Inleiding tot Ezechiël 10
Ezechiël hoofdstuk 10 vormt een van de meest dramatische en ingrijpende visioenen in het hele Oude Testament. In dit hoofdstuk zien we hoe de heerlijkheid van de HEER de tempel in Jeruzalem verlaat - een gebeurtenis van enorme theologische betekenis. Dit hoofdstuk sluit direct aan op hoofdstuk 9, waarin het oordeel over de stad werd voltrokken.
Het Visioen van de Cherubim (verzen 1-8)
Ezechiël beschrijft een indrukwekkend visioen van hemelse wezens, de cherubim, die hij eerder al zag in hoofdstuk 1. Deze cherubim staan bij de tempel en hebben elk vier gezichten: van een mens, een leeuw, een os en een arend. Deze gezichten symboliseren verschillende aspecten van Gods schepping en majesteit.
De cherubim zijn omgeven door vuur en gloeiende kolen, wat Gods heiligheid en oordeel uitdrukt. Een man in linnen kleding krijgt de opdracht om gloeiende kolen te nemen van tussen de cherubim en deze over de stad te strooien - een teken van Gods oordeel over Jeruzalem.
De Wielen vol Ogen (verzen 9-17)
Een van de meest mysterieuze aspecten van dit visioen zijn de wielen "vol ogen rondom". Deze wielen bewegen zich samen met de cherubim en symboliseren Gods alwetendheid en alomtegenwoordigheid. De ogen staan voor Gods vermogen om alles te zien en zijn controle over alle gebeurtenissen.