Betekenis verschoven
Beroerd
deelwoord, bijvoeglijk gebruikt
In het kort
Beroerd betekent in de Statenvertaling ontsteld, ontroerd of in onrust gebracht. Wie beroerd is, is van binnen in beweging door schrik, verdriet of ontroering. Ook water, een stad of een heel land kan beroerd worden. Met zich ziek of ellendig voelen heeft het in de Bijbel niets te maken.
In hedendaags Nederlands: ontsteld, ontroerd, verontrust, in opschudding, troebel gemaakt
Wat betekent beroerd?
Beroerd is het voltooid deelwoord van beroeren, en zo behandelt het Woordenboek der Nederlandsche Taal het ook. Beroeren betekende onder meer: iets in beweging brengen. Van water gezegd is dat troebel maken, zoals in Ezechiël 32:2. Van de natuur gezegd is het in opschudding brengen; daarbij haalt het WNT Psalm 46 aan, waar de wateren bruisen en beroerd worden. Op mensen toegepast is beroeren het gemoed ontstellen of verontrusten, of iemand ontroeren tot droefheid. Ook een land of een volk kan beroerd worden: dan wordt de rust verstoord. Het deelwoord beroerd betekent dus ontroerd, ontsteld of onrustig, al naar het verband. Het WNT tekent erbij aan dat die betekenis in Noord-Nederland niet meer gebruikt wordt.
Niet wat u nu denkt
Wie nu beroerd hoort, denkt aan ellendig of naar: zich beroerd voelen, beroerd weer. Volgens het WNT is dat een latere, alledaagse en zelfs platte betekenis. In de Statenvertaling betekent het iets anders. Als Jakob tegen Simeon en Levi zegt 'Gij hebt mij beroerd', bedoelt hij niet dat zij hem ziek gemaakt hebben, maar dat zij hem in onrust en gevaar gebracht hebben. En 'Zijt beroerd, en zondigt niet' in Psalm 4 is geen oproep om zich ellendig te voelen. Het gaat om ontsteltenis, ontroering of onrust.
Beroerd in de Statenvertaling
69 keer, in 65 verzen en 24 bijbelboeken (beroerd 38, beroerde 3, beroeren 12, beroering 16).
In de Statenvertaling staan beroerd, beroerde, beroeren en beroering samen 69 keer, in 65 verzen verdeeld over 24 bijbelboeken. Vaak gaat het om ontsteltenis van binnen. Toen Naomi met Ruth in Bethlehem aankwam, raakte de hele stad over haar in opschudding. Toen David hoorde dat Absalom gedood was, werd de koning zeer beroerd: hij ging naar de opperzaal van de poort en weende. Job zegt dat de Almachtige hem beroerd heeft, en Habakuk vertelt hoe zijn buik beroerd werd toen hij het oordeel hoorde aankondigen.
Beroeren kan ook betekenen: onrust en ellende over anderen brengen. Achan bracht door zijn diefstal het hele volk in moeite, en Jozua vraagt hem: 'Hoe hebt gij ons beroerd?' (Jozua 7:25). De plaats heet daarna het dal van Achor, wat de kanttekening uitlegt als het dal der beroerte. Koning Achab noemt Elia de beroerder van Israël, maar Elia antwoordt: 'Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis' (1 Koningen 18:18). In Filippi klagen de mannen die Paulus en Silas voor de hoofdmannen brengen dat deze Joden hun stad beroeren (Handelingen 16:20).
In de Psalmen en bij de profeten is beroeren vaak een woord voor beweging in de schepping. De wateren bruisen en worden beroerd (Psalm 46:4), en in Psalm 77 staat: 'de aarde werd beroerd en daverde'. In Johannes 5 wacht een kranke bij het badwater van Bethesda. Een engel beroerde het water, en wie na de beroering het eerst in het water kwam, werd gezond. Daar betekent beroeren heel letterlijk: het water in beweging brengen.
Verzen met beroerd
“Toen zeide Jakob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaanieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis.”
Jakob verwijt Simeon en Levi dat zij hem beroerd hebben met hun wraak op Sichem. De kanttekening legt uit dat zij zijn gemoed ontsteld hebben en al zijn zaken in gevaar en verwarring gebracht.
“Toen werd de koning zeer beroerd, en ging op naar de opperzaal der poort, en weende; en in zijn gaan zeide hij alzo: Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Och, dat ik, ik voor u gestorven ware, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!”
Het bericht over de dood van Absalom raakt David diep. Beroerd betekent hier ontroerd en door droefheid overmand. Het WNT noemt juist dit vers bij de betekenis ontroeren tot droefheid.
“Zijt beroerd, en zondigt niet; spreekt in ulieder hart op uw leger, en zijt stil. Sela.”
David spreekt zijn tegenstanders aan. De kanttekening geeft twee uitleggingen: bent u ontstemd, vergrijp u dan niet, of: wees ontsteld door de vrees voor Gods toorn en ga niet verder met zondigen.
“De kranke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens, om mij te werpen in het badwater, wanneer het water beroerd wordt; en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder.”
De kranke bij Bethesda wacht tot het water beroerd wordt, maar heeft niemand die hem erin helpt. Hier is beroeren letterlijk: het water komt in beweging, zoals vers 4 vertelt.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Genesis 34:30
mij beroerd,. Of, gij hebt mij onrust aangericht, of verstoord, niet alleen mijn gemoed door deze daad ontstellende, maar ook al mijn zaken in groot perijkel, onzekerheid en verwarring brengende, daar ik hier tevoren in vrede gewoond heb; zie Jos 7:25, en 1Ki 18:7.
De vertalers geven als andere weergave: gij hebt mij onrust aangericht of verstoord. Jakob bedoelt niet alleen dat zijn gemoed ontsteld is, maar ook dat al zijn zaken door de daad van zijn zonen in gevaar, onzekerheid en verwarring zijn gekomen.
Bij 1 Koningen 18:17
beroerder. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk, beroerte, moeite en onrust, verenigd met kommer en ontstelling des harten, door woorden en werken aanrichten. Vergelijk Gen 34:30; Jos 7:25; Jdg 11:35; Pro 15:27. Hierover wordt Elia van Achab beschuldigd, niet alleen omdat hij de afgoderij gams tegen was, maar ook omdat hij hem meende te zijn de oorzaak van de droogte en van den honger, waarmede het land nu lang was geplaagd geweest.
Volgens de kanttekening betekent het Hebreeuwse woord: door woorden en daden onrust en moeite aanrichten, met kommer en ontsteltenis van het hart. Achab beschuldigt Elia daarvan omdat hij tegen de afgoderij inging en omdat hij hem de schuld gaf van de droogte en de honger.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
עָכַר akar (Hebreeuws, H5916)
Het Hebreeuwse akar betekent volgens het Strong's-lexicon eigenlijk water troebel maken, en figuurlijk verstoren of in moeite brengen. Het is het woord van Jakob, van Jozua tegen Achan, van Elia tegen Achab en van Jonathan, die zegt dat zijn vader het land beroerd heeft.
Onder meer in Genesis 34:30, Jozua 7:25, 1 Koningen 18:18 en 1 Samuel 14:29. Woordstudie bij H5916 (na inloggen).
ταράσσω tarasso (Grieks, G5015)
Het Griekse tarasso betekent volgens het Strong's-lexicon in beweging brengen of opschudden, zoals bij het troebel maken van water. In Johannes 5 staat het bij het badwater van Bethesda. Elders vertaalt de Statenvertaling het met ontroeren, zoals in 'Uw hart worde niet ontroerd'.
Onder meer in Johannes 5:7. Woordstudie bij G5015 (na inloggen).
Verwante woorden
- beroering: Het zelfstandig naamwoord: onrust en opschudding, ook het opgejaagd en verdreven worden van een volk, zoals in Jeremia 15:4 (kanttekening: omjaging, omdrijving).
- beroerder: Iemand die onrust aanricht; zo spreekt Achab Elia aan in 1 Koningen 18:17.
- ontroerd: Een woord dat de Statenvertaling in vergelijkbare zin gebruikt, bijvoorbeeld in Johannes 14:1.
- dal van Achor: Volgens de kanttekening bij Jozua 7:26 het dal der beroerte, genoemd naar de onrust die Achan over Israël bracht.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M007396. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M007399. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 34:30, 1 Koningen 18:17, Psalm 4:5 en Jozua 7:26
- Strong's-lexicon: H5916 en G5015
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.