Inleiding tot Genesis 34
Genesis 34 vertelt een van de donkerste verhalen uit het boek Genesis: de verkrachting van Dina en de gewelddadige wraak van haar broers Simeon en Levi. Dit hoofdstuk toont de complexiteit van menselijke relaties en de verwoestende gevolgen van zonde in een gevallen wereld.
De Verkrachting van Dina (verzen 1-4)
Dina, de dochter van Jakob en Lea, gaat op bezoek bij de vrouwen van het land. Sichem, zoon van vorst Hemor de Heviet, verkracht haar maar wordt daarna verliefd op haar. Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt ('innah') duidt duidelijk op verkrachting en seksueel geweld.
Sichem's latere 'liefde' voor Dina verandert niets aan de ernst van zijn daad. In de oude tijd werd verkrachting gezien als een aanval op de eer van de hele familie, niet alleen op het slachtoffer zelf.
De Onderhandelingen (verzen 5-12)
Hemor en Sichem benaderen Jakob om te onderhandelen over een huwelijk tussen Sichem en Dina. Ze bieden zelfs uitgebreide huwelijksgiften en voorstellen voor verdere samenwerking tussen beide volkeren.
Jakob zwijgt aanvankelijk tot zijn zonen thuiskomen. Dit zwijgen wordt door sommige uitleggers geïnterpreteerd als passiviteit, door anderen als wijsheid in afwachting van overleg met zijn zonen.