Ga naar hoofdinhoud
Oude TestamentOnbekend (geslachtsregister van Juda)

Jabez in de Bijbel

Jabez (יַעְבֵּץ, Hebreeuws) - “In de tekst verbonden met smart”

Wie was Jabez?

Jabez was een man uit de stam Juda, genoemd in 1 Kronieken 4:9-10. Zijn moeder noemde hem zo omdat zij hem met smarten had gebaard. Hij bad de God Israëls om zegen, een groter gebied, Gods hand en bewaring tegen het kwade, en God gaf hem wat hij vroeg.

Jabez komt alleen voor in 1 Kronieken 4:9-10. Die twee verzen staan in een lange lijst met namen van nakomelingen van Juda. Waar de lijst verder bijna alleen namen noemt, staat hier ineens een korte geschiedenis: "Jabez nu was heerlijker dan zijn broeders; en zijn moeder had zijn naam Jabez genoemd, zeggende: Want ik heb hem met smarten gebaard" (1 Kronieken 4:9). Daarop volgt zijn gebed en de verhoring. De Statenvertaling spelt de naam Jabez, net als wij. Wie zijn vader was, zegt de tekst niet. Hij staat direct na de familie van Koz, maar of hij daartoe behoorde, is onzeker. Ook wie zijn broeders waren, wordt niet vermeld. Het gebed van Jabez is in onze tijd bekend geworden door een veelgelezen boekje dat aanraadde het dagelijks te bidden, met de verwachting dat God daarop zegen en meer invloed zou geven. Deze pagina leest de tekst zelf. Jabez bad niet volgens een formule, en de Bijbel noemt zijn gebed niet als voorbeeld dat wij woordelijk moeten herhalen. Wel laat zij zien dat de God Israëls een man hoorde die met een zwaar begin tot Hem riep. Jabez is niet te verwarren met de plaats Jabes, waar families van schrijvers woonden (1 Kronieken 2:55), en evenmin met Jabes in Gilead, de stad die Saul bevrijdde (1 Samuël 11:1).

Historische context

Wanneer Jabez leefde, is onbekend. Hij staat in het geslachtsregister van Juda in 1 Kronieken 4, dat begint met de zonen van Juda (1 Kronieken 4:1) en verderop Othniël noemt, de eerste richter (1 Kronieken 4:13). Daarom plaatsen veel uitleggers Jabez in de tijd van de verovering of van de richters. Dat blijft een gissing: het register volgt niet steeds de tijdsvolgorde, en de tekst geeft geen jaartal of tijdgenoot. In de Talmoed (Temoera 16a) wordt Jabez gelijkgesteld met Othniël. De Bijbel zegt dat nergens, en de meeste christelijke uitleggers houden het op twee verschillende personen. De naam Jabez wordt in vers 9 verbonden met de smart van zijn moeder. In het Hebreeuws klinkt het woord voor smart door in zijn naam; uitleggers wijzen erop dat de letters bijna dezelfde zijn, in een andere volgorde. Wij nemen dat als een woordspel van de tekst, niet als een vaste verklaring van de naam. Namen die aan pijn bij de geboorte herinneren, komen vaker voor. Rachel noemde haar zoon bij haar sterven Ben-oni, maar Jakob noemde hem Benjamin (Genesis 35:18). Een naam met zo'n lading kon als een last gevoeld worden. Zijn gebed vraagt onder meer om meer "landpale", dat is grondgebied. In Israël was land geen bezit naar eigen keuze, maar een erfdeel dat God bij lot aan de stammen had gegeven (Jozua 15:1). Wie om een groter gebied vroeg, vroeg dus om meer van wat God aan Juda had beloofd. De boeken Kronieken zijn geschreven na de ballingschap, voor een volk dat terugkeerde naar een klein en arm land (zie 1 Kronieken 9:1-3 en het geslacht van Zerubbabel in 1 Kronieken 3:19). Uitleggers denken dat de korte notitie over Jabez voor de eerste lezers een bemoediging was: ook wie met smart begint, mag de God Israëls om zegen en een plaats in het land vragen.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Biddend: hij riep de God Israëls aan (1 Kronieken 4:10)
  • Afhankelijk: hij vroeg niet alleen om zegen, maar ook om Gods hand met hem (1 Kronieken 4:10)
  • Geacht: hij was heerlijker dan zijn broeders (1 Kronieken 4:9)

Theologische betekenis

Het gebed van Jabez richt zich tot "den God Israels" (1 Kronieken 4:10). Jabez bidt niet tot een onbekende macht, maar tot de God van het verbond, die Juda zijn erfdeel had gegeven. Daarin ligt de vrijmoedigheid van zijn vragen. Het gebed heeft vier delen: dat God hem rijkelijk zegent, dat Hij zijn landpale vermeerdert, dat Gods hand met hem is en dat God het kwade zo maakt "dat het mij niet smarte". Het laatste deel grijpt terug op zijn naam. Wat bij zijn geboorte over hem werd uitgesproken, legt hij in Gods hand. In het Hebreeuws is de zin bovendien onaf: na het "Indien" volgt geen hoofdzin. Sommige uitleggers lezen het als een gelofte die niet wordt uitgesproken, zoals de gelofte van Jakob begint met "Wanneer God met mij geweest zal zijn" (Genesis 28:20); anderen als een wens, zoals: och, of Gij mij zegent. In de Statenvertaling begint vers 10 met "Want"; de vertalers lazen zijn gebed zo als de reden waarom hij heerlijker was dan zijn broeders. Het Hebreeuws verbindt de verzen met een eenvoudig "en", dus die samenhang is uitleg, al laat zij het verband goed spreken: wat Jabez onderscheidde, zou dan zijn omgang met God zijn. De verhoring is sober: "En God liet komen, wat hij begeerde." Dat zegt iets over God, niet over een werkwijze. Wie er een vaste formule voor voorspoed in leest, gaat aan het verband voorbij. Jakobus waarschuwt: "Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt" (Jakobus 4:3), en Johannes schrijft dat God verhoort als wij "iets bidden naar Zijn wil" (1 Johannes 5:14). Ook de Psalmen spreken over de bewaring waar Jabez om vroeg: "De HEERE zal u bewaren van alle kwaad" (Psalm 121:7). Dat is een belofte aan wie op de HEERE vertrouwt, geen uitkomst van een formule.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Jabez (יַעְבֵּץ, Hebreeuws)

Betekenis

In de tekst verbonden met smart

Sleutelmomenten

1

In het geslachtsregister van Juda

1 Kronieken 4 opent met de zonen van Juda. Jabez wordt in deze lijst genoemd, zonder dat zijn vader of zijn tijd vermeld wordt.

1 Kronieken 4:1

2

Geboren met smarten

Zijn moeder noemt hem Jabez, "Want ik heb hem met smarten gebaard". De tekst zegt dat hij heerlijker was dan zijn broeders.

1 Kronieken 4:9

3

Zijn gebed en Gods antwoord

Jabez roept de God Israëls aan om zegen, een groter gebied, Gods hand met hem en bewaring tegen het kwade. God geeft hem wat hij vraagt.

1 Kronieken 4:10

4

Vlak bij Othniël

Drie verzen later noemt het register Othniël, de zoon van Kenaz. Daarom plaatsen veel uitleggers Jabez rond de tijd van de verovering of de richters.

1 Kronieken 4:13

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Jabez beter te begrijpen.

1 Kronieken 4:9

“Jabez nu was heerlijker dan zijn broeders; en zijn moeder had zijn naam Jabez genoemd, zeggende: Want ik heb hem met smarten gebaard.”

De enige gegevens over zijn afkomst: een naam die herinnert aan smart, en een aanzien boven zijn broeders.

1 Kronieken 4:10

“Want Jabez riep den God Israels aan, zeggende: Indien Gij mij rijkelijk zegenen, en mijn landpale vermeerderen zult, en Uw hand met mij zijn zal, en met het kwade alzo maakt, dat het mij niet smarte! En God liet komen, wat hij begeerde.”

Het gebed van Jabez en de verhoring, in de woorden van de Statenvertaling.

Genesis 35:18

“En het geschiedde, als haar ziel uitging (want zij stierf), dat zij zijn naam noemde Ben-oni; maar zijn vader noemde hem Benjamin.”

Een andere naam uit geboortesmart. Bij Benjamin gaf de vader een nieuwe naam; bij Jabez bracht de zoon zijn naam in gebed bij God.

Spreuken 10:22

“De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.”

Een spreuk die aansluit bij beide delen van het gebed: zegen van de HEERE en een leven zonder toegevoegde smart.

Psalm 121:7

“De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.”

De bewaring waar Jabez om vroeg, beloofd aan wie op de HEERE vertrouwt.

1 Johannes 5:14

“En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.”

Het nieuwtestamentische kader voor ieder gebed om zegen: vrijmoedig, en naar Gods wil.

Tijdperiode

Onbekend (geslachtsregister van Juda)

Jabez leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Jabez begon zijn leven met een naam die aan smart herinnerde. Velen dragen iets mee uit hun begin: een moeilijke geboorte, een gebroken gezin, een verleden dat zwaar weegt. Jabez bleef daar niet bij staan, maar riep de God Israëls aan. Ook wij mogen wat ons van huis uit drukt, bij God brengen. Wij mogen God ook om zegen vragen, voor ons werk, ons gezin en de plaats die Hij ons gaf. Dat is geen hebzucht wanneer wij erbij vragen: "Uw hand met mij". Wie om meer vraagt zonder Gods hand, vraagt om een last. Tegelijk leert het verband ons nuchterheid. De Bijbel maakt van dit gebed geen formule. Het Onze Vader leert ons eerst te bidden: "Uw Naam worde geheiligd" en "Uw wil geschiede" (Mattheüs 6:9-10), en pas daarna om dagelijks brood. Gods antwoord kan anders zijn dan wij vragen, en ook dan is Hij goed. Van Jabez weten wij bijna niets, behalve dat hij bad en verhoord werd. Dat is genoeg om in de Bijbel genoemd te worden.

Veelgestelde vragen over Jabez

Wie was Jabez in de Bijbel?
Jabez was een man uit de stam Juda, genoemd in 1 Kronieken 4:9-10. Zijn moeder gaf hem zijn naam omdat zij hem met smarten had gebaard, en de tekst zegt dat hij heerlijker was dan zijn broeders. Hij riep de God Israëls aan om zegen, een groter gebied, Gods hand met hem en bewaring tegen het kwade. "En God liet komen, wat hij begeerde" (1 Kronieken 4:10). Meer zegt de Bijbel niet over hem.
Wat is het gebed van Jabez?
Het gebed van Jabez staat in 1 Kronieken 4:10: "Indien Gij mij rijkelijk zegenen, en mijn landpale vermeerderen zult, en Uw hand met mij zijn zal, en met het kwade alzo maakt, dat het mij niet smarte!" Hij vraagt om zegen, een groter grondgebied, Gods nabijheid en bewaring tegen het kwade. Het vers eindigt met de verhoring: "En God liet komen, wat hij begeerde." Het gebed richt zich tot de God Israëls, de God van het verbond.
Wat betekent de naam Jabez?
De tekst zelf verbindt de naam met smart: zijn moeder noemde hem Jabez, "zeggende: Want ik heb hem met smarten gebaard" (1 Kronieken 4:9). In het Hebreeuws klinkt het woord voor smart door in de naam, als een woordspel. Een vaste taalkundige verklaring geven wij daarom niet. Opvallend is dat Jabez in zijn gebed vraagt dat het kwade hem "niet smarte" (1 Kronieken 4:10): hij legt de last van zijn naam bij God neer.
Waar staat Jabez in de Bijbel?
Jabez staat alleen in 1 Kronieken 4:9-10, in het geslachtsregister van de stam Juda. Elders in de Bijbel, ook in het Nieuwe Testament, komt hij niet voor. De Statenvertaling spelt zijn naam Jabez. Over zijn vader, zijn broeders, zijn woonplaats of zijn dood vertelt de tekst niets; de twee verzen geven alleen zijn naam, zijn aanzien, zijn gebed en Gods antwoord.
Wanneer leefde Jabez?
Dat is onbekend. Jabez staat in het geslachtsregister van Juda in 1 Kronieken 4, waar enkele verzen later Othniël genoemd wordt, de eerste richter (1 Kronieken 4:13). Daarom plaatsen veel uitleggers hem in de tijd van de verovering of van de richters. Het register geeft echter geen jaartal en volgt niet altijd de tijdsvolgorde. In de Talmoed (Temoera 16a) wordt Jabez gelijkgesteld met Othniël, maar de Bijbel zegt dat niet.
Wat betekent het dat Jabez "heerlijker dan zijn broeders" was?
Heerlijker betekent hier: meer geëerd, van groter aanzien. De tekst zegt niet waarin dat aanzien bestond of wie zijn broeders waren (1 Kronieken 4:9). In de Statenvertaling begint het volgende vers met "Want Jabez riep den God Israels aan" (1 Kronieken 4:10). Zo leest de vertaling zijn gebed als de reden van zijn aanzien: wat hem onderscheidde, zou dan zijn omgang met God zijn. Het Hebreeuws heeft daar een eenvoudig "en", dus dat verband is uitleg.
Belooft het gebed van Jabez rijkdom?
Nee. 1 Kronieken 4:10 vertelt dat God het gebed van Jabez verhoorde, maar geeft geen belofte dat ieder die deze woorden herhaalt rijkdom of invloed ontvangt. Elders zegt de Bijbel: "Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt" (Jakobus 4:3), en dat God verhoort als wij bidden "naar Zijn wil" (1 Johannes 5:14). De zegen die Jabez vroeg, ging samen met de vraag om Gods hand en bewaring tegen het kwade.
Mogen wij het gebed van Jabez bidden?
Wij mogen God, net als Jabez, om zegen, Zijn nabijheid en bewaring vragen. Dat leert ook het Onze Vader, met de vragen om dagelijks brood en "verlos ons van den boze" (Mattheüs 6:13). Maar de Bijbel geeft het gebed van Jabez niet als vaste formule. Het Onze Vader begint met Gods naam, Gods koninkrijk en "Uw wil geschiede" (Mattheüs 6:10). Wie in die volgorde bidt, kan ook de vragen van Jabez meebidden.
Is Jabez dezelfde als de plaats Jabes?
Nee. In 1 Kronieken 2:55 gaat het om een plaats, die de Statenvertaling Jabes noemt: "de huisgezinnen der schrijvers, die te Jabes woonden". In het Hebreeuws is het dezelfde naam als die van Jabez. Of de plaats naar hem genoemd is, zegt de tekst niet. Jabes in Gilead, de stad die Saul van de Ammonieten bevrijdde (1 Samuël 11:1), heeft in het Hebreeuws een andere naam en ligt aan de overkant van de Jordaan.
Wat kunnen wij leren van Jabez?
Jabez leert ons dat een moeilijk begin niet het laatste woord heeft. Hij droeg een naam die aan smart herinnerde, maar riep de God Israëls aan en werd verhoord (1 Kronieken 4:10). Wij mogen God om zegen vragen, mits wij Zijn hand erbij zoeken en niet alleen Zijn gaven. En wij leren nuchterheid: het gebed van Jabez is geen formule voor voorspoed, maar het getuigenis van een man die afhankelijk van God leefde.

Stel een vraag over Jabez

Wilt u meer weten over Jabez? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Jabez

Verdiep u verder