Ga naar hoofdinhoud
JongensnaamOude en Nieuwe TestamentBetekenis staat vast

Zebulon: betekenis van de naam

זְבוּלוּן (Zᵉbûwlûwn) = “woning, bijwoning”

Wat betekent de naam Zebulon?

De naam Zebulon betekent 'woning' of 'bijwoning'. Hij komt van het Hebreeuwse werkwoord zabal, wonen. Lea gaf haar zesde zoon deze naam en zei: "ditmaal zal mijn man mij bijwonen; want ik heb hem zes zonen gebaard" (Genesis 30:20). In het land van Zebulon begon de Heere Jezus later Zijn prediking.

Herkomst en betekenis van Zebulon

Grondwoord (Hebreeuws)
זְבוּלוּן Zᵉbûwlûwn
Strong's-nummer
H2074
Afgeleid van (H2082)
זָבַל zâbal: omsluiten, wonen; ook: eren, hoog stellen
Betekenis
woning, bijwoning

Bij de geboorte van haar zesde zoon maakte Lea een dubbel woordspel. Zij zei: "God heeft mij, mij heeft Hij begiftigd met een goede gift; ditmaal zal mijn man mij bijwonen". Begiftigd en gift zijn in het Hebreeuws zabad en zebed, woorden die met dezelfde klanken beginnen als de naam. Volgens de kanttekening komen die twee woorden nergens anders in de Schrift voor, en denken de meesten aan een bijzondere, voortreffelijke gift.

Het tweede woord, bijwonen, is zabal, en daarvan is de naam Zebulon gemaakt. Strong's woordenboek vertaalt de naam met woning, de kanttekening met woning of bijwoning. Lea hoopte dat Jakob nu bij haar zou blijven wonen. De oudere naamduiding vertaalt de naam met verhoogd of geëerd; de definitielijst bij het werkwoord noemt ook eren. Strong's eigen uitleg en de kanttekening houden het bij wonen.

Een woord van dezelfde stam komt terug bij de inwijding van de tempel. Salomo zegt: "Ik heb immers een huis gebouwd, U ter woonstede" (1 Koningen 8:13). Wat Lea van haar man hoopte, sprak Salomo uit over God, Die bij Zijn volk wilde wonen.

“En Lea zeide: God heeft mij, mij heeft Hij begiftigd met een goede gift; ditmaal zal mijn man mij bijwonen; want ik heb hem zes zonen gebaard; en zij noemde zijn naam Zebulon.”
De Bijbel verklaart de naam: Genesis 30:20 (Statenvertaling)
Kanttekening bij Genesis 30:20 (Statenvertaling, 1637)
Zebulon: Hebr. Zebulun, dat is, woning of bijwoning.

Bron van de betekenis: Strong's: 'habitation' (woning), afgeleid van H2082 zâbal, 'to inclose', 'to reside' (omsluiten, wonen); naamduiding Open Scriptures: 'exalted' (verhoogd, geëerd).

Uitspraak en spelling

Uitspraak in het Nederlands
ZE-bu-lon
In de grondtaal
ze-boe-LOEN
Spelling in de Statenvertaling
Zebulon
Als voornaam
Zebulon
In andere talen
Zebulun (Engels)

In het Nederlands ligt de klemtoon op de eerste lettergreep; het Hebreeuws zegt oe waar het Nederlands u en o schrijft en legt de klemtoon op de laatste.

Wie heette Zebulon in de Bijbel?

  • Zebulon, de zesde zoon van Lea

    Hij was de jongste zoon van Lea en de tiende zoon van Jakob. Toen Jakob naar Egypte trok, had Zebulon drie zonen. Jakob zei dat Zebulon aan de haven der zeeën zou wonen.

    Genesis 30:19-20, Genesis 35:23, Genesis 46:14, Genesis 49:13

  • De stam Zebulon

    Zebulon trok met Nafthali onder Barak tegen Sisera op, en Debora roemt de stam samen met Nafthali (Richteren 5:18). Elon, een van de richters, was een Zebuloniet en richtte Israël tien jaar.

    Jozua 19:10, Richteren 4:10, Richteren 5:18, Richteren 12:11

  • Het land Zebulon in Galilea

    Jesaja beloofde dat het land van Zebulon en Nafthali, dat eerst verachtelijk gemaakt was, heerlijk gemaakt zou worden. Mattheüs schrijft dat dit vervuld werd toen de Heere Jezus te Kapernaum kwam wonen, in de landpale van Zebulon en Nafthali.

    Jesaja 8:23, Mattheüs 4:13-15, Openbaring 7:8

Kernvers

“Het land Zebulon en het land Nafthali aan den weg der zee over de Jordaan, Galilea der volken; Het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en dengenen, die zaten in het land en de schaduwe des doods, denzelven is een licht opgegaan.”

Mattheüs 4:15-16 (Statenvertaling)

Wat de naam Zebulon ons leert

Lea hoopte bij de geboorte van Zebulon dat haar man eindelijk bij haar zou wonen. Na zes zonen was dat nog altijd een wens, geen zekerheid. De naam spreekt van een woning die zij zich niet zelf kon verschaffen. Toen Salomo de tempel inwijdde, gebruikte hij een woord van dezelfde stam: een huis voor de HEERE, een woonstede. En het land dat Zebulons naam droeg, het verachte Galilea der volken, werd de plaats waar de Heere Jezus Zijn prediking begon. Mattheüs gebruikt een ander woord, maar ook hij spreekt van wonen: de Heere kwam te Kapernaum wonen (Mattheüs 4:13). Daar werd vervuld wat Jesaja had voorzegd: het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien.

Veelgestelde vragen over de naam Zebulon

Wat betekent de naam Zebulon?

Zebulon betekent 'woning' of 'bijwoning'. De naam komt van het Hebreeuwse werkwoord zabal, wonen. Lea gaf de naam aan haar zesde zoon en zei: "ditmaal zal mijn man mij bijwonen; want ik heb hem zes zonen gebaard" (Genesis 30:20). De kanttekening van de Statenvertaling vertaalt de naam ook met woning of bijwoning.

Waarom spreekt Lea bij Zebulon ook over een gift?

Lea begint met "God heeft mij, mij heeft Hij begiftigd met een goede gift". In het Hebreeuws beginnen begiftigd en gift, zabad en zebed, met dezelfde klanken als de naam Zebulon. Zo speelt zij met twee woorden tegelijk: God heeft mij een gift gegeven, en nu zal mijn man bij mij wonen. Volgens de kanttekening komen die woorden voor gift nergens anders in de Schrift voor.

Is Zebulun dezelfde naam als Zebulon?

Ja. Zebulun is de Engelse spelling, die dichter bij het Hebreeuws ligt; de kanttekening schrijft de Hebreeuwse vorm ook als Zebulun. De Statenvertaling gebruikt overal Zebulon, voor de zoon van Jakob, voor de stam en voor het land in Galilea. Een man uit deze stam heet een Zebuloniet, zoals de richter Elon (Richteren 12:11).

Waar lag het land Zebulon?

Het land van de stam Zebulon lag in het noorden, in Galilea, naast het land van Nafthali. Kapernaum lag volgens Mattheüs 4:13 in de landpale van Zebulon en Nafthali. Daarom ziet Mattheüs in het wonen van de Heere Jezus te Kapernaum de vervulling van de profetie van Jesaja over het land Zebulon en het land Nafthali.

Is Zebulon een bijbelse jongensnaam?

Ja. In de Bijbel is Zebulon de naam van een man, de zesde en jongste zoon van Lea. Daarna is het de naam van de stam en van het land die naar hem genoemd zijn. Andere personen met deze naam noemt de Bijbel niet. In de zegen van Mozes wordt Zebulon samen met Issaschar genoemd (Deuteronomium 33:18).

Verwante bijbelse namen