Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~2000 v.Chr.

Eliëzer in de Bijbel

Eliezer (אֱלִיעֶזֶר, Hebreeuws) - “Mijn God is hulp”

Wie was Eliëzer?

Eliëzer was de bezorger van het huis van Abram, afkomstig uit Damaskus. Zolang Abram kinderloos was, zou hij erfgenaam worden: "de bezorger van mijn huis is deze Damaskener Eliezer" (Genesis 15:2). God beloofde Abram een eigen zoon. Of Eliëzer de knecht uit Genesis 24 was, zegt de tekst niet.

Eliëzer komt in de Bijbel als knecht van Abram maar in één vers voor: Genesis 15:2. Abram noemt hem "deze Damaskener Eliezer" en "de bezorger van mijn huis". In het volgende vers spreekt hij over "de zoon van mijn huis" die zijn erfgenaam zal zijn (Genesis 15:3). God antwoordt dat niet deze man, maar een zoon uit Abrams eigen lijf zijn erfgenaam zal worden (Genesis 15:4). Meer zegt de Bijbel met zoveel woorden niet over hem. Toch is Eliëzer bekend geworden door een ander hoofdstuk. In Genesis 24 stuurt Abraham "zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had" naar Mesopotamië om een vrouw voor Izak te zoeken (Genesis 24:2). Die knecht krijgt in het hele hoofdstuk geen naam. Dat het Eliëzer was, is een oude en begrijpelijke veronderstelling, maar geen gegeven van de tekst. Op deze pagina noemen wij hem daarom de knecht van Abraham, ook als wij over Genesis 24 spreken. Niet te verwarren met andere mannen die Eliëzer heetten: de tweede zoon van Mozes (Exodus 18:4), de profeet Eliëzer, de zoon van Dodava, die tegen koning Josafat profeteerde (2 Kronieken 20:37), en een Eliezer in het geslachtsregister van Jezus (Lukas 3:29). Het verhaal zelf staat bij het bijbelverhaal Een bruid voor Izak.

Historische context

Eliëzer leefde in de tijd van Abraham, die doorgaans rond 2000 v.Chr. geplaatst wordt; een precies jaartal is niet te geven. Genesis 15 speelt zich af in Kanaän, enige tijd na de strijd tegen de koningen in Genesis 14 en vóór de geboorte van Ismaël. Abram had een groot huishouden. Toen Lot gevangen was genomen, wapende hij "zijn onderwezenen, de ingeborenen van zijn huis, driehonderd en achttien" (Genesis 14:14). Over Eliëzer zegt de tekst dat hij uit Damaskus kwam en het huis bestuurde. De Hebreeuwse zin in Genesis 15:2 is moeilijk en wordt verschillend vertaald; de Statenvertaling geeft "deze Damaskener Eliezer". Een latere joodse uitleg merkt op dat de getalswaarde van de naam Eliëzer in het Hebreeuws 318 is, en verbindt hem zo met Genesis 14:14. Dat is een spel met getallen, geen uitleg die de tekst zelf geeft. Dat een kinderloze man een knecht of huisgenoot als erfgenaam aanwees, past bij wat over het oude Nabije Oosten bekend is. Uitleggers wijzen vaak op kleitabletten uit Mesopotamië (onder meer uit Nuzi) waarin een kinderloos echtpaar iemand aanneemt die hen verzorgt en later erft. De vergelijking is gangbaar, al blijft onzeker hoe precies zij op Abram past. Tussen Genesis 15 en Genesis 24 ligt veel tijd. Abram was zesentachtig bij de geboorte van Ismaël (Genesis 16:16), honderd bij de geboorte van Izak (Genesis 21:5), en Izak was veertig toen hij Rebekka trouwde (Genesis 25:20). Wie die getallen volgt, komt op meer dan vijftig jaar tussen beide hoofdstukken. Ook dat maakt voorzichtig met de gedachte dat de knecht van Genesis 24 dezelfde man was.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Bezorgde het huis van Abram en had zijn vertrouwen (Genesis 15:2)
  • De knecht van Genesis 24 (niet bij naam genoemd) begon met gebed en gaf God de eer toen zijn weg slaagde (Genesis 24:12; Genesis 24:27)

Theologische betekenis

Eliëzer staat in de Bijbel op het moment dat Abram worstelt met het uitblijven van de belofte. God had hem een groot volk beloofd (Genesis 12:2), maar hij had geen kind. Zijn vraag is eerlijk: "wat zult Gij mij geven, daar ik zonder kinderen heenga" (Genesis 15:2). Eliëzer was de menselijke oplossing: een trouwe bestuurder uit zijn huis. God wijst die oplossing af en belooft meer: "die uit uw lijf voortkomen zal, die zal uw erfgenaam zijn" (Genesis 15:4). Daarop volgt een van de kernverzen van de Bijbel: "En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid" (Genesis 15:6). Paulus haalt dat aan (Romeinen 4:3; Galaten 3:6) om te laten zien dat de rechtvaardiging uit het geloof is. Het erfdeel van Abraham komt niet door afspraken of verdiensten, maar door de belofte: "indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen" (Galaten 3:29). In Genesis 24 laat de knecht van Abraham zien hoe een dienaar Gods leiding zoekt. Hij bidt, wacht, merkt op en dankt. Hij zegt zelf over Abraham en Izak: "hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft" (Genesis 24:36). Wie hem met Eliëzer vereenzelvigt, ziet hier de man die ooit erfgenaam leek te worden, nu in dienst van de erfgenaam. Dat is een mooie gedachte, maar zij rust op een veronderstelling; de tekst zelf legt het verband niet.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Eliezer (אֱלִיעֶזֶר, Hebreeuws)

Betekenis

Mijn God is hulp

Sleutelmomenten

1

Bezorger en beoogd erfgenaam

Abram klaagt dat hij kinderloos is en dat de Damaskener Eliëzer, de bezorger van zijn huis, zijn erfgenaam zal worden. God antwoordt: "Deze zal uw erfgenaam niet zijn" (Genesis 15:4).

Genesis 15:2-3

2

De knecht zweert een eed

Abraham laat de oudste knecht van zijn huis zweren dat hij voor Izak geen vrouw uit de Kanaänieten neemt, maar uit zijn familie. De tekst noemt de knecht niet bij naam.

Genesis 24:2-9

3

Gebed bij de waterput

Bij de stad van Nahor vraagt de knecht God om een teken: de vrouw die ook zijn kamelen te drinken geeft. Nog voor hij uitgesproken is, komt Rebekka.

Genesis 24:12-15

4

Aanbidding na het antwoord

Als Rebekka zegt dat zij een kleindochter van Nahor is, neigt de knecht zijn hoofd en looft hij de God van Abraham, die hem op de weg geleid heeft.

Genesis 24:26-27

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Eliëzer beter te begrijpen.

Genesis 15:2

“Toen zeide Abram: Heere, HEERE! wat zult Gij mij geven, daar ik zonder kinderen heenga en de bezorger van mijn huis is deze Damaskener Eliezer?”

De enige plaats waar de knecht van Abram bij naam genoemd wordt.

Genesis 15:3

“Voorts zeide Abram: Zie, mij hebt Gij geen zaad gegeven, en zie, de zoon van mijn huis zal mijn erfgenaam zijn!”

Zonder eigen kind zou een man uit zijn huis, Eliëzer, de erfenis krijgen.

Genesis 15:4

“En ziet, het woord des HEEREN was tot hem, zeggende: Deze zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw lijf voortkomen zal, die zal uw erfgenaam zijn.”

God wijst de menselijke oplossing af en belooft Abram een eigen zoon.

Genesis 24:2

“Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup,”

De knecht van Genesis 24 krijgt geen naam. Dat hij Eliëzer was, is een veronderstelling.

Genesis 24:12

“En hij zeide: HEERE! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.”

Het gebed van de knecht bij de waterput, voordat Rebekka verschijnt.

Genesis 24:27

“En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, de HEERE heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen.”

De dank van de knecht. Hij schrijft het slagen van zijn reis aan de HEERE toe.

Tijdperiode

~2000 v.Chr.

Eliëzer leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

De geschiedenis rond Eliëzer leert ons iets over Gods beloften. Abram zag in zijn trouwe bestuurder een redelijke oplossing, maar God had iets groters in gedachten (Genesis 15:4). Wij zijn ook geneigd zelf een uitweg te bedenken als Gods belofte lang uitblijft. Het geloof van Abram rustte uiteindelijk niet op een regeling, maar op het woord van God (Genesis 15:6). De knecht van Genesis 24, wie hij ook was, laat zien hoe trouw dienen eruitziet. Hij werkte in de zaak van een ander, zocht niet zijn eigen eer en at niet voordat hij zijn boodschap gedaan had (Genesis 24:33). Paulus schrijft: "En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde" (1 Korinthe 4:2). Ten slotte zijn gebed. Hij vroeg God concreet om leiding, en toen die kwam, dankte hij eerst (Genesis 24:26-27). "Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken" (Spreuken 3:6). Hij vroeg in zijn bijzondere opdracht zelfs om een teken. Dat is voor ons geen voorschrift, maar zijn gebed leert wel dat wij ook de gewone opdrachten van ons leven aan de Heere mogen voorleggen en Hem danken als Hij de weg wijst.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Eliëzer

Wie was Eliëzer in de Bijbel?
Eliëzer was de bezorger van het huis van Abram, afkomstig uit Damaskus. Abram noemt hem in Genesis 15:2, toen hij God voorhield dat hij geen kinderen had: "de bezorger van mijn huis is deze Damaskener Eliezer". Zonder eigen zoon zou deze man erfgenaam worden. God antwoordde: "Deze zal uw erfgenaam niet zijn" (Genesis 15:4), en beloofde Abram een eigen zoon.
Waar staat Eliëzer in de Bijbel?
De knecht van Abram heet alleen in Genesis 15:2 Eliëzer. Genesis 15:3-4 gaat verder over de vraag of hij erfgenaam zou worden. In Genesis 24 staat het verhaal van de oudste knecht van Abraham die een vrouw voor Izak zocht, maar daar wordt geen naam genoemd. Andere mannen met de naam Eliëzer staan onder meer in Exodus 18:4, 2 Kronieken 20:37 en Lukas 3:29.
Is Eliëzer de knecht van Abraham uit Genesis 24?
Dat is een oude en veelgehoorde veronderstelling, maar de tekst zegt het niet. Genesis 24 noemt de knecht alleen "den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had" (Genesis 24:2). Omdat Eliëzer in Genesis 15:2 het huis van Abram bestuurde, ligt de gedachte voor de hand. Tussen beide hoofdstukken ligt echter meer dan vijftig jaar. Het kan dezelfde man zijn, maar het is geen gegeven van de Bijbel.
Wat betekent de naam Eliëzer?
Eliëzer betekent mijn God is hulp. De Bijbel legt die betekenis zelf uit bij een naamgenoot: Mozes noemde zijn tweede zoon Eliezer, "want, zeide hij, de God mijns vaders is tot mijn Hulpe geweest, en heeft mij verlost van Farao's zwaard" (Exodus 18:4). Bij de knecht van Abram geeft Genesis geen uitleg van de naam.
Hoe schrijf je Eliëzer: Eliëzer of Eliezer?
Beide vormen komen voor en het gaat om dezelfde naam. Het trema in Eliëzer laat zien dat de i en de e los van elkaar uitgesproken worden: Eli-ëzer. Wie zonder trema zoekt, vindt dezelfde persoon onder Eliezer. Let er wel op welke Eliëzer bedoeld is: de knecht van Abram (Genesis 15:2) is een ander dan de zoon van Mozes (Exodus 18:4) of de profeet in 2 Kronieken 20:37.
Waarom zou Eliëzer de erfgenaam van Abraham worden?
Abram had geen kinderen en zei: "de zoon van mijn huis zal mijn erfgenaam zijn!" (Genesis 15:3). Zonder eigen zoon ging de erfenis kennelijk naar de man die het huis bestuurde. Uitleggers vergelijken dat met gebruiken uit het oude Mesopotamië, waar kinderloze mensen iemand als erfgenaam konden aannemen. God doorbrak die uitweg: "die uit uw lijf voortkomen zal, die zal uw erfgenaam zijn" (Genesis 15:4).
Welke andere Eliëzers staan in de Bijbel?
Naast de knecht van Abram noemt de Bijbel meer mannen met deze naam. De bekendste zijn de tweede zoon van Mozes en Zippora (Exodus 18:4; 1 Kronieken 23:15) en de profeet Eliëzer, de zoon van Dodava, die koning Josafat bestrafte omdat hij met Ahazia samenwerkte (2 Kronieken 20:37). In het geslachtsregister van Jezus staat een Eliezer (Lukas 3:29), en Ezra 8:16 noemt een Eliezer onder de hoofden. Het zijn steeds verschillende personen.
Wat betekent "de bezorger van mijn huis" in Genesis 15:2?
Een bezorger is in de taal van de Statenvertaling iemand die het huis beheert en bestuurt. Abram noemt Eliëzer zo: hij had de zorg over het huishouden. Zonder eigen zoon zou "de zoon van mijn huis" erven (Genesis 15:3). De Hebreeuwse zin in Genesis 15:2 is moeilijk en wordt verschillend vertaald. Het verhaal van de knecht bij de put, waar geen naam genoemd wordt, staat bij het bijbelverhaal Een bruid voor Izak.
Wat kunnen wij leren van Eliëzer?
Eliëzer herinnert eraan dat God Zijn beloften op Zijn eigen manier vervult: niet de trouwe bestuurder, maar een zoon van Abram werd erfgenaam (Genesis 15:4), en Abram geloofde God (Genesis 15:6). De knecht van Genesis 24, of hij Eliëzer was of niet, laat zien hoe trouw dienen eruitziet: met gebed beginnen, de zaak van een ander dienen en God de eer geven (Genesis 24:27).

Stel een vraag over Eliëzer

Wilt u meer weten over Eliëzer? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Eliëzer

Bijbelverhalen rond Eliëzer

Verdiep u verder