Ga naar hoofdinhoud

Borstius les 10: Abraham, Jakob en Jozef

In het kort

Les 10 van Borstius vertelt hoe God Zijn genadeverbond maakte met Abraham en zijn zaad. Abraham werd getroost en beproefd, Jakob overwon met wenen en bidden, en Jozef kwam via verraad en gevangenis tot grote eer in Egypte. Steeds blijkt dat God Zijn beloften trouw blijft.

De vragen en antwoorden van Borstius, les 10

  1. 97. Met wien maakte God zijn genade-verbond?

    Antw.Met Abraham en zijn zaad.

    Bewijsteksten: Genesis 17:1-2; Genesis 17:7
    • Genesis 17:1-2 Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen.
    • Genesis 17:7 En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  2. 98. Wie zijn Abrahams zaad?

    Antw.Die in Christus gelooven.

    Bewijstekst: Galaten 3:29
    • Galaten 3:29 En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  3. 99. Waaraan kent men hen?

    Antw.Dat zij Abrahams werken doen.

    Bewijstekst: Johannes 8:39
    • Johannes 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  4. 100. Hoe vertroostte God Abraham?

    Antw.Vrees niet, ik ben uw schild en groote loon.

    Bewijstekst: Genesis 15:1
    • Genesis 15:1 Na deze dingen geschiedde het woord des HEEREN tot Abram in een gezicht, zeggende: Vrees niet, Abram! Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  5. 101. Hoe beproefde God Abraham?

    Antw.Als hij zeide: offer Mij uwen eenigen Zoon.

    Bewijstekst: Genesis 22:2
    • Genesis 22:2 En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  6. 102. Wie was de eerste, die met God worstelde?

    Antw.Jacob, die daarom Israël heet.

    Bewijstekst: Genesis 32:28
    • Genesis 32:28 Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  7. 103. Hoe overwon hij?

    Antw.Met weenen en bidden.

    Bewijstekst: Hosea 12:5
    • Hosea 12:5 Ja, hij gedroeg zich vorstelijk tegen den Engel, en overmocht Hem; hij weende en smeekte Hem. Te Beth-el vond hij Hem, en aldaar sprak Hij met ons;

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  8. 104. Wie ontbood Jacob, dat hij in Egypte zou komen?

    Antw.Zijn zoon Joseph.

    Bewijstekst: Genesis 45:9
    • Genesis 45:9 Haast u en trekt op tot mijn vader, en zegt het hem: Alzo zegt uw zoon Jozef: God heeft mij tot een heer over gans Egypteland gesteld; kom af tot mij, en vertoef niet.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  9. 105. Waarom ontbood hij hem?

    Antw.Om den duren tijd.

    Bewijstekst: Genesis 45:11
    • Genesis 45:11 En ik zal u aldaar onderhouden; want er zullen nog vijf jaren des hongers zijn, opdat gij niet verarmt, gij en uw huis, en alles wat gij hebt!

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  10. 106. Hoe was Joseph daar gekomen?

    Antw.Zijne broeders hadden hem verkocht.

    Bewijstekst: Genesis 37:28
    • Genesis 37:28 Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaelieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  11. 107. Waarom verkochten zij hem?

    Antw.Uit nijdigheid.

    Bewijstekst: Genesis 37:11
    • Genesis 37:11 Zijn broeders dan benijdden hem; doch zijn vader bewaarde deze zaak.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  12. 108. Wat deed hij eerst in Egypte?

    Antw.Hij diende bij Potiphar.

    Bewijstekst: Genesis 39:1
    • Genesis 39:1 Jozef nu werd naar Egypte afgevoerd; en Potifar, een hoveling van Farao, een overste der trawanten, een Egyptisch man, kocht hem uit de hand der Ismaelieten, die hem derwaarts afgevoerd hadden.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  13. 109. Waarom werd hij gevangen?

    Antw.Omdat hem Potiphars vrouw belogen had.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  14. 110. Hoe kwam hij uit de gevangenis?

    Antw.Omdat hij de droomen uitlegde.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  15. 111. Wiens droomen heeft hij uitgelegd?

    Antw.Van den schenker en bakker, die bij hem gevangen waren.

    Bewijstekst: Genesis 40:12-19
    • Genesis 40:12-19 Toen zeide Jozef tot hem: Dit is zijn uitlegging: de drie ranken zijn drie dagen. Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen, en zal u in uw staat herstellen; en gij zult Farao's beker in zijn hand geven, naar de vorige wijze, toen gij zijn schenker waart. Doch gedenk mijner bij uzelven, wanneer het u wel gaan zal, en doe toch weldadigheid aan mij, en doe van mij melding bij Farao, en maak, dat ik uit dit huis kome. Want ik ben diefelijk ontstolen uit het land der Hebreen; en ook heb ik hier niets gedaan, dat zij mij in dezen kuil gezet hebben. Toen de overste der bakkers zag, dat hij een goede uitlegging gedaan had, zo zeide hij tot Jozef: Ik was ook in mijn droom, en zie, drie getraliede korven waren op mijn hoofd. En in den opperste korf was van alle spijze van Farao, die bakkerswerk is; en het gevogelte at dezelve uit de korf, van boven mijn hoofd. Toen antwoordde Jozef, en zeide: Dit is zijn uitlegging: de drie korven zijn drie dagen. Binnen nog drie dagen zal Farao uw hoofd verheffen van boven u, en hij zal u aan een hout hangen, en het gevogelte zal uw vlees van boven u eten.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  16. 112. Hoe ging ’t met hen?

    Antw.De schenker ging vrij, en de bakker werd gehangen.

    Bewijstekst: Genesis 40:21-22
    • Genesis 40:21-22 En hij deed den overste der schenkers wederkeren tot zijn schenkambt, zodat hij den beker op Farao's hand gaf. Maar den overste der bakkers hing hij op; gelijk Jozef hun uitgelegd had.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  17. 113. Waarom ontbood de koning Joseph bij zich?

    Antw.Om zijn droom te verklaren.

    Bewijstekst: Genesis 41:15
    • Genesis 41:15 En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

  18. 114. Hoe oud was Joseph toen?

    Antw.Dertig jaar.

    Bewijstekst: Genesis 41:46
    • Genesis 41:46 Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao's aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.

    Noot. Deze vraag komt uit de druk van H. Boer te Assen (ca. 1880): in de scan van de kopieerbron ontbreekt hier een blad.

Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

In deze les staan Abraham, Jakob en Jozef centraal. De eerste vraag gaat meteen over het belangrijkste: met wie maakte God Zijn genadeverbond? Het antwoord is 'Met Abraham en zijn zaad'. Een verbond is een vaste band die God Zelf legt, met beloften. Het heet genadeverbond, omdat het geheel uit Gods genade voortkomt. God beloofde: "om u te zijn tot een God, en uw zaad na u".

Wie zijn kinderen van Abraham?

Zaad betekent hier nakomelingen. Wie zijn het zaad van Abraham? Borstius antwoordt: 'Die in Christus gelooven'. Paulus schrijft: "indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad". Het gaat dus niet alleen om afstamming. Men kent hen hieraan: 'Dat zij Abrahams werken doen'. De Heere Jezus zei: "Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen". Abrahams werken zijn: God geloven en Hem gehoorzamen. Zo laten Abrahams kinderen zien dat zij werkelijk geloven.

Getroost en beproefd

Het boekje zegt het zo: God troostte Abraham met 'Vrees niet, ik ben uw schild en groote loon'. In de Bijbel staat: "Vrees niet, Abram! Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot". Een schild beschermt in de strijd. God Zelf is zijn bescherming, en God Zelf is zijn loon. Toch beproefde God Abraham ook. Beproeven betekent: op de proef stellen. Volgens het boekje sprak God: 'offer Mij uwen eenigen Zoon'. Dat was Izak, de zoon van de belofte.

Abraham gehoorzaamde en vertrouwde op God. Hij zei: "God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien". God spaarde Izak. Later gaf God Zijn eigen Zoon wel, "Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft".

Jakob worstelt en overwint

De eerste die met God worstelde, was 'Jacob, die daarom Israël heet'. Hoe overwon hij? 'Met weenen en bidden'. Hosea zegt: "hij weende en smeekte Hem". Jakob won niet door zijn kracht. Hij hield zich aan God vast en zei: "Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent". Zo leert God ook nu Zijn kinderen om te bidden en Hem niet los te laten. De zegen blijft een gave van Zijn genade.

Jozef verkocht door zijn broers

Jakob kwam in Egypte, omdat zijn zoon Jozef hem ontbood. Ontbieden betekent: laten komen. De reden was 'den duren tijd'. Dat was een tijd van honger, toen het eten schaars en duur was. Hoe was Jozef daar gekomen? 'Zijne broeders hadden hem verkocht'. Zij deden dat uit nijdigheid. De Bijbel zegt: "Zijn broeders dan benijdden hem".

Van de gevangenis naar het hof

In Egypte diende Jozef eerst bij Potifar. Hij kwam in de gevangenis, 'Omdat hem Potiphars vrouw belogen had'. Hij was onschuldig. In de gevangenis legde hij de dromen uit 'Van den schenker en bakker, die bij hem gevangen waren'. Het liep zoals Jozef gezegd had: 'De schenker ging vrij, en de bakker werd gehangen'.

Zo kwam Jozef ook uit de gevangenis: 'Omdat hij de droomen uitlegde'. De schenker vergat hem eerst. Maar toen Farao, de koning, zelf droomde, liet hij Jozef halen 'Om zijn droom te verklaren'. Jozef was toen dertig jaar. Achteraf zei hij tegen zijn broers: "doch God heeft dat ten goede gedacht". God gebruikte het kwaad van mensen om velen in het leven te houden.

Bijbelse onderbouwing

  • Genesis 17:7

    “En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.”

    God belooft Abraham een eeuwig verbond, om hem en zijn zaad tot een God te zijn, zoals vraag 97 leert.

  • Galaten 3:29

    “En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.”

    Wie van Christus is, hoort bij het zaad van Abraham en is erfgenaam van de belofte.

  • Hosea 12:5

    “Ja, hij gedroeg zich vorstelijk tegen den Engel, en overmocht Hem; hij weende en smeekte Hem. Te Beth-el vond hij Hem, en aldaar sprak Hij met ons;”

    Jakob overwon door te wenen en te smeken, zoals vraag 103 zegt.

  • Genesis 50:20

    “Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.”

    Jozef ziet terug op zijn leven en belijdt dat God het kwaad van zijn broers ten goede gedacht heeft.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Waarom troostte God Abraham juist met de woorden dat Hij zijn schild en loon is?
  2. Wat leert de worsteling van Jakob over hoe een mens de zegen van God ontvangt?
  3. Hoe bleef Jozef op God vertrouwen toen hij onschuldig in de gevangenis zat?
  4. Waar heeft u in uw eigen leven gezien dat God iets moeilijks ten goede kan keren?

Samen leren thuis

Vertel of lees het verhaal van Jozef verdeeld over een paar avonden, van de droom over de schoven tot de ontmoeting met zijn broers. Laat de kinderen bij elke stap zeggen waar Jozef was en wie hem hielp. Lees tot slot Genesis 50:20 en leer samen vraag 100 uit het hoofd. Zo leren de kinderen dat God Zijn kinderen ook in moeilijke tijden niet vergeet.

Bijbelse personen