Gad: betekenis van de naam
גָּד (Gâd) = “hoop, schaar, bende”
Wat betekent de naam Gad?
De naam Gad betekent 'hoop' in de zin van een menigte: een schaar of bende. Hij hangt samen met het Hebreeuwse werkwoord gud, aanvallen of opdringen. Lea noemde de zoon van haar dienstmaagd Zilpa zo en zei: "Er komt een hoop" (Genesis 30:11). Later droeg ook een profeet aan het hof van David deze naam.
Herkomst en betekenis van Gad
- Grondwoord (Hebreeuws)
- גָּד Gâd
- Strong's-nummer
- H1410
- Afgeleid van (H1464)
- גּוּד gûwd: opdringen, aanvallen, overvallen
- Betekenis
- hoop, schaar, bende
Bij Gad vraagt het Nederlands van de Statenvertaling om uitleg. Lea zei bij de geboorte: "Er komt een hoop". Met hoop is hier geen verwachting bedoeld, maar een menigte. De kanttekening zegt het zo: Gad betekent hoop, schaar of bende, en Lea bedoelde dat deze zoon samen met de vorige een hele schare volk zou vormen. In het Hebreeuws is het volgens de kanttekening één woord, samengesteld uit twee, alsof men zei: hoop komt.
Strong's woordenboek leidt de naam af van het werkwoord gud, opdringen of aanvallen, en de oudere naamduiding vertaalt hem met troep. Strong's kent daarnaast een gelijkluidend woord gad dat geluk betekent. Daarom is niet helemaal zeker welk woord Lea in gedachten had.
Wat Jakob op zijn sterfbed over Gad zei, sluit wel aan bij bende en aanvallen: "Aangaande Gad, een bende zal hem aanvallen; maar hij zal haar aanvallen in het einde" (Genesis 49:19). In het Hebreeuws staat daar twee keer het werkwoord gud en het woord gedud, bende, vlak naast de naam.
“Toen zeide Lea: Er komt een hoop! en zij noemde zijn naam Gad.”
Gad: Dat is, hoop, schaar, bende.
Bron van de betekenis: Strong's: afgeleid van H1464 gûwd, 'to crowd upon, i.e. attack' (opdringen, dat is aanvallen), zonder eigen vertaling van de naam; het gelijkluidende H1409 gâd betekent 'fortune' (geluk); naamduiding Open Scriptures: 'troop' (troep, bende).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- GAD
- In de grondtaal
- GAD
- Spelling in de Statenvertaling
- Gad
- Als voornaam
- Gad
De G klinkt in het Hebreeuws hard, zoals in het Engelse go; in het Nederlands zegt u gewoon Gad.
Wie heette Gad in de Bijbel?
Gad, de zoon van Jakob en Zilpa, de dienstmaagd van Lea
Hij was de volle broer van Aser. Toen Jakob naar Egypte trok, had Gad zeven zonen. Jakob zegende hem met de woorden dat een bende hem zou aanvallen, maar dat hij haar op het laatst zou aanvallen.
De stam Gad, ten oosten van de Jordaan
Gad had veel vee en kreeg met Ruben en de halve stam Manasse land in Gilead. De mannen trokken toch met hun broers mee over de Jordaan tot het land veroverd was. In een oorlog tegen de Hagarenen riepen zij tot God en werden zij geholpen.
Numeri 32:1, Jozua 22:1-4, 1 Kronieken 5:18-20, Openbaring 7:5
Gad, de profeet en ziener van David
Hij raadde David aan de vesting te verlaten en naar Juda te gaan. Na de volkstelling bracht hij David de keuze uit drie straffen en later het bevel een altaar te bouwen op de dorsvloer van Arauna. Ook de ordening van de tempelmuziek ging mede op zijn gebod terug.
1 Samuël 22:5, 2 Samuël 24:11-14, 2 Samuël 24:18-19, 2 Kronieken 29:25
Kernvers
“Aangaande Gad, een bende zal hem aanvallen; maar hij zal haar aanvallen in het einde.”
Genesis 49:19 (Statenvertaling)
Wat de naam Gad ons leert
Lea zag in Gad een groeiende schare: een zoon erbij, een hoop volk. Jakob zag verder. Een bende zou Gad aanvallen, maar hij zou haar in het einde aanvallen; volgens de kanttekening zou Gad eerst onderdrukt worden en daarna zelf overwinnen. De geschiedenis van de stam bevestigt dat, en wijst ook aan waar de overwinning vandaan kwam. In 1 Kronieken 5 vochten de Gadieten tegen een overmacht en werden zij geholpen, "omdat zij tot God riepen in den krijg". Ook de profeet Gad bracht David bij die afhankelijkheid. Toen David na zijn zonde moest kiezen, zei hij tegen Gad: "laat ons toch in de hand des HEEREN vallen, want Zijn barmhartigheden zijn vele".
Veelgestelde vragen over de naam Gad
Wat betekent de naam Gad?
Gad betekent volgens de kanttekening van de Statenvertaling hoop, schaar of bende, een menigte dus. Lea gaf de naam aan de zoon van haar dienstmaagd Zilpa met de woorden "Er komt een hoop" (Genesis 30:11). Strong's woordenboek leidt de naam af van het werkwoord gud, aanvallen of opdringen. Het kent ook een gelijkluidend woord dat geluk betekent; helemaal vast staat de betekenis dus niet.
Betekent hoop in Genesis 30:11 verwachting?
Nee. In het Nederlands van de Statenvertaling betekent hoop hier een menigte of grote groep, zoals in een hoop mensen. De kanttekening legt het uit met schaar en bende, en zegt dat deze zoon samen met de vorige een hoop of bende volks zou vormen. Met het woord hoop als verwachting, zoals in geloof, hoop en liefde, heeft de naam Gad niets te maken.
Wie was de profeet Gad?
Gad was een profeet die David al diende toen hij voor Saul vluchtte (1 Samuël 22:5). Later heet hij Davids ziener. Na de volkstelling bracht hij David het woord van de HEERE en de keuze uit drie straffen (2 Samuël 24:11-14). Volgens 1 Kronieken 29:29 schreef hij ook mee aan de geschiedenis van David.
Heeft de naam Gad iets te maken met de afgod in Jesaja 65:11?
Strong's woordenboek noemt het woord in Jesaja 65:11 apart, als de naam van een afgod van het geluk. De Statenvertaling vertaalt daar met "die bende", en de kanttekening legt dat uit als een bende of troep en verwijst daarbij naar Genesis 30:11. Anderen houden volgens de kanttekening het woord Gad als naam van een afgod. Een verband tussen die afgod en de zoon van Jakob legt de Bijbel nergens.
Is Gad een bijbelse jongensnaam?
Ja. In de Bijbel is Gad altijd de naam van een man: de zevende zoon van Jakob en de profeet Gad uit de tijd van David. Ook een stam en een landstreek ten oosten van de Jordaan dragen de naam. In Openbaring 7:5 wordt Gad genoemd bij de geslachten waaruit twaalfduizend verzegeld werden.