Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~730 v.Chr.

Hosea, de koning van Israël in de Bijbel

Hosea (הוֹשֵׁעַ, Hebreeuws) - “Redding, heil”

Wie was Hosea, de koning van Israël?

Hosea, de zoon van Ela, was de laatste koning van het noordrijk Israël. Hij doodde Pekah, regeerde negen jaar in Samaria en werd schatplichtig aan Salmaneser van Assyrië. Toen hij steun zocht bij Egypte, werd Samaria belegerd en ingenomen en werd Israël weggevoerd (2 Koningen 17:1-6).

Koning Hosea staat in 2 Koningen 15:30, 2 Koningen 17:1-6 en 2 Koningen 18:1 en 18:9-12. In 2 Koningen 15:30 en 17:1 heet hij "Hosea, de zoon van Ela"; ook 2 Koningen 18:1 en 18:9 noemen zijn vader. Zijn vader Ela is niet dezelfde als koning Ela, de zoon van Baësa, die anderhalve eeuw eerder in Thirza regeerde (1 Koningen 16:8). Hosea is de laatste in de rij van koningen van het tienstammenrijk. Hij kwam aan de macht door Pekah te doden, zoals verscheidene koningen voor hem door moord op de troon kwamen. Hij moest zich buigen voor Assyrië, zocht daarna hulp bij Egypte en verloor alles. Na een beleg van drie jaar viel Samaria, en Israël werd weggevoerd naar Assyrië. Wat er met Hosea zelf gebeurde, nadat hij gevangengezet was, vertelt de Bijbel niet. Koning Hosea is niet te verwarren met de profeet Hosea, de zoon van Beeri, die in dezelfde eeuw in Israël profeteerde en het boek Hosea naliet. De kanttekeningen bij Hosea 1:1 wijzen zelf op het verschil. Hij is ook niet te verwarren met Jozua, die eerst Hosea heette: "en Mozes noemde Hosea, den zoon van Nun, Jozua" (Numeri 13:16). De Bijbel noemt nog enkele andere mannen met deze naam, zoals een overste over de kinderen van Efraïm onder David (1 Kronieken 27:20).

Niet te verwarren met Hosea, de profeet, de zoon van Beëri, die met Gomer trouwde (Hosea 1:1-3).

Historische context

Hosea regeerde in de tweede helft van de achtste eeuw v.Chr., aan het eind van het noordrijk. De val van Samaria wordt meestal rond 722 v.Chr. gedateerd. De Bijbel noemt verschillende ijkpunten. Volgens 2 Koningen 15:30 werd hij koning "in het twintigste jaar van Jotham", volgens 2 Koningen 17:1 in het twaalfde jaar van Achaz, en Hiskia (in de Statenvertaling Hizkia) werd koning in Hosea's derde jaar (2 Koningen 18:1). De kanttekeningen geven twee verklaringen, onder meer dat Hosea eerst zelfstandig regeerde en daarna negen jaar als schatplichtige van Assyrië. Assyrië was de grootmacht van die tijd. Al onder Pekah had Tiglath-Pilezer Galilea en Gilead ingenomen en de bewoners weggevoerd (2 Koningen 15:29). In een inscriptie van Tiglath-Pilezer zegt de Assyrische koning dat Pekah werd afgezet en dat hij Hosea als koning over Israël aanstelde en schatting van hem ontving. Volgens 2 Koningen 15:30 doodde Hosea Pekah zelf, mogelijk met Assyrische steun. Zijn opvolger Salmaneser trok tegen Hosea op en maakte hem tot zijn knecht (2 Koningen 17:3). Hosea probeerde aan Assyrië te ontkomen door boden te sturen naar "So, den koning van Egypte" (2 Koningen 17:4). Wie So was, is onzeker. Egypte hielp niet. De koning van Assyrië zette Hosea gevangen en belegerde Samaria drie jaar. Wanneer Hosea precies gevangengezet werd, vóór of tijdens het beleg, zegt de tekst niet; de kanttekeningen denken aan het negende jaar. Assyrische bronnen laten Sargon II, de opvolger van Salmaneser, de inname van Samaria op zijn naam zetten. Wie de stad precies innam, is daarom omstreden; de Bijbel noemt Salmaneser bij het beleg en zegt bij de inname "de koning van Assyrie" (2 Koningen 17:6). De bevolking werd weggevoerd naar Halah, Habor aan de rivier Gozan en de steden der Meden (2 Koningen 17:6). In hun plaats bracht de koning van Assyrië volken uit Babel, Chuta, Avva, Hamath en Sefarvaim, die de Heere vreesden en tegelijk hun eigen goden dienden (2 Koningen 17:24-33).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Deed minder kwaad dan de koningen van Israël voor hem (2 Koningen 17:2)

−Zwakke kanten

  • Kwam aan de macht door samenzwering en moord (2 Koningen 15:30)
  • Zocht redding bij Assyrië en Egypte in plaats van bij de Heere (2 Koningen 17:3-4)

Theologische betekenis

Na het verslag van de val van Samaria stopt de schrijver van Koningen het verhaal en geeft hij Gods eigen verklaring (2 Koningen 17:7-23). Die begint met: "Want het was geschied, dat de kinderen Israels gezondigd hadden tegen den HEERE, hun God, Die hen uit Egypteland opgebracht had" (2 Koningen 17:7). Daarna volgt een lange aanklacht: hoogten, beelden en bossen, Baäldienst, waarzeggerij en het offeren van kinderen. Bovenal: zij hoorden niet naar de profeten die de Heere zond om te zeggen: "Bekeert u van uw boze wegen" (2 Koningen 17:13). Opvallend is dat het oordeel komt onder een koning van wie staat: "evenwel niet, als de koningen van Israel, die voor hem geweest waren" (2 Koningen 17:2). Het eind van Israël was dus niet alleen de schuld van Hosea. De wortel lag bij Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël afdreef "van achter den HEERE" (2 Koningen 17:21), en het volk week daar nooit van af. 2 Koningen 18:12 vat het samen: zij hadden "Zijn verbond overtreden". De profeten hadden het aangekondigd. De profeet Hosea, een tijdgenoot van de koning, schreef: "zij roepen Egypte aan, zij gaan henen tot Assur" (Hosea 7:11). Hij zei ook: "Ik gaf u een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid" (Hosea 13:11). De kanttekeningen verstaan dit eerst van Saul, maar vermelden dat sommigen het betrekken op Hosea, de laatste koning der tien stammen, in wie het koninkrijk van Israël een einde nam; anderen denken aan de koningen van de tien stammen in het algemeen. Toch is dit niet het einde van Gods beloften. Juda bleef nog bestaan, en de profeten spraken van een dag waarop de kinderen van Juda en Israël samen vergaderd zouden worden onder één hoofd (Hosea 1:11).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Hosea (הוֹשֵׁעַ, Hebreeuws)

Betekenis

Redding, heil

Sleutelmomenten

1

Samenzwering tegen Pekah

Hosea, de zoon van Ela, maakt een verbintenis tegen Pekah, de zoon van Remalia. Hij slaat hem, doodt hem en wordt koning in zijn plaats.

2 Koningen 15:30

2

Koning in Samaria

Hosea regeert negen jaar over Israël in Samaria. Hij doet wat kwaad is in de ogen van de Heere, maar niet zoals de koningen die voor hem waren.

2 Koningen 17:1-2

3

Knecht van Salmaneser

Salmaneser, de koning van Assyrië, trekt tegen hem op. Hosea wordt zijn knecht en geeft hem jaarlijks een geschenk, dat is schatting.

2 Koningen 17:3

4

Boden naar So, koning van Egypte

Hosea zendt boden naar So, de koning van Egypte, en brengt de schatting niet meer op. De koning van Assyrië ontdekt de samenzwering en zet hem gevangen.

2 Koningen 17:4

5

Samaria drie jaar belegerd

De koning van Assyrië trekt op naar Samaria en belegert de stad drie jaar. Volgens 2 Koningen 18:9-10 begon het beleg in het zevende jaar van Hosea en werd de stad in zijn negende jaar ingenomen, het zesde jaar van Hiskia.

2 Koningen 17:5

6

Israël weggevoerd

De koning van Assyrië voert Israël weg en laat hen wonen in Halah, in Habor aan de rivier Gozan en in de steden der Meden. Het tienstammenrijk houdt op te bestaan.

2 Koningen 17:6

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Hosea, de koning van Israël beter te begrijpen.

2 Koningen 15:30

“En Hosea, de zoon van Ela, maakte een verbintenis tegen Pekah, den zoon van Remalia, en sloeg hem, en doodde hem, en werd koning in zijn plaats; in het twintigste jaar van Jotham, den zoon van Uzzia.”

Hosea komt aan de macht door samenzwering, zoals meer koningen van het noordrijk in deze onrustige jaren.

2 Koningen 17:2

“En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; evenwel niet, als de koningen van Israel, die voor hem geweest waren.”

Het oordeel over Hosea is mild vergeleken met dat over zijn voorgangers. De kanttekeningen denken aan minder afgoderij.

2 Koningen 17:4

“Maar de koning van Assyrie bevond een verbintenis in Hosea, dat hij tot So, den koning van Egypte, boden gezonden had, en het geschenk aan den koning van Assyrie niet als te voren van jaar tot jaar opbracht; zo besloot hem de koning van Assyrie, en bond hem in het gevangenhuis.”

De gok op Egypte mislukt. Na dit vers verdwijnt Hosea uit het verhaal.

2 Koningen 17:6

“In het negende jaar van Hosea, nam de koning van Assyrie Samaria in, en voerde Israel weg in Assyrie, en deed ze wonen in Halah, en in Habor, aan de rivier Gozan, en in de steden der Meden.”

Het einde van het tienstammenrijk. Dezelfde plaatsen worden genoemd in 2 Koningen 18:11.

2 Koningen 17:13

“Als nu de HEERE tegen Israel en tegen Juda, door den dienst van alle profeten, van alle zieners, betuigd had, zeggende: Bekeert u van uw boze wegen en houdt Mijn geboden, en Mijn inzettingen, naar al de wet, die Ik uw vaderen geboden heb, en die Ik tot u door de hand van Mijn knechten, de profeten, gezonden heb;”

Uit Gods eigen verklaring van de val: Israël was gewaarschuwd door alle profeten.

2 Koningen 18:12

“Daarom dat zij de stem des HEEREN, huns Gods, niet waren gehoorzaam geweest, maar Zijn verbond overtreden hadden; en al wat Mozes, de knecht des HEEREN, geboden had, dat hadden zij niet gehoord, noch gedaan.”

De korte samenvatting van de oorzaak, in het verslag van de regering van Hiskia.

Tijdperiode

~730 v.Chr.

Hosea, de koning van Israël leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Koning Hosea leert ons dat een minder slechte keuze nog geen goede keuze is. Hij was niet de ergste koning van Israël, maar hij keerde niet terug tot de Heere. Dat het met ons meevalt in vergelijking met anderen, zegt weinig. De vraag is of wij God zoeken. Zijn politiek laat zien hoe het gaat als wij steun zoeken bij machten in plaats van bij God. Hosea boog voor Assyrië en zocht daarna Egypte. Egypte hielp hem niet, en Assyrië werd zijn rechter. Ook wij kunnen onze zekerheid zoeken in geld, invloed of mensen. De profeet Hosea noemde Efraïm daarom een botte duif, zonder hart (Hosea 7:11). Het einde van Samaria toont dat Gods geduld lang is, maar niet eindeloos. Eeuwenlang zond God profeten. Wie vandaag Gods Woord hoort, mag niet denken dat er altijd een volgende kans komt. Ten slotte laat het verhaal zien dat zonde doorwerkt. De wortel van de val lag bij Jerobeam, generaties eerder. Wat wij nalaten, raakt wie na ons komen, ten kwade, maar door Gods genade ook ten goede.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Hosea, de koning van Israël

Wie was Hosea, de koning van Israël, in de Bijbel?
Hosea, de zoon van Ela, was de laatste koning van het tienstammenrijk Israël. Hij werd koning door Pekah te doden (2 Koningen 15:30) en regeerde negen jaar in Samaria. Hij werd schatplichtig aan Salmaneser van Assyrië, zocht daarna steun bij So van Egypte en werd gevangengezet. Na een beleg van drie jaar viel Samaria en werd Israël naar Assyrië weggevoerd (2 Koningen 17:1-6).
Is koning Hosea dezelfde als de profeet Hosea?
Nee. De profeet Hosea was de zoon van Beeri (Hosea 1:1); de koning was de zoon van Ela. Zij leefden wel in dezelfde eeuw, en de profeet sprak in de laatste jaren van het noordrijk over de koningen van Samaria. De kanttekeningen bij Hosea 1:1 noemen beide mannen en ook Jozua, die eerst Hosea heette (Numeri 13:16), om het verschil duidelijk te maken.
Waar staat koning Hosea in de Bijbel?
Koning Hosea staat in 2 Koningen 15:30, waar hij Pekah doodt, in 2 Koningen 17:1-6, het verslag van zijn regering en de val van Samaria, en in 2 Koningen 18:1 en 18:9-12, waar zijn regeringsjaren gekoppeld worden aan die van Hiskia van Juda. Kronieken noemt hem niet, omdat dat boek vooral de geschiedenis van Juda volgt.
Hoe werd Hosea koning van Israël?
Hosea maakte een samenzwering tegen koning Pekah, de zoon van Remalia, sloeg hem en doodde hem (2 Koningen 15:30). Dat gebeurde kort nadat de Assyrische koning Tiglath-Pilezer Galilea en Gilead had ingenomen. In een inscriptie van Tiglath-Pilezer zegt de Assyrische koning dat hij Hosea daarna als koning over Israël aanstelde en schatting van hem ontving. Dat is Assyrische zelfpresentatie; beide berichten kunnen samengaan als Hosea met Assyrische steun handelde.
Wie was Salmaneser in de Bijbel?
Salmaneser was de koning van Assyrië die tegen Hosea optrok en hem tot zijn knecht maakte (2 Koningen 17:3). Toen Hosea steun zocht bij Egypte, zette hij hem gevangen en belegerde hij Samaria drie jaar (2 Koningen 18:9-10). Assyrische bronnen schrijven de inname aan zijn opvolger Sargon II toe; welke koning de stad precies innam, is onder historici omstreden.
Wie was So, de koning van Egypte?
So wordt alleen in 2 Koningen 17:4 genoemd, als de koning van Egypte bij wie Hosea hulp zocht tegen Assyrië. Wie hij was, is onzeker. De kanttekeningen bij de Statenvertaling denken aan een farao die in oude geschiedschrijving Sabachos heet. Latere historici noemen andere kandidaten. Vast staat alleen dat Egypte Israël niet redde.
Waarom viel Samaria?
De Bijbel geeft zelf het antwoord in 2 Koningen 17:7-23. Israël had tegen de Heere gezondigd, andere goden gediend, beelden en hoogten gemaakt en niet geluisterd naar de profeten die riepen: "Bekeert u van uw boze wegen" (2 Koningen 17:13). De wortel lag bij Jerobeam, de zoon van Nebat, en zijn gouden kalveren. 2 Koningen 18:12 vat het samen: zij hadden Gods verbond overtreden.
Hoe lang regeerde Hosea en wanneer viel Samaria?
De Bijbel zegt dat Hosea negen jaar regeerde (2 Koningen 17:1) en dat Samaria in zijn negende jaar viel, in het zesde jaar van Hiskia (2 Koningen 18:10). Een jaartal geeft de Bijbel niet; de val wordt meestal rond 722 v.Chr. gedateerd. De verschillende ijkpunten in 2 Koningen 15:30 en 17:1 zijn lastig te verenigen; de kanttekeningen geven daarvoor twee mogelijke verklaringen.
Wat kunnen wij leren van koning Hosea?
Wij leren van koning Hosea dat minder slecht zijn dan anderen nog geen bekering is. Hij zocht redding bij Assyrië en Egypte, maar niet bij de Heere. Egypte hielp hem niet, en Assyrië werd zijn rechter. Zijn geschiedenis laat ook zien dat Gods geduld lang is, maar dat Hij Zijn woord door de profeten uiteindelijk doet uitkomen.

Stel een vraag over Hosea, de koning van Israël

Wilt u meer weten over Hosea, de koning van Israël? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Hosea, de koning van Israël

Verdiep u verder