Betekenis verschoven
Betuigen
werkwoord
In het kort
Betuigen betekent in de Statenvertaling plechtig getuigen: iets met nadruk verklaren, vaak als ernstige waarschuwing, met God als Getuige. Wie tegen iemand betuigt, legt hem de waarheid op het hart en maakt hem verantwoordelijk voor wat hij ermee doet.
In hedendaags Nederlands: plechtig getuigen, ernstig waarschuwen, met nadruk verklaren, inscherpen
Wat betekent betuigen?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal onderscheidt meerdere betekenissen, en de oudste daarvan zijn nu verouderd. Eerst betekende betuigen iets met getuigen bewijzen, of getuigen erbij halen; het WNT haalt daarbij Jeremia 32:25 aan, waar Jeremia een akker koopt en het door getuigen laat bevestigen. Daarna betekende het een getuigenis afleggen over iets, zoals Mozes in Deuteronomium 8:19 tegen het volk betuigt. In bijbeltaal kan het volgens het WNT ook belijden zijn: het Woord van de Heere betuigen, of de goede belijdenis betuigen. Pas als vierde noemt het WNT de betekenis die nu gewoon is: iets uitdrukkelijk verklaren of te kennen geven. In de Statenvertaling zit er bijna altijd ernst in. Er wordt gesproken alsof er een getuige bij staat, en wie het hoort, kan later niet zeggen dat hij het niet wist.
Niet wat u nu denkt
Wie nu betuigen hoort, denkt aan beleefde taal: iemand zijn medeleven of zijn dank betuigen. Volgens het WNT is dat inderdaad het gewone gebruik van nu. In de Statenvertaling is betuigen veel zwaarder. Betuigen tegen iemand is hem plechtig waarschuwen, met God als Getuige, zoals de profeten tegen Israël deden. En wanneer Paulus het Evangelie betuigt, toont hij geen gevoel, maar getuigt hij met gezag van wat waar is.
Betuigen in de Statenvertaling
63 keer, in 62 verzen en 26 bijbelboeken (betuigen 13, betuigd 16, betuigde 6, betuigden 3, betuig 13, betuigt 3, betuige 2, betuigdet 2, betuigende 5).
Het werkwoord staat 63 keer in de Statenvertaling, in 62 verzen verdeeld over 26 bijbelboeken. Vaak gaat het om een waarschuwing vooraf. Bij de Sinaï zegt de HEERE tot Mozes: 'Ga af, betuig dit volk' (Exodus 19:21), opdat niemand de grens rond de berg overschrijdt. Mozes betuigt in Deuteronomium 8:19 dat Israël zal vergaan als het de HEERE vergeet. In Nehemia 9 belijden de Levieten dat God 'tegen hen betuigd' heeft door de profeten, maar dat zij niet wilden horen.
Betuigen heeft ook zijn eigenlijke betekenis van getuigen laten bevestigen. Jeremia koopt een akker, terwijl Jeruzalem belegerd wordt. Hij ondertekent en verzegelt de koopbrief, 'en deed het getuigen betuigen' (Jeremia 32:10). De kanttekening zegt dat dit gebeurde door ondertekening, en dat men daarvoor in de tijd van de vertalers zei: getuigen daartoe nemen.
In het Nieuwe Testament betuigen de apostelen het Woord. Op de Pinksterdag staat van Petrus: 'met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande hen' (Handelingen 2:40), en Paulus wil zijn loop volbrengen 'om te betuigen het Evangelie der genade Gods' (Handelingen 20:24). In de brieven aan Timotheüs betuigt Paulus 'voor God, en den Heere Jezus Christus': een plechtige opdracht waarbij God en Christus als getuigen genoemd worden.
Een enkele keer betekent het gewoon bewijzen. Als de Heere Jezus bij het verhoor geslagen wordt, zegt Hij: 'Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade' (Johannes 18:23). Toon dan aan wat er verkeerd was. Het laatste vers met betuigen staat aan het eind van de Bijbel, in Openbaring 22:18, als een ernstige waarschuwing aan ieder die aan de woorden van het boek iets toevoegt.
Verzen met betuigen
“En de HEERE zeide tot Mozes: Ga af, betuig dit volk, dat zij niet doorbreken tot den HEERE, om te zien, en velen van hen vallen.”
Vlak voor de wetgeving moet Mozes het volk nog eens ernstig waarschuwen niet door de afpaling te breken. De kanttekening verklaart betuigen hier als hoog belasten en inscherpen.
“Maar indien het geschiedt, dat gij den HEERE, uw God, ganselijk vergeet, en andere goden navolgt, en hen dient, en u voor dezelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan.”
Mozes betuigt heden tegen Israël wat er gebeurt als het de HEERE vergeet en andere goden dient. Het is geen losse mededeling, maar een plechtige waarschuwing waar het volk later op aangesproken kan worden.
“Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.”
Paulus acht zijn eigen leven niet dierbaar, als hij maar zijn dienst kan volbrengen. Het Evangelie betuigen betekent hier: met gezag en volharding getuigen van de genade van God.
“Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:”
Paulus geeft Timotheüs een plechtige opdracht voor het aangezicht van God en Christus, de Rechter van levenden en doden. Volgens de kanttekening neemt hij God tot Getuige van zijn ernstige vermaning.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Exodus 19:21
betuig dit volk,. Dat is, belast hun hoog, en scherp hun in.
De kanttekening geeft twee gewone woorden voor betuigen: iemand hoog belasten, dat is hem met nadruk een opdracht geven, en inscherpen, zodat het niet vergeten wordt.
Bij 2 Timotheus 4:1
betuig dan voor God. Dat is, ik bid, vermaan u om Gods wil, of ik bezweer u voor God, dat is, ik neem God tot getuige, dat ik u ernstig vermaan. Zie dergelijke 1Ti 5:21.
Hier leggen de vertalers uit wat betuigen voor God inhoudt: iemand om Gods wil vermanen of hem bezweren, en daarbij God als Getuige nemen dat de vermaning ernstig gemeend is.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
עוּד ud (Hebreeuws, H5749)
Het Hebreeuwse ud heeft volgens het Strong's-lexicon te maken met herhalen, en in bepaalde vormen met getuigen, getuigen laten optreden, en plechtig waarschuwen of vermanen. Die betekenissen komen samen in het betuigen van de Statenvertaling.
Onder meer in Exodus 19:21, Deuteronomium 8:19, Jeremia 32:10 en Nehemia 9:26. Woordstudie bij H5749 (na inloggen).
διαμαρτύρομαι diamarturomai (Grieks, G1263)
Het Griekse diamarturomai is volgens het Strong's-lexicon gevormd uit dia en het werkwoord voor getuigen. Het betekent met nadruk betuigen of ernstig vermanen. Het staat waar de apostelen het Evangelie betuigen en waar Paulus Timotheüs plechtig opdrachten geeft.
Onder meer in Handelingen 2:40, Handelingen 20:24, 1 Timotheus 5:21 en 2 Timotheus 4:1. Woordstudie bij G1263 (na inloggen).
Verwante woorden
- getuigen: Het grondwoord zonder be-; in Handelingen 23:11 staan betuigen en getuigen in één vers.
- getuigenis: In 2 Koningen 17:15 zijn Gods getuigenissen de woorden die Hij tegen Israël betuigd had.
- vermanen: Staat in Handelingen 2:40 direct naast betuigen; de kanttekening bij 2 Timotheüs 4:1 gebruikt het ter uitleg.
- op het hoogste betuigen: Zo ernstig mogelijk waarschuwen, zoals in Genesis 43:3 en 1 Samuel 8:9.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M008041. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Exodus 19:21, Jeremia 32:10 en 2 Timotheus 4:1
- Strong's-lexicon: H5749 en G1263
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.