange kleed.
Schoot in de Statenvertaling
35 keer, in 34 verzen en 19 bijbelboeken.
In de Statenvertaling is schoot ook de verleden tijd van schieten, en die plaatsen zitten in de telling: Saul schoot de spies naar David, en Jehu schoot Joram tussen zijn armen. Waar het zelfstandig naamwoord staat, gaat het om de plaats waar men iets of iemand dicht bij zich houdt. Mozes klaagt bij de HEERE dat het is alsof hij het hele volk moet dragen: 'Draag het in uw schoot', zoals een voedstervader een zuigeling draagt (Numeri 11:12). En Jesaja zegt van de HEERE dat Hij de lammeren in Zijn armen vergadert en ze in Zijn schoot draagt.
De schoot is ook de plaats van de grootste nabijheid. De vrouw van uw schoot is in Deuteronomium 13:6 de eigen vrouw, die volgens de kanttekening in uw schoot slaapt. Van de Zoon staat dat Hij 'in den schoot des Vaders is' (Johannes 1:18). De kanttekening verklaart dat Hij met de Vader één in wezen is en door Hem bemind wordt, zodat de geheime wijsheid van de Vader Hem bekend is. Daarom kan Hij de Vader verklaren.
Omdat de lange kleren van die tijd van voren een ruime plooi hadden, kon men in de schoot ook iets verbergen of ontvangen. In Spreuken 17:23 neemt de goddeloze een geschenk uit de schoot van wie het aanbiedt: volgens de kanttekening heimelijk, want niemand wil bekend staan als iemand die het recht buigt. Psalm 79:12 vraagt de Heere de naburen hun smaad zevenvoudig 'in hun schoot' terug te geven, wat de kanttekening uitlegt als overvloedig, zodat het hun bijblijft.
Verzen met schoot
“En Naomi nam dat kind, en zette het op haar schoot, en werd zijn voedster.”
Naomi neemt het kind van Ruth en Boaz op haar schoot en wordt zijn voedster. Hier is schoot wat het nu ook is: de plaats waar men een kind koestert.
“Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.”
De Heere Jezus belooft dat wie geeft, rijk zal ontvangen: een overlopende maat in uw schoot. Bedoeld is de ruime plooi van het lange kleed boven de gordel, waarin men iets kon opvangen en dragen.
“En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham.”
De bedelaar Lazarus wordt na zijn dood door de engelen in de schoot van Abraham gedragen. Het beeld is dat van de maaltijd, waar men aanligt tegen de borst van de gastheer, zoals Johannes bij de Heere (kanttekening: Johannes 13:23).
“En een van Zijn discipelen was aanzittende in den schoot van Jezus, welken Jezus liefhad.”
Bij de laatste maaltijd ligt Johannes aan tafel naast de Heere Jezus. De kanttekening legt uit dat men niet op stoelen zat maar op de elleboog aanlag, zodat hij zijn hoofd naar de borst van Christus kon neigen.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Lukas 6:38
uw schoot geven;. Eene manier van spreken, genomen van de wijze der volken in het Oosten, die lange wijde klederen droegen, waarin zij ontvangen konden hetgeen hun gegeven werd; Psa 79:12 ; Jer 32:18 .
De vertalers verklaren de uitdrukking uit de kleding van die tijd. De volken in het Oosten droegen lange, wijde kleren, en daarin konden zij ontvangen wat hun gegeven werd. Zo moet u ook Psalm 79:12 en Jeremia 32:18 verstaan.
Bij Lukas 16:22
schoot van Abraham. Dat is, in den hemel, of in het paradijs, waar de gelovigen met Abraham, den vader aller gelovigen, zullen vergaderd worden, rusten, aanzitten en vertroost worden, Mat 8:11 ; Joh 13:23 .
Volgens de kanttekening is de schoot van Abraham de hemel of het paradijs. Daar worden de gelovigen met Abraham, de vader van alle gelovigen, verzameld; zij rusten er, zitten aan en worden vertroost.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
κόλπος kolpos (Grieks, G2859)
Het Griekse kolpos betekent volgens het Strong's-lexicon de boezem, en bij vergelijking een baai. Het staat bij de schoot van Abraham, de schoot des Vaders, de plaats van Johannes aan tafel en de maat die in de schoot gegeven wordt.
Onder meer in Lukas 16:22, Johannes 1:18, Johannes 13:23 en Lukas 6:38. Woordstudie bij G2859 (na inloggen).
חֵיק cheq (Hebreeuws, H2436)
Het Hebreeuwse cheq betekent volgens het lexicon de boezem, letterlijk of figuurlijk, en ook een holte of het binnenste. De Statenvertaling geeft het met schoot weer, bij Naomi met het kind, bij Mozes die het volk moet dragen en bij de herder met Zijn lammeren.
Onder meer in Ruth 4:16, Numeri 11:12 en Jesaja 40:11. Woordstudie bij H2436 (na inloggen).
Verwante woorden
- boezem: De kanttekening bij Micha 7:5 noemt boezem als andere vertaling van schoot.
- voedster: Wie een kind verzorgt en draagt; Naomi werd de voedster van het kind dat zij op haar schoot zette.
- aanzitten: Aan tafel aanliggen op de elleboog; zo lag Johannes in de schoot van Jezus.
- schieten: Schoot is ook de verleden tijd van dit werkwoord, zoals in 1 Samuel 18:11, waar Saul de spies schoot.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M062910. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Lukas 6:38, Lukas 16:22, Johannes 1:18, Johannes 13:23, Deuteronomium 13:6, Spreuken 17:23, Psalm 79:12 en Micha 7:5
- Strong's-lexicon: G2859 en H2436
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.