Eli: betekenis van de naam
עֵלִי (ʻÊlîy) = “hoog, verheven”
Wat betekent de naam Eli?
De naam Eli betekent "hoog" of "verheven". Hij komt volgens Strong's woordenboek van het Hebreeuwse werkwoord alah, opgaan of hoog zijn. Eli was de priester in Silo bij wie Hanna bad en die de jonge Samuël opvoedde. De uitroep Eli in Mattheüs 27:46 is een ander woord: Mijn God.
Herkomst en betekenis van Eli
- Grondwoord (Hebreeuws)
- עֵלִי ʻÊlîy
- Strong's-nummer
- H5941
- Afgeleid van (H5927)
- עָלָה ʻâlâh: opgaan, opklimmen, hoog zijn; ook: een offer opbrengen
- Betekenis
- hoog, verheven
Eli komt volgens Strong's woordenboek van het Hebreeuwse werkwoord alah, opgaan of hoog zijn, en betekent hoog of verheven. Een oudere namenlijst zegt opgang. Beide wijzen in dezelfde richting. De Bijbel vertelt niet waarom Eli zo heette, en bij de verzen over hem staat geen kanttekening over de naam; de betekenis volgt alleen uit het grondwoord.
Het werkwoord alah komt in de geschiedenis van Eli telkens terug. Het staat al in 1 Samuël 1:3, waar Elkana "ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden". Hetzelfde werkwoord wordt gebruikt voor het offeren op het altaar van de HEERE (1 Samuël 2:28). Eli zat als priester op een stoel bij een post van de tempel van de HEERE, op de plaats waar Israël opging om God te aanbidden.
De naam Eli is niet hetzelfde als de uitroep van de Heere Jezus aan het kruis: "ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI" (Mattheüs 27:46). Dat Eli begint in het Hebreeuws met een andere letter en is volgens Strong's het woord El, God, met een achtervoegsel. Mattheüs vertaalt het zelf: Mijn God.
Bron van de betekenis: Strong's: 'lofty' (hoog, verheven), afgeleid van H5927 ʻâlâh, 'to ascend, intransitively (be high) or actively (mount)' (opgaan; hoog zijn of beklimmen); naamduiding Open Scriptures: 'ascension' (opgang).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- E-li
- In de grondtaal
- ee-LIE
- Spelling in de Statenvertaling
- Eli
- Als voornaam
- Eli
In het Nederlands ligt de klemtoon op de eerste lettergreep; in het Hebreeuws op de tweede.
Wie heette Eli in de Bijbel?
Eli, de priester in Silo en richter over Israël
Hij zegende Hanna toen zij in Silo om een zoon bad, en de jonge Samuël diende de HEERE onder zijn toezicht. Toen de HEERE Samuël riep, begreep Eli het en leerde hij hem antwoorden. Hij richtte Israël veertig jaar en stierf toen hij hoorde dat de ark Gods genomen was.
Kernvers
“En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!”
1 Samuël 3:18 (Statenvertaling)
Wat de naam Eli ons leert
De naam Eli spreekt van hoogte, en Eli had een hoge plaats: hij was priester en richter in Silo, bij het huis van God. De Bijbel verzwijgt niet dat hij zijn zonen liet begaan toen zij het offer van de HEERE verachtten; hij heeft hen "niet eens zuur aangezien" (1 Samuël 3:13). Een man Gods bracht hem het woord van de HEERE: "die Mij eren, zal Ik eren" (1 Samuël 2:30). Toch is Eli ook de man die de jonge Samuël leerde zeggen: "Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort". Toen hij het zware oordeel over zijn huis hoorde, boog hij zich: "Hij is de HEERE". Zijn geschiedenis laat zien dat God Zijn werk voortzet, ook waar een priester tekortschiet, en dat Hij het woord geeft aan een kind.
Veelgestelde vragen over de naam Eli
Wat betekent de naam Eli?
Eli betekent "hoog" of "verheven". De naam komt volgens Strong's woordenboek van het Hebreeuwse werkwoord alah, opgaan of hoog zijn; een oudere namenlijst vertaalt hem met opgang. De Bijbel geeft zelf geen verklaring van de naam. Eli was de priester en richter in Silo, bij wie Hanna bad en die de jonge Samuël opvoedde (1 Samuël 1 tot 4).
Is Eli dezelfde naam als de uitroep Eli aan het kruis?
Nee. Aan het kruis riep de Heere Jezus: "ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI" (Mattheüs 27:46). Mattheüs vertaalt dat zelf met Mijn God! Mijn God! Strong's woordenboek zegt dat dit Eli van Hebreeuwse oorsprong is: het woord El, God, met een achtervoegsel dat mijn betekent. De naam van de priester Eli begint in het Hebreeuws met een andere letter en komt van het werkwoord opgaan.
Is Eli een afkorting van Elia?
Niet in de Bijbel. Eli en Elia zijn twee verschillende Hebreeuwse namen. Elia is volgens Strong's gemaakt van El, God, en Jah, de verkorte Naam van de HEERE. Eli komt van het werkwoord alah, opgaan, en begint in het Hebreeuws met een andere letter. In het Nederlands lijken de namen op elkaar, maar de betekenis is anders.
Wie was Eli in de Bijbel?
Eli was priester in Silo, waar de tabernakel stond, en hij richtte Israël veertig jaar (1 Samuël 4:18). Hanna bad bij hem om een zoon, en die zoon, Samuël, groeide bij hem op. Eli liet zijn zonen Hofni en Pinehas begaan in hun zonden, en de HEERE kondigde een oordeel over zijn huis aan. Hij stierf toen hij hoorde dat de ark Gods genomen was.
Hoe spreekt u Eli uit?
In het Nederlands zegt u E-li, met de klemtoon op de eerste lettergreep en een lange e. In het Hebreeuws ligt de klemtoon op de tweede lettergreep: ee-LIE. De naam begint in het Hebreeuws met een keelklank die in het Nederlands niet gehoord wordt; daarin verschilt hij van het woord Eli in Mattheüs 27:46.